Ontwerpbesluit houdende regels ter uitvoering van Europese verordeningen betreffende de interne energiemarkt (Besluit uitvoering van Europese verordeningen betreffende de interne energiemarkt), met nota van toelichting.Bij Kabinetsmissive van 27 augustus 2018, no.2018001366, heeft Uwe Majesteit, op voordracht van de Minister van Economische Zaken en Klimaat, bij de Afdeling advisering van de Raad van State ter overweging aanhangig gemaakt het ontwerpbesluit houdende regels ter uitvoering van Europese verordeningen betreffende de interne energiemarkt (Besluit uitvoering van Europese verordeningen betreffende de interne energiemarkt), met nota van toelichting.Het ontwerpbesluit regelt onder meer goedkeurings- en vaststellingsbevoegdheden voor de Autoriteit Consument en Markt (ACM) ter uitvoering van Europese verordeningen op het gebied van de elektriciteitsmarkt en de gasmarkt.De Afdeling advisering van de Raad van State maakt naar aanleiding van het ontwerpbesluit opmerkingen over de inhoud daarvan. Het ontwerpbesluit maakt het mogelijk dat ter uitvoering van voornoemde verordeningen van de huidige regeling in de Elektriciteitswet 1998 en de Gaswet kan worden afgeweken, zonder dat die wetten daarvoor een grondslag bieden. De Afdeling is van oordeel dat het ontwerpbesluit op dit punt dient te worden aangepast.1.Afwijken van de wetDe Elektriciteitswet 1998 en de Gaswet regelen dat de ACM voorwaarden of methoden die netbeheerders hanteren vaststelt of wijzigt met toepassing van de in deze wetten opgenomen procedures (het zogenoemde nationale codeproces). Het ontwerpbesluit beoogt besluitvorming over dergelijke voorwaarden en methodes daarnaast mogelijk te maken met toepassing van andere, specifieke procedures ter uitvoering van Europese verordeningen op het gebied van de elektriciteitsmarkt en de gasmarkt.Indien deze verordeningen ertoe noodzaken dat een andere procedure dan de huidige wettelijke wordt toegepast, dan vergt dat een voorziening in de Elektriciteitswet 1998 en de Gaswet. De mogelijkheid tot afwijking van de wet, zoals het ontwerpbesluit dat in wezen regelt, is alleen mogelijk indien de wet daarvoor een grondslag biedt. (zie noot 1) Een dergelijke grondslag ontbreekt in de Elektriciteitswet 1998 en de Gaswet.De gekozen opzet brengt nog een ander bezwaar met zich. Het ontwerpbesluit is zo opgesteld dat de ACM de keuze wordt gelaten of de besluitvorming geschiedt met toepassing van specifieke procedures ter uitvoering van Europese verordeningen of via het nationale codeproces. Volgens de toelichting is het uiteindelijk aan de ACM om van geval tot geval te bepalen welke procedure zal worden gevolgd. (zie noot 2) Deze keuzevrijheid is niet te begrijpen tegen de achtergrond van het uitgangspunt in de toelichting dat de huidige nationale procedure niet geschikt is om de verordeningen op correcte wijze uit te voeren. Immers, als dat uitgangspunt juist is, dan is er geen keuze mogelijk.De Afdeling adviseert de onderdelen van het ontwerpbesluit waarbij van de Elektriciteitswet 1998 en de Gaswet wordt afgeweken, te laten vervallen.2. De Afdeling verwijst naar de bij dit advies behorende redactionele bijlage.De Afdeling advisering van de Raad van State heeft een aantal bezwaren bij het ontwerpbesluit en adviseert dit besluit niet te nemen, tenzij het is aangepast.De vice-president van de Raad van State
Jaar: 2021
Advies
Documenten: 1
