Naar inhoud
Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu

Contra-expertise op bepalingen van radioactiviteit in afvalwater en ventilatielucht van COVRA NV. Periode 2024 | RIVM

Jaar: 2025 Documenten: 1
De Centrale Organisatie voor Radioactief Afval ( COVRA Centrale Organisatie Voor Radioactief Afval (Centrale Organisatie Voor Radioactief Afval) ) meet hoeveel radioactiviteit zij in afvalwater en ventilatielucht loost. Het RIVM krijgt van COVRA monsters van afvalwater en ventilatielucht en meet hoeveel radioactiviteit daarin zit. Elk jaar vergelijkt het RIVM deze metingen met de resultaten van COVRA. De Autoriteit Nucleaire Veiligheid en Stralingsbescherming (ANVS) gebruikt deze 'contra-expertise' om in te schatten hoe betrouwbaar de metingen van de nucleaire installatie zijn. Net als in de jaren ervoor kwamen de analyses van afvalwater door het RIVM in 2024 goed overeen met de resultaten van COVRA. Het gammaspectrometrische resultaat, de resultaten van de totaal-bèta bepaling, en de tritiumbepaling kwamen goed overeen. Het resultaat in de 14Cbepaling in afvalwater kwam redelijk overeen. Het resultaat van de totaal-alfa activiteitsconcentratie was bij COVRA en het RIVM net boven de detectiegrens, met een matige overeenstemming. Verder kwamen de resultaten van het RIVM en COVRA van de ventilatieluchtmonsters van het Afvalverwerkingsgebouw ( AVG algemene verordening gegevensbescherming (algemene verordening gegevensbescherming) ) en het Hoogradioactief Afval Behandelings- en Opslag Gebouw (HABOG) goed overeen voor tritium en 14C. Er is in geen enkel monster een gammaactiviteit, of een totaal-alfa of totaal-bèta activiteit in ventilatielucht gevonden. Het RIVM voert de contra-expertises uit in opdracht van de ANVS.