In 1978 heeft de Gezondheidsraad een methode aanbevolen voor de beoordeling van stoffen op carcinogene (kankerverwekkende) eigenschappen, alsmede voor schatting van het kankerrisico verbonden met blootstelling aan stoffen met dergelijke eigenschappen. Die methode gaat uit van een indeling van carcinogenen in twee categorieën op basis van het werkingsmechanisme: genotoxische en niet-genotoxische. Voor genotoxische carcinogenen wordt aangenomen dat er bij elk niveau van blootstelling een kans op kanker is, met andere woorden: dat voor die carcinogenen geen veilige blootstelling bestaat. Voor niet-genotoxische carcinogenen wordt het bestaan van een drempel verondersteld, een niveau van blootstelling waarbij en waarbeneden geen schadelijk effect optreedt. In het geval van een genotoxisch carcinogeen wordt het risico van blootstelling geschat via lineaire extrapolatie, in dat van een niet-genotoxisch carcinogeen is schatting van de drempel aangewezen.
Besluit: 1996-12-18
Advies
Documenten: 2
Bisphenol A and its Diglycidylether
Besluit: 1996-09-12
Advies
Documenten: 3
Toxicologische advieswaarden voor blootstelling aan stoff
Besluit: 1996-08-29
Advies
Documenten: 2
Vooraf Het in dit rapport gebezigde begrip toxicologische advieswaarde is nieuw. Het heeft betrekking op de dosis of concentratie van een stof die bepaalde gevolgen voor de gezondheid in een blootgestelde bevolking teweegbrengt. Bij het afleiden van een toxicologische advieswaarde worden alleen gegevens over de giftigheid van een stof en de interpretatie van die gegevens door deskundigen in ogenschouw genomen. De gezondheidskundige advieswaarde, die is gericht op het voorkómen van voor de gezondheid schadelijke effecten, is een bijzondere toxicologische advieswaarde.
Besluit: 1996-08-29
Advies
Documenten: 2
In 1995 verscheen ‘Niet alle risico’s zijn gelijk’. In dat rapport plaatste de Commissie ‘Risicomaten en risicobeoordeling’ van de Gezondheidsraad kanttekeningen bij de zogeheten ‘risicobenadering in het milieubeleid’. In haar tweede, nu voorliggende, rapport doet de commissie aanbevelingen voor de verdere ontwikkeling van het milieurisicobeleid van de Nederlandse overheid—het beleid gericht op de bescherming van de gezondheid van mens en milieu. De commissie concludeert dat een benadering die is toegesneden op de aard van een risicovraagstuk, leidt tot een doeltreffend en doelmatig omgaan met risico’s. Zij vat het door haar voorgestelde kader onder drie hoofdjes samen: ‘risico en ontstaan van risico’s’, ‘proces van risicobepaling en risicobeheersing’ en ‘niet alle risicovraagstukken zijn gelijk’.
Besluit: 1996-03-31
Advies
Documenten: 2