Naar inhoud

Adviezen Gezondheidsraad, 2024

Zoek binnen deze data in WooGLe

Advies Resistentie ondermijnt de behandeling van schimmelinfecties

Ziekteverwekkende schimmels worden steeds vaker resistent tegen antischimmelmedicatie (antimycotica). Hierdoor zijn schimmelinfecties minder goed te behandelen en vaker dodelijk bij mensen met een verminderde afweer. De problematiek rondom resistente schimmels is vergelijkbaar met die rondom resistentie van bacteriën tegen antibiotica, maar effectief beleid ontbreekt. De Gezondheidsraad adviseert de overheid om resistentie bij schimmels terug te dringen. Resistentie kan ontstaan als de antimycotica lang of vaak moet worden gebruikt. Sommige soorten schimmels worden echter resistent doordat ze in het milieu worden blootgesteld aan schimmelbestrijders (fungiciden) uit de landbouw. Deze fungiciden bevatten stoffen die nauw verwant zijn aan de stoffen in antimycotica. Mensen kunnen daardoor resistente schimmelsporen inademen. Tegelijkertijd komen vanuit het buitenland nieuwe resistente schimmelsoorten Nederland binnen. Door vergrijzing en het toenemende gebruik van afweeronderdrukkende medicatie groeit de groep mensen die risico loopt op een ernstige schimmelinfectie. De raad adviseert om bij de aanpak van antimycoticaresistentie aan te sluiten bij het beleid voor antibioticaresistentie. Door een voortvarende aanpak kan de ontwikkeling van resistentie bij schimmels net als bij bacteriën aanzienlijk worden vertraagd.
Besluit: 2024-06-06 Advies Documenten: 7

Advies WBO: Aanvullende screening voor vrouwen met zeer dicht borstklierweefsel

Het UMC Utrecht heeft een vergunning aangevraagd voor de DENSE-2-studie, een wetenschappelijk onderzoek naar aanvullende screening met contrastmammografie (CEM) of verkorte MRI voor vrouwen met zeer dicht borstklierweefsel binnen het bevolkingsonderzoek borstkanker. Bij vrouwen met zeer dicht borstklierweefsel kan borstkanker minder goed worden opgespoord met mammografie. Dit terwijl ze juist een verhoogd risico hebben op borstkanker. Het doel van de DENSE-2-studie is te onderzoeken of aanvullende screening bij deze vrouwen leidt tot eerdere opsporing van borstkanker en een vermindering van het aantal intervalkankers en hooggradige borstkankers. De commissie Bevolkingsonderzoek van de Gezondheidsraad is van oordeel dat het voorgestelde onderzoek een gunstige nut-risicoverhouding heeft en deugdelijk is. Ze adviseert VWS om de vergunning te verlenen onder de voorwaarde dat het exclusiecriterium van vrouwen die wonen op een adres met meer dan vier inschrijvingen bij Bevolkingsonderzoek Nederland komt te vervallen.
Besluit: 2024-05-29 Advies Documenten: 4

Advies WBO: Onderzoek naar timing ontlastingtest na negatieve coloscopie in het bevolkingsonderzoek darmkanker

Het Erasmus MC heeft een vergunning aangevraagd voor een wetenschappelijk onderzoek binnen het landelijk bevolkingsonderzoek darmkanker. De aanvragers willen het interval onderzoeken tussen een negatieve coloscopie en de fecale immunochemische test (FIT). Er zijn aanwijzingen dat het huidige interval van 10 jaar te lang is. De Commissie Bevolkingsonderzoek van de Gezondheidsraad concludeert dat het onderzoek wetenschappelijk deugdelijk is en beoordeelt de nut-risicoverhouding als gunstig. De commissie adviseert de minister van VWS om de vergunning te verlenen onder de voorwaarde dat de proefpersoneninformatie wordt aangepast aan de eisen van de Algemene verordening gegevensbescherming (AVG) en de Wet op de geneeskundige behandelingsovereenkomst (WGBO).
Besluit: 2024-05-02 Advies Documenten: 4

