Naar inhoud

Adviezen Gezondheidsraad, 2023

Zoek binnen deze data in WooGLe

Advies Vaccinatie tegen mpox

De Gezondheidsraad adviseert om een structureel vaccinatieprogramma tegen mpox in te richten voor de groepen waarin de virusinfectie het vaakst voorkomt. Mpox (voorheen apenpokken of monkeypox genoemd) is een virusinfectie die sinds 2022 in Nederland voorkomt. In 2022 en 2023 is vaccinatie tegen mpox via de GGD aangeboden aan mannen die seks hebben met mannen, en vooral degenen die vaak seks hebben met meerdere partners. Deze groep heeft namelijk de grootste kans op een mpox-infectie. De Gezondheidsraad heeft op verzoek van de minister van VWS beoordeeld of vaccinatie tegen mpox moet worden aangeboden in een structureel vaccinatieprogramma. De raad adviseert om vaccinatie tegen mpox structureel aan te bieden aan de groep mannen met de grootste kans op een mpox-infectie, vanwege de ziektelast in deze groep, de onvoorspelbare epidemiologie van mpox en de onzekerheid over de ernst en omvang van toekomstige uitbraken. De raad adviseert het vaccinatieaanbod vijf jaar in stand te houden en het daarna te evalueren.
Besluit: 2023-12-19 Advies Documenten: 6

Advies Gezonde eiwittransitie

Opschuiven naar een voedingspatroon met meer plantaardige en minder dierlijke eiwitten is beter voor het milieu en gezonder voor de meeste Nederlanders. Dit concludeert de Gezondheidsraad in een advies aan de minister van LNV en de staatssecretaris van VWS. Dierlijke eiwitbronnen hebben een grotere milieu-impact dan plantaardige eiwitbronnen. Ook worden sommige bronnen van dierlijk eiwit in verband gebracht met een verhoogd risico op chronische ziekten. Daarom richt overheidsbeleid zich op de overgang naar meer plantaardige en minder dierlijke eiwitten, oftewel de eiwittransitie. De Gezondheidsraad onderzocht de gezondheidseffecten van een voedingspatroon met 60% plantaardige en 40% dierlijke eiwitten. In ons huidige voedingspatroon is die verhouding andersom. De raad concludeert dat het meer plantaardige voedingspatroon beter voldoet aan de Richtlijnen goede voeding dan het huidige voedingspatroon. Voor de meeste Nederlanders is het mogelijk om minder dierlijk te gaan eten zonder dat tekorten aan voedingsstoffen ontstaan. De raad schat dat het meer plantaardige voedingspatroon de milieu-impact van onze voedselconsumptie met 25% kan verlagen. Om de verschuiving mogelijk te maken adviseert de raad in te zetten op beleidsmaatregelen die het voor de gehele bevolking makkelijker maken om meer plantaardig te eten.
Besluit: 2023-12-13 Advies Documenten: 10

Advies Preconceptionele dragerschapsscreening

De Gezondheidsraad adviseert om in een onderzoek na te gaan hoe preconceptionele dragerschapsscreening verantwoord beschikbaar gemaakt kan worden voor alle wensouders. Kinderen kunnen geboren worden met een ernstige erfelijke aandoening als zowel de biologische vader als de biologische moeder drager zijn. Mensen weten vaak niet dat ze drager zijn. Dat kan aan het licht worden gebracht met genetisch onderzoek, voorafgaand aan een eventuele zwangerschap. Het doel is om dragerparen in staat te stellen geïnformeerde keuzes rond de voortplanting te maken. In Nederland krijgen wensouderparen van wie bekend is dat zij een hoger dan gemiddelde kans hebben om beide drager te zijn nu al dragerschapsscreening aangeboden. De minister van VWS heeft de Gezondheidsraad gevraagd of het wenselijk is preconceptionele dragerschapsscreening aan te bieden aan alle wensouders. Volgens de Gezondheidsraad heeft dat meerwaarde ten opzichte van het bestaande aanbod van screening rond zwangerschap en geboorte. De raad adviseert daarom om een aanbod van preconceptionele dragerschapsscreening aan alle wensouders te overwegen en in een pilotonderzoek na te gaan welke vorm daar het meest geschikt voor is.
Besluit: 2023-11-15 Advies Documenten: 5

