Naar inhoud
Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu

Prioritization of new and emerging chemical risks for workers and follow- up actions | RIVM

Jaar: 2015 Documenten: 1
Regelmatig blijkt weinig bekend te zijn over de schadelijke effecten van stoffen op de werkvloer. Dat komt onder andere doordat de risicobeoordeling van de meeste stoffen wordt gebaseerd op tests waarbij de stof wordt ingeslikt. Voor werknemers is echter het contact met een stof via de luchtwegen (inademen) of huid juist relevant. Ondanks alle wet- en regelgeving zijn er dan ook regelmatig meldingen van nieuwe en toenemende risico's die worden veroorzaakt doordat medewerkers aan stoffen blootstaan. Om te voorkomen dat mensen ziek worden door deze 'nieuwe en toenemende risico's', pleit het RIVM ervoor dergelijke risico's zo snel mogelijk op te pikken. In 2013 is hiervoor een systeem ontwikkeld en is een overzicht gemaakt van 43 'nieuwe en toenemende' stoffen die via inhalatie of contact met de huid gezondheidsklachten veroorzaken. In het onderliggende onderzoek is deze lijst aangevuld tot 49 'nieuwe en toenemende' stoffen en is aangegeven welke van deze stoffen de meeste aandacht verdienen. Om de prioritering te kunnen aanbrengen, is eerst inzicht verkregen in het mogelijke risico van de stoffen en is uitgezocht in hoeverre ze in Nederland worden gebruikt. Op basis daarvan zijn drie categorieën opgesteld. Als een stof in de eerste categorie valt, dient er direct onderzocht te worden of er een oorzakelijk verband is tussen het gezondheidseffect van een stof en de blootstelling, om zo nodig direct maatregelen te nemen. In de tweede categorie is actie noodzakelijk, maar niet meteen. In de derde categorie is minimale actie vereist. Daarnaast is geïnventariseerd in welke mate de 49 stoffen al zijn gereguleerd binnen de Europese stoffenwetgeving REACH of andere wetgeving. Op basis hiervan kan Bureau REACH in samenwerking met de ministeries (SZW, VWS en I&M) en de inspecties (Inspectie SZW, NVWA en ILT) nagaan of op de hoogst geprioriteerde stoffen inmiddels voldoende actie wordt ondernomen en of aanvullende maatregelen noodzakelijk zijn.