Naar inhoud
Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu

Monitoring van reguliere lozingen van radioactiviteit bij niet-nucleaire installaties | RIVM

Jaar: 2019 Documenten: 1
Ondernemers hebben een vergunning nodig om radioactiviteit te mogen lozen naar lucht, oppervlaktewater en/of riool. Voorbeelden zijn ziekenhuizen, universiteiten en industrie. De vergunninghouders moeten aantonen dat de hoeveelheid radioactiviteit die zij lozen binnen de toegestane hoeveelheid blijft. Het RIVM heeft de mogelijkheid onderzocht om vergunninghouders op een uniforme manier monitoring te laten doen. Aanleiding voor dit onderzoek is de in 2018 herziene wetgeving. Een mogelijke aanpak is om het monitoren van lozingen in drie categorieën in te delen: Vergunninghouders zijn ook wettelijk verplicht om er alles aan te doen de lozingen van radioactief materiaal zo laag als redelijkerwijs mogelijk te houden (optimalisatie). Uit dit onderzoek blijkt dat er enigeoptimalisatie plaatsvindt, en dat er maatregelen genomen worden om de lozingen te beperken. Vergunninghouders gaven aan dat de daadwerkelijke lozingen veel lager zijn dan de vergunde lozingen. 1.Lozingen hoeven niet te worden gemonitord zolang de verwachte dosis van de vergunde lozing onder de 10 µSv per jaar blijft. In dit geval kan de lozing op basis van de ingekochte hoeveelheid worden bepaald. 2.Bij een hogere verwachte dosis, vanaf 10 µSv per jaar, moeten vergunninghouders met berekeningen aantonen dat zij de lozingslimiet niet overschrijden. Maatregelen om de lozingen te beperken, zoals filters, worden in de berekening meegenomen. 3.Bij lozingen net onder de dosisbeperking moet met metingen worden aangetoond dat de lozingen onder de vergunde lozingslimiet blijven. Vergunninghouders zijn ook wettelijk verplicht om er alles aan te doen de lozingen van radioactief materiaal zo laag als redelijkerwijs mogelijk te houden (optimalisatie). Uit dit onderzoek blijkt dat er enigeoptimalisatie plaatsvindt, en dat er maatregelen genomen worden om de lozingen te beperken. Vergunninghouders gaven aan dat de daadwerkelijke lozingen veel lager zijn dan de vergunde lozingen.