Advies Meetprogramma voor blootstelling aan chemische stoffen

De blootstelling van mensen aan chemische stoffen wordt in Nederland niet gemeten, maar geschat. Hierdoor heeft de overheid onvoldoende zicht op deze blootstelling en ontbreken gegevens die nodig zijn om beleid te controleren en verbeteren. De Gezondheidsraad adviseert daarom een structureel meetprogramma met biomonitoring in te richten. Om de blootstelling aan chemische stoffen te schatten voert de overheid metingen uit in bijvoorbeeld de lucht, (drink)water en consumentenproducten. Of en in welke mate chemische stoffen in het lichaam terechtkomen kan alleen worden vastgesteld door biomonitoring. Dit is een methode waarbij stoffen worden gemeten in lichaamsmateriaal als bloed of urine. Biomonitoring vindt in Nederland echter alleen incidenteel plaats, meestal in reactie op maatschappelijke onrust. Daardoor ontbreken belangrijke gegevens over blootstelling die nodig zijn voor het controleren en optimaliseren van beleid. De raad adviseert een biomonitoringsprogramma in te richten dat bestaat uit regelmatige, herhaalde metingen in lichaamsmateriaal bij een representatieve groep deelnemers. Hierdoor kan de totale blootstelling vanuit verschillende bronnen tegelijk worden gemeten en worden risicogroepen in beeld gebracht. Ook kan de overheid trends in blootstelling in beeld krijgen en meetgegevens vergelijken van locaties waarover zorgen zijn. Door het meetprogramma kan de overheid burgers beter beschermen tegen schadelijke blootstelling.
Besluit: 2024-04-25 Advies Documenten: 5

Advies COVID-19-vaccinatie in 2024

In 2023 adviseerde de Gezondheidsraad om een jaarlijks vaccinatieprogramma tegen COVID-19 op te zetten. Op verzoek van de minister van VWS heeft de raad beoordeeld of er voor 2024 aanpassingen nodig zijn aan het programma. De raad adviseert om, net als in 2023, 60-plussers en medische risicogroepen in het najaar vaccinatie aan te bieden. Het SARS-CoV-2-virus circuleert nog steeds en kan vooral onder deze groepen nog steeds zorgen voor ernstige ziekte. Vaccinatie biedt daar effectieve bescherming tegen. Ook adviseert de raad om, net als in 2023, zorgmedewerkers die direct contact hebben met kwetsbare patiënten vaccinatie aan te bieden, om zo indirect risicogroepen te beschermen. Het vaccinatieaanbod aan zwangeren hoeft volgens de Gezondheidsraad niet voortgezet te worden in 2024 omdat het risico op ernstige ziekte en vroeggeboorte heel laag is door de opgebouwde immuniteit van de bevolking tegen de huidige virusvarianten.
Besluit: 2024-03-27 Advies Documenten: 3

Advies Fibromyalgie

Fibromyalgie is een belangrijk gezondheidsprobleem dat erkend dient te worden. Dat schrijft de Gezondheidsraad in een advies dat is opgesteld op verzoek van de minister van VWS. Fibromyalgie kenmerkt zich door chronische pijn verspreid over het lichaam in combinatie met andere lichamelijke, cognitieve en/of emotionele klachten. Vanwege de mogelijke ernst van de klachten en impact daarvan op de kwaliteit van leven ziet de Gezondheidsraad fibromyalgie als een belangrijk gezondheidsprobleem dat erkend dient te worden. Erkennen betekent dat de klachten en gevolgen daarvan serieus worden genomen en dat mensen met fibromyalgie met een open en onbevooroordeelde houding worden benaderd, zowel in de zorgpraktijk als in de context van de arbeidsongeschiktheidsbeoordeling. Het is niet volledig begrepen wat fibromyalgie veroorzaakt en het beloop ervan beïnvloedt. De huidige visie in de wetenschappelijke literatuur is dat verschillende biologische, psychologische en sociale factoren een rol spelen bij het ontstaan en voortduren van de klachten. Het is van belang dat bij de diagnostiek en bij de begeleiding en behandeling rekening wordt gehouden met al deze factoren. Een dergelijke integrale aanpak, ook bekend als een benadering volgens het biopsychosociale model, is volgens de Gezondheidsraad essentieel voor goede zorg - in het algemeen en dus ook voor fibromyalgie.
Besluit: 2024-03-19 Advies Documenten: 9

Advies Verbetermogelijkheden voor het bevolkingsonderzoek borstkanker

De Gezondheidsraad concludeert dat aanpassingen van het bevolkingsonderzoek borstkanker op dit moment niet tot een betere uitkomst zullen leiden. Wel verwacht de raad dat de screening binnen enkele jaren aanzienlijk verbeterd kan worden door de inzet van artificiële intelligentie (AI), risicostratificatie en nieuwe beeldvormende technieken. Vrouwen tussen de 50 en 75 jaar worden elke twee à drie jaar uitgenodigd om deel te nemen aan borstkankerscreening, die bestaat uit het maken van röntgenfoto’s van de borsten (mammografie). De raad heeft op verzoek van de staatssecretaris van VWS beoordeeld of het bevolkingsonderzoek binnen de huidige screeningscapaciteit verder kan worden verbeterd. De raad concludeert dat het bevolkingsonderzoek zijn doel bereikt doordat het sterfte aan borstkanker vermindert. Op dit moment ziet de raad geen mogelijkheden om het onderzoek te verbeteren. Het aanpassen van de leeftijdsgrenzen van de doelgroep, bijvoorbeeld naar 45 jaar, zou binnen de beschikbare screeningscapaciteit geen betere uitkomst opleveren. Over enkele jaren verwacht de raad voldoende wetenschappelijke onderbouwing voor de inzet van AI, risicostratificatie en nieuwe beeldvormende technieken als tomosynthese. Omdat de nieuwe ontwikkelingen rondom AI snel gaan, adviseert de raad om nu alvast voorbereidingen te treffen voor de implementatie hiervan.
Besluit: 2024-03-12 Advies Documenten: 6

