Naar inhoud
Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu

De uitloging van PFAS uit grond en bagger verwerken in bodemnormen. Mogelijkheden verkend | RIVM

Jaar: 2024 Documenten: 1
Wanneer grond en bagger op de bodem worden aangebracht, kunnen hieruit stoffen vrijkomen die na jaren in het grondwater terechtkomen. Dit heet: uitloging. De kans dat stoffen uitlogen en zo het grondwater vervuilen is niet voor alle stoffen even groot. Dit hangt vooral af van de concentraties en de mate waarin stoffen kunnen binden aan de bodemdeeltjes. De kans dat stoffen uitlogen in grond- en oppervlaktewater is nu niet in de normen voor grond en bagger verwerkt. Het RIVM heeft verkend of het mogelijk is om dit voor PFAS Per- en polyfluoralkylstoffen (Per- en polyfluoralkylstoffen ) wel te doen. De aanleiding is dat er steeds meer bekend wordt over PFAS in de bodem en hoe ze zich daar ‘gedragen’. Er bestaan heel veel verschillende PFAS. Een deel van de stoffen uit de groep PFAS kunnen vanuit de bodem vrij snel het grondwater bereiken. Dit kan gevolgen hebben voor de bereiding van drinkwater uit grondwater. Het RIVM heeft met modelberekeningen voorspeld hoe PFAS uitlogen uit grond en bagger. Dit is gedaan voor twee typen die bijna overal in Nederlandse bodem en bagger zitten: PFOS perfluoroctaansulfonaten (perfluoroctaansulfonaten) en PFOA perfluoroctaanzuur (perfluoroctaanzuur ) . Voor deze twee stoffen is een begin gemaakt om de concentraties (risicogrenzen) te berekenen die in bodem of bagger mogen voorkomen zonder de normen in grond- of oppervlaktewater te overschrijden. Dit is nadrukkelijk een eerste stap in deze berekeningen. Modelberekeningen over de kans dat stoffen uitlogen, versimpelen namelijk altijd de werkelijkheid. Dat komt omdat uitloging een ingewikkeld proces is dat van veel factoren afhangt. Ook weten we dat PFAS zich in de bodem anders gedragen dan veel andere stoffen. De keuzes die voor deze verkenning zijn gemaakt zijn daarom meestal voorzichtig. Om hier verder mee te komen zijn nog belangrijke keuzes nodig. Daarbij valt te denken aan het aantal te hanteren varianten en de risicogrenzen in grond- en oppervlaktewater die gehanteerd worden. Pas dan zijn de berekende waarden geschikt om beleid voor hergebruik van grond en bagger te onderbouwen. Het RIVM geeft daarom ook aanbevelingen om de modellering te verbeteren. Het ministerie is voornemens om het huidige normenkader voor bodem op termijn te herijken. Hierbij wordt onder andere ook gewerkt aan een evaluatie van de uitloognormering voor bouwstoffen. Voor de invulling van de hiervoor genoemde nog te maken keuzes kan waar mogelijk aansluiting gezocht worden bij de bredere herijking van het normenkader. Deze verkenning is in opdracht van het ministerie van Infrastructuur en Waterstaat ( IenW Ministerie van Infrastructuur en Waterstaat (Ministerie van Infrastructuur en Waterstaat ) ) gemaakt.