Vanaf 2014 is het bevolkingsonderzoek naar darmkanker stapsgewijs ingevoerd en sinds 2019 krijgen alle mensen van 55-75 jaar iedere twee jaar een uitnodiging om deel te nemen. In 2021 deden ruim 1,6 miljoen mensen mee aan de screening en werd bij 2.700 deelnemers darmkanker ontdekt en bij bijna 17.000 mensen een voorstadium daarvan. Het bevolkingsonderzoek loopt nog te kort om wetenschappelijk te kunnen aantonen dat het leidt tot minder sterfte aan darmkanker, maar er zijn wel duidelijke aanwijzingen in die richting. In de huidige situatie weegt het nut (voorkomen van darmkanker en sterfte daaraan) op tegen de risico’s van het bevolkingsonderzoek (kijkonderzoek waarbij niets gevonden wordt maar dat wel belastend is en voor onrust zorgt, en kankers die worden gemist). Daarom adviseert de raad om op dit moment geen aanpassingen te doen in het reguliere programma. Wel adviseert de raad om regionaal proefbevolkingsonderzoek te doen naar eenmalige screening van mensen rond de 50 jaar. Daarmee kan onderzocht worden in hoeverre dit gezondheidswinst oplevert en of het nut hiervan opweegt tegen de risico’s. Op basis van de uitkomsten kan besloten worden de leeftijdsgrens in het programma al dan niet te verlagen. Een beloftevolle ontwikkeling die het bevolkingsonderzoek op termijn mogelijk kan verbeteren is screening op maat. De raad beveelt aan hiernaar onderzoek te doen. Ook beveelt de raad aan te blijven investeren in verhoging van de deelname.
Besluit: 2022-12-14
Advies
Documenten: 2
Frequente of langdurige blootstelling aan hard geluid, bijvoorbeeld door het bezoeken van concerten of door het gebruik van persoonlijke muziekspelers, kan leiden tot gehoorschade. Gehoorschade is onomkeerbaar en onbehandelbaar en heeft een grote impact op de kwaliteit van het leven van mensen. In het Convenant preventie gehoorschade versterkte muziek heeft de overheid maatregelen opgenomen om gehoorschade door blootstelling in de privésfeer te voorkomen. Het huidige (derde) convenant loopt af in 2023. De staatssecretaris van VWS heeft de Gezondheidsraad om advies gevraagd over vervolgbeleid. Uit de wetenschap over het ontstaan en de preventie van gehoorschade blijkt volgens de Gezondheidsraad dat elke maatregel die bijdraagt aan het verlagen van de cumulatieve blootstelling aan harde versterkte muziek leidt tot een lager risico op gehoorschade. Daarom adviseert de raad om het maximale geluidsniveau te verlagen van 103 dB(A) naar 100 dB(A) en zo aan te sluiten bij omringende landen en bij het advies van de Wereldgezondheidsorganisatie (WHO), waarin ook rekening is gehouden met het belang van muziekbeleving. Het stimuleren van het gebruik van gehoorbescherming verdient ook prioriteit volgens de Gezondheidsraad. Gebruik van gehoorbescherming wordt door de WHO aangeraden bij 100 dB(A), vooral bij frequente blootstelling. Verder adviseert de raad om ook de andere maatregelen uit het convenant, zoals het monitoren van geluidsniveaus en het geven van voorlichting, voort te zetten.
Besluit: 2022-11-30
Advies
Documenten: 2
Nutri-Score is een logo op de verpakking van voedingsmiddelen dat op basis van de samenstelling ervan een score geeft: van donkergroene A tot rode E. Het logo dat nu al in de winkels te vinden is (vanwege een proef met het logo en via producten uit het buitenland) klopt te vaak niet met de voedingsaanbevelingen zoals de Schijf van Vijf. Daarom is de manier waarop de Nutri-Score wordt berekend herzien. De Gezondheidsraad heeft de herziene berekening geëvalueerd. De raad stelt vast dat deze vooral beter zichtbaar maakt welke producten een ongezondere samenstelling hebben: die krijgen een gele, oranje of rode score (C, D of E). Bij de groene scores (A en B) maakt Nutri-Score vaak wel, maar nog niet altijd genoeg onderscheid, bijvoorbeeld tussen witte en volkoren varianten van pasta en rijst. Ook zouden meer plantaardige oliën en zachte margarines en halvarines een groene score moeten krijgen en laat de nieuwe systematiek van Nutri-Score soms nog veel ruimte voor ongezonde toevoegingen als zout en suiker. De raad ziet meerwaarde voor het logo, als middel om producten met elkaar te vergelijken. Dit geldt in het bijzonder voor mensen die met de huidige voorlichting moeilijk te bereiken zijn en die vaker een ongezond voedingspatroon hebben. Het logo is een aanvulling op de bestaande voedingsvoorlichting die van groot belang blijft voor een volwaardig, duurzaam en veilig voedingspatroon. Het logo is niet perfect, maar de raad ziet voldoende mogelijkheden het verder te verbeteren. Essentieel is dat de tekortkomingen daadwerkelijk worden opgelost. Verder vindt de raad het noodzakelijk bij invoering van het logo te onderzoeken welk effect het heeft op het gedrag van consumenten en producenten om te bezien in hoeverre het daadwerkelijk bijdraagt aan een gezonder voedingspatroon.