Advies Immunisatie tegen RSV in het eerste levensjaar

De Gezondheidsraad adviseert om op korte termijn alle kinderen in hun eerste levensjaar via het Rijksvaccinatieprogramma bescherming aan te bieden tegen het verkoudheidsvirus RSV (respiratoir syncytieel virus). Deze kinderen kunnen ernstig ziek worden van het virus. Ze kunnen daartegen beschermd worden door het toedienen van antistoffen (passieve immunisatie). Medische risicogroepen krijgen dat nu al aangeboden. Voor niet-risicogroepen zijn recent twee nieuwe middelen geregistreerd. De staatssecretaris van VWS heeft de Gezondheidsraad gevraagd te adviseren over de mogelijke inzet daarvan in het Rijksvaccinatieprogramma. Het ene nieuwe middel is bedoeld voor de passieve immunisatie van kinderen. Het andere nieuwe middel is een vaccin voor vrouwen tijdens hun zwangerschap (maternale vaccinatie). Beide middelen worden per injectie toegediend. Volgens de Gezondheidsraad bieden beide nieuwe middelen goede bescherming en weegt de gezondheidswinst op tegen de potentiële bijwerkingen. De Gezondheidsraad heeft een voorkeur voor passieve immunisatie van kinderen boven maternale vaccinatie, omdat daarmee meer kinderen beschermd kunnen worden.
Besluit: 2024-02-14 Advies Documenten: 7

Advies Rijgeschiktheid bij hemofilie en andere stollingsstoornissen

De Gezondheidsraad adviseert om de medische keuring voor een rijbewijs voor mensen met hemofilie en andere stollingsstoornissen te laten vervallen. Tot enkele decennia geleden resulteerden ernstige vormen van stollingsstoornissen onder meer in bloedingen in gewrichten. Hierdoor konden gewrichtsbeperkingen ontstaan die de rijgeschiktheid beïnvloedden. Daarom adviseerde de Gezondheidsraad in 1994 om mensen met een stollingsstoornis een medische keuring te laten ondergaan bij het aanvragen van een rijbewijs. Ook moeten ze zich periodiek laten herkeuren. Inmiddels is de behandeling van stollingsstoornissen aanzienlijk verbeterd. De raad is daarom door de minister van IenW gevraagd om het advies te heroverwegen. De raad concludeert dat door de verbeterde preventieve behandelmogelijkheden de kans op het ontwikkelen van gewrichtsbeperkingen bij hemofilie en andere stollingsstoornissen sterk is afgenomen. Hierdoor is het medisch keuren voor een rijbewijs alleen op basis van hemofilie of andere stollingsstoornissen niet langer nodig.
Besluit: 2024-01-30 Advies Documenten: 3

Advies Blootstelling aan asbest via leidingwater

In Nederlands leidingwater komen zeer lage concentraties asbestvezels voor. Dat levert volgens de Gezondheidsraad geen gezondheidsrisico’s op. Een deel van het drinkwaternet bestaat nog uit oude leidingen van asbestcement. Door slijtage of werkzaamheden kunnen asbestvezels in het leidingwater terechtkomen. De staatssecretaris van Infrastructuur en Waterstaat heeft de Gezondheidsraad gevraagd of dat een gezondheidsrisico oplevert. Uit metingen blijkt dat de concentraties asbestvezels in Nederlands leidingwater heel laag zijn. Bij het grootste deel van de metingen waren de concentraties zo laag dat de aanwezigheid van asbestvezels niet vastgesteld kon worden. In de meeste buitenlandse epidemiologische onderzoeken naar de effecten van orale blootstelling aan asbest in drinkwater waren de concentraties duizenden malen hoger dan in Nederland. In die onderzoeken werd geen verband gevonden tussen blootstelling aan asbestvezels in drinkwater en het optreden van kanker. De Gezondheidsraad concludeert daaruit dat blootstelling aan asbest in Nederlands leidingwater niet leidt tot een gezondheidsrisico. Dat geldt zowel voor het drinken van leidingwater als voor andere toepassingen zoals voedselbereiding.
Besluit: 2024-01-23 Advies Documenten: 6