Naar inhoud
Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu

Landbouwpraktijk en waterkwaliteit op landbouwbedrijven aangemeld voor derogatie in 2023 | RIVM

Jaar: 2025 Documenten: 1
Sinds 2006 mogen bepaalde landbouwbedrijven in Nederland meer dierlijke mest op hun land gebruiken dan de Europese Nitraatrichtlijn voorschrijft. Zij moeten hiervoor een vergunning hebben en aan bepaalde voorwaarden voldoen, zoals minimaal 80 procent grasland hebben. Deze verruiming heet derogatie. Het RIVM en Wageningen Social & Economic Research monitoren elk jaar de bedrijfsvoering en de waterkwaliteit bij 300 bedrijven die van derogatie gebruikmaken. De afgelopen jaren mochten bedrijven elk jaar minder mest gebruiken omdat de derogatie tot 2026 wordt afgebouwd. Naast deze beleidsmatige verandering gebruiken boeren mest al jaren efficiënter om gewassen zo goed mogelijk te laten groeien (de zogeheten landbouwpraktijk). Het 'stikstofbodemoverschot' is daardoor gemiddeld gedaald, vooral tussen 2006 en 2017. Dit betekent dat er minder stikstof in de bodem overblijft dat als nitraat met regenwater kan wegzakken naar diepere lagen in de bodem, en zo in het grondwater terechtkomt. 2023 was een uitzonderlijk jaar met het laagste stikstofbodemoverschot sinds de eerste metingen voor deze monitor in 2006. Naast de ontwikkelingen in de landbouwpraktijk had het weer, met de vele neerslag in 2023 en 2024, invloed op de nitraatconcentraties in het grondwater. Wanneer er langere tijd meer neerslag valt dan gemiddeld, wordt er meer nitraat in de bodem afgebroken en met meer water vermengd. Daardoor is de concentratie nitraat in het grondwater lager. Hierdoor lag in 2024 de gemiddelde concentratie nitraat in de bovenste meter van het grondwater op derogatiebedrijven in alle regio's ruim onder de norm van 50 milligram per liter grondwater. Deze daling ontstond nadat de nitraatconcentratie in het bovenste grondwater in de jaren ervoor juist hoger was geworden. Dat kwam door de droge jaren 2018, 2019 en 2020. Door droogte breekt er minder nitraat af in de bodem, waardoor er meer achterblijft en vervolgens in het grondwater terechtkomt. Daardoor stijgt de nitraatconcentratie in het grondwater. Het RIVM en Wageningen Social & Economic Research voeren de monitoring uit in opdracht van het ministerie van Landbouw, Voedselzekerheid, Visserij en Natuur ( LVVN Ministerie van Landbouw, Visserij, Voedselzekerheid en Natuur (Ministerie van Landbouw, Visserij, Voedselzekerheid en Natuur ) ).