Voorstel van rijkswet met memorie van toelichting tot goedkeuring van de op 26 mei 1997 te Brussel totstandgekomen Overeenkomst, opgesteld op basis van artikel K.3, lid 2, onder c, van het Verdrag betreffende de Europese Unie ter bestrijding van corruptie waarbij ambtenaren van de Europese Gemeenschappen of van de lidstaten van de Europese Unie betrokken zijn (Trb.1997, 249), van het op 19 juni 1997 te Brussel totstandgekomen Tweede Protocol, opgesteld op grond van artikel K.3 van het Verdrag betreffende de Europese Unie, bij de Overeenkomst aangaande de bescherming van de financiële belangen van de Europese Gemeenschappen (Trb.1997, 251), van het op 27 januari 1999 te Straatsburg totstandgekomen Verdrag inzake de strafrechtelijke bestrijding van corruptie (Trb.2000,...) en van het op 1 mei 1999 te Straatsburg totstandgekomen Statuut betreffende de Groep van Staten tegen corruptie (Trb.2000,…) (Goedkeuring van enkele verdragen inzake de bestrijding van fraude en corruptie II).Bij Kabinetsmissive van 19 juni 2000, no.00.003709, heeft Uwe Majesteit, op voordracht van de Minister van Justitie, mede namens de Minister van Buitenlandse Zaken, bij de Raad van State van het Koninkrijk ter overweging aanhangig gemaakt het voorstel van rijkswet met memorie van toelichting tot goedkeuring van de op 26 mei 1997 te Brussel totstandgekomen Overeenkomst, opgesteld op basis van artikel K.3, lid 2, onder c, van het Verdrag betreffende de Europese Unie ter bestrijding van corruptie waarbij ambtenaren van de Europese Gemeenschappen of van de lidstaten van de Europese Unie betrokken zijn (Trb.1997, 249), van het op 19 juni 1997 te Brussel totstandgekomen Tweede Protocol, opgesteld op grond van artikel K.3 van het Verdrag betreffende de Europese Unie, bij de Overeenkomst aangaande de bescherming van de financiële belangen van de Europese Gemeenschappen (Trb.1997, 251), van het op 27 januari 1999 te Straatsburg totstandgekomen Verdrag inzake de strafrechtelijke bestrijding van corruptie (Trb.2000,...) en van het op 1 mei 1999 te Straatsburg totstandgekomen Statuut betreffende de Groep van Staten tegen corruptie (Trb.2000,…) (Goedkeuring van enkele verdragen inzake de bestrijding van fraude en corruptie II). Het voorstel van rijkswet (Goedkeuring van enkele verdragen inzake de bestrijding van fraude en corruptie II) sluit aan bij het voorstel van rijkswet tot goedkeuring van enkele verdragen inzake de bestrijding van fraude en corruptie dat momenteel bij de Tweede Kamer der Staten-Generaal aanhangig is (Goedkeuring van enkele verdragen inzake de bestrijding van fraude en corruptie I).(zie noot 1) De Raad van State van het Koninkrijk onderschrijft de strekking van het wetsvoorstel, maar maakt daarbij de volgende kanttekeningen. 1. Artikel 8 van het Tweede Protocol, opgesteld op grond van artikel K.3 van het Verdrag betreffende de Europese Unie, bij de Overeenkomst aangaande de bescherming van financiële belangen van de Europese Gemeenschappen (hierna: het Tweede Protocol) schrijft voor dat de Commissie ten aanzien van de verwerking van persoonsgegevens met het oog op de privacy van de betrokkenen een beschermingsniveau in acht neemt dat gelijkwaardig is aan het niveau dat de lidstaten aanhouden voor de bescherming van dit soort persoonsgegevens. Als referentiekader voor de door de Commissie op te stellen voorschriften wordt in artikel 8 het beschermingsniveau van richtlijn 95/46/EG(zie noot 2) genoemd. Uit de toelichting blijkt niet of de Commissie aldus ten aanzien van de verwerking van strafrechtelijke persoonsgegevens een beschermingsniveau kan bieden dat overeenstemt met de op dat punt door Nederland gegarandeerde waarborgen zoals die in het bijzonder tot uitdrukking komen in het voorgestelde artikel 22 van de Wet bescherming persoonsgegevens(zie noot 3) en in het voorgestelde artikel 10, eerste lid, onder d, van de Wet openbaarheid van bestuur.(zie noot 4) Het college adviseert de toelichting op dit punt te verduidelijken.