Advies Tricresylfosfaat

Tricresylfosfaat wordt gebruikt als vlamvertrager in polystyreen en andere thermoplasten, als PVC-weekmaker, als smeermiddel en als hydraulische vloeistof. Mensen die werken in drukkerijen of in wetenschappelijk onderzoek of die beroepsmatig bezig zijn met de samenstelling van complexe mengsels van chemicaliën, kunnen met de stof in aanraking komen. Tricresylfosfaat wordt ook gebruikt als toevoeging in motorolie van vliegtuigen. Op verzoek van de minister van SZW heeft de vaste subcommissie Classificatie reproductietoxische stoffen van de Gezondheidsraad beoordeeld of er aanwijzingen zijn dat tricresylfosfaat schadelijk is voor de vruchtbaarheid van mannen en vrouwen en voor de ontwikkeling van het ongeboren kind. Ook heeft de commissie beoordeeld of de stof nadelige effecten heeft op of via de borstvoeding. Voor de effecten op de vruchtbaarheid adviseert de commissie om tricresylfosfaat te classificeren in gevarencategorie 2. Dat wil zeggen dat de stof ervan verdacht wordt schadelijk te zijn voor de vruchtbaarheid, maar dat de bewijslast beperkt is. Voor effecten op de ontwikkeling van het ongeboren kind en voor de effecten op of via lactatie adviseert de commissie om niet classificeren in een gevarencategorie, omdat er onvoldoende geschikte onderzoeksgegevens zijn.
Besluit: 2023-11-13 Advies Documenten: 5

Advies De veertiendagengrens in de Embryowet

De Gezondheidsraad adviseert om de veertiendagengrens in de Embryowet aan te passen naar 28 dagen. In de Embryowet is vastgelegd onder welke voorwaarden het is toegestaan om onderzoek te doen met embryo’s die overblijven na ivf-trajecten. Zo moet altijd vooraf getoetst worden of onderzoek echt nodig is en of het niet op een andere manier kan. Ook is vastgelegd dat onderzoekers de embryo’s niet langer dan 14 dagen mogen laten ontwikkelen buiten het lichaam. Bij de evaluatie van de Embryowet kwam de vraag naar voren of die grens van 14 dagen opgeschoven kan worden. Op verzoek van de minister van VWS heeft de Gezondheidsraad zich gebogen over die vraag. Na een zorgvuldige afweging van de beschermwaardigheid van het embryo, het belang van wetenschappelijk onderzoek en het maatschappelijk perspectief komt de raad tot het advies de veertiendagengrens op te schuiven naar 28 dagen.
Besluit: 2023-10-31 Advies Documenten: 9

