Naar inhoud
Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu

Voedingsstatusonderzoek van het RIVM. Handvat voor meerjarig programmeren, breder plannen en prioriteren | RIVM

Jaar: 2023 Documenten: 1
Een voedingsstatusonderzoek beoordeelt de hoeveelheid vitamines en mineralen (microvoedingsstoffen) die mensen in hun lichaam hebben. Dit is voor de meeste voedingsstoffen de beste methode en gebeurt meestal door bloed of urine te analyseren. Daaruit blijkt of mensen te veel of te weinig voedingsstoffen in hun lichaam hebben. Deze informatie wordt gebruikt om in kaart te brengen hoeveel voedingsstoffen inwoners van Nederland binnenkrijgen. Ook wordt het gebruikt om het advies van de Gezondheidsraad over voedingssupplementen en het voedingsbeleid van de overheid te onderbouwen. Het RIVM heeft nu een overzicht gemaakt van het voedingsstatusonderzoek dat het tussen 2005 en 2019 heeft gedaan. Op basis hiervan kan worden bepaald naar welke voedingsstof meer onderzoek nodig is. Dit blijkt bijvoorbeeld hoog nodig te zijn voor vitamine B2, D, ijzer, jodium en calcium. Voor de meeste stoffen is dit signaal al eerder gegeven. Er zijn namelijk aanwijzingen dat volwassenen en zwangeren te weinig vitamine B2 binnenkrijgen, en zwangeren te weinig vitamine D. Meisjes en vrouwen in de vruchtbare leeftijd krijgen mogelijk te weinig ijzer binnen. Deze tekorten kunnen bijvoorbeeld vermoeidheid veroorzaken. Verder is onderzoek nodig naar jodium in de urine bij kinderen en zwangere vrouwen; bij zwangeren is dat al begonnen. Volwassenen, kinderen en zwangeren krijgen mogelijk te weinig calcium binnen. Deze aanwijzingen komen uit de Voedselconsumptiepeiling ( VCP Voedselconsumptiepeiling (Voedselconsumptiepeiling) ) waarvoor mensen zelf opgeven hoeveel ze eten en drinken. Een voedingsstatus onderzoek kan checken of er ook echt te weinig voedingsstoffen in het lichaam zitten. Als dat het geval is, kan er beleid voor worden gemaakt. Een voedingsstatusonderzoek is ook geschikt voor voedingsstoffen die niet of moeilijk via de VCP in kaart kunnen worden gebracht, zoals jodium of vitamine D. Verder kan een voedingsstatusonderzoek nuttig zijn voor bepaalde bevolkingsgroepen, zoals jonge kinderen en zwangere vrouwen. Voor sommige bevolkingsgroepen is er nu nog weinig over bekend. Het RIVM wil het voedingsstatusonderzoek in de toekomst beter uitvoeren en doet daar aanbevelingen voor. Zo is het belangrijk beter in kaart te brengen voor welke voedingsstof onderzoek gewenst is. Ook kan tijd en geld worden bespaard door de inname van meerdere voedingstoffen tegelijk te bepalen; dat gebeurt nu per stof. Dit kan door een structureel plan voor de toekomst te maken om meerdere voedingsstoffen tegelijk te onderzoeken.