Naar inhoud
Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu

Eerste inzicht in emissies van chemische stoffen bij wind op land. Resultaten quickscan | RIVM

Jaar: 2023 Documenten: 1
Windenergie is een belangrijk alternatief voor energie uit fossiele grondstoffen. In Nederland wordt deze energie opgewekt met windturbines op zee en op land. Voor de productie van windturbines worden materialen en chemische stoffen gebruikt. Zo zit er een beschermende verflaag (coating) op de mast en de bladen waar chemische stoffen in zitten. Dit kunnen stoffen zijn die schadelijk zijn voor het milieu. Deze stoffen, en de microplastics uit de verflaag op de bladen, kunnen door wind en regen ervan af slijten. Het is aannemelijk dat deze stoffen en microplastics hierdoor in de bodem en het water terechtkomen. Er is alleen nog weinig bekend over de stoffen waarover het precies gaat en hoeveel van elke stof vrij komt. Deze kennis is nodig om te kunnen bepalen of emissies van stoffen uit windturbines schadelijk zijn voor mens en milieu. Ook is het belangrijk om de schatting van de vrijgekomen hoeveelheid microplastics te verfijnen. Meer onderzoek is daarom nodig. Dit blijkt uit een verkenning van het RIVM, naar de uitstoot van chemische stoffen en microplastics bij windturbines op land. Deze quickscan is gedaan in opdracht van het Ministerie van Economische Zaken en Klimaat ( EZK Economische Zaken en Klimaat (Economische Zaken en Klimaat) ). In de coatings zitten chemische stoffen die volgens Europese wetgeving als gevaarlijk voor mens en milieu zijn beoordeeld. Deze stoffen kunnen met regenwater in het milieu terechtkomen. Laboratoriumonderzoek naar ‘slijtagevocht’ van bouwwerken voor water en wegen laat zien dat de stoffen inderdaad schadelijk kunnen zijn voor organismen. En dat dit per type coating sterk kan verschillen. Het is nog niet duidelijk of dit in de praktijk geldt voor slijtagevocht van de coatings op windturbines. Naar schatting komen er per jaar per turbine tussen de 3,1 gram tot 14 kilogram microplastics vrij. Het hangt er onder andere van af of technieken worden gebruikt die slijtage kunnen beperken. Het is nu niet bekend in welke mate de sector deze technieken gebruikt op de bladen van windturbines in Nederland. Ook heeft het RIVM gekeken naar het gas zwavelhexafluoride (SF6) dat in de generator van windturbines zit. Dit isolatiegas is bedoeld om stroomvonken tegen te gaan. SF6 is een broeikasgas waarvoor strenge wettelijke regels gelden om de uitstoot te beperken. Door lekkage kan, naar verwachting, een kleine hoeveelheid SF6 vrijkomen uit de windturbines. De effecten op het klimaat hiervan lijken klein ten opzichte van de winst van de verminderde CO2 carbon dioxide (carbon dioxide) uitstoot door het gebruik van windturbines.