Naar inhoud

Adviezen Gezondheidsraad, 1999

Zoek binnen deze data in WooGLe

Decubitus

In het kader van de doelmatigheidsanalyse van bestaande medische verrichtingen (’126-lijst’) beoordeelt een commissie van de Gezondheidsraad in dit advies de stand der wetenschap op het gebied van decubitus. Decubitus, ook wel doorliggen genoemd, is de verzamelnaam voor degeneratieve veranderingen in de huid en het onderliggende weefsel die veroorzaakt worden door druk, schuif- of wrijfkrachten of een combinatie van deze krachten. Of, en in welke graad decubitus ontstaat, is tevens afhankelijk van patiëntgebonden factoren. De belangrijkste zijn leeftijd, neurologische toestand, voedingsstatus, de doorbloeding en de vochtigheid van de huid.
Besluit: 1999-12-31 Advies Documenten: 2

1,2-Dibromoethane: Health-based calculated occupational cancer risk values

Op verzoek van de Minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid schat de Commissie WGD van de Gezondheidsraad het extra kankerrisico bij beroepsmatige blootstelling aan stoffen die door de Europese Unie of door de Commissie WGD als genotoxisch kankerverwekkend zijn aangemerkt. In dit rapport maakt zij zo’n schatting voor 1,2-dibroomethaan. Zij heeft daarbij gebruik gemaakt van de methode die is beschreven in het rapport ’Berekening van het risico op kanker’ (1995/06WGD) (Dec95a). Naar schatting van de commissie is de extra kans op kanker voor 1,2-dibroomethaan: *4 x 10-5 bij 40 jaar beroepsmatige blootstelling aan 0.002 mg/m3 *4 x 10-3 bij 40 jaar beroepsmatige blootstelling aan 0.2 mg/m3
Besluit: 1999-12-20 Advies Documenten: 2

Carbadox: Health-based calculated occupational cancer risk values

Op verzoek van de Minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid schat de Commissie WGD van de Gezondheidsraad het extra kankerrisico bij beroepsmatige blootstelling aan stoffen die door de Europese Unie of door de Commissie WGD als genotoxisch kankerverwekkend zijn aangemerkt. In dit rapport maakt zij zo’n schatting voor carbadox. Zij heeft daarbij gebruik gemaakt van de methode die is beschreven in het rapport ’Berekening van het risico op kanker’ (1995/06WGD) (Hea95). Naar schatting van de commissie is de extra kans op kanker voor carbadox: *4 x 10-5 bij 40 jaar beroepsmatige blootstelling aan 0.003 mg/m3 *4 x 10-3 bij 40 jaar beroepsmatige blootstelling aan 0.3 mg/m3
Besluit: 1999-12-20 Advies Documenten: 2

Diglycidyl resorcinol ether: Health-based calculated occupational cancer risk values

Op verzoek van de Minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid schat de Commissie WGD van de Gezondheidsraad het extra kankerrisico bij beroepsmatige blootstelling aan stoffen die door de Europese Unie of door de Commissie WGD als genotoxisch kankerverwekkend zijn aangemerkt. In dit rapport bekijkt zij of zo’n schatting mogelijk is voor diglycidyl resorcinol ether. Zij heeft daarbij gebruik gemaakt van de methode die is beschreven in het rapport ’Berekening van het risico op kanker’ (1995/06WGD) (Hea95). De commissie is echter van mening dat wegens een gebrek aan voldoende gegevens het niet mogelijk is om het extra kankerrisico voor diglycidyl resorcinol ether te berekenen.
Besluit: 1999-12-20 Advies Documenten: 2

Vinylbromide: Health-based calculated occupational cancer risk values

Op verzoek van de Minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid schat de Commissie WGD van de Gezondheidsraad het extra kankerrisico bij beroepsmatige blootstelling aan stoffen die door de Europese Unie of door de Commissie WGD als genotoxisch kankerverwekkend zijn aangemerkt. In dit rapport maakt zij zo’n schatting voor vinylbromide. Zij heeft daarbij gebruik gemaakt van de methode die is beschreven in het rapport ’Berekening van het risico op kanker’ (1995/06WGD) (Hea95). Naar schatting van de commissie is de extra kans op kanker voor vinylbromide: *4 x 10-5 bij 40 jaar beroepsmatige blootstelling aan 0.012 mg/m3 *4 x 10-3 bij 40 jaar beroepsmatige blootstelling aan 1.2 mg/m3
Besluit: 1999-12-20 Advies Documenten: 2