Besluit: 2022-11-29
Advies
Documenten: 2
Het Europees geneesmiddelenagentschap EMA heeft onlangs de COVID-19-vaccins van Moderna en BioNTech/Pfizer goedgekeurd voor het gebruik als primaire vaccinatie bij kinderen van 6 maanden tot 6 jaar. De minister van VWS heeft de Gezondheidsraad gevraagd om te adviseren over de inzet van de mRNA-vaccins bij deze groep. Uit onderzoek blijkt dat vaccinatie bij kinderen tussen 6 maanden en 6 jaar zorgt voor een goede immuunrespons. Die bescherming neemt waarschijnlijk na een aantal maanden weer af. In welke mate vaccinatie in de praktijk bescherming biedt tegen het optreden van (ernstige) COVID-19 bij kinderen onder de 6 jaar is nog niet bekend. Uit de ervaringen tot nu toe blijkt dat de vaccins voldoende veilig zijn. De bijwerkingen zijn doorgaans mild en van korte duur. Bij het grootste deel van de kinderen tussen 6 maanden en 6 jaar is de ziektelast door COVID-19 laag. Ook het risico op het ernstige ziektebeeld MIS-C is laag omdat een groot deel van de jonge kinderen al een SARS-CoV-2-infectie heeft doorgemaakt. MIS-C treedt nauwelijks op bij een volgende infectie. Voor de meeste kinderen tussen 6 maanden en 6 jaar is het nut van vaccinatie dan ook beperkt volgens de Gezondheidsraad. Bij leeftijdsgenoten met een verhoogd risico op een ernstig beloop van COVID-19 heeft vaccinatie wel nut omdat het kan zorgen voor een lager risico om in het ziekenhuis opgenomen te worden. De Gezondheidsraad adviseert daarom om alleen deze groep COVID-19-vaccinatie met één van de twee mRNA-vaccins aan te bieden. Het gaat bijvoorbeeld om kinderen met downsyndroom of met een ernstige aandoening aan hart, afweersysteem of longen.
Besluit: 2022-11-15
Advies
Documenten: 8
Tin is een metaal dat vooral wordt gebruikt in mengsels met andere metalen (legeringen). Een voorbeeld van zo’n legering is soldeertin. Ook wordt tin gebruikt als beschermlaag in conservenblikken. Werknemers kunnen via de lucht blootgesteld worden aan stof en damp van tin bij het vullen en legen van verpakkingen van tinhoudende materialen in poedervorm, bij het smelten van tinhoudend materiaal (bijvoorbeeld tijdens het solderen) en bij schoonmaakwerkzaamheden. De Gezondheidsraad heeft beoordeeld of er aanwijzingen zijn dat blootstelling aan tin schadelijk is voor de vruchtbaarheid van mannen en vrouwen, voor de ontwikkeling van het ongeboren kind en of de stof nadelige effecten heeft op of via de borstvoeding. De raad adviseert om tin niet te classificeren in een gevarencategorie. Over de effecten op de vruchtbaarheid en de effecten op de ontwikkeling zijn onvoldoende geschikte gegevens beschikbaar. De gegevens die beschikbaar zijn over effecten op of via lactatie geven geen aanleiding voor classificatie in een gevarencategorie. De Gezondheidsraad heeft ook negen anorganische tinverbindingen beoordeeld, te weten: tinsulfide, tinoxide, ditinpyrofosfaat, tindichloride, tindifluoride, tinsulfaat, tindifluoroboraat, tindisulfide en tindioxide. Ook over die stoffen adviseert de Gezondheidsraad om ze niet te classiferen. De publicatie Tin and selected inorganic tin compounds is uitgebracht in het Engels en heeft een Nederlandse samenvatting.
Besluit: 2022-11-08
Advies
Documenten: 3
Meningokokken B (MenB) is een zeer ernstige ziekte die kan leiden tot hersenvliesontsteking en bloedvergiftiging en die fataal kan aflopen. Dat is reden om vaccinatie van kinderen en adolescenten tegen deze ziekte via het RVP te overwegen. Omdat er sinds het vorige advies uit 2018 nieuwe gegevens zijn, heeft de Gezondheidsraad die afweging opnieuw gemaakt. De raad stelt vast dat het aantal ziektegevallen relatief laag is. In het eerste half jaar van 2022 ging het om 6 ziektegevallen bij jonge kinderen en 15 bij adolescenten. Om dit aantal te verminderen zouden 175.000 kinderen per jaar gevaccineerd moeten worden. Hoe effectief vaccinatie precies is, is moeilijk te zeggen, omdat de ziekte weinig voorkomt. Geschat wordt dat de effectiviteit in de Nederlandse situatie 70 tot 80% kan zijn. Vaccinatie leidt niet tot groepsbescherming. Ook is de kosteneffectiviteit van de vaccinatie zeer ongunstig, omdat het aantal ziektegevallen laag is, de prijs van het vaccin hoog en er meerdere doses nodig zijn. Vaccinatie geeft vergeleken met andere vaccinaties vooral bij jonge kinderen relatief veel tijdelijke bijwerkingen, zoals hoge koorts. Dit leidt vaak tot ziekenhuisopname en medisch handelen. De raad adviseert hierom vaccinatie tegen MenB vooralsnog niet in het RVP op te nemen. Momenteel wordt vaccinatie tegen MenB al wel aan bepaalde medische risicogroepen aangeboden. Buiten het RVP om kunnen individuen redenen hebben om vaccinatie tegen MenB te willen. Daarom is van belang dat de vaccinatie bekend en toegankelijk is, zodat mensen zelf kunnen kiezen. Er kunnen in de toekomst redenen zijn om dit advies te heroverwegen, bijvoorbeeld als het aantal ziektegevallen stijgt, het vaccin veel goedkoper wordt of er een nieuw vaccin komt.
Besluit: 2022-10-12
Advies
Documenten: 3
Het Europees geneesmiddelenagentschap EMA heeft onlangs positief geoordeeld over het gebruik van het COVID-19-vaccin van Novavax als herhaalprik (revaccinatie) voor volwassenen. De minister van VWS heeft de Gezondheidsraad gevraagd hierover te adviseren. Omdat nog onzeker is in welke mate revaccinatie met het Novavax-vaccin beschermt tegen ernstige COVID-19 door de omikronvariant, adviseert de raad om dat vaccin niet als eerste keus toe te passen voor herhaalprikken voor volwassenen. De voorkeur gaat uit naar mRNA-vaccins. Daarvan is al aangetoond dat ze bij gebruik als herhaalprik zorgen voor een toename in de bescherming tegen ernstige COVID-19. Bovendien zijn de bivalente mRNA-vaccins die nu primair worden ingezet in de revaccinatiecampagne in voldoende mate beschikbaar. Het Novavax-vaccin kan wel als alternatief gebruikt worden voor volwassenen die bezwaar hebben tegen een mRNA-vaccin of een contra-indicatie (bijvoorbeeld een eerdere allergische reactie).