(zie noot 5) 2. In de toelichting op artikel 10 van het Tweede Protocol is geen volledig beeld geschetst van de actieve rol die de Commissie dient te vervullen inzake controle rond de verstrekking van gegevens aan andere lidstaten en in het bijzonder aan derde landen. Uit artikel 25, derde tot en met vijfde lid, juncto artikel 31, tweede lid, van de hiervoor genoemde richtlijn 95/46/EG blijkt dat de Commissie zich een oordeel dient te vormen over de vraag of een derde land waarborgen voor een passend beschermingsniveau biedt en dat in geval van een negatief oordeel door de Commissie maatregelen genomen dienen te worden om doorgifte van gegevens aan dat land te voorkomen alsmede maatregelen ter verhelping van de geconstateerde situatie in het desbetreffende derde land. Dit is temeer van belang nu het hier de bescherming van strafrechtelijke gegevens betreft. Daarom dient naar de mening van de Raad in de memorie van toelichting alsnog te worden ingegaan op deze rol van de Commissie. 3. In de toelichting op artikel 11 van het Tweede Protocol wordt opgemerkt dat op 14 september 1999 door de Europese Commissie een ontwerp-verordening aan de Raad van de Europese Unie is gezonden, waarin onder meer wordt voorzien in de oprichting van een Europese Toezichthouder voor gegevensbescherming. Gelet op het feit dat deze ontwerp-verordening volgens de toelichting thans nog onderwerp van bespreking binnen die Raad vormt, ziet het er naar uit dat dit wetsvoorstel nog voor de oprichting van genoemd controleorgaan tot wet zal worden verheven. In de memorie van toelichting wordt echter niet uiteengezet waarom de instelling van het onafhankelijke controleorgaan niet kan worden afgewacht. Het college adviseert de toelichting op dit punt aan te vullen. De Raad van State van het Koninkrijk geeft U in overweging het voorstel van rijkswet te zenden aan de Tweede Kamer der Staten-Generaal, aan de Staten van de Nederlandse Antillen en aan die van Aruba, nadat aan het vorenstaande aandacht zal zijn geschonken. De Vice-President van de Raad van State van het Koninkrijk
Jaar: 2021
Advies
Documenten: 1
Voorstel van rijkswet tot goedkeuring van de op 18 oktober 2013 te Londen tot stand gekomen wijzigingen van het Protocol van 1996 bij het Verdrag inzake de voorkoming van verontreiniging van de zee ten gevolge van het storten van afval en andere stoffen van 1972, zoals opgenomen in Resolutie LP.4(8) (Trb. 2014, 46 en 144), met memorie van toelichting.Bij Kabinetsmissive van 22 december 2016, no.2016002301, heeft Uwe Majesteit, op voordracht van de Minister van Buitenlandse Zaken, mede namens de Minister van Infrastructuur en Milieu, bij de Afdeling advisering van de Raad van State van het Koninkrijk ter overweging aanhangig gemaakt het voorstel van rijkswet tot goedkeuring van de op 18 oktober 2013 te Londen tot stand gekomen wijzigingen van het Protocol van 1996 bij het Verdrag inzake de voorkoming van verontreiniging van de zee ten gevolge van het storten van afval en andere stoffen van 1972, zoals opgenomen in Resolutie LP.4(8) (Trb. 2014, 46 en 144), met memorie van toelichting.De wijziging van het Protocol heeft betrekking op "mariene geo-engineering": het opzettelijk ingrijpen in het zeemilieu door natuurlijke processen te beïnvloeden. De lidstaten verplichten zich ertoe om zulk opzettelijk ingrijpen te verbieden of alleen toe te staan op basis van een vergunning.De Afdeling advisering van de Raad van State adviseert het voorstel aan de Tweede Kamer te zenden, maar heeft opmerkingen over de medegelding van het verdrag in Aruba, Curaçao en Sint Maarten en over het vereiste van parlementaire goedkeuring bij het toevoegen van nieuwe bijlagen aan het Protocol op een later tijdstip.1.Medegelding voor Aruba, Curaçao en Sint MaartenVolgens de toelichting hebben de regeringen van Aruba, Curaçao en Sint Maarten de wenselijkheid van medegelding voor hun landen nog in beraad. (zie noot 1)De Afdeling merkt op dat nog niet is voorzien in medegelding van het oorspronkelijke Protocol voor Aruba, Curaçao en Sint Maarten. Bij de goedkeuring van het Protocol werd gemeld dat het Protocol mede zou gaan gelden voor de (toenmalige) Nederlandse Antillen en voor Aruba zodra de ter zake dienende