Naar inhoud
Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu

The use of epidemiologic studies for the biomonitoring of harmful substances | RIVM

Jaar: 2018 Documenten: 1
Mensen staan bloot aan allerlei stoffen, ook via voedsel, die schadelijk kunnen zijn voor hun gezondheid. Om de gezondheidseffecten goed in te kunnen schatten, is het belangrijk te bepalen in hoeverre deze stoffen in het lichaam aanwezig zijn en in welke mate ze daar schade veroorzaken. Hierbij kan het helpen om concentraties van deze stoffen in lichaamsvloeistoffen en/of weefsels te meten (biomonitoring). Bij een voldoende grote groep kunnen deze concentraties worden gebruikt om de blootstelling aan deze stoffen te schatten. Bovendien kan biomonitoring, in combinatie met informatie die is verzameld in de epidemiologische studies, mogelijk aangeven welke groepen mensen een verhoogde kans op gezondheidsproblemen kunnen hebben door de blootstelling aan een bepaalde stof. In Nederland wordt een groot aantal epidemiologische studies uitgevoerd op het gebied van de volksgezondheid. Het bloed en de urine dat bij sommige studies wordt verzameld, kan mogelijk gebruikt worden voor toekomstige biomonitoring van schadelijke stoffen. Het RIVM heeft van vier studies onderzocht of ze geschikt zijn om de blootstelling aan schadelijke stoffen in bloed en/of urine (biomonitoring) te meten. Dat blijkt voor alle vier, in meer of mindere mate, het geval te zijn. Wel verschillen de eigenschappen van de studies waardoor niet alleen de stof maar ook de precieze vraagstelling van de toekomstige monitoringstudie bepaalt welke studie het meest geschikt is. Voor dit onderzoek is eerst bekeken aan welke eisen een stof moet voldoen om via biomonitoring gemeten te kunnen worden en welk biologisch materiaal hiervoor geschikt is. Voorts is beschreven aan welke eisen een epidemiologische studie zou moeten voldoen om in aanmerking te komen voor biomonitoringsdoeleinden. Daarna zijn belangrijkste kenmerken van vier Nederlandse epidemiologische studies geïnventariseerd. De vier studies zijn gekozen omdat het RIVM eenvoudig toegang heeft tot de gegevens.