Naar inhoud
Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu

Maximum Residue Limits (MRLs) for biocides in meat and dairy products. Prioritisation of substances to be monitored | RIVM

Jaar: 2026 Documenten: 1
Biociden zijn middelen om te ontsmetten en ongedierte te bestrijden. Biociden zijn vaak nuttig en noodzakelijk voor de veehouderij en om voedsel veilig op te slaan en te verwerken. Bijvoorbeeld om stallen en werkruimtes in slachthuizen te ontsmetten of om kakkerlakken en muizen in voedselopslagruimtes te doden. In biociden zitten werkzame stoffen waarvan resten kunnen achterblijven in het voedsel. De Nederlandse Voedsel- en Warenautoriteit (NVWA) wil meten welke stoffen uit biociden achterblijven in vlees- en zuivelproducten en wil weten of ze schadelijk zijn voor de gezondheid. De NVWA Nederlandse Voedsel- en Warenautoriteit (Nederlandse Voedsel- en Warenautoriteit) meet nu een klein aantal stoffen uit biociden, vooral in onbewerkte producten als rauw vlees en melk. Omdat er veel verschillende stoffen worden gebruikt, heeft het RIVM een methode ontwikkeld om te bepalen welke het beste als eerste kunnen worden gemeten. De methode gebruikt informatie over alle stoffen uit biociden die zouden kúnnen achterblijven in vlees- en zuivelproducten. Er is gekeken waarvoor biociden worden gebruikt en naar wat er bekend is over metingen in vlees- en zuivelproducten en over gezondheidseffecten. Het RIVM beveelt aan om ook in bewerkte of samengestelde voedingsmiddelen te meten. Bij de verwerking van rauwe producten tot voedingsmiddelen worden namelijk biociden gebruikt, bijvoorbeeld om machines te ontsmetten. Verder is het belangrijk om te bepalen hoeveel resten van een werkzame stof maximaal in voedingsmiddelen terecht mogen komen. De normen die daarvoor gelden heten maximale residulimieten (MRL's). Voor sommige werkzame stoffen uit biociden bestaan deze normen nog niet. Voor andere stoffen wel, omdat ze ook worden gebruikt in bestrijdingsmiddelen in de landbouw of in geneesmiddelen voor dieren. Alleen is er bij deze normen nog geen rekening mee gehouden dat mogelijke resten van biociden ook in voedingsmiddelen kunnen terechtkomen. Dat moet er dus nog in worden verwerkt. Het is nog niet duidelijk hoe dat in bestaande en nieuwe MRL maximumresidugehalte (maximumresidugehalte) 's moet worden gedaan. Voor bestrijdingsmiddelen in de landbouw en diergeneesmiddelen gelden namelijk verschillende werkwijzen om een MRL te bepalen en voor biociden is die er nog niet. Ook liggen de rollen en samenwerkingsverbanden nog niet vast voor de verschillende Europese wetgevingsinstanties die daar voor nodig zijn. Het RIVM adviseert om hierover duidelijkheid te krijgen.