Advies Longkankersterfte door inhalatoire blootstelling aan asbest

Inademing van asbestvezel kan kanker veroorzaken. In de algemene bevolking is de blootstelling aan asbestvezels gering. Op de werkplek is de blootstelling sterk verminderd, door het asbestverbod in 1993 en door betere bescherming van werknemers. Doordat het na blootstelling aan asbest decennia kan duren voordat de gezondheidsschade zich manifesteert, is momenteel nog steeds sprake van asbestslachtoffers door blootstelling in het verleden. De staatssecretaris van IenW heeft de Gezondheidsraad gevraagd hoeveel dat er momenteel zijn. De meest voorkomende gevolgen van blootstelling aan asbest zijn longkanker en long- en buikvlieskanker (mesothelioom). Mesothelioom wordt vrijwel uitsluitend veroorzaakt door blootstelling aan asbest. Longkanker kent daarentegen verschillende oorzaken, waarvan blootstelling aan asbest er één is. Hoeveel gevallen van longkankersterfte het gevolg zijn van blootstelling aan asbest zal dus geschat moeten worden. Het RIVM kwam in 2017 op een schatting van 1096 sterfgevallen per jaar door longkanker als gevolg van blootstelling aan asbest. Dat aantal is onder meer afgeleid van de 548 geregistreerde sterfgevallen door mesothelioom in 2016, want uit onderzoek is gebleken dat de verhouding tussen mesothelioomsterfte en longkankersterfte in blootgestelde populaties in Nederland 1 op maximaal 2 is. In 2018 verscheen het artikel Global Asbestos Disaster. Het aantal sterfgevallen door asbestgerelateerde longkanker in Nederland dat daarin wordt genoemd is volgens de Gezondheidsraad een grove overschatting. In het artikel worden foutieve aannames gedaan over de verhouding mesothelioom/longkanker. De Gezondheidsraad gaat uit van de verhouding 1 op maximaal 2 die het RIVM heeft aangehouden. Anno 2023 ligt die verhouding dichter bij de 1 op 1, blijkt uit modelberekeningen. De sterfte door mesothelioom daalt namelijk langzamer dan de sterfte aan longkanker, doordat mesothelioom zich later openbaart na blootstelling. De sterfte aan mesothelioom ligt momenteel rond de 500 per jaar. De Gezondheidsraad schat de actuele sterfte door asbestgerelateerde longkanker op 600 per jaar.
Besluit: 2023-09-04 Advies Documenten: 2

Advies Pyridine

De stof pyridine wordt gebruikt bij de productie van onder andere pesticiden, geneesmiddelen, waterafstotende middelen voor textiel en geurstoffen. Daarnaast wordt pyridine onder meer gebruikt als oplosmiddel voor verf, rubber en hars. Op verzoek van de minister van SZW heeft de vaste subcommissie Classificatie carcinogene stoffen van de Gezondheidsraad beoordeeld of er aanwijzingen zijn dat pyridine kankerverwekkend is. De commissie concludeert dat het bewijs beperkt is en adviseert pyridine te classificeren in gevarencategorie 2: stoffen die ervan verdacht worden kankerverwekkend te zijn voor mensen. Ook heeft de commissie beoordeeld of er aanwijzingen zijn dat pyridine mutageen is, dat wil zeggen dat het erfelijk materiaal in cellen blijvend kan veranderen. Daar zijn onvoldoende aanwijzingen voor. Daarom beveelt de commissie aan om pyridine niet te classificeren als mutageen in geslachtscellen. De publicatie Pyridine; Evaluation of the carcinogenicity and genotoxicity is uitgebracht in het Engels en heeft een Nederlandstalige samenvatting.
Besluit: 2023-08-29 Advies Documenten: 3

Advies Vaccinatie van werknemers: tekenencefalitis

Mensen die tijdens hun werk regelmatig door teken worden gebeten, zouden van hun werkgever vaccinatie tegen tekenencefalitis (TBE) aangeboden moeten krijgen. Dat schrijft de Gezondheidsraad in een advies aan de minister van SZW. Tekenencefalitis is een infectieziekte veroorzaakt door het tick-borne encephalitis (TBE)-virus. Mensen kunnen het virus oplopen door een tekenbeet. In de meeste gevallen krijgen mensen geen klachten, of alleen milde, griepachtige klachten. In sommige gevallen treedt meningitis (hersenvliesontsteking) op of encefalitis (hersenontsteking), wat kan leiden tot klachten die lang aanhouden en in zeldzame gevallen tot sterfte. Mensen die voor hun werk vaak in bosgebieden, duinen, heide, parken en tuinen zijn, lopen een extra risico op een tekenbeet en daarmee ook op een infectie met het TBE-virus. De Gezondheidsraad adviseert om werknemers die regelmatig tekenbeten oplopen (5 keer of vaker per jaar) vaccinatie tegen TBE aan te bieden. Ook werknemers die direct in aanraking kunnen komen met het TBE-virus, bijvoorbeeld in een laboratorium, moeten volgens de raad vaccinatie aangeboden krijgen. Omdat het risico op TBE door een tekenbeet heel laag is in Nederland, is er geen TBE-vaccinatieprogramma voor de algemene bevolking. Mensen kunnen er individueel voor kiezen zich op eigen kosten te laten vaccineren, ook als zij bijvoorbeeld naar een risicogebied reizen.
Besluit: 2023-08-24 Advies Documenten: 4

