Naar inhoud
Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu

Uitvoeringstoets implementatie Niet-Invasieve Prenatale Test (NIPT) | RIVM

Jaar: 2020 Documenten: 1
Zwangeren kunnen laten onderzoeken of hun ongeboren kind down-, edwards- en patausyndroom heeft. Lange tijd werd dit bepaald met de combinatietest. Dat is een bloedonderzoek bij de zwangere en een echo bij het kind. Sinds 2017 kunnen zwangere vrouwen ook voor een ander bloedonderzoek kiezen: de niet-invasieve prenatale test (NIPT). De voorwaarde is wel dat de vrouwen meedoen aan een onderzoek naar deze test (TRIDENT-studies). De NIPT ontdekt meer kinderen met down-, edwards- of patausyndroom en de uitslag klopt vaker dan bij de combinatietest. Zwangeren kunnen de NIPT vanaf de 11e week van de zwangerschap laten doen. De onderzoeken naar de NIPT stoppen in 2023. Uit deze zogeheten uitvoeringstoets van het RIVM blijkt dat het mogelijk is de NIPT in 2023 in het landelijke screeningsprogramma in te voeren. Er is hiervoor voldoende draagvlak bij de beroepsgroepen en andere betrokken partijen. Het blijkt niet haalbaar om de combinatietest naast de NIPT te blijven aanbieden. Het is ingewikkeld maar haalbaar om de NIPT in te voeren. De invoering heeft gevolgen voor alle processen in het programma, van communicatie- en voorlichtingsmaterialen tot ict. Daarnaast moeten onder andere de laboratoria die de NIPT uitvoeren, de laboratoriumproducten en de locaties waar bloed wordt afgenomen op een eerlijke manier worden geselecteerd. Zo'n aanbesteding kost veel tijd. De onderzoeken die nu voor de NIPT lopen, moeten de komende jaren worden afgebouwd, net als de combinatietest. Het RIVM heeft de uitvoeringstoets in opdracht van het ministerie van VWS gedaan. De minister besluit onder andere op basis van deze resultaten of de NIPT wordt ingevoerd in het landelijke screeningsprogramma.