Besluit: 2022-10-05
Advies
Documenten: 7
Het Europees geneesmiddelenagentschap EMA heeft positief geoordeeld over het gebruik van het Novavax-vaccin voor de basisprikken (primaire vaccinatie) voor 12- tot en met 17-jarigen. De minister van VWS heeft de Gezondheidsraad gevraagd hierover te adviseren. De raad acht het aannemelijk dat vaccinatie met het Novavax-vaccin jongeren beschermt tegen ernstige COVID-19 door de omikronvariant, maar de gegevens daarover zijn nog beperkt. Het vaccin is voldoende veilig. Het is echter nog niet op grote schaal toegepast bij jongeren waardoor er nog geen gegevens zijn over mogelijke zeldzame bijwerkingen. De Gezondheidsraad adviseert daarom om het Novavax-vaccin alleen in te zetten voor de primaire vaccinatie bij jongeren die bezwaar hebben tegen een mRNA-vaccin of een contra-indicatie (bijvoorbeeld een eerdere allergische reactie).
Besluit: 2022-10-05
Advies
Documenten: 7
Als donorbloed besmet is met een ziekteverwekker kan een bloedtransfusie leiden tot ernstige gezondheidsklachten bij de ontvanger. Daarom is het van belang om donorbloed te testen. De bloedvoorzieningsorganisatie test alle bloeddonaties nu standaard op vijf infectieziekten. Dat testen is vaak niet kosteneffectief. Doordat donorbloed zelden besmet is, moeten namelijk heel veel testen worden uitgevoerd om één besmette donatie op te sporen. Er kunnen legitieme argumenten zijn om een niet-kosteneffectieve bloeddonatietest toch te handhaven of in te voeren, maar vaak is niet duidelijk welke dat zijn. Op verzoek van de staatssecretaris van VWS heeft de Gezondheidsraad een afwegingskader opgesteld. Dat kader helpt om alle overwegingen te expliciteren, niet alleen de formele, cijfermatige criteria, maar ook de ethische en maatschappelijke factoren. Uit de uiteindelijke afweging moet helder blijken op welke gronden een niet-kosteneffectieve test wel of niet wordt aanbevolen.
Besluit: 2022-09-15
Advies
Documenten: 2
De vraag naar zorg groeit, en daarmee ook het gebruik van hulpmiddelen, zoals materialen voor wondverzorging, handschoenen, chirurgische instrumenten en diagnostische testen. Steeds vaker zijn deze voor eenmalig gebruik. De afgelopen jaren is het besef gegroeid dat de zorg duurzamer moet. De minister voor Medische Zorg en Sport vroeg de Gezondheidsraad hoe verduurzaming van hulpmiddelengebruik versneld kan worden.
Besluit: 2022-09-13
Advies
Documenten: 2
Het Rijksvaccinatieprogramma (RVP) beoogt te beschermen tegen ernstige infectieziekten. Daarbij gaat het om bescherming van individuen in kwetsbare groepen, om groepsbescherming en/of om uitbannen van ernstige infectieziekten. Op verzoek van de staatssecretaris van VWS heeft de Gezondheidsraad het schema van het RVP geëvalueerd. De raad constateert dat alle vaccinaties bijdragen aan de doelen van het programma en adviseert dan ook ze allemaal te behouden. Wel kunnen een aantal vaccinatiemomenten beter verschoven worden. De voorgestelde aanpassingen hebben geen invloed op het totale aantal prikmomenten in het RVP. Met de voorgestelde verschuivingen wordt volgens de raad een optimaal vaccinatieprogramma bereikt. Daarom vindt de raad het niet wenselijk om de mogelijkheid te geven vaccinaties weg te laten uit het RVP of keuzemogelijkheden te bieden voor prikmomenten. Dat kan namelijk leiden tot verminderde bescherming van zowel individuen als groepen en tot meer uitbraken van ziektes waartegen gevaccineerd wordt. Wel adviseert de raad om sommige vaccinaties die niet in het RVP zitten, maar die voor individuen gezondheidswinst kunnen opleveren, beter bekend en toegankelijk te maken. Verder adviseert de raad om het nut te onderzoeken van inhaalvaccinaties voor jongvolwassenen die vaccinaties uit het RVP hebben gemist, zoals nu al met de vaccinatie tegen HPV gebeurt.
Besluit: 2022-09-07
Advies
Documenten: 3
HPV-vaccinatie wordt via het Rijksvaccinatieprogramma aangeboden aan meisjes en jongens in het jaar dat ze 10 worden (twee prikken). Op korte termijn start daarnaast een inhaalvaccinatieprogramma voor jongvolwassen vrouwen en mannen (drie prikken). Op verzoek van de staatssecretaris van VWS heeft de Gezondheidsraad bekeken of het aantal prikken omlaag kan. Aanleiding daarvoor waren adviezen van de Engelse Joint Committee on Vaccination and Immunisation en de Wereldgezondheidsorganisatie WHO. De raad heeft de wetenschappelijke gegevens over de werkzaamheid en effectiviteit van één, twee of drie doses vaccin beoordeeld. Daaruit concludeert de raad dat twee doses voldoende zijn voor mensen van 15 jaar en ouder: het effect van twee doses is voldoende robuust en overtuigend om de vaccinatie daartoe te beperken. Voor kinderen onder de 15 adviseert de raad het aantal prikken op twee te houden. De resultaten uit onderzoek naar het effect van één dosis zijn nog te onzeker. De raad adviseert resultaten uit lopend onderzoek naar één prik af te wachten en eventueel daarna het vaccinatieschema opnieuw te beoordelen.
