Naar inhoud
Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu

Inventarisatie van gewasbescherming toepasbaar in de teelt van cannabis binnen het "Experiment met een gesloten coffeeshopketen" | RIVM

Jaar: 2020 Documenten: 1
In het regeerakkoord is een experiment opgenomen om cannabis vier jaar lang volgens regels te telen en verhandelen. Tijdens dit experiment mogen maximaal 10 telers cannabis voor recreatief gebruik telen. Het RIVM heeft uitgezocht welke ziekten en plagen bij deze teelt kunnen ontstaan. Ook is geïnventariseerd hoe deze ziekten en plagen kunnen worden voorkomen of bestreden met natuurlijke vijanden of met gewasbeschermingsmiddelen die 'passen binnen een biologische teelt'. Voor ziekten en plagen waar geen of te weinig biologische mogelijkheden voor bestaan, zoals schimmels, zijn enkele reguliere gewasbeschermingsmiddelen geselecteerd. De meeste plagen zijn met natuurlijke vijanden te bestrijden, zoals bepaalde kevers en wespen. Dat geldt niet voor de ziekten toprot en echte meeldauw. Deze ziekten kunnen een sterke daling van de oogst veroorzaken. Hiervoor heeft het RIVM een klein aantal gewasbeschermingsmiddelen geselecteerd die passen binnen de biologische teelt. Om deze ziekten goed te kunnen bestrijden zijn mogelijk ook gewasbeschermingsmiddelen nodig die niet passen binnen de biologische teelt. Het kan zijn dat restanten van gewasbeschermingsmiddelen op de cannabis achterblijven. Als het middel volgens voorschriften wordt gebruikt, ligt bij vier van tien geselecteerde middelen de geschatte hoeveelheid die een cannabisgebruiker maximaal kan binnenkrijgen, ruim onder de grenzen die voor de gezondheid zijn bepaald. Voor de zes andere middelen hoeft niet te worden bepaald hoeveel er maximaal op de plant achterblijft, omdat deze stoffen geen risico vormen voor de cannabisgebruiker. De blootstelling aan de onderzochte gewasbeschermingsmiddelen via het gebruik van cannabis is daarom niet schadelijk voor de cannabisgebruiker. De WUR (University of Wageningen), BMC (Bureau Medicinale Cannabis), NVWA (Nederlandse Voedsel en Warenautoriteit, expertiseteam Natuur & Gewasbescherming), Ctgb (College ter beoordeling van gewasbeschermingsmiddelen en biociden) en twee producenten hebben informatie geleverd voor dit rapport. Het rapport en de conclusies zijn opgesteld door het RIVM.