Naar inhoud
Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu

Future introductions of genetically modified microbial biocontrol agents in the EU : Are current EU legislation and risk assessment fit for purpose? | RIVM

Jaar: 2016 Documenten: 1
Genetisch gemodificeerde micro-organismen zijn in de toekomst mogelijk een alternatief voor chemische gewasbeschermingsmiddelen. Met behulp van genetische modificatie worden eigenschappen van micro-organismen toegevoegd of verbeterd, waardoor ze breder toepasbaar zijn dan 'gewone' microbiële middelen. Zo kan een bacterie Bacillus thuringiensis na een aanpassing een extra gifstof produceren van een verwante stam. Dan kan hij niet alleen schadelijke rupsen bestrijden maar ook een schadelijke vlieg. Ook kan het organisme zodanig aangepast worden dat het zijn werkzaamheid onder ongunstigere klimatologische omstandigheden behoudt. Tot nu toe worden maar een paar middelen buiten Europa gebruikt. Nederland wil erop voorbereid zijn als bedrijven een toelating voor dergelijke middelen tot de Europese markt aanvragen. Uit onderzoek van het RIVM blijkt dat de huidige Europese wettelijke instrumenten toereikend zijn om de veiligheid van dergelijke producten te garanderen. Europese wetgeving dekt de milieuveiligheid, de veiligheid voor omwonenden van landbouwgebieden en voor werknemers volledig af. Ook de belangrijkste aspecten voor voedsel- en veevoederveiligheid worden door Europese wetgeving afgedekt. Een uitzondering hierop is de hypothetische casus dat de samenstelling van een voedsel- of veevoederproduct wordt veranderd door een genetisch gemodificeerd microbieel gewasbeschermingsmiddel. Dit kan het geval zijn wanneer een genetisch gemodificeerd micro-organisme als gevolg van de modificatie invloed heeft op stofwisselingsprocessen in een plant waardoor allergene of giftige stoffen worden gevormd. Deze stoffen zouden dan in de voedsel- en veevoederproducten kunnen zitten, geconsumeerd kunnen worden en daardoor schadelijk zijn voor mens en dier. Hier zijn echter nog geen concrete voorbeelden van bekend. Voorgesteld wordt om, mochten er aanwijzingen zijn dat een plant gifstoffen of allergenen kan produceren als gevolg van de interactie met het genetisch gemodificeerd micro-organisme, dit van geval tot geval in de risicobeoordeling mee te wegen.