Besluit: 2022-08-30
Advies
Documenten: 3
De Gezondheidsraad heeft de voedingsnormen voor energie, ofwel de referentiewaarden voor de dagelijkse calorische inname, herzien. Daarbij maakt de raad onderscheid naar leeftijdsgroepen, tussen mannen en vrouwen en naar verschillende niveaus van lichamelijke activiteit. Ook is de extra energiebehoefte gespecificeerd voor zwangere vrouwen (per trimester) en voor vrouwen die borstvoeding geven. De voedingsnormen zijn grotendeels gebaseerd op de normen die de Europese voedselveiligheidsautoriteit EFSA heeft vastgesteld en aangepast aan de gemiddelde lengte en het gemiddelde gewicht van de Nederlandse bevolking. De energiebehoefte verschilt sterk van persoon tot persoon. Leeftijd, lichaamslengte, lichaamsgewicht en activiteitenpatroon hebben hierop een grote invloed. Daarom is de gemiddelde energiebehoefte alleen geschikt voor toepassingen op groepsniveau, zoals de voedingsvoorlichting van het Voedingscentrum, en niet voor toepassing op het individu. Wel formuleert de raad in het advies aandachtspunten voor diëtisten om de energiebehoefte van een individu te schatten bij het geven van voedingsadviezen. De raad beveelt aan dat er onderzoek komt naar de mate waarin ondergewicht, overgewicht, bepaalde ziekten en/of medicijngebruik invloed hebben op de energiebehoefte. Daarover is nu namelijk weinig bekend. Bij de voedingsnormen wordt uitgegaan van gezonde mensen met een gezond gewicht. Veel mensen kampen echter met overgewicht en/of chronische ziekten.
Besluit: 2022-08-16
Advies
Documenten: 2
Het Amsterdam UMC heeft namens het NIPT Consortium een vergunning gevraagd voor het aanbieden van de niet-invasieve prenatale test aan zwangeren van 15 jaar en jonger. De Commissie Bevolkingsonderzoek van de Gezondheidsraad adviseert de minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport hiervoor vergunning te verlenen onder de voorwaarde dat de informatie aan de zwangere en haar (gezagdragende) ouder(s) of voogd(den) wordt aangepast.
Besluit: 2022-07-15
Advies
Documenten: 6
De Regionale Centra voor Prenatale Screening hebben gezamenlijk een vergunning aangevraagd voor het in studieverband aanbieden van de eerste trimester-SEO aan zwangeren van 15 jaar of jonger. De Commissie Bevolkingsonderzoek van de Gezondheidsraad adviseert de minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport hiervoor vergunning te verlenen onder de voorwaarde dat de informatie aan de zwangere en haar (gezagdragende) ouder(s) of voogd(den) wordt aangepast.
Besluit: 2022-07-15
Advies
Documenten: 6
De leefomgeving heeft grote invloed op de gezondheid van mensen. De overheid streeft naar een gezonde leefomgeving, maar moet in omgevingsbeleid ook veel andere doelen meewegen. In de Nationale Omgevingsvisie (NOVI) en het Nationaal Milieubeleidskader (NMK) zijn die andere doelen vaak concreter geformuleerd – met harde einddoelen en tussendoelen. Daardoor dreigt gezondheid ondergeschikt te raken. De Gezondheidsraad pleit ervoor om ook voor een gezonde leefomgeving concrete einddoelen, tussendoelen en resultaatverplichtingen op te stellen. Ook bij de toepassing van normen om de blootstelling aan schadelijke stoffen te beperken kan de overheid duidelijker sturen op gezondheidswinst. In de praktijk wordt vaak alleen uitgegaan van wat wettelijk is toegestaan. Het doel van gezondheidsbescherming kan daardoor buiten beeld raken. Tot slot pleit de raad voor een betere ondersteuning van decentrale overheden. Zij krijgen onder de Omgevingswet, die naar verwachting begin 2023 in werking treedt, een grotere verantwoordelijkheid voor omgevingsbeleid. De raad adviseert om een afwegingskader te ontwikkelen, waarmee gezondheid expliciet en op gelijkwaardig niveau kan worden afgewogen tegen andere omgevingsdoelen.
Besluit: 2022-07-13
Advies
Documenten: 2
Omdat huidkanker veel voorkomt heeft de staatssecretaris van VWS, ter uitvoering van een Kamermotie, de Gezondheidsraad gevraagd of een bevolkingsonderzoek naar huidkanker is aangewezen. Voorwaarde voor het instellen van een bevolkingsonderzoek is dat het nut ervan vaststaat en dat de voordelen opwegen tegen de nadelen. Dat is bij huidkanker niet het geval, constateert de raad. Er is geen wetenschappelijk bewijs dat een dergelijk programma zinvol is. De toegevoegde waarde van een bevolkingsonderzoek is naar verwachting klein, omdat veel gevallen al in een vroeg stadium worden opgespoord en er weinig mensen aan overlijden. De zorg voor mensen met een verdacht plekje op hun huid start meestal bij de huisarts. Die maakt een risico-afweging en behandelt de plek zelf of verwijst door naar de dermatoloog. Mensen bij wie de verdenking bestaat op een familiaire of erfelijke aanleg voor melanomen krijgen een periodiek onderzoek van de huid en genetische diagnostiek aangeboden. Met de huidige opsporing en behandeling van verdachte plekjes is de overlevingskans van huidkanker hoog. Overmatige blootstelling aan zonlicht en zonverbranding in combinatie met een lichte huid vormen de belangrijkste risicofactoren voor huidkanker. Gedrag kan het risico dan ook aanzienlijk verkleinen (niet langdurig in de zon, huid bedekken, smeren met hoge beschermingsfactor). De Stuurgroep Huidkankerzorg Nederland en het RIVM werken aan intensievere voorlichting. De Gezondheidsraad onderschrijft het belang van gedragsverandering en voorlichting. Mogelijk kunnen in de toekomst apps voor verdachte huidafwijkingen een rol spelen in de opsporing van huidkanker. Dit vraagt echter nog meer ontwikkeling en onderzoek.
