Naar inhoud
Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu

Radioactieve rest- en afvalstoffen bij ontmanteling van cyclotrons in Nederland | RIVM

Jaar: 2023 Documenten: 1
Cyclotrons zijn machines die deeltjes versnellen. De meeste cyclotrons in Nederland worden gebruikt om radioactieve stoffen te maken die kanker opsporen. Tijdens het gebruik van een cyclotron wordt al het materiaal in en om het apparaat bestraald en kan dan radioactief worden. Veel cyclotrons in Nederland zijn al een tijd in gebruik en sommige zijn aan vervanging toe. Bij de ontmanteling ervan komt het radioactieve metaal en beton vrij. De vraag is wat er met dit materiaal moet gebeuren. Het RIVM onderzocht daarom hoeveel restmateriaal er is en hoe radioactief dat is. Hierbij zijn alleen grote hoeveelheden materiaal (bulk) bekeken: de grote metalen onderdelen en het beton van de bunkers waarin cyclotrons staan. De hoeveelheid radioactief restmateriaal is per cyclotron anders. Voor alle cyclotrons in Nederland samen kan tot 7.000 ton radioactief restmateriaal vrijkomen. Een groot deel van het restmateriaal blijkt heel laagradioactief te zijn, waardoor het geen gevaar veroorzaakt voor mensen of de omgeving. Daarmee is het waarschijnlijk geschikt voor ‘specifieke vrijgave’. Dan mag het onder specifieke voorwaarden bijvoorbeeld worden gerecycled. Per geval moet worden beoordeeld of dat inderdaad kan. Recycling is wenselijk vanwege de circulaire economie. Als het radioactieve materiaal gerecycled kan worden, is opslag niet meer nodig. Normaal gesproken moet radioactief afval naar een specifieke plek worden afgevoerd: de Centrale Opslag Voor Radioactief Afval ( COVRA Centrale Organisatie Voor Radioactief Afval (Centrale Organisatie Voor Radioactief Afval) ) in Zeeland. De eigenaars van het afval – in dit geval de ondernemingen en ziekenhuizen die de cyclotrons hebben gebruikt – moeten de COVRA voor deze opslag betalen. Het kost 35 miljoen tot 50 miljoen euro om de 7.000 ton radioactief restmateriaal op te slaan. Deze kosten kunnen door recycling bijna helemaal wegvallen. Voor dit onderzoek verzamelde het RIVM informatie uit het buitenland. Ook sprak het RIVM met gebruikers van cyclotrons in Nederland.