Advies Rubberstof en rubberdamp

Het geheel aan dampen en stoffen dat vrijkomt in de rubberproducerende industrie wordt beschouwd als kankerverwekkend. Omdat de samenstelling van rubberstof en rubberdamp heel variabel is, is het echter niet mogelijk om een gezondheidskundige advieswaarde af te leiden. Daardoor kan de beroepsmatige blootstelling niet getoetst worden. Volgens de vaste commissie Gezondheid en beroepsmatige blootstelling aan stoffen (GBBS) van de Gezondheidsraad is meer onderzoek nodig om na te gaan welke blootstellingsmaten de meest relevante informatie verschaffen over de mate van blootstelling. Aanvullend zijn er gegevens nodig over de huidige blootstelling in de rubberproducerende industrie. Die blootstelling is namelijk aanzienlijk veranderd de laatste decennia, waardoor onderzoeken naar blootstelling in het verleden nu minder relevant zijn.
Besluit: 2023-07-03 Advies Documenten: 2

Revaccinatie tegen COVID-19 met het HIPRA-vaccin

Onlangs heeft het Europese geneesmiddelenagentschap EMA het COVID-19-vaccin van HIPRA goedgekeurd voor gebruik als revaccinatie bij mensen vanaf 16 jaar die eerder zijn gevaccineerd met een mRNA-vaccin van BioNTech/Pfizer of Moderna. Op verzoek van de minister van VWS heeft de Subcommissie Vaccinaties COVID-19 van de Gezondheidsraad een advies opgesteld over de inzet van dit vaccin in Nederland. Uit onderzoek blijkt dat de immuunrespons na revaccinatie met het HIPRA-vaccin vergelijkbaar is met de immuunrespons na revaccinatie met een mRNA-vaccin. Het is nog niet bekend hoe goed revaccinatie met het HIPRA-vaccin in de praktijk beschermt tegen COVID-19. Het vaccin is kortgeleden ontwikkeld en nog niet op grote schaal toegepast in de algemene bevolking. Om diezelfde reden zijn er ook nog geen gegevens over eventuele zeldzame bijwerkingen op de langere termijn. Eventuele bijwerkingen kort na revaccinatie met het HIPRA-vaccin zijn doorgaans vergelijkbaar met of iets milder dan na revaccinatie met een mRNA-vaccin van BioNTech/Pfizer of Moderna. De commissie adviseert om het HIPRA-vaccin alleen in te zetten voor mensen die een contra-indicatie of bezwaar hebben tegen een mRNA-vaccin. Deze mensen kunnen nu al voor het Novavax-vaccin kiezen. Dat is een ook eiwitvaccin, net als het HIPRA-vaccin. Omdat er geen gegevens zijn over de werkzaamheid en veiligheid van het HIPRA-vaccin bij zwangere vrouwen, adviseert de commissie om bij vrouwen die bezwaar hebben tegen revaccinatie met een mRNA-vaccin het Novavax-vaccin in te zetten.
Besluit: 2023-06-29 Advies Documenten: 6