Besluit: 2022-07-05
Advies
Documenten: 2
In Nederland geldt een voorzorgbeleid voor de afstand tussen hoogspanningslijnen en woningen om blootstelling aan magnetische velden in de woonomgeving te beperken. Dat beleid is mede gebaseerd op eerdere conclusies van de Gezondheidsraad dat leukemie zich mogelijk vaker voordoet bij kinderen die dichtbij hoogspanningslijnen wonen. Op verzoek van de minister van IenW heeft de Gezondheidsraad nu ook gekeken naar het risico op de neurodegeneratieve ziekten alzheimer, ALS, parkinson en MS. In de beschikbare gegevens zijn geen aanwijzingen gevonden voor een verhoogd risico op de vier onderzochte neurodegeneratieve ziekten in de buurt van hoogspanningslijnen. De commissie ziet daarom geen reden om het bestaande voorzorgbeleid en de aanbevolen uitbreiding daarvan naar onder meer ondergrondse hoogspanningskabels en transformatorstations nog verder uit te breiden. De raad heeft ook gekeken naar blootstelling aan magnetische velden bij bijvoorbeeld elektriciteitsbedrijven, waar de blootstellingsniveaus hoger kunnen zijn dan in de woonomgeving. In onderzoek naar beroepsmatige blootstelling zijn aanwijzingen gevonden voor een verhoogd risico op ALS en alzheimer. Omdat niet duidelijk is vanaf welk niveau het risico mogelijk verhoogd is, adviseert de Gezondheidsraad om de beroepsmatige blootstelling aan magnetische velden uit voorzorg zo laag als redelijkerwijs mogelijk is te houden. Gelijktijdig met het advies over neurodegeneratieve ziekten, heeft de Gezondheidsraad ook een advies uitgebracht over hoogspanningslijnen en het risico op kanker bij volwassenen.
Besluit: 2022-06-29
Advies
Documenten: 2
In Nederland geldt een voorzorgbeleid voor de afstand tussen hoogspanningslijnen en woningen om blootstelling aan magnetische velden in de woonomgeving te beperken. Dat beleid is mede gebaseerd op eerdere conclusies van de Gezondheidsraad dat leukemie zich mogelijk vaker voordoet bij kinderen die dichtbij hoogspanningslijnen wonen. Op verzoek van de minister van IenW heeft de Gezondheidsraad nu ook gekeken naar het risico op leukemie en andere vormen van kanker bij volwassenen. In de beschikbare gegevens zijn voor de meeste onderzochte vormen van kanker geen aanwijzingen gevonden voor een verhoogd risico. Leukemie treedt mogelijk wel vaker op bij volwassenen die dichtbij hoogspanningslijnen wonen, net als bij kinderen. De Gezondheidsraad beschouwt dit als een extra argument voor het bestaande voorzorgbeleid voor hoogspanningslijnen en de aanbevolen uitbreiding daarvan naar onder meer ondergrondse hoogspanningskabels en transformatorstations. De raad heeft ook gekeken naar blootstelling aan magnetische velden bij bijvoorbeeld elektriciteitsbedrijven, waar de blootstellingsniveaus hoger kunnen zijn dan in de woonomgeving. In onderzoek naar beroepsmatige blootstelling zijn aanwijzingen gevonden voor een verhoogd risico op leukemie en enkele andere vormen van kanker. Omdat niet duidelijk is vanaf welk niveau het risico mogelijk verhoogd is, adviseert de Gezondheidsraad om de beroepsmatige blootstelling aan magnetische velden uit voorzorg zo laag als redelijkerwijs mogelijk is te houden. Gelijktijdig met het advies over neurodegeneratieve ziekten, heeft de Gezondheidsraad ook een advies uitgebracht over hoogspanningslijnen en het risico op neurodegeneratieve ziekten.
Besluit: 2022-06-29
Advies
Documenten: 2
Eetstoornissen, zoals anorexia nervosa, boulimia nervosa, eetbuistoornis en de vermijdende of restrictieve voedselinnamestoornis ARFID, zijn ernstige psychiatrische aandoeningen die ook vaak ernstige lichamelijke gevolgen hebben. Gemiddeld duurt het vier jaar voor iemand passende hulp krijgt. Gebrek aan kennis bij jongeren, hun ouders en professionals, lange wachtlijsten en een versnipperd zorgaanbod zijn daaraan debet. De raad adviseert de preventie vooral te richten op het vergroten van de mentale weerbaarheid van jongeren, onder andere door hun zelfvertrouwen te verbeteren en hen te leren verantwoord en kritisch om te gaan met (sociale) media. Van belang is dat jongeren zelf eerder beseffen dat ze ziek zijn en dat hun omgeving het sneller opmerkt. Een goed screeningsinstrument is nodig voor de vroege herkenning. Verder valt winst te behalen met een laagdrempelig behandelaanbod, dat meteen kan starten. Dat voorkomt dat klachten erger worden en helpt de wachttijd voor specialistische behandeling te overbruggen of dergelijke behandeling zelfs overbodig te maken. De Gezondheidsraad adviseert een landelijk uniforme aanpak van eetstoornissen, die op regionaal of gemeentelijkniveau uitgevoerd kan worden. De raad adviseert te investeren in onderzoek naar vroege herkenning van eetstoornissen, naar effectieve interventies en samenloop met andere ziekten.
Besluit: 2022-06-28
Advies
Documenten: 2
Begin 2022 heeft het Erasmus MC vergunning gevraagd voor aanpassing van het onderzoek. Op basis van nieuwe gegevens willen de onderzoekers nu de grenswaarden voor indeling in de drie groepen wijzigen. De Commissie Bevolkingsonderzoek van de Gezondheidsraad is positief over deze aanpassing en adviseert de staatssecretaris ook hiervoor vergunning te verlenen.
