Naar inhoud
Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu

Validatie analyse piekbelasters | RIVM

Jaar: 2024 Documenten: 1
Met de landelijke aanpak piekbelasting wil het kabinet stikstofdepositie in kwetsbare natuurgebieden terugdringen. Onder de aanpak piekbelasting vallen verschillende regelingen, waaronder de ‘landelijke regeling om veehouderijen met piekbelasting te beëindigen’ (Lbv-plus). Voor de Lbv-plus liet het ministerie van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit ( LNV Ministerie van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit (Ministerie van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit) ) eerder vijf varianten doorrekenen om te bepalen onder welke voorwaarden bedrijven voor de regeling in aanmerking kunnen komen. Gekozen is voor de variant met bedrijven die de hoogste vracht aan stikstofdepositie veroorzaken op de overbelaste stikstofgevoelige Natura 2000-gebieden, binnen een straal van 25 kilometer rond het bedrijf. Er wordt dan ingegrepen op zo min mogelijk bedrijven om de grootste daling in de stikstofdepositie te bereiken. Op verzoek van LNV heeft het RIVM nu deze vijf varianten gecontroleerd. Het RIVM heeft dit met eigen berekeningen gedaan en hiervoor actuelere gegevens gebruikt. Hieruit blijkt dat de gekozen variant inderdaad de grootste stikstofwinst geeft. LNV verwacht dat 20 procent van de bedrijven die voor de aanpak piekbelasting in aanmerking komen, meedoen met de Lbv-plus. Dit zijn ongeveer 600 bedrijven. Als dat gebeurt, dan daalt de gemiddelde stikstofdepositie in de kwetsbare natuur naar schatting met ongeveer 40 mol stikstof per hectare per jaar, op een gemiddelde overbelasting van de kritische depositiewaarde (KDW) van 385 mol stikstof per hectare per jaar. Het werkelijke effect kan pas berekend worden als bekend is welke bedrijven er meedoen. Hun emissie en ligging ten opzichte van de natuur zijn hierbij bepalend en geven een marge van tientallen procenten op het resultaat. Daarnaast is natuurlijk het aantal deelnemers bepalend. LNV gaat uit van 600 bedrijven maar een range van 100 tot 700 bedrijven levert een depositiereductie van 7 tot 47 mol stikstof per hectare per jaar. Met de door het RIVM gebruikte actuelere gegevens daalde de geschatte depositie iets meer dan LNV eerder had laten berekenen. Dit heeft verschillende oorzaken. Het RIVM gebruikte bijvoorbeeld de emissiefactoren uit de Emissieregistratie om de depositie te bepalen, terwijl LNV eerder emissiefactoren uit de wettelijke ‘Rav-richtlijn’ gebruikte. Emissiefactoren uit de dagelijkse praktijk zijn hoger dan die in de Ravrichtlijn. Ook was in de nieuwere cijfers het aantal dieren hoger omdat het aantal dieren per bedrijf gemiddeld toeneemt.
Documenten (1)