Naar inhoud

Onderzoeken Ministerie Van Buitenlandse Zaken, 1993

Zoek binnen deze data in WooGLe

Rapport – Evaluatie en monitoring. De rol van projectevaluaties en monitoring in de bilaterale hulp

Onderzoek uitgevoerd door de directie Internationaal Onderzoek en Beleidsevaluatie (IOB): Het onderzoek stelt de vraag centraal op welke wijze het instrument evaluatie de afgelopen jaren in de praktijk van de bilaterale hulp heeft gefunctioneerd, en welke factoren hierop van invloed zijn geweest. Om de toepassing en het functioneren van evaluatie te kunnen beoordelen, wordt ook aandacht geschonken aan de wijze waarop de monitoring van bilaterale hulpprojecten gestalte heeft gekregen. Het doel van de studie is het formuleren van aanbevelingen ter bevordering van de toepassing van evaluatie. De kernvragen van het onderzoek zijn: Welke vormen van evaluatie zijn in de praktijk van de bilaterale projectuitvoering te onderscheiden en in hoeverre komen deze overeen met het in de Instructie Evaluatie omschreven instrument Evaluatie? In welke mate en hoe worden de in de Instructie Evaluatie onderscheiden functies van evaluatie gerealiseerd? Welke factoren spelen daarbij een rol? Worden in de praktijk ook andere functies toegekend? In welke mate voldoet de huidige evaluatiepraktijk in de bilaterale hulp aan de wensen, verwachtingen en mogelijkheden van de verschillende bij de evaluatie betrokken partijen (landenbureaus, ambassades, evaluatoren zowel in Nederland als in de ontwikkelingslanden, counterpart-organisaties in de ontwikkelingslanden, projectuitvoerende instanties)? In hoeverre komt de huidige evaluatiepraktijk bij het DGIS overeen met door het Development Assistance Committee (DAC) van de OESO wenselijk geachte uitgangspunten inzake evaluatie en met inzichten die gelden binnen de internationale donorgemeenschap? Zoals uit de kernvragen blijkt, richt het onderzoek zich in hoofdzaak op de wijze waarop het DGIS (operationele eenheden én ambassades) gebruik maakt van het instrument evaluatie. Deze keus is gebaseerd op de overweging dat, naast de gezamenlijke verantwoordelijkheid die donor en ontvanger dragen voor ontwikkelingsbeleid en projectuitvoering, het DGIS een eigen verantwoordelijkheid heeft in het inhoudelijk bepalen van het samenwerkingsbeleid en de projectuitvoering. Evaluatie maakt deel uit van het op een adequate wijze gestalte geven aan deze verantwoordelijkheid.
Besluit: 1993-06-01 Onderzoek Documenten: 3

Rapport – Evaluatie van het Flood Action Plan (FAP), Bangladesh

Onderzoek uitgevoerd door de directie Internationaal Onderzoek en Beleidsevaluatie (IOB): Naar aanleiding van de overstromingen in 1987 en 1988 in Bangladesh is het Flood Action Plan (FAP) van start gegaan. De eerste fase, van 1990 tot 1995, bestaat uit 26 studies. Het FAP wordt gecoördineerd door de Flood Plan Coordination Organization en gesteund door 17 donoren, waaronder Nederland. De resultaten van de ondernomen studies zullen niet de eerste voorstellen zijn over waterbeheersing in Bangladesh. Al in de jaren vijftig werden plannen opgesteld en door de jaren heen werden vele projecten uitgevoerd in de watersector.
Besluit: 1993-06-01 Onderzoek Documenten: 3

Rapport – Samenwerkingsverbanden in het hoger onderwijs

Onderzoek uitgevoerd door de directie Internationaal Onderzoek en Beleidsevaluatie (IOB): In dit evaluatierapport wordt verslag gedaan van een studie door de Inspectie Ontwikkelingssamenwerking te Velde naar het verloop van zeventien samenwerkingsverbanden tussen instellingen voor hoger onderwijs in Nederland en in vier Afrikaanse landen: Botswana, Lesotho, Swaziland en Tanzania. Het betrof hier activiteiten die, althans voor wat betreft de financiering lastens het programma Samenwerkingsverbanden, waren afgerond. Deze activiteiten zijn bezien op relevantie en doeltreffendheid. Tevens is een oordeel gegeven over de wijze van voortzetting en de eventuele duurzaamheid. In hoofdstuk 1 wordt de opzet van de evaluatiestudie verantwoord. Daarna wordt ingegaan op de achtergronden van het programma Samenwerkingsverbanden in Nederland (hoofdstuk 2) en wordt de situatie van het hoger onderwijs in Afrika bezuiden de Sahara verkend (hoofdstukken 3 en 4). In de hoofdstukken 5 tot en met 9 worden gedetailleerde projectbeschrijvingen gegeven van de zeventien onderzochte samenwerkingsverbanden. Op basis hiervan worden de resultaten samengevat (hoofdstuk 10) en wordt in hoofdstuk 11 een oordeel uitgesproken aan de hand van de vragen die aan het onderzoek ten grondslag hebben gelegen. Ten slotte wordt in hoofdstuk 12 een slotbeschouwing gegeven. Tevens is aan het begin een onderdeel 'Hoofdbevindingen en aanbevelingen' en een samenvatting opgenomen. De lezer die alleen in de hoofdlijnen is geïnteresseerd kan volstaan met lezing hiervan.
Besluit: 1993-01-01 Onderzoek Documenten: 3