Besluit: 2022-05-12
Advies
Documenten: 6
Het staat iedereen vrij een medische crowdfundingactie te starten. Mensen die zelf de financiële middelen niet hebben, kunnen op die manier toegang krijgen tot hulpmiddelen en medische behandelingen die vanwege het gebrek aan bewijs over de effectiviteit en veiligheid niet worden vergoed door de zorgverzekeraar. De slagingskans van de behandeling waarvoor de medische crowdfundingactie is gestart, wordt echter vaak te rooskleurig gepresenteerd. Medische crowdfunding is een laagdrempelige manier van online geld inzamelen voor persoonlijke medische doeleinden. Iedereen met toegang tot internet kan een crowdfundingactie beginnen. Vaak is er een directe relatie tussen de donateurs en initiatiefnemer of begunstigde, waarbij er geen tussenpersoon is die toezicht houdt. Crowdfundingplatforms hebben een puur faciliterende rol. Overtuiging van potentiële donateurs Medische crowdfunding biedt diverse kansen en voordelen. Zo kan een actie toegang tot een medische behandeling bieden, en kunnen initiatiefnemers en donateurs iets zinvols voor een ander doen. Daartegenover staan ook risico’s. Vaak schetsen initiatiefnemers (te) rooskleurige beelden over de slagingskans van een behandeling. Ook delen zij veel persoonlijke informatie over de begunstigde, wat tot privacy verlies kan leiden. Dit is vooral problematisch wanneer een actie wordt gestart namens iemand die daarvoor zelf geen toestemming kan geven, zoals een kind. Ook komt er door medische crowdfundingacties nog meer nadruk te liggen op de eigen verantwoordelijkheid. Dit kan een negatieve invloed hebben op het draagvlak voor het solidariteitsprincipe als uitgangspunt voor het zorgverzekeringsstelsel. Onjuiste basis voor keuzes Op de crowdfundingplatforms is (medische) informatie te vinden over ziektes, diagnostische methodes en behandelingen. Deze informatie blijkt niet altijd realistisch te zijn, omdat het wetenschappelijk bewijs over effectiviteit en de veiligheid van de behandelingen ontbreekt. Bij medische crowdfunding hebben initiatiefnemers vaak de neiging om de kans op succes van de behandeling aan te dikken. Met een positieve uitspraak over de slagingskans van een behandeling hopen zij de kans op donaties te vergroten, en zo een succesvolle uitkomst van de medische crowdfundingactie te bereiken. Via crowdfundingplatforms kan deze misinformatie zich echter razendsnel verspreiden onder potentiële initiatiefnemers, groepen patiënten en potentiële donateurs. Het gevaar ontstaat dat deze vervolgens keuzes maken op basis van onjuiste informatie of valse hoop. Eerlijke informatie en juiste verwachtingen Volgens het CEG valt er winst te behalen in het verbreden van de taakopvatting van crowdfundingplatforms. En hen verantwoordelijk te maken voor goede informatievoorziening. Zo kunnen mensen worden beschermd tegen onjuiste informatie en irreële verwachtingen. Het beginsel van geïnformeerde keuze brengt ook voor zorgaanbieders een informatieplicht met zich mee. Dat geldt zowel voor de zorgaanbieder in het buitenland die de behandeling verricht, als voor de behandelend arts in Nederland. De overheid doet er goed aan om crowdfundingacties te monitoren: ze kunnen een signaal zijn dat het zorgstelsel niet meer naar behoren functioneert.
Besluit: 2022-04-11
Advies
Documenten: 3
Op 10 december 2021 heeft de Gezondheidsraad geadviseerd om vaccinatie tegen COVID-19 beschikbaar te stellen aan kinderen van 5 tot en met 11 jaar. Op 19 januari 2022 heeft de raad het advies geactualiseerd en geconcludeerd dat ook bij de epidemiologische situatie waarin de omikronvariant dominant is vaccinatie van 5 tot en met 11-jarigen zinvol is, vooral voor degenen die nog geen COVID-19 hebben gehad. Op dat moment was alleen het BioNTech/Pfizer-vaccin goedgekeurd voor gebruik bij kinderen van 5 tot en met 11 jaar. De raad heeft vastgesteld dat dat vaccin voor deze groep voldoende werkzaam en veilig is. Op 24 februari 2022 heeft het Europees medicijnagentschap EMA het Moderna-vaccin goedgekeurd voor kinderen van 6 tot en met 11 jaar. Op verzoek van de minister van VWS adviseert de Gezondheidsraad over de inzet van het Moderna-vaccin bij deze leeftijdsgroep. Er zijn op dit moment nog beperkte gegevens beschikbaar over de werkzaamheid en veiligheid van vaccinatie met het Moderna-vaccin bij kinderen van 6 tot en met 11 jaar. Daarom, en omdat het BioNTech/Pfizer-vaccin in voldoende mate beschikbaar is, adviseert de raad om het Moderna-vaccin niet in te zetten bij kinderen van 6 tot en met 11 jaar.
Besluit: 2022-04-07
Advies
Documenten: 4
De bescherming die COVID-19-vaccinatie biedt tegen ernstige ziekte en sterfte neemt af na verloop van tijd. Een extra vaccinatie zorgt ervoor dat de bescherming weer toeneemt, maar dat effect is tijdelijk. Door vaccinatie nog een keer te herhalen (revaccinatie) neemt de bescherming weer toe. Op 18 februari 2022 adviseerde de Gezondheidsraad om zo’n revaccinatie aan te bieden aan 70-plussers en de meest kwetsbare groepen en op 25 maart om revaccinatie ook beschikbaar te stellen voor 60- tot en met 69-jarigen. Er is op dit moment volgens de Gezondheidsraad geen aanleiding om andere groepen te revaccineren. Ook is het volgens de raad niet noodzakelijk om de komende tijd de immuniteit van de gehele bevolking continu op peil te houden door middel van periodieke revaccinaties. In plaats daarvan adviseert de raad een werkwijze waarbij specifieke doelgroepen snel gerevaccineerd kunnen worden als de epidemiologische situatie daar aanleiding toe geeft. Ter ondersteuning van de besluitvorming daarover heeft de Gezondheidsraad een kader opgesteld waarmee beoordeeld kan worden welke groep op welk moment in aanmerking komt voor revaccinatie.