Advies Structureel vaccinatieprogramma tegen COVID-19

Drie jaar na de start van de COVID-19-pandemie heeft een groot deel van de Nederlandse bevolking immuniteit opgebouwd door vaccinatie, een doorgemaakte infectie of beide. De immuniteit neemt echter af na verloop van tijd en nieuwe virusvarianten kunnen de immuniteit omzeilen. Het SARS-CoV-2-virus blijft daardoor ziekte veroorzaken. De minister van VWS heeft de Gezondheidsraad om advies gevraagd over een structureel vaccinatieprogramma tegen COVID-19. De subcommissie Vaccinaties COVID-19 van de Gezondheidsraad adviseert om met ingang van het najaar van 2023 vooralsnog een jaarlijkse vaccinatie aan te bieden aan 60-plussers en medische risicogroepen. In 2022 ontstonden het hele jaar door nieuwe virusvarianten die steeds weer voor nieuwe besmettingsgolven zorgden. Na iedere besmettingsgolf was een tijdelijke toename te zien in het aantal ziekenhuisopnames en IC-opnames als gevolg van COVID-19. De ziektelast was het hoogst onder mensen van 60 jaar en ouder en mensen met een (ernstige) medische aandoening. Ervan uitgaande dat er ook de komende tijd meerdere infectiegolven per jaar zullen zijn, adviseert de commissie om de immuniteit van risicogroepen voorlopig op peil te houden met een jaarlijkse vaccinatie. Ook adviseert ze om het vaccinatieaanbod aan zwangeren voort te zetten, omdat COVID-19 bij hen ernstig kan verlopen. Jaarlijkse vaccinatie van zorgmedewerkers die direct contact hebben met patiënten kan indirect ook helpen risicogroepen te beschermen tegen ziekenhuisopname of sterfte door COVID-19. Omdat nog onduidelijk is hoe COVID-19 zich verder zal ontwikkelen, adviseert de commissie om het vaccinatieprogramma ieder jaar te evalueren en zo nodig aan te passen. Het is volgens haar van belang rekening te blijven houden met uiteenlopende scenario’s, van heel mild, tot zeer ernstig. De commissie heeft voor verschillende scenario’s geschetst wat het betekent voor een vaccinatieprogramma.
Besluit: 2023-06-28 Advies Documenten: 6

Advies Vaccinatie van ouderen tegen pneumokokken (2023)

Een pneumokokkeninfectie kan ernstige ziekte veroorzaken. Ouderen krijgen sinds 2020 pneumokokkenvaccinatie aangeboden met het polysacharidevaccin PPV23. Zij worden indirect ook beschermd door vaccinatie van kinderen, door middel van groepsbescherming. Voor ouderen zijn twee nieuwe vaccins beschikbaar gekomen: PCV15 en PCV20. Beide nieuwe vaccins zijn conjugaatvaccins. Dat type vaccin biedt langduriger bescherming dan polysacharidevaccins. Iedere 5 jaar opnieuw vaccineren is daardoor niet meer nodig. Bovendien zijn de nieuwe conjugaatvaccins effectiever in het beschermen tegen ziekte door pneumokokken dan het huidige polysacharidevaccin. De Gezondheidsraad adviseert om mensen van 60 jaar en ouder eenmalig PCV20 aan te bieden, dit zal meer gezondheidswinst opleveren dan herhaaldelijk vaccineren met PPV23. Wanneer nieuwe vaccins beschikbaar komen voor kinderen en voor ouderen, is daarmee mogelijk nog meer gezondheidswinst te behalen. De raad adviseert dan ook om de ontwikkelingen nauwlettend te volgen.
Besluit: 2023-06-20 Advies Documenten: 4

Advies Vaccinatie van kinderen tegen pneumokokken (2023)

Een pneumokokkeninfectie kan ernstige ziekte veroorzaken. Kinderen krijgen al enige tijd vaccinatie tegen pneumokokken aangeboden. Nu krijgen ze het conjugaatvaccin PVC10. Doordat dat vaccin goed heeft gewerkt, veroorzaken de pneumokokkentypen waar dat vaccin tegen beschermt bijna geen ziekte meer. Andere conjugaatvaccins die voor kinderen beschikbaar zijn - PCV13 en het nieuwe vaccin PCV15 - kunnen wel bescherming bieden tegen een groot deel van de pneumokokkentypen die momenteel de meeste ziektegevallen veroorzaken. De Gezondheidsraad adviseert daarom om kinderen PCV13 of PCV15 te geven. Volgens de raad kan met die vaccins op dit moment de meeste gezondheidswinst behaald worden bij kinderen. Een ander nieuw conjugaatvaccin dat onlangs beschikbaar is gekomen, PCV20, is nog niet goedgekeurd voor kinderen.
Besluit: 2023-06-20 Advies Documenten: 4

