Naar inhoud
Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu

Contra-expertise op bepalingen van radioactiviteit van afvalwater en ventilatielucht van Urenco Nederland BV : Periode 2015 | RIVM

Jaar: 2017 Documenten: 1
Het RIVM controleert acht keer per jaar de metingen die de verrijkingsfabriek Urenco Nederland BV verricht in lozingen van radioactiviteit in afvalwater en ventilatielucht. Deze ‘contra-expertise’ dient als controle op de betrouwbaarheid van de analyses die Urenco zelf uitvoert. De te analyseren monsters worden verspreid over het jaar door Urenco genomen. Doorgaans komen de afvalwateranalyses overeen met de resultaten van Urenco. Uit de metingen blijkt dat de activiteitsconcentraties in afvalwater in vijf van de acht monsters betrekkelijk laag zijn; 4 - 8 kBq.m-3 voor totaalalfa en 4 - 9 kBq.m-3 voor totaal-bèta. In de overige drie monsters was er sprake van een zeer lage totaal-alfa, -bèta activiteit en gamma- activiteit. De resultaten van de RIVM en Urenco kwamen goed overeen. De radioactiviteit in ventilatielucht ligt zeer dicht bij het niveau van de hoeveelheid radon die van nature in de buitenlucht aanwezig is. Voor totaal alfa is een activiteitsconcentratie van 0,006 - 1,47 mBq.m-3 gevonden en voor totaal bèta 0,02 - 0,48 mBq.m-3. De resultaten van de meetwaarden van Urenco in ventilatielucht kwamen redelijk overeen. In buitenlucht wordt de natuurlijke totaal alfa en bèta-activiteit veroorzaakt door radon-dochters, net als de verhouding tussen de totaal alfa- en totaal bèta-activiteit. Deze natuurlijke verhouding tussen alfa en bèta activiteit wijkt sterk af van dezelfde verhouding die het gevolg zou zijn van een besmetting door uranium. Daarom is het aannemelijk dat er in 2015, tijdens de reguliere bedrijfsvoering, geen uranium in ventilatielucht is vrijgekomen. Een uitzondering is echter het koolfilterincident op 27 augustus 2015. Hierdoor is een beperkte hoeveelheid besmet koolstofpoeder naar het dak van SP5 geloosd. Het RIVM heeft op enkele plaatsen rond SP5 een bemonstering uitgevoerd. De meetresultaten van deze bemonstering zijn al in februari 2016 gerapporteerd en vallen buiten de beoordeling van de contra-expertise onder reguliere omstandigheden. RIVM heeft de contra-expertises in 2015 uitgevoerd in opdracht van de Autoriteit Nucleaire Veiligheid en Stralingsbescherming (ANVS).