Besluit: 2022-03-25
Advies
Documenten: 7
De bescherming die COVID-19-vaccinatie biedt tegen ernstige ziekte en sterfte neemt af na verloop van tijd. Een extra vaccinatie zorgt ervoor dat de bescherming weer toeneemt, maar dat effect is tijdelijk. Door vaccinatie nog een keer te herhalen (revaccinatie) neemt de bescherming weer toe. Eerder adviseerde de Gezondheidsraad om zo’n revaccinatie aan te bieden aan 70-plussers en de meest kwetsbare groepen, omdat zij een hoger risico lopen op ernstige ziekte en sterfte door COVID-19 en doordat het aantal besmettingen waarschijnlijk nog hoog zou zijn op het moment dat de bescherming van de booster bij hen afneemt. Doordat de besmettingsgolf door de omikronvariant langer aanhoudt dan verwacht, speelt dit scenario nu ook voor mensen van 60 tot en met 69 jaar. Bij hen zal de bescherming door de booster zijn afgenomen op het moment dat het aantal besmettingen waarschijnlijk nog hoog is. Dat kan in deze groep, die een hoger risico loopt op een ernstig beloop van COVID-19 dan mensen onder de 60, leiden tot een toename van het aantal ziekenhuisopnames. De Gezondheidsraad adviseert daarom om een tweede booster (revaccinatie) beschikbaar te stellen voor mensen van 60 tot en met 69 jaar die dat willen en die langer dan 3 maanden geleden een vaccinatie hebben gehad of COVID-19 hebben doorgemaakt.
Besluit: 2022-03-25
Advies
Documenten: 7
In 2017 heeft de Gezondheidsraad beweegrichtlijnen opgesteld voor kinderen vanaf 4 jaar, volwassenen en ouderen. Op verzoek van de minister voor Medische Zorg en Sport is de Gezondheidsraad nagegaan of er op basis van de wetenschap richtlijnen opgesteld kunnen worden voor kinderen onder de 4 jaar. Bij kinderen van 0 tot en met 3 jaar is weinig onderzoek gedaan naar bewegen en gezondheid. Het is wel duidelijk dat meer bewegen en minder stilzitten samengaan met een betere gezondheid en ontwikkeling, maar het is niet mogelijk om kwantitatieve richtlijnen uit af te leiden. De Gezondheidsraad adviseert daarom om meer onderzoek te doen. In afwachting daarvan kan een recent rapport van de Wereldgezondheidsorganisatie (WHO) houvast bieden aan bijvoorbeeld de jeugdgezondheidzorg en de kinderopvang. De WHO heeft gebruikgemaakt van deskundigen om toch tot kwantitatieve beweegadviezen te komen. De Gezondheidsraad heeft ook gekeken naar bewegen en gezondheid bij kinderen van 4 jaar. De raad adviseert om de bestaande richtlijnen voor deze groep, zoals opgenomen in Beweegrichtlijnen 2017, aan te vullen met de inzichten van de WHO.
Besluit: 2022-02-22
Advies
Documenten: 4
Vanaf november 2021 wordt een eerste boostervaccinatie tegen COVID-19 aangeboden aan iedereen boven de 18 jaar. De booster zorgt ervoor dat de bescherming tegen ernstige ziekte weer toeneemt. Omdat dat effect tijdelijk is, heeft de minister van VWS gevraagd of het nodig is om alle volwassenen een tweede boostervaccinatie aan te bieden. Volgens de Gezondheidsraad is dat niet nodig. De omikronvariant van het SARS-CoV-2-virus is minder ziekmakend dan eerdere varianten en de besmettingsgolf neemt naar verwachting af. Voor de algemene bevolking is de verwachte gezondheidswinst door een tweede boostervaccinatie daarom gering. De Gezondheidsraad adviseert om de meest kwetsbare volwassenen wel een tweede boostervaccinatie aan te bieden. Het gaat om mensen van 70 jaar en ouder, bewoners van verpleeghuizen, volwassenen met downsyndroom en volwassenen met een ernstige immuunstoornis. Dit is mede uit voorzorg. Er is grote onzekerheid over het verloop van het aantal besmettingen. Kwetsbare groepen lopen een groter risico op ernstige ziekte en een deel van hen heeft de eerste booster zo’n drie maanden geleden gekregen, waardoor de bescherming inmiddels is afgenomen. Daardoor zou een toename in het aantal besmettingen toch tot ziekenhuisopnames kunnen leiden onder deze groepen, ondanks dat omikron mild is.
Besluit: 2022-02-18
Advies
Documenten: 8
Een deel van de COVID-19-patiënten houdt klachten. Dit wordt vaak long (langdurige) COVID genoemd of het post-COVID-syndroom. De Gezondheidsraad heeft de wetenschappelijke literatuur hierover in kaart gebracht. Daarin worden uiteenlopende klachten beschreven, die soms maanden aanhouden, en na verloop van tijd kunnen afnemen. De beschikbare onderzoeken bevatten nog veel onzekerheden. Wel is duidelijk dat het post-COVID-syndroom naast gevolgen voor de patiënten zelf, ook implicaties heeft voor de zorg. Om beter in te kunnen zetten op preventie, diagnostiek en behandeling is aanvullend onderzoek nodig. Ook adviseert de Gezondheidsraad om te zorgen voor bredere bekendheid van het post-COVID-syndroom en de huidige zorg voor patiënten goed te monitoren.
Besluit: 2022-02-14
Advies
Documenten: 2
De Gezondheidsraad heeft de stand van de wetenschap in kaart gebracht in het eerste jaar van de coronapandemie. Vooral jongvolwassenen, ouderen en beroepsgroepen die onder druk staan, zoals zorgpersoneel, hebben vaker last van mentale klachten. Daarnaast hebben meer mensen te maken gekregen met omstandigheden die de kans op mentale klachten vergroten, zoals financiële onzekerheid, onveilige thuissituaties en leerachterstanden. Het beeld dat naar voren komt, geeft reden tot zorg, vindt de raad. Van belang is de ontwikkelingen goed te blijven volgen en ook te bezien of de genomen initiatieven om de mentale gezondheid te versterken effectief en afdoende zijn. Daarnaast adviseert de commissie om geen nieuwe interventies te ontwikkelen, maar te zorgen voor implementatie van bestaande effectieve en laagdrempelige interventies. Ook is van belang te zorgen voor toegankelijke ondersteuning van kwetsbare groepen en voor continuïteit in het hulpaanbod, ondersteund met langjarige financiering.