ß-Butyrolactone: Health-based calculated occupational cancer risk values

Op verzoek van de Minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid schat de Commissie WGD van de Gezondheidsraad het extra kankerrisico bij beroepsmatige blootstelling aan stoffen die door de Europese Unie of door de Commissie WGD als genotoxisch kankerverwekkend zijn aangemerkt. In dit rapport bekijkt zij of zo’n schatting mogelijk is voor b-butyrolacton. Zij heeft daarbij gebruik gemaakt van de methode die is beschreven in het rapport ’Berekening van het risico op kanker’ (1995/06WGD) (Hea95). De commissie is echter van mening dat wegens een gebrek aan voldoende gegevens het niet mogelijk is om het extra kankerrisico voor ß-butyrolacton te berekenen.
Besluit: 1999-12-20 Advies Documenten: 2

Diethylsulphate: Health-based calculated occupational cancer risk values

Op verzoek van de Minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid schat de Commissie WGD van de Gezondheidsraad het extra kankerrisico bij beroepsmatige blootstelling aan stoffen die door de Europese Unie of door de Commissie WGD als genotoxisch kankerverwekkend zijn aangemerkt. In dit rapport bekijkt zij of zo’n schatting mogelijk is voor diethylsulfaat. Zij heeft daarbij gebruik gemaakt van de methode die is beschreven in het rapport ’Berekening van het risico op kanker’ (1995/06WGD) (Hea95). De commissie is echter van mening dat wegens een gebrek aan voldoende gegevens het niet mogelijk is om het extra kankerrisico voor diethylsulfaat te berekenen.
Besluit: 1999-12-20 Advies Documenten: 2

2-Nitropropane: Health-based calculated occupational cancer risk values

Op verzoek van de Minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid schat de Commissie WGD van de Gezondheidsraad het extra kankerrisico bij beroepsmatige blootstelling aan stoffen die door de Europese Unie of door de Commissie WGD als genotoxisch kankerverwekkend zijn aangemerkt. In dit rapport maakt zij zo’n schatting voor 2-nitropropaan. Zij heeft daarbij gebruik gemaakt van de methode die is beschreven in het rapport ’Berekening van het risico op kanker’ (1995/06WGD) (Hea95). Schatting van de commissie is de extra kans op kanker voor 2-nitropropaan: * 10-5 bij 40 jaar beroepsmatige blootstelling aan 0.036 mg/m3 * 10-3 bij 40 jaar beroepsmatige blootstelling aan 3.6 mg/m3
Besluit: 1999-12-20 Advies Documenten: 2

Metronidazole: Health-based calculated occupational cancer risk values

Op verzoek van de Minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid schat de Commissie WGD van de Gezondheidsraad het extra kankerrisico bij beroepsmatige blootstelling aan stoffen die door de Europese Unie of door de Commissie WGD als genotoxisch kankerverwekkend zijn aangemerkt. In dit rapport maakt zij zo’n schatting voor metronidazol. Zij heeft daarbij gebruik gemaakt van de methode die is beschreven in het rapport ’Berekening van het risico op kanker’ (1995/06WGD) (DEC95a). Naar schatting van de commissie is de extra kans op kanker voor metronidazol: *4 x 10-5 bij 40 jaar beroepsmatige blootstelling aan 0.12 µg/m3 *4 x 10-3 bij 40 jaar beroepsmatige blootstelling aan 12 µg/m3
Besluit: 1999-12-20 Advies Documenten: 2

Azathioprine: Health-based calculated occupational cancer risk values

Op verzoek van de Minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid schat de Commissie WGD van de Gezondheidsraad het extra kankerrisico bij beroepsmatige blootstelling aan stoffen die door de Europese Unie of door de Commissie WGD als genotoxisch kankerverwekkend zijn aangemerkt. In dit rapport maakt zij zo’n schatting voor azathioprine. Zij heeft daarbij gebruik gemaakt van de methode die is beschreven in het rapport ’Berekening van het risico op kanker’ (1995/06WGD) (Hea95). Naar schatting van de commissie is de extra kans op kanker voor azathioprine: *4 x 10-5 bij 40 jaar beroepsmatige blootstelling aan 0.005 mg/m3 *4 x 10-3 bij 40 jaar beroepsmatige blootstelling aan 0.5 mg/m3
Besluit: 1999-12-20 Advies Documenten: 2