Advies WBO: Tomosynthese in het landelijk bevolkingsonderzoek borstkanker

Bevolkingsonderzoek Nederland heeft in samenwerking met het Radboudumc een vergunning aangevraagd voor een wetenschappelijk onderzoek naar het gebruik van digitale tomosynthese in het landelijk bevolkingsonderzoek borstkanker. Digitale tomosynthese is een röntgentechniek waarmee een driedimensionaal beeld wordt gemaakt van de borst, in plaats van een tweedimensionaal beeld zoals bij de digitale mammografie. De onderzoekers verwachten dat er met tomosynthese meer gevallen van borstkanker worden opgespoord, waardoor het bevolkingsonderzoek zou kunnen verbeteren. De commissie Bevolkingsonderzoek van de Gezondheidsraad stelt vast dat het onderzoek wetenschappelijk deugdelijk is en dat het nut opweegt tegen mogelijke risico’s voor de deelneemsters. Ook voldoet het aan de regels voor medisch handelen. De commissie adviseert de minister daarom de gevraagde vergunning te verlenen.
Besluit: 2023-03-30 Advies Documenten: 2

Advies BCG-vaccinatie en COVID-19; vervolgadvies

Sinds eind 2020 zijn er COVID-19-vaccins beschikbaar die effectief zijn gebleken in het beschermen tegen (ernstige) ziekte. Aan het begin van de COVID-19-pandemie, toen er nog geen COVID-19-vaccins beschikbaar waren, werd gesteld dat het vaccin tegen tuberculose (Bacillus Calmette-Guérin, BCG) mogelijk ook zou kunnen beschermen tegen COVID-19. Van het BCG-vaccin zijn namelijk ook effecten beschreven op andere infecties. In oktober van 2020 heeft de Gezondheidsraad een eerste advies uitgebracht over BCG-vaccinatie en COVID-19. Destijds waren er te weinig gegevens beschikbaar om de werkzaamheid en veiligheid van BCG-vaccinatie bij COVID-19 te kunnen beoordelen. Inmiddels zijn er meer wetenschappelijke gegevens beschikbaar en heeft de Gezondheidsraad opnieuw beoordeeld of BCG-vaccinatie ingezet kan worden tegen COVID-19. De raad concludeert dat er geen overtuigend bewijs is voor relevante effecten van BCG-vaccinatie op het aantal gevallen van COVID-19. Ook is er geen overtuigend bewijs dat BCG-vaccinatie werkt tegen ernstige ziekte als gevolg van COVID-19. De Gezondheidsraad ziet dan ook geen aanleiding om BCG-vaccinatie toe te voegen aan het huidige aanbod van COVID-19-vaccinaties.
Besluit: 2023-03-29 Advies Documenten: 2

Advies Vaccinatie van werknemers: griep

Voor de meeste mensen is het hebben van griep niet ernstig, maar bij mensen uit risicogroepen kan griep wel ernstig verlopen. Zij krijgen via het Nationaal Programma Grieppreventie (NPG) vaccinatie tegen griep aangeboden. Er zijn volgens de Gezondheidsraad ook groepen werknemers die van hun werkgever griepvaccinatie aangeboden zouden moeten krijgen. Gezondheidszorgpersoneel dat direct contact heeft met patiënten loopt een groter risico om griep te krijgen. Ook blijkt dat besmet gezondheidszorgpersoneel het griepvirus kan overdragen aan patiënten. Vaccinatie van deze groep is aanbevolen om de werknemers zelf te beschermen, maar vooral ter bescherming van (kwetsbare) patiënten. Ook werknemers die in een kleine ruimte vaak nauw contact hebben met anderen, zoals in het onderwijs, het openbaar vervoer en de kinderopvang, komen volgens de Gezondheidsraad in aanmerking voor griepvaccinatie. Dat is dan vooral ter bescherming van henzelf, maar bij bijvoorbeeld chauffeurs die kwetsbare personen vervoeren of kappers in verpleeghuizen ook ter bescherming van de mensen voor wie ze zorgen. Er zijn ook mensen die door de aard van hun werkzaamheden blootgesteld kunnen worden aan het griepvirus zelf, bijvoorbeeld laboratoriummedewerkers die betrokken zijn bij de vaccinproductie en medewerkers van diagnostische laboratoria. De Gezondheidsraad adviseert ook deze groep griepvaccinatie aan te bieden, ter bescherming van henzelf.
Besluit: 2023-03-28 Advies Documenten: 3

Trendanalyse biotechnologie 2023. Tijd voor een integrale visie.

