Naar inhoud
Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu

Tuberculose in Nederland 2017 : Surveillancerapport - inclusief rapportage monitoring van interventies | RIVM

Jaar: 2018 Documenten: 1
In 2017 is het aantal tuberculosepatiënten in Nederland aanzienlijk afgenomen, na een toename in de twee jaar ervoor. In 2017 zijn 787 tbc-patiënten gerapporteerd, ten opzichte van 862 in 2015 en 887 in 2016. Bijna driekwart van het totale aantal tbc-patiënten in Nederland komt uit gebieden waar deze infectieziekte veel voorkomt, zoals Afrika en Azië. Net als in de voorgaande jaren kwam de grootste groep patiënten uit Eritrea (94), gevolgd door Marokko (73) en Somalië (58). Meerdere factoren zorgden voor de daling. Dat zijn onder andere de afnemende instroom van migranten in 2016 en 2017 en de afname van tuberculose onder de Nederlandse bevolking. Tuberculose wordt door een bacterie veroorzaakt en moet gemeld worden bij de GGD in de woonplaats van de patiënt. Het merendeel van de patiënten (tachtig procent) ging zelf naar een dokter; tien procent werd gevonden via de screening van een risicogroep en acht procent door personen in de omgeving van besmettelijke patiënten te onderzoeken. Door besmette contacten zo vroeg mogelijk op te sporen en te behandelen, kon worden voorkomen dat meer mensen tuberculose kregen. Tuberculose kan besmettelijk zijn, bijvoorbeeld als het in de longen zit, maar dat hoeft niet. De besmettelijkste vorm (open tuberculose) is in 2017 bij een kwart van de patiënten geconstateerd. Dit blijkt uit de cijfers over 2017. Het RIVM rapporteert deze cijfers jaarlijks om de voortgang te monitoren van maatregelen om tuberculose in Nederland terug te dringen. Hiertoe is in 2016 het Nationaal Plan Tuberculosebestrijding 2016-2020 opgesteld. Volgens dit plan moeten bijvoorbeeld alle tbc-patiënten een hiv-test aangeboden krijgen, omdat een hiv-infectie het risico op tuberculose verhoogt. In Nederland steeg het percentage tbc-patiënten dat op hiv werd getest van 28 in 2008 naar 75 in 2017. In 2017 hadden 23 tbc-patiënten een hiv-infectie. Een ander doel van het Nationaal Plan Tuberculosebestrijding 2016-2020 is dat 90 procent van tbc-patiënten de behandeling met medicijnen voltooit en dus niet voortijdig stopt. Voor een succesvolle behandeling moeten patiënten namelijk een lange periode (zes maanden of meer) verschillende medicijnen tegelijk innemen. In 2016 is dit doel behaald bij de patiënten die niet resistent zijn tegen het belangrijkste medicijn tegen tuberculose (rifampicine). De behandelresultaten van 2017 zijn nog niet bekend. Wanneer de tbc-bacterie ongevoelig is voor rifampicine, is er sprake van rifampicine-resistente tuberculose. Dan is een complexe en langdurigere behandeling nodig. In Nederland schommelde het aantal patiënten de laatste vijf jaar tussen de tien en de twintig. In 2017 waren het er elf.