2-Methylaziridine (propylene imine): Health-based calculated occupational cancer risk values

Op verzoek van de Minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid schat de Commissie WGD van de Gezondheidsraad het extra kankerrisico bij beroepsmatige blootstelling aan stoffen die door de Europese Unie of door de Commissie WGD als genotoxisch kankerverwekkend zijn aangemerkt. In dit rapport maakt zij zo’n schatting voor 2-methylaziridine (propyleen imine). Zij heeft daarbij gebruik gemaakt van de methode die is beschreven in het rapport ’Berekening van het risico op kanker’ (1995/06WGD) (Dec95a). Naar schatting van de commissie is de extra kans op kanker voor 2-methylaziridine (propyleen imine): *4 x 10-5 bij 40 jaar beroepsmatige blootstelling aan 0.6 µg/m3 *4 x 10-3 bij 40 jaar beroepsmatige blootstelling aan 60 µg/m3
Besluit: 1999-12-20 Advies Documenten: 2

Procarbazine hydrochloride: Health-based calculated occupational cancer risk values

Op verzoek van de Minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid schat de Commissie WGD van de Gezondheidsraad het extra kankerrisico bij beroepsmatige blootstelling aan stoffen die door de Europese Unie of door de Commissie WGD als genotoxisch kankerverwekkend zijn aangemerkt. In dit rapport maakt zij zo’n schatting voor procarbazine hydrochloride. Zij heeft daarbij gebruik gemaakt van de methode die is beschreven in het rapport ’Berekening van het risico op kanker’ (1995/06WGD) (Dec95a). Naar schatting van de commissie is de extra kans op kanker voor procarbazine hydrochloride: *4 x 10-5 bij 40 jaar beroepsmatige blootstelling aan 0.002 mg/m3 *4 x 10-3 bij 40 jaar beroepsmatige blootstelling aan 0.2 mg/m3
Besluit: 1999-12-20 Advies Documenten: 2

N-Nitrosodimethylamine (NDMA): Health-based calculated occupational cancer risk values

Op verzoek van de Minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid schat de Commissie WGD van de Gezondheidsraad het extra kankerrisico bij beroepsmatige blootstelling aan stoffen die door de Europese Unie of door de Commissie WGD als genotoxisch kankerverwekkend zijn aangemerkt. In dit rapport maakt zij zo’n schatting voor N-nitrosodimethylamine (NDMA). Zij heeft daarbij gebruik gemaakt van de methode die is beschreven in het rapport ’Berekening van het risico op kanker’ (1995/06WGD) (Hea95). Naar schatting van de commissie is de extra kans op kanker voor N-nitrosodimethylamine (NDMA): *4 x 10-5 bij 40 jaar beroepsmatige blootstelling aan 0.002 µg/m3 *4 x 10-3 bij 40 jaar beroepsmatige blootstelling aan 0.2 µg/m3
Besluit: 1999-12-20 Advies Documenten: 2

De effectiviteit van fysische therapie: Elektrotherapie, lasertherapie, ultrageluidbehandeling

In de fysiotherapie wordt de zogeheten fysische therapie in engere zin — dat wil zeggen: behandelmethoden waarbij via een apparaat fysische prikkels worden toegediend — in Nederland vaak toegepast, vooral bij aandoeningen van het bewegingsapparaat. Personen met deze aandoeningen vormen de grootste patiëntengroep voor fysiotherapeutische behandeling in de eerstelijns gezondheidszorg. Het gebruik van bedoelde apparaten, al dan niet gecombineerd met andere vormen van fysiotherapie, vindt in ons land naar schatting plaats in meer dan de helft van alle fysiotherapeutische behandelingen in de extramurale zorg. Ondanks de veelvuldige toepassing wordt de laatste jaren in wetenschappelijke kring steeds vaker de vraag gesteld in hoeverre deze verschillende therapievormen doeltreffend zijn. In dit advies neemt een commissie van de Gezondheidsraad — aan de hand van recent verrichte systematische literatuurstudies (systematic reviews) — drie behandelmethoden onder de loep: elektrotherapie, lasertherapie en ultrageluidbehandeling.
Besluit: 1999-12-14 Advies Documenten: 2