Besluit: 2022-02-14
Advies
Documenten: 4
Onderzoek naar de relatie tussen leefomgeving en gezondheid richt zich vaak op het begrijpen van de effecten van één aspect van de leefomgeving op een bepaalde ziekte. Bij exposoomonderzoek wordt gekeken naar de invloed van verschillende aspecten tegelijkertijd. Het gaat daarbij om fysieke omgevingsfactoren (zoals luchtverontreiniging, medicijnen en groen in de leefomgeving), sociale omgevingsfactoren (zoals opleidingsniveau en gezinssamenstelling), gedrag (zoals voedingsgewoonten en lichamelijke activiteit) en stoffen die worden gevormd in het lichaam zelf (bijvoorbeeld door stofwisseling, door veroudering of door afweerreacties). Deze integrale benadering biedt volgens de Gezondheidsraad kansen om effectievere preventieve en gezondheidsbevorderende strategieën te ontwikkelen. Bijvoorbeeld doordat het onderzoek de stapeling van en interacties tussen diverse omgevingsfactoren in beeld brengt. Ook kan exposoomonderzoek mogelijk nieuwe risico’s opsporen, bijvoorbeeld risico’s die ontstaan door de introductie van bepaalde innovaties. De resultaten van dergelijk onderzoek kunnen gezondheidswinst opleveren, mits het gezondheids- en omgevingsbeleid en het exposoomonderzoek op elkaar aansluiten. De Gezondheidsraad doet aanbevelingen om de resultaten van exposoomonderzoek beter te benutten voor beleid.
Besluit: 2022-02-09
Advies
Documenten: 3
Boostervaccinatie bij 12- tot en met 17-jarigen levert slechts zeer beperkte gezondheidswinst op, ook voor adolescenten die onder een hoogrisicogroep vallen. Als gevaccineerde adolescenten een omikroninfectie krijgen, verloopt die over het algemeen mild en is de kans op ziekenhuisopname minimaal. Ook het risico dat een gevaccineerde adolescent MIS-C krijgt na een infectie met de omikronvariant is zeer klein. Bovendien brengt vaccinatie het risico met zich mee op de zeldzame bijwerking myocarditis. Het Europees medicijnagentschap EMA heeft voor adolescenten de voordelen nog niet afgewogen tegen de risico’s, waardoor inzet van het vaccin off-label zou zijn. Bij het advies van de Gezondheidsraad uit de zomer van 2021 om de primaire vaccinatie beschikbaar te stellen aan adolescenten, was een belangrijk argument dat dit duidelijke indirecte gezondheidswinst zou opleveren. In de huidige situatie waarin veel beperkende maatregelen zijn losgelaten en de omikronvariant dominant is, biedt boostervaccinatie geen relevante indirecte gezondheidswinst meer voor deze groep. Ook verwacht de raad geen belangrijk effect van boostervaccinatie van adolescenten op de verspreiding van het virus in de bevolking. De raad concludeert daarom dat er geen medisch-wetenschappelijke reden is om boostervaccinatie aan te bieden aan alle 12- tot en met 17-jarigen. Wel adviseert de raad om individueel maatwerk mogelijk te maken voor adolescenten met een ernstige afweerstoornis en adolescenten die een booster willen om kwetsbare familieleden te beschermen. Of voor adolescenten die willen reizen naar landen waar de booster verplicht is maatwerk mogelijk moet zijn, valt buiten het mandaat van de Gezondheidsraad.
Besluit: 2022-02-04
Advies
Documenten: 4
Begin december adviseerde de raad om vaccinatie tegen COVID-19 beschikbaar te stellen aan (de ouders van) kinderen van 5 tot en met 11 jaar die dit willen. Sindsdien hebben we te maken met een nieuwe virusvariant (omikron) en met een toegenomen aantal kinderen dat al COVID-19 heeft gehad. Daarom heeft de raad gekeken of het advies op basis van de huidige situatie nog steeds geldt. Dat is het geval. Vergeleken met eerdere varianten verloopt een infectie met de omikronvariant doorgaans milder, met een kleinere kans op ziekenhuisopname. Vaccinatie beschermt goed tegen ernstige COVID-19 door de omikronvariant, maar minder goed tegen mildere vormen van de ziekte. In december schatte de raad dat zonder vaccinatie ongeveer 150 gevallen van het ernstige ziektebeeld MIS-C door COVID-19 zouden optreden. Destijds had de helft van de kinderen al een besmetting doorgemaakt; inmiddels is dit opgelopen tot twee derde. Daarom stelt de raad deze schatting bij naar ongeveer 100. De raad vindt dit nog steeds een belangrijk gezondheidsrisico. MIS-C kan ook ontstaan na COVID-19 met milde of zelfs zonder ziekteverschijnselen. Het is aannemelijk dat vaccinatie hiertegen goede bescherming biedt. Daarom blijft de raad bij zijn eerdere advies om vaccinatie beschikbaar te stellen aan (ouders van) kinderen van 5 tot en met 11 jaar die dit willen. Kinderen bij wie een PCR-test heeft uitgewezen dat zij COVID-19 hadden, zijn door hun afweer beschermd tegen MIS-C. Zij hoeven zich dus niet om deze reden te laten vaccineren. De raad kan zich echter voorstellen dat er andere redenen zijn waarom ouders hun kind willen laten vaccineren, bijvoorbeeld voorkomen van besmetting van kwetsbare huisgenoten of anderen.
Besluit: 2022-01-19
Advies
Documenten: 6