Naar inhoud
Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu

Evaluatie van Triade-onderzoeken op schietterreinen van Defensie | RIVM

Jaar: 2015 Documenten: 1
Tussen 1998 en 2011 is op acht schietterreinen onderzocht of de bodem is vervuild door stoffen uit kogels die het doel missen en die in zogeheten kogelvangers terechtkomen. Centraal staat de vraag of de vervuiling die hierdoor ontstaat, vooral door lood, een risico vormt voor het ecosysteem. Als daar sprake van is, moet vervolgens worden bepaald of de bodem met spoed moet worden gesaneerd. Het RIVM heeft deze risicobeoordelingen geanalyseerd en reikt enkele verbeterpunten aan om toekomstige onderzoeken op vergelijkbare terreinen efficiënter uit te voeren. Bij een verontreiniging wordt stapsgewijs bepaald of wel of niet met spoed moet worden gesaneerd. Hiervoor worden onder andere modelberekeningen gemaakt van de effecten van een vervuiling op het ecosysteem op basis van de concentraties van stoffen in de grond. Een volgende, optionele, stap is het zogeheten Triade-onderzoek, waarbij de vervuiling gelijktijdig via drie 'sporen' wordt beoordeeld: chemisch, ecotoxicologisch en ecologisch. Uit een evaluatie blijkt dat met deze stap een genuanceerder beeld van de verontreiniging wordt verkregen dan met een standaard risicobeoordeling. De Triade-onderzoeken op de schietbanen laten in bijna alle gevallen zien dat de risico's kleiner zijn. De aanbevelingen betreffen de opzet van de risicobeoordelingen, een optimale bemonsteringsstrategie, de keuze van indicatoren, en de integratie van de gegevens. Zo wordt aanbevolen om een toets met bacteriën (Microtox-toets) in te zetten, en tevens een andere bioassay. Bioassays zijn laboratoriumtesten waarin organismen worden blootgesteld aan monsters van de schietbanen om de effecten van verontreiniging te meten. Een andere aanbeveling is om de bemonsteringsstrategie af te stemmen op veelvuldig voorkomende factoren die de relatie tussen de vervuiling en de effecten op het ecosysteem verstoren.