Vroege opsporing van ijzerstapelingsziekte: Signalement

Primaire ijzerstapelingsziekte (primaire hemochromatose, PH) komt vaker voor dan tot voor kort werd vermoed. Het is de meest voorkomende autosomaal recessief overervende ziekte bij mensen van Noord-Europese afkomst. Op den duur kan het ziektebeloop ernstig zijn. Artsen herkennen de ziekte vaak niet of te laat, met nadelige gevolgen voor het individu en, mede gezien de frequentie van de aandoening, ook voor de samenleving.
Besluit: 1999-12-07 Advies Documenten: 2

Transport van bestraalde splijtstoffen

In 1998 kwamen besmettingen aan de buitenkant van transportcontainers voor bestraalde splijtstofstaven onder de publieke aandacht. Mede vanwege ongerustheid in de bevolking is toen in diverse Europese landen, waaronder Nederland, het vervoer van deze splijtstof opgeschort.
Besluit: 1999-12-02 Advies Documenten: 2

Harttransplantatie bij het jonge kind

De resultaten van harttransplantatie bij jonge kinderen met aangeboren afwijkingen die onverenigbaar zijn met het leven, of met terminaal hartfalen als gevolg van cardio- myopathie (hartspierziekte), zijn de afgelopen tien jaar duidelijk verbeterd. Gezien de thans bereikte 5-jaarsoverleving van ruim 60 procent en een 10-jaarsoverleving van 50 procent, het goede functionele herstel en de te verwachten kwaliteit van leven, is het gerechtvaardigd om nu ook in Nederland de mogelijkheid van harttransplantatie bij jonge kinderen te overwegen. Ten behoeve van een realistische afweging van behandelopties (inclusief het afzien van ingrijpend medisch handelen) in samenspraak met de ouders, moet echter ook worden gewezen op de dilemma’s die deze ingreep bij kinderen meebrengt. Het gaat dan vooral om de onzekere vooruitzichten van deze kinderen op de langere termijn (kans op chronische afstoting, mogelijke noodzaak van re-transplantatie).
Besluit: 1999-11-18 Advies Documenten: 2

Diagnostiek en behandeling van het lumbosacraal radiculair syndroom

In het kader van de doelmatigheidsanalyse van bestaande medische verrichtingen (’126-lijst’) beoordeelt een commissie van de Gezondheidsraad in dit advies de diagnostiek en behandeling van het lumbosacraal radiculair syndroom (LRS). LRS is een ziektebeeld dat gekenmerkt wordt door uitstralende pijn in het been of de bil in het verzorgingsgebied van een of meer ruggenmergzenuwwortels van de lendenwervelkolom of het heiligbeen, samen met prikkelingsverschijnselen of neurologische uitvalsverschijnselen van die zenuwwortel(s).
Besluit: 1999-11-16 Advies Documenten: 2

Gezondheidsrisico's van siliconen-borstimplantaten

Wereldwijd hebben één tot twee miljoen vrouwen siliconen-borstimplantaten. Ongeveer 80 procent van hen heeft implantaten laten plaatsen ten behoeve van borstvergroting, de overige 20 procent na het wegnemen van borstweefsel wegens borstkanker of andere aandoeningen. In de jaren tachtig verschenen de eerste berichten over een — mogelijk — verband tussen siliconen-borstimplantaten en auto-immuunziekten. De door deze berichten ontstane ongerustheid, en het ontbreken van voldoende zekerheid over de veiligheid van implantaten, brachten de Amerikaanse Food and Drug Administration (FDA) in 1992 tot het besluit het gebruik van implantaten in de Verenigde Staten aan banden te leggen.
Besluit: 1999-10-26 Advies Documenten: 2

Dagbesteding voor mensen met een ernstige meervoudige handicap

Dit door de Staatssecretaris van VWS gevraagde Gezondheidsraadadvies gaat over de betekenis van dagbesteding voor mensen met een ernstige meervoudige handicap. Aanleiding voor de adviesaanvraag was een campagne van de Vereniging Gehandicaptenzorg Nederland (VGN). Deze koepelorganisatie richtte in 1997 de schijnwerpers op de kwalitatieve en kwantitatieve tekorten in dagbestedingsmogelijkheden voor zeer ernstig verstandelijk gehandicapten. De commissie die het advies opstelde, geeft aan welke plaats dagbesteding binnen het geheel van zorg- en dienstverlening haars inziens moet innemen, wat bekend is over de positieve invloed van dagbestedingsactiviteiten op de bestaanskwaliteit en hoe het tot ’dagbesteding op maat’ kan komen.
Besluit: 1999-10-07 Advies Documenten: 2

