Naar inhoud
Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu

Onderbouwing ecologische risicogrenswaarden voor bodem | RIVM

Jaar: 2015 Documenten: 1
Bij de ecologische risicobeoordeling van een stof in de bodem wordt gekeken welke concentraties schadelijk zijn voor het ecosysteem. Hiervoor wordt gebruik gemaakt van ecologische risicogrenswaarden. De huidige grenswaarden voor ecologische risico's van stoffen in de bodem zijn tussen 2001 en 2012 bepaald op basis van destijds beschikbare gegevens over de mate waarin een stof schadelijk kan zijn. De (internationale) methoden waarmee die waarden worden bepaald zijn sindsdien aangepast en aangescherpt. Het RIVM heeft onderzocht op welke gegevens de huidige ecologische risicogrenswaarden van 34 stoffen of stofgroepen (16 metalen en 18 organische stoffen/stofgroepen) zijn gebaseerd en in hoeverre daarin onzekerheden zitten. Bij 20 stoffen (vooral metalen en oude bestrijdingsmiddelen) is in meer of mindere mate onzekerheid aanwezig. Voor deze stoffen kan via een aanvullende analyse bepaald worden of het zinvol is om de risicogrenswaarden te herzien. Of een herziening zinvol is hangt van drie factoren af. Als eerste de mate van onzekerheid in de risicogrenswaarden: deze is groter als er beperkte gegevens beschikbaar zijn, of als ze zijn verouderd. Verder is het voor de prioritering van belang om te weten of een stof in de praktijk vaak wordt aangetroffen en of dat met problemen gepaard gaat. Ten slotte is het relevant of er nieuwe kennis of inzichten beschikbaar zijn gekomen, die de risicogrenswaarden kunnen beïnvloeden. Dit moet uit de aanvullende analyse blijken. Voor de resterende stoffen is geen aanvullend onderzoek nodig. De huidige risicogrenswaarden kennen namelijk weinig onzekerheden of er is geen nieuwe relevante informatie beschikbaar. Mede op basis van dit briefrapport zal bepaald worden welke risicogrenzen met prioriteit worden geëvalueerd.