Onderzoek uitgevoerd door de directie Internationaal Onderzoek en Beleidsevaluatie (IOB): Nederland kent al geruime tijd een groot aantal groepen die zich actief bezig houden met voorlichting en bewustwording van de Nederlandse bevolking op het terrein van de ontwikkelingsproblematiek. Vanaf het begin van de jaren zeventig heeft de Nationale Commissie Voorlichting en Bewustwording Ontwikkelingssamenwerking (NCO) daarbij een belangrijke rol gespeeld als platform voor particuliere organisaties en als subsidiegever. De Centra voor Ontwikkelingssamenwerking (COSsen) nemen binnen het veld van voorlichtings- en bewustwordingsactiviteiten een speciale plaats in vanwege hun lokale en regionale achtergrond en oriëntatie. Zij worden voornamelijk gesubsidieerd door de NCO alsook, in toenemende mate, door gemeenten en provincies.
Besluit: 1990-10-01
Onderzoek
Documenten: 6
Onderzoek uitgevoerd door de directie Internationaal Onderzoek en Beleidsevaluatie (IOB): In september 1988 verzocht de Minister voor Nederlands-Antilliaanse en Arubaanse Zaken zijn collega van Ontwikkelingssamenwerking om onder leiding van de Inspectie Ontwikkelingssamenwerking te Velde (IOV) een evaluatie te laten uitvoeren naar de hulp die in de periode 1979-1989 is gegeven te behoeve van ontwikkeling van de volkshuisvesting op de Nederlandse Antillen en Aruba. Dit verzoek was gebaseerd op het besluit dat tijdens het eindoverleg met de Nederlandse Antillen en Aruba eind 1987 dat een dergelijke evaluatie gewenst zou zijn. De hulp betreft de oprichting en ondersteuning van drie woningstichtingen op respectievelijk Curaçao, Aruba en Bonaire. In Nederland is het Kabinet voor Nederlands-Antilliaanse en Arubaanse Zaken (KABNA) verantwoordelijk voor de coördinatie van de ontwikkelingsactiviteiten met de Nederlandse Antillen en Aruba. De evaluatie werd gevraagd voor - en richt zich daarom op - de twee grootste stichtingen, te weten de Fundashon Kas Popular (FKP) op Curaçao en de Fundashon Cas pa Communidad Arubano (FCCA) op Aruba. Dit rapport betreft uitsluitend FKP. Een evaluatie van FKP werd wenselijk geacht omdat in de periode 1979-1989 de volkshuisvesting een van de belangrijkste actoren was in de ontwikkelingssamenwerking met Curaçao - de Nederlandse bijdrage aan FKP was ongeveer ƒ 247,0 miljoen of circa 30% van de fondsen die Nederland voor ontwikkelingsprojecten op Curaçao in die periode heeft besteed - en omdat er onvoldoende inzicht was in de mate waarin de doeleinden die aan de totstandkoming van deze woningcorporatie ten grondslag liggen zijn gerealiseerd.
Besluit: 1990-06-01
Onderzoek
Documenten: 4
Onderzoek uitgevoerd door de directie Internationaal Onderzoek en Beleidsevaluatie (IOB): Volkshuisvesting vormt een van de belangrijkste sectoren waarop de ontwikkelingssamenwerking van Nederland met de Nederlandse Antillen en Aruba zich in de periode 1979-1989 heeft gericht. Op Aruba was deze samenwerking geconcentreerd op de woningcorporatie Fundashon Cas pa Communidad Arubano (FCCA).
Besluit: 1990-06-01
Onderzoek
Documenten: 4
Onderzoek uitgevoerd door de directie Internationaal Onderzoek en Beleidsevaluatie (IOB): Voedselhulp is een van de oudste programma's binnen de Nederlandse ontwikkelingssamenwerking. Vanaf het begin is voedselhulp echter een zeer controversiële vorm van hulpverlening geweest. Voedselhulp wordt enerzijds gezien als een morele verplichting van de rijke landen om mensen die in hongersnood verkeren te helpen. Anderzijds wordt gewezen op de verstorende werking die van voedselhulp zou uitgaan, met name op de lokale voedselproductie. Er bestond dan ook reeds geruime tijd zowel bij de Kamer als bij het Ministerie voor Ontwikkelingssamenwerking behoefte aan een evaluatie van de Nederlandse voedselhulp, te meer daar het hier gaat om een kwantitatief belangrijke component van de Nederlandse ontwikkelingssamenwerking. In de afgelopen tien jaar bedroeg de Nederlandse voedselhulp gemiddeld bijna ƒ 300 miljoen per jaar.
Besluit: 1990-01-12
Onderzoek
Documenten: 4
Onderzoek uitgevoerd door de directie Internationaal Onderzoek en Beleidsevaluatie (IOB): Het Programma Ontwikkelingsrelevante Exporttransacties is wellicht een van de meest omstreden programma's binnen de begroting van Ontwikkelingssamenwerking vanwege zijn dualistische karakter, namelijk enerzijds gericht zijn op het stimuleren van ontwikkelingsprocessen in het ontvangende land en anderzijds het bevorderen van Nederlandse export. In deze studie heeft de nadruk gelegen op het toetsen van de ontwikkelingsrelevantie van het programma. Vanaf de aanvang van het programma, eind jaren zeventig, is door de Kamer gesteld dat bij de beoordeling van aanvragen de ontwikkelingsdoelstellingen centraal dienden te staan.
Besluit: 1990-01-02
Onderzoek
Documenten: 3