Grote luchthavens en gezondheid

De burgerluchtvaart is een groei-industrie en volgens de meeste economen blijft ze dat voorlopig. Ze ontwikkelt zich tot een bedrijfstak van wereldwijde afmetingen waarin, via een handvol samenwerkingsverbanden, luchtvaartmaatschappijen een mondiaal netwerk van knooppunt-luchthavens of ’hubs’ bedienen. In 1997 vervoerden de reguliere luchtvaartmaatschappijen 1,5 miljard passagiers en 26 miljoen ton vracht. De opbrengsten van de luchtvaart in economische zin en het binnen handbereik brengen van bestemmingen ver weg kunnen gezondheid en welzijn bevorderen, zij het vermoedelijk vooral voor de bevolking in het geïndustrialiseerde deel van de wereld. Maar de luchtvaart heeft, zowel op lokale als mondiale schaal, ook een negatieve invloed op het milieu en daardoor op de gezondheid.
Besluit: 1999-09-02 Advies Documenten: 2

Ethylene Thiourea: Health-based recommended occupational exposure limit

Op verzoek van de minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid beveelt de Gezondheidsraad gezondheidskundige advieswaarden aan voor beroepsmatige blootstelling aan toxische stoffen in lucht op de werkplek. Deze aanbevelingen worden opgesteld door de Commissie WGD van de Raad, de opvolgster van de Werkgroep van Deskundigen. Zij vormen de eerste stap in een drietrapsprocedure die moet leiden tot de wettelijke grenswaarden (MAC-waarden). In het voorliggende rapport bespreekt de commissie de gevolgen van blootstelling aan ethyleenthioureum (ETU) en beveelt zij een gezondheidskundige advieswaarde aan. De conclusies van de commissie zijn gebaseerd op wetenschappelijke publicaties verkregen uit gegevensbestanden van vóór augustus 1995.
Besluit: 1999-08-30 Advies Documenten: 2

Meervoudige chemische overgevoeligheid: Multiple chemical sensitivity

Van de ongeveer tweehonderd recente publicaties over MCS die in de biomedische literatuur zijn aangetroffen, heeft slechts een dertigtal betrekking op oorspronkelijk onderzoek inzake het vóórkomen, het mechanisme en de behandeling van MCS. De publicaties in kwestie zijn vermeld in tabel 1. In vrijwel alle gevallen laten de validiteit en de precisie van het onderzoek veel te wensen over. Dit hangt samen met het feit dat de definitie van MCS niet eenduidig vastligt en dat er, voorts, a priori grote onduidelijkheid is over de aard van zowel de eventuele oorzaken als de mogelijke gevolgen van MCS.
Besluit: 1999-08-26 Advies Documenten: 2

Selenium and its compounds: Evaluation of the effects on reproduction, recommendation for classifica

Op verzoek van de Minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid beoordeelt de Gezondheidsraad de effecten op de reproductie van stoffen waaraan mensen tijdens de beroepsuitoefening kunnen worden blootgesteld. De Commissie Reproductietoxische stoffen, een commissie van de Raad, adviseert een classificatie voor reproductietoxische stoffen volgens Richtlijn 93/21/EEC van de Europese Unie. In het voorliggende rapport heeft de commissie seleen en seleenverbindingen onder de loep genomen.
Besluit: 1999-08-25 Advies Documenten: 2

Piekblootstelling aan organische oplosmiddelen

Blootstelling aan vluchtige organische oplosmiddelen tijdens het werk kan chronische toxische encefalopathie (CTE) veroorzaken, met een ziektebeeld dat wordt gekenmerkt door geheugenstoornissen, verminderd concentratievermogen, mentale traagheid, vermoeidheid, hoofdpijn, depressiviteit en prikkelbaarheid. CTE wordt ook aangeduid als organisch psychosyndroom of OPS. De naam CTE wordt hier gebruikt omdat deze niet alleen naar het effect chronische encefalopathie verwijst, maar ook naar de toxische oorzaak. Vluchtige organische oplosmiddelen bestaan uit koolwaterstoffen inclusief geoxygeneerde en gehalogeneerde verbindingen. Veel organische oplosmiddelen op de markt zijn mengsels die speciaal worden gemaakt om te worden verwerkt in verf, inkt, lijmen en schoonmaakmiddelen en andere producten.
Besluit: 1999-08-05 Advies Documenten: 2

