- Identifier
- nl.oorg10123.2j.2013.411
- Aanbieder (Naam)
- Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu
- Titel
- Disease burden and cost-of-illness of food-related pathogens in the Netherlands | RIVM
- Beschrijving
- Op verzoek van het ministerie van VWS onderzoekt het RIVM de maatschappelijke kosten van 14 ziekteverwekkers; vanaf 2011 wordt dit jaarlijks in kaart gebracht. De infecties die de ziekteverwekkers veroorzaken, kunnen worden overgedragen via voedsel, de mens, het milieu of dieren (zoönosen). De geschatte kosten van de 14 ziekteverwekkers bedroegen in 2011 416 miljoen euro. De meeste mensen worden ziek van een besmetting met het norovirus, de Campylobacter-bacterie en het rotavirus waardoor deze de hoogste kosten met zich meebrengen. Als naar de kosten per patiënt wordt gekeken, zijn deze het hoogst bij een besmetting door de bacterie Listeria monocytogenes, de parasiet Toxoplasma gondii, en het hepatitis E-virus omdat deze relatief ernstige ziekteverschijnselen veroorzaken.
Onderverdeling kosten van voedselinfecties
Meer dan 40 procent van de totale kosten die de onderzochte ziekteverwekkers met zich meebrengen wordt via voedsel veroorzaakt (168 miljoen euro in 2011). De overige kosten worden toegeschreven aan de overdracht van mens op mens (28 procent), blootstelling via het milieu (15 procent) of via contacten tussen dieren en mensen (7 procent). De resterende 9 procent van de kosten is gerelateerd aan reizen naar het buitenland.
De kosten van voedselinfecties zijn nader gespecificeerd. Ruim de helft (51 procent oftewel 86 miljoen euro) van de kosten van voedselinfecties worden veroorzaakt door producten van dierlijke oorsprong, zoals vlees, eieren en zuivelproducten. Vis, fruit en groenten, dranken, graanproducten en andere niet-gespecificeerde voedselgroepen veroorzaken respectievelijk 8, 6, 2, 5 en 14 procent van de ziektekosten toegeschreven aan voedsel.
Onderverdeling soorten kosten
De onderzoekers hebben de maatschappelijke kosten van de 14 ziekteverwekkers onderverdeeld in drie categorieën. Ten eerste zijn er de kosten voor consulten aan artsen, ziekenhuisopnamen en medicijnen, de 'directe medische kosten'. Deze bedragen minder dan 25 procent van alle kosten. Daarnaast bestaan ze uit kosten die door de patiënt zelf worden betaald, zoals reiskosten van en naar de arts (directe niet-medische kosten). Deze zijn laag. Als derde post zijn er de kosten die voortvloeien uit productiviteitsverliezen vanwege werkverzuim van de patiënten en speciaal onderwijs na neurologische aandoeningen (indirecte niet-medische kosten). Deze post is het meest substantieel en bedraagt bijna 75 procent van de totale kosten.
- Publicatiedatum
- 2013-06-14
- Jaar
- 2013
- Type
- 2j - Onderzoek
- Aanbieder (Code)
- oorg10123
- Totaal aantal documenten
- 1
- Verkregen op
- 2024-11-30
- Aantal pagina's in dossier
- 95