Naar inhoud
Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu

Environmental emissions of cooling water biocides. Update of the Emission Scenario Document for open recirculating cooling systems | RIVM

Jaar: 2026 Documenten: 1
Januari 2026: dit is een nieuwe versie van rapport 2024-0042 Onder andere de industrie en elektriciteitscentrales hebben koelwater nodig. In koeltorens wordt opgewarmd koelwater weer afgekoeld om het opnieuw te kunnen gebruiken. In koeltorens en warmtewisselaars kunnen organismen zoals bacteriën gaan groeien, waardoor de installaties slechter gaan werken. Om dat zo veel mogelijk te voorkomen, wordt het koelwater behandeld met biociden. Een biocide is een middel met een werkzame stof die ongewenste organismen doodt. Voordat biociden in Europa op de markt mogen komen, wordt beoordeeld of ze schadelijke effecten kunnen hebben. In Nederland doet het College voor de toelating van gewasbeschermingsmiddelen en biociden (Ctgb) dat. Hiervoor berekent het Ctgb Board for the Authorisation of Plant Protection Products and Biocides (Board for the Authorisation of Plant Protection Products and Biocides) hoeveel er van een werkzame stof bij een bepaald gebruik in het milieu terechtkomt. Dit gebeurt met zogeheten emissiescenario's. Voor het emissiescenario voor gebruik van biociden in koeltorens stelt het RIVM nu enkele aanpassingen voor. Hierdoor kan preciezer worden berekend hoeveel werkzame stof uit de koeltorens naar de lucht vervluchtigt. Met de aanpassingen kan beter worden ingeschat hoeveel werkzame stof er in het milieu terechtkomt en of dat schadelijk kan zijn. De werkzame stoffen komen in het milieu terecht via het geloosde koelwater. Ook kunnen ze naar de lucht worden uitgestoten. De uitstoot naar lucht gaat via twee routes: via druppeltjes koelwater die door de luchtstroom in de koeltoren worden meegenomen, en doordat de stoffen vanuit het koelwater naar de lucht vrijkomen (vervluchtiging). Tot nu toe werd de vervluchtiging voor alle chemische stoffen met één waarde berekend. Door de voorgestelde aanpassingen kan dit nu per stof worden berekend. Hoeveel er van een stof vervluchtigt, is afhankelijk van bepaalde eigenschappen van die stof. Aanleiding voor de voorstellen zijn vragen over de rekenmethode van het Ctgb en biocidenexperts van Europese lidstaten. De aanpassingen zijn met deze experts afgestemd. Het European Chemicals Agency (ECHA) moet ze nog wel in de rekenmethode verwerken, zodat alle lidstaten van de Europese Unie ermee kunnen gaan werken.