Hormoonontregelaars in ecosystemen

De laatste jaren zijn bij een groot aantal diersoorten verstoringen van de voortplanting gevonden die zijn toegeschreven aan de invloed van bepaalde stoffen in het milieu op hormoonsystemen. In diverse publicaties is het vermoeden geuit dat dergelijke stoffen ook de mens beïnvloeden. De Gezondheidsraad heeft in 1997 geconcludeerd dat de juistheid van dit vermoeden voor de Nederlandse bevolking niet is aangetoond. In het voorliggende advies beschrijft de Raad — op verzoek van de Minister van VROM — de stand van de wetenschap inzake de invloed van hormoonontregelende stoffen op de voortplanting van dieren in Nederlandse ecosystemen.
Besluit: 1999-07-22 Advies Documenten: 2

Opsporing en behandeling van adolescenten met schizofrenie

Schizofrenie is een ernstige psychiatrische aandoening waarbij veranderingen optreden in denken, waarnemen en gedrag die botsen met de realiteit zoals anderen die ervaren. Deze wanen of hallucinaties worden soms voorafgegaan door een periode van sociaal isolement, verwaarlozing van hygiëne of vervlakking van emoties. De eerste verschijnselen treden bij de meeste patiënten op tijdens de adolescentie. Schizofrenie of een verwante stoornis treedt bij ongeveer een half procent van de bevolking op; in combinatie met het vroege begin en veelal chronische beloop leidt dat tot aanzienlijke ziektelasten.
Besluit: 1999-06-24 Advies Documenten: 2

Copper sulphate: Evaluation of the effects on reproduction, recommendation for classification

Op verzoek van de Minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid beoordeelt de Gezondsheidsraad de effecten op de reproductie van stoffen waaraan mensen tijdens de beroepsuitoefening kunnen worden blootgesteld. De Commissie Reproductietoxische stoffen, een commissie van de Raad, adviseert een classificatie van reproductie toxische stoffen volgens Richtlijn 93/21/EEC van de Europese Unie. In het voorliggende rapport heeft de commissie kopersulfaat onder de loep genomen.
Besluit: 1999-06-23 Advies Documenten: 2

Klinisch-genetisch onderzoek en erfelijkheidsadvisering: nadere advisering voor een nieuwe plannings

De huidige wettelijke regeling voor klinisch-genetisch onderzoek en erfelijkheidsadvisering betreft 'postnataal en prenataal onderzoek van chromosoom-, biochemisch-, en DNA-onderzoek, de klinische afname van foetaal materiaal, geavanceerd ultrageluidsonderzoek naar foetale afwijkingen en erfelijkheidsadvisering van complexe aard'. Deze regeling heeft als doel de kwaliteit en de continuïteit van de genoemde verrichtingen te waarborgen; deze verrichtingen worden in de regeling aangeduid als vormen van zorg.
Besluit: 1999-05-27 Advies Documenten: 2

Bijwerkingen vaccinaties Rijksvaccinatieprogramma 1996

Op verzoek van de Minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport analyseert een commissie van de Gezondheidsraad vermoede bijwerkingen van vaccinaties in het Rijksvaccinatieprogramma (RVP) en brengt daarover jaarlijks rapport uit. Met ingang van 1996 heeft de commissie haar werkwijze aangepast aan een nieuwe taakopdracht. Zij beoordeelt voortaan uitsluitend meldingen van ernstige of bijzondere verschijnselen en van verschijnselen met blijvende gevolgen. De selectie geschiedt door het Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu (RIVM), conform de door de commissie geformuleerde criteria. Daarnaast brengt het RIVM jaarlijks verslag uit over alle gemelde vermoede bijwerkingen. De commissie beoordeelt deze RIVM-rapportage.
Besluit: 1999-05-18 Advies Documenten: 2