De ontwikkelingen in de biotechnologie gaan razendsnel. De beloften zijn groot: biotechnologie kan een belangrijke bijdrage leveren aan het bereiken van de duurzame ontwikkelingsdoelstellingen van de Verenigde Naties en van Europese en nationale doelstellingen op het terrein van een circulaire economie, gezondheid en verduurzaming van de voedselproductie. Daarnaast levert biotechnologie belangrijke bijdragen aan de volksgezondheid. De technologische ontwikkelingen roepen echter ook juridische, maatschappelijke, ethische en economische vragen op. Dat vraagt op korte termijn om weloverwogen keuzes. Op dit moment zijn de overheidsinspanningen versnipperd en de doelstellingen onduidelijk. Verantwoorde benutting van de kansen die de biotechnologie biedt, vraagt dringend om een langetermijnvisie en regie. COGEM en Gezondheidsraad roepen op tot een kabinetsbrede aanpak met betrokkenheid van wetenschappelijke instellingen, maatschappelijke partijen en bedrijfsleven.
Besluit: 2023-03-21 Advies Documenten: 2

Advies Aanvaardbare bovengrenzen voor vitamines en mineralen

Aanvaardbare bovengrenzen voor vitamines en mineralen zijn bedoeld om overdosering te voorkomen. Met preventie van overdosering wordt vooral ingezet op regelgeving voor maximale gehaltes in supplementen en verrijkte voedingsmiddelen. Met reguliere voeding worden de bovengrenzen voor vitamines en mineralen namelijk zelden overschreden. De EU werkt toe naar Europese maximumhoeveelheden die zeer waarschijnlijk gebaseerd worden op de bovengrenzen die Europese Voedselveiligheid Autoriteit EFSA heeft afgeleid. De Gezondheidsraad adviseert die Europese bovengrenzen voor de Nederlandse populatie over te nemen. Dat gebeurt nu ook al. Nederland loopt daarmee vooruit op de komst van Europese wetgeving.
Besluit: 2023-03-07 Advies Documenten: 2

Advies WBO: de niet-invasieve prenatale test (NIPT) als bevolkingsonderzoek

Sinds 2017 krijgen alle zwangere vrouwen de NIPT aangeboden. Daarmee kunnen ze, als ze dat willen, in hun bloed laten onderzoeken of er aanwijzingen zijn dat hun ongeboren kind downsyndroom (trisomie 21), edwardssyndroom (trisomie 18) of patausyndroom (trisomie 13) heeft. Nu is de NIPT nog onderdeel van een proefbevolkingsonderzoek. De minister van VWS wil de NIPT vanaf april 2023 continueren in het landelijke programma voor prenatale screening. De Regionale Centra voor Prenatale Screening hebben daarvoor een vergunning aangevraagd. Op verzoek van de minister heeft de Gezondheidsraad die vergunningaanvraag getoetst aan de criteria van de Wet op het bevolkingsonderzoek (WBO). De raad adviseert de minister om de vergunning te verlenen, maar daar wel voorwaarden aan te verbinden. Er zijn volgens de raad enkele aanpassingen nodig ten opzichte van hoe de NIPT binnen het proefbevolkingsonderzoek wordt uitgevoerd.
Besluit: 2023-02-20 Advies Documenten: 2

Advies Richtlijnen goede voeding voor mensen met hart- en vaatziekten door atherosclerose

