Naar inhoud
Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu

Endocrine disrupting chemicals within EU legal frameworks: environmental perspective | RIVM

Jaar: 2016 Documenten: 1
De Europese Commissie stelde onlangs criteria voor op basis waarvan hormoonverstorende stoffen als zodanig kunnen worden geïdentificeerd. De criteria betreffen niet alleen hormoonverstoring bij de mens, maar ook in het milieu. Dit is een stap vooruit, maar het RIVM constateert dat de datavereisten in de huidige wet- en regelgeving hier niet goed op aansluiten. Het pleit voor een slimme teststrategie zodat snel kan worden ingezoomd op de stoffen die het eerst moeten worden aangepakt. Bovendien is een betere afstemming tussen de diverse wettelijke kaders noodzakelijk om het gewenste doel te bereiken. Hormoonverstorende stoffen vormen een bedreiging voor mens en milieu. De huidige, verplichte dossiervereisten zijn erop gericht schadelijke effecten van stoffen te bepalen. Ze zeggen echter meestal weinig over het precieze werkingsmechanisme van de stof en de manier waarop de waargenomen effecten tot stand komen. Deze twee elementen zijn juist nodig om een stof volgens het commissievoorstel als hormoonverstorend te identificeren. Het RIVM verwacht dat dit kennishiaat overheden zal belemmeren om deze stoffen snel te kunnen aanpakken. De Europese commissie stelt ook dat alle beschikbare wetenschappelijke gegevens op een systematische manier moeten worden meegewogen bij het beoordelen van een stof. Volgens het RIVM is het huidige proces van stofbeoordeling daar echter niet op ingericht. Hormoonverstoring is inmiddels als aandachtspunt opgenomen in diverse Europese wettelijke kaders die erop zijn gericht de risico's van chemische stoffen te beperken: REACH, biociden, gewasbeschermingsmiddelen en (dier)geneesmiddelen. Het RIVM constateert dat er verschillen zijn tussen deze kaders. De beperkingen voor het gebruik van een hormoonverstorende stof zijn in het ene beleidskader soms aanmerkelijk strenger dan voor dezelfde stof in een ander kader. Het RIVM pleit nadrukkelijk voor een betere harmonisatie op Europees niveau. De huidige milieurisicobeoordeling en gevaarsindeling van stoffen is vooral gebaseerd op effecten die direct doorwerken op de populaties van organismen in ecosystemen, zoals sterfte, groei en voortplanting van organismen. Studies naar hormoonverstoring meten ook andere effecten, zoals veranderingen in de eiwitten die nodig zijn voor de ontwikkeling van de eidooier in vissen. Bij dit soort effecten is het niet eenvoudig te bepalen of ze de hele populatie bedreigen. Het RIVM vindt echter dat deze bredere effecten ook moeten worden meegewogen bij de beoordeling van stoffen.