Veiligheid van aminozuursuppletie

Het toevoegen van aminozuren aan voedingsmiddelen en voedingssupplementen is in Nederland verboden, behalve voor bepaalde zeer specifieke toepassingen. Vanwege de groeiende belangstelling voor supplementen met voedingsstoffen, waaronder ook aminozuren, buigt een commissie van de Gezondheidsraad zich in dit advies, uitgebracht op verzoek van de bewindslieden van Volksgezondheid, Welzijn en Sport en van Landbouw, Natuurbeheer en Visserij, over de veiligheidsaspecten van het toevoegen van aminozuren aan voedingsmiddelen en -supplementen.
Besluit: 1999-05-11 Advies Documenten: 2

Protocollen asbestziekten: asbestose

Asbest is een siliciumhoudende minerale delfstof waarvan de grootschalige productie omstreeks 1870 op gang kwam toen het gebruik van brandwerend isolatiemateriaal toenam. Omstreeks 1900 werden de gunstige eigenschappen van asbestcement ontdekt, een product dat hier te lande als Eternit bekend werd. Vanaf 1930 nam in Nederland het gebruik van asbest sterk toe. In die tijd werd ook duidelijk dat asbest invloed op de gezondheid kan hebben.
Besluit: 1999-03-29 Advies Documenten: 2

Laserpointers tegen het licht gehouden, een risico-evaluatie

Sinds enkele jaren zijn er kleine lasers op de markt, onder andere in de vorm van sleutelhangers, zakmessen, pennen en creditcards. Het zijn diodelasers die rood licht uitzenden, veelal met een vermogen van 1 tot 5 mW. Dergelijke lasers fungeren bij voordrachten en lessen als de moderne versie van de aanwijsstok: laserpointers. Door de lage prijs en de vormgeving worden ze echter in toenemende mate als speeltje gebruikt en komen we ze tegen op straat, in de discotheek en in de schoolbanken. Deze lasers zijn vaak gelabeld volgens het Amerikaanse classificatiesysteem, en vallen dan in veiligheidsklasse 3A. Volgens het in Europa gehanteerde systeem moet dit echter 3B zijn, hetgeen wijst op een potentieel gevaar voor de ogen.
Besluit: 1999-02-24 Advies Documenten: 2

Biomedical Primate Research Centre

Op 23 juli 1998 ontving de Raad voor Gezondheidsonderzoek (RGO) een adviesaanvraag van de minister van OCenW inzake het maatschappelijk belang van het Biomedical Primate Research Centre (BPRC). In deze aanvraag werd verzocht aan te geven wat het belang van dit primatencentrum is voor het biomedisch onderzoek in Nederland, en voor de volksgezondheid in het bijzonder. Meer specifiek werd verzocht in te gaan op de wenselijkheid een chimpanseekolonie in Europa te handhaven, aan te geven in hoeverre handhaving van de verschillende apensoorten binnen het BPRC vanuit biomedisch en/of volksgezondheid-gerelateerd onderzoek noodzakelijk is, in te gaan op de uniciteit van het biomedisch primatenonderzoek van het BPRC in Europa, en aan te geven in hoeverre actuele ontwikkelingen de toekomstige vraag naar biomedisch primatenonderzoek beïnvloeden. Naast genoemde adviesaanvraag aan de RGO heeft de minister drie andere organisaties om advies gevraagd, namelijk aangaande de financiële situatie, de wetenschappelijke kwaliteit van het onderzoek, en de dierenwelzijnsaspecten. De vier adviezen tezamen zullen de basis vormen voor een beslissing over voortzetting van de overheidsfinanciering van het BPRC na 1999.
Besluit: 1999-02-16 Advies Documenten: 2

Herziening van het HIV-testbeleid

In dit advies gaat een commissie van de Gezondheidsraad na of de nieuwe therapeutische mogelijkheden voor HIV-infecties consequenties hebben voor het HIV-testbeleid. Mede op advies van de Gezondheidsraad is het HIV-testbeleid in Nederland terughoudend. Sinds kort is met de gecombineerde therapie, bestaande uit toediening van één proteaseremmer en twee replicatieremmers (triple-therapie of highly active antiretroviral therapy: HAART) een HIV-infectie duidelijk gunstig te beïnvloeden. Hierdoor is de balans tussen voor- en nadelen van de HIV-test verschoven: in het algemeen wegen de voordelen tegen de nadelen op. De commissie staat een actiever testbeleid voor en komt tot de volgende uitspraken.
Besluit: 1999-01-20 Advies Documenten: 2