Naar inhoud
Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu

Beoordeling van chemische stoffen bij gebruik van teruggewonnen cellulose. Een eerste aanzet tot het vaststellen van triggerwaarden | RIVM

Jaar: 2023 Documenten: 1
Nederland wil in 2050 een circulaire economie hebben en slim met grondstoffen omgaan. Grondstoffen die nu als afval worden gezien, willen we zo veel mogelijk opnieuw gebruiken. Een van de mogelijkheden is om cellulose uit wc-papier uit rioolwater te halen. Dit kan bijvoorbeeld opnieuw worden gebruikt in verpakkingsmateriaal, als bodemverbeteraar en in asfalt. Het is belangrijk dat het gebruik van deze teruggewonnen materialen veilig is voor mens en milieu. Daarvoor moeten we weten welke chemische stoffen erin zitten en of die concentraties veilig zijn. Om de veiligheid te kunnen bepalen kan worden gewerkt met zogeheten triggerwaarden. Als de concentraties van stoffen lager zijn dan deze triggerwaarden, is het gebruik veilig voor mens en milieu. Zo niet, dan is een uitgebreidere risicobeoordeling nodig. Het RIVM heeft triggerwaarden bepaald voor een eerste stap in de risicobeoordeling van teruggewonnen cellulose. Er zijn drie scenario’s uitgewerkt voor een veilig hergebruik: Er zijn hier drie scenario’s voor uitgewerkt: voor blootstelling van de mens, waterorganismen en bodemorganismen. De triggerwaarden voor de mens en bodem liggen dicht bij elkaar, voor oppervlaktewater is deze veel strenger. Daardoor is het niet gewenst met één triggerwaarde te werken. De keuzes in de scenario’s zijn zo gemaakt dat de kans op veilig gebruik van teruggewonnen cellulose zo groot mogelijk is. De scenario’s zijn daarom gebaseerd op een worst-case situatie. Hierbij is zoveel mogelijk aangesloten bij bestaande scenario’s uit wet- en regelgeving voor chemische stoffen. Dit onderzoek is een eerste aanzet om algemene triggerwaarden te bepalen voor teruggewonnen cellulose. Er zijn nog veel onzekerheden. Zo is niet bekend hoe snel chemische stoffen vanuit de cellulose in het milieu en de mens komen als het in nieuwe producten wordt gebruikt. Het RIVM beveelt aan de triggerwaarden te evalueren en te verfijnen wanneer er meer kennis is over stoffen die in teruggewonnen cellulose zitten. Dit onderzoek kan ook helpen om triggerwaarden te ontwikkelen voor de beoordeling van de veiligheid van andere materialen.