Naar inhoud
Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu

Meet- en bemonsteringsmethoden voor radioactieve materialen | RIVM

Jaar: 2021 Documenten: 1
Bij sommige handelingen kunnen materialen overblijven die licht radioactief zijn, bijvoorbeeld bij industriële processen of na behandelingen in ziekenhuizen. Het is dan belangrijk om te weten of de materialen als radioactief afval moeten worden afgevoerd of mogen worden hergebruikt. Daarom moet met metingen worden bepaald of de radioactiviteit niet te hoog is. Soms is het niet mogelijk om het hele materiaal te meten, bijvoorbeeld bij grote voorwerpen, of een grote berg puin. Dan worden daar monsters van genomen. Het RIVM heeft op een rij gezet met welke methode radioactiviteit in materialen kan worden bemonsterd en gemeten. Er staan namelijk geen duidelijke voorschriften voor meten en bemonsteren in de Nederlandse wet- en regelgeving over stralingsbescherming. Ook geldt er sinds 2018 nieuwe, strengere, regelgeving voor radioactiviteit in materialen. Het RIVM heeft dit onderzoek gedaan in opdracht van de Autoriteit Nucleaire Veiligheid en Stralingsbescherming (ANVS). Het RIVM heeft elke methode om radioactief afval te meten of te bemonsteren beschreven en kort samengevat. Daarnaast heeft het een stappenplan gemaakt. Hierin staat waar bij de metingen rekening mee moet worden gehouden om het afval te kunnen vrijgeven voor hergebruik. Ondernemers kunnen het overzicht en het stappenplan gebruiken om hun afval goed te verwerken. Ten slotte blijkt uit het overzicht voor welke situaties nog geen geschikte methode bestaat. Door de strengere wetgeving is vaker andere, meestal dure, laboratoriumapparatuur nodig die lagere hoeveelheden radioactiviteit kan meten. Verder kan het lastig zijn om de radioactiviteit te meten. Bijvoorbeeld als het afval bestaat uit verschillende soorten materialen. Of als de concentraties zo laag zijn dat ze dicht bij het toegestane hoeveelheid liggen.