Naar inhoud
Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu

Evaluation of worker inhalation DNELs : Part A: quality assessment of a selection of DNELs. Part B: Discussion paper on the possibilities to improve the overall quality of DN(M)ELs | RIVM

Jaar: 2014 Documenten: 1
Onderzoek naar de kwaliteit van een aantal werker inhalatie-DNELs Om een veilige en gezonde werkomgeving te creëren voor werknemers die met gevaarlijke stoffen werken, is het belangrijk dat de blootstelling wordt beperkt. Dit gebeurt op basis van grenswaarden. Van een klein deel van deze stoffen heeft de grenswaarde voor de blootstelling een wettelijke status in Nederland. Voor het merendeel moeten werkgevers deze grenswaarden zelf bepalen. Het RIVM heeft onderzocht in hoeverre deze wettelijk erkende grenswaarden verschillen van de DNEL's (Derived No Effect Levels) die de industrie voor REACH zelf vaststelt. Deze DNEL's zijn vereist voor stoffen die worden geproduceerd of geïmporteerd in de EU in een volume van 10 ton per jaar of meer. Tussen de waarden blijken verschillen te zitten, die soms zelfs groot zijn. Omdat bij de ene stof de DNEL hoger was en in andere gevallen de wettelijk erkende waarde, kunnen hier nog geen duidelijke lessen uit worden getrokken. Vervolgens heeft het RIVM de kwaliteit van de door de industrie afgeleide DNEL's beoordeeld. Hiervoor is van 18 geselecteerde stoffen de DNEL bepaald met behulp van de vertrouwelijke gegevens die de industrie gebruikt, en volgens de handleiding van ECHA (European Chemical Agency). In bijna alle gevallen zijn de door het RIVM afgeleide DNEL's lager dan die door de industrie zijn afgeleid. Dit kan betekenen dat voor deze stoffen onvoldoende bescherming wordt geleverd op de werkplek. Deze verschillen zijn onder andere een gevolg van de keuze bij welke concentratie gezondheidsschade ontstaat. Daarnaast hanteert de industrie een krappere veiligheidsmarge. Vanwege de gerichte selectie van de stoffen geldt deze conclusie niet voor alle DNEL's van de industrie. Wel betekent het dat de DNEL's die de industrie afleidt, niet zonder meer kunnen worden gebruikt voor risicoschattingen. Het RIVM pleit voor meer transparantie over de manier waarop de DNEL's worden bepaald, door informatie uit te wisselen en daarover te discussiëren. Daarnaast beveelt het instituut aan om op de website van de ECHA een handzame lijst met de DNEL's voor werkers op te stellen en publiek te maken. Het RIVM heeft tegelijkertijd onderzocht hoe de DNEL's kunnen worden verbeterd (zie bijlage B van dit rapport). Part B: Discussion paper on the possibilities to improve the overall quality of DN(M)ELs Om een veilige en gezonde werkomgeving te creëren voor werknemers die met gevaarlijke stoffen werken, is het belangrijk dat de blootstelling wordt beperkt. Dit gebeurt op basis van grenswaarden. Van een klein deel van deze stoffen heeft de grenswaarde voor de blootstelling een wettelijke status in Nederland. Voor het merendeel moeten werkgevers deze grenswaarden zelf bepalen. Een hulpmiddel om deze grenswaarden te bepalen, kunnen zogeheten DNEL's (Derived No Effect Levels) zijn die de industrie zelf moet vaststellen volgens de Europese stoffenwetgeving REACH. Deze DNEL's zijn vereist voor stoffen die in de EU worden geproduceerd of geïmporteerd in een volume van 10 ton per jaar of meer. Uit parallel RIVM-onderzoek blijkt dat er grote verschillen kunnen bestaan tussen de DNEL's die door RIVM-experts zijn afgeleid en DNEL's die door bedrijven zelf zijn bepaald. Daardoor is het onzeker of werknemers voor deze stoffen voldoende worden beschermd. Het RIVM vindt het daarom van belang dat de DNEL's, en daarmee beschermingsniveaus, op een juiste, transparante en breed gedragen wijze tot stand komen. In dit rapport bespreekt het RIVM hoe dit kan worden gerealiseerd en welke rollen verschillende stakeholders daarbij hebben. Een belangrijk uitgangspunt blijft dat de industrie ervoor verantwoordelijk is dat de DNEL's op de juiste manier worden afgeleid. Een eerste logische stap in een verbeterslag is dat de industrie de wijze waarop de DNEL's worden afgeleid, beter te controleren maakt. Ook kan de industrie kwaliteitseisen stellen aan de wijze waarop de DNEL's worden afgeleid. Zo kan de industrie afspreken dat DNEL's alleen bepaald mogen worden door mensen met voldoende kennis van zaken, gekoppeld aan een opleidingseis. Voor overheden liggen er verbetermogelijkheden vanuit hun controlerende taak, die op Europees niveau binnen het REACH-raamwerk kunnen worden ingevuld. Ook kunnen nationale overheden verkennen welke mogelijkheden nationale handhavingsorganen, zoals de Inspectie SZW (voorheen de Arbeidsinspectie), hebben. Ook ligt er een rol voor de overheid om het huidige richtsnoer voor de DNEL's gebruiksvriendelijker en transparanter te maken. Tot slot moet er aandacht komen voor de verankering van de kwaliteitsvraag in het juiste proces. Een mogelijkheid hiertoe is kwaliteit van DNEL's en bedrijfsgrenswaarden op te nemen in de collectieve afspraken tussen werkgevers en werknemers, en daarmee onderdeel te maken van de afspraken binnen een sector. Dat kan bijvoorbeeld in een zogenoemde arbocatalogus, een set afspraken over arbeidsomstandigheden die binnen een sector tussen werkgevers en werknemers wordt gemaakt.