Naar inhoud
Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu

Estimating the carcinogenic potency of chemicals from the in vivo micronucleus test | RIVM

Jaar: 2013 Documenten: 1
Het RIVM heeft een methode ontwikkeld waarmee sneller en met minder proefdieren een schatting kan worden gemaakt van de mate waarin een chemische stof kankerverwekkend is. Normaal gesproken wordt de mate waarin een stof kankerverwekkend is gebaseerd op het aantal tumoren dat in langdurige dierstudies wordt aangetroffen. Dergelijke langdurige studies zijn nodig omdat tumorvorming een langzaam proces is. Deze studies duren twee jaar en vergen veel proefdieren (rond de 400). Voordat tot een langetermijnstudie wordt overgegaan, wordt eerst met behulp van een kortetermijnstudie bekeken of een stof wel of geen DNA-schade veroorzaakt. Hiervoor zijn circa 50 proefdieren nodig. Als DNAschade optreedt, is dit een indicatie dat de stof kankerverwekkend kan zijn. De langetermijnstudie wordt vervolgens ingezet om na te gaan of de stof inderdaad kankerverwekkend is, maar ook om een indicatie te krijgen van de mate waarin. Uit het RIVM-onderzoek blijkt nu dat op basis van de kortetermijnstudie niet alleen duidelijk wordt of een stof DNA-schade veroorzaakt, maar ook een indicatie kan worden verkregen van de mate waarin de stof kankerverwekkend is. De langetermijnstudie met veel proefdieren kan dan in veel gevallen vermeden worden. Dit is van belang aangezien er internationaal naar wordt gestreefd het proefdiergebruik terug te dringen en het aantal langdurige studies te minimaliseren. Voor de nieuwe methode is in kortetermijnstudies onderzocht bij welke concentratie (bijvoorbeeld in het voer van de dieren) een bepaalde mate van DNA-schade optreedt. Tevens is onderzocht bij welke concentratie een bepaald percentage van de proefdieren tumoren krijgt in de langetermijnstudies. Beide concentraties bleken aan elkaar gerelateerd.