In Nederland hebben ongeveer 1,5 miljoen mensen een chronische hart- of vaatziekte. In de meeste gevallen is atherosclerose (in de volksmond aderverkalking) de oorzaak. De Gezondheidsraad is nagegaan of de Richtlijnen goede voeding aangepast moeten worden voor deze groep. Op basis van een inventarisatie van wetenschappelijk onderzoek concludeert de raad dat de richtlijnen ook voor mensen met atherosclerotische hart- en vaatziekten een geschikte basis zijn voor een gezond voedingspatroon. Zo is het bijvoorbeeld ook voor deze groep aan te raden om harde smeer- en bereidingsvetten te vervangen door zachte varianten of plantaardige oliën en om dagelijks ten minste 200 gram groente en 200 gram fruit te eten. Ook kan het eten van 1 tot 2 porties vis per week volgens de raad gezondheidswinst opleveren bij deze groep. In de bestaande richtlijnen wordt 1 portie per week aanbevolen. Over een aantal van de geëvalueerde voedingsaanbevelingen vond de Gezondheidsraad onvoldoende aanvullende wetenschappelijke gegevens specifiek voor mensen met atherosclerotische hart- en vaatziekten. In dat geval gelden voor deze groep dezelfde aanbevelingen als voor de algemene bevolking. Het gaat dan onder meer om het beperken van de inname van keukenzout. De Gezondheidsraad heeft ook gekeken naar bepaalde verrijkte producten en supplementen. Uit onderzoek blijkt dat producten die verrijkt zijn met plantensterolen en/of -stanolen – zoals bepaalde margarines of zuivelproducten – kunnen helpen het LDL-cholesterol te verlagen, ook bij mensen die cholesterolverlagende statines gebruiken. Behandelend artsen en diëtisten kunnen daarom de inzet van deze producten overwegen voor mensen met atherosclerotische hart- en vaatziekten. Supplementen met een dosering visvetzuren die vergelijkbaar is met de hoeveelheid in ongeveer 2 porties vis per week leveren volgens de raad waarschijnlijk geen gezondheidswinst op. Over supplementen met hogere doseringen visvetzuren kan de raad geen aanbeveling doen omdat het beschikbare onderzoek geen eenduidig beeld geeft.
Besluit: 2023-02-07 Advies Documenten: 15

COVID-19-vaccinatie 5- tot en met 11-jarigen en inzet bivalente vaccins

Sinds december 2021 krijgen alle kinderen van 5 tot en met 11 jaar vaccinatie tegen COVID-19 aangeboden. De Gezondheidsraad adviseerde destijds om dat te doen ter bescherming tegen MIS-C, een zeldzaam maar zeer ernstig ziektebeeld dat op kan treden na een SARS-CoV-2-infectie. Het aantal 5- tot en met 11-jarigen dat nu nog risico loopt op MIS-C is zeer beperkt. Inmiddels heeft namelijk zo’n 95% van hen een SARS-CoV-2- infectie doorgemaakt, en MIS-C treedt nauwelijks op bij een volgende infectie. Daar komt bij dat het risico op MIS-C na een infectie met de omikronvariant veel kleiner is dan na infectie met eerdere varianten van het virus. Ook de kans op ernstige COVID-19 is bij de omikronvariant kleiner dan bij eerdere varianten. Voor de meeste kinderen van 5 tot en met 11 jaar is de ziektelast door COVID-19 nu dus beperkt. Daarmee is nu ook het nut van vaccinatie beperkt voor hen volgens de Gezondheidsraad. Voor kinderen met een verhoogd risico op een ernstig beloop van COVID-19 heeft vaccinatie nog wel nut volgens de raad, omdat het kan zorgen voor een lager risico om in het ziekenhuis opgenomen te worden. De Gezondheidsraad adviseert daarom om van de 5- tot en met 11-jarigen alleen nog de risicogroepen vaccinatie tegen COVID-19 aan te bieden. Dit advies geldt ook voor revaccinatie tegen COVID-19. Kinderen die de eerste 2 prikken al hebben gekregen, hoeven naar het oordeel van de raad alleen uitgenodigd te worden voor een herhaalprik als zij in een risicogroep vallen. Zowel voor kinderen als voor volwassenen zijn momenteel naast monovalente ook bivalente vaccins beschikbaar. De raad spreekt voor de primaire vaccinatie geen voorkeur uit voor een monovalent of bivalent mRNA-vaccin en adviseert de keuze over te laten aan de uitvoeringsorganisatie.
Besluit: 2023-01-10 Advies Documenten: 13