uitvoeringswetgeving gereed zou zijn. (zie noot 2) Medegelding van de wijziging van het Protocol voor Aruba, Curaçao en Sint Maarten is alleen mogelijk als het oorspronkelijke Protocol voor hen geldt.De nu voorliggende wijziging van het Protocol zou van direct belang kunnen zijn voor de drie landen. Het zijn immers alle drie eilanden, die gebruikt zouden kunnen worden als uitvalsbasis voor mariene geo-engineering. Bovendien kunnen zij nadeel ondervinden van dergelijke activiteiten op zee als die vanuit naburige landen of eilanden worden ondernomen.De Afdeling adviseert in de toelichting in te gaan op de voortgang wat betreft de medegelding van het oorspronkelijke Protocol en van de voorliggende wijziging van dat Protocol voor Aruba, Curaçao en Sint Maarten.2.Het aannemen van nieuwe bijlagen bij het ProtocolVolgens de toelichting zijn de wijzigingen van de bijlagen 4 en 5 van uitvoerende aard. Verdragen tot wijziging van deze bijlagen behoeven ingevolge artikel 7, onderdeel f van de Rijkswet goedkeuring en bekendmaking verdragen geen parlementaire goedkeuring, tenzij de Staten-Generaal zich thans het recht tot goedkeuring terzake voorbehouden. Ook de aanneming van eventuele nieuwe bijlagen bij het Protocol zullen, mits zij integrerende onderdelen van het Protocol vormen en van uitvoerende aard zijn, geen parlementaire goedkeuring behoeven ingevolge artikel 7, onderdeel f, van de Rijkswet goedkeuring en bekendmaking verdragen, tenzij de Staten-Generaal zich thans het recht tot goedkeuring terzake voorbehouden. (zie noot 3)Artikel 7, onderdeel f, van de Rijkswet goedkeuring en bekendmaking verdragen houdt in dat wijzigingen van bestaande bijlagen bij een goedgekeurd verdrag niet parlementair hoeven te worden goedgekeurd, mits die bijlagen van uitvoerende aard zijn en de Staten-Generaal bij de goedkeuring geen recht tot goedkeuring van de wijziging voorbehouden. Artikel 7, onderdeel f, is echter niet van toepassing op de totstandkoming van nieuwe bijlagen. Daarvoor geldt het parlementair goedkeuringsvereiste onverkort.De Afdeling adviseert de toelichting aan te passen.3. De Afdeling verwijst naar de bij dit advies behorende redactionele bijlage.De Afdeling advisering van de Raad van State van het Koninkrijk geeft U in overweging het voorstel van rijkswet te zenden aan de Tweede Kamer der Staten-Generaal, aan de Staten van Aruba, aan die van Curaçao en aan die van Sint Maarten, nadat aan het vorenstaande aandacht zal zijn geschonken.De waarnemend vice-president van de Raad van State van het Koninkrijk
Jaar: 2021
Advies
Documenten: 1
Voorstel van wet houdende goedkeuring van het op 18 december 2013 te ’s-Gravenhage tot stand gekomen Verdrag tussen het Koninkrijk der Nederlanden en de Verenigde Staten van Amerika tot verbetering van de internationale naleving van de belastingplicht en de tenuitvoerlegging van de FATCA (Trb. 2014, 22 en …), met memorie van toelichting.Bij Kabinetsmissive van 16 mei 2014, no.2014000954, heeft Uwe Majesteit, op voordracht van de Staatssecretaris van Financiën, mede namens de Minister van Buitenlandse Zaken, bij de Afdeling advisering van de Raad van State ter overweging aanhangig gemaakt het voorstel van wet houdende goedkeuring van het op 18 december 2013 te ’s-Gravenhage tot stand gekomen Verdrag tussen het Koninkrijk der Nederlanden en de Verenigde Staten van Amerika tot verbetering van de internationale naleving van de belastingplicht en de tenuitvoerlegging van de FATCA (Trb. 2014, 22 en …), met memorie van toelichting.
Jaar: 2021
Advies
Documenten: 1
Voorstel van rijkswet houdende goedkeuring van het op 1 november 2002 te Londen tot stand gekomen Protocol van 2002 bij het Verdrag van Athene inzake het vervoer van passagiers en hun bagage over zee, 1974 (Trb. 2011, 110)Bij Kabinetsmissive van 7 november 2011, no.11.002668, heeft Uwe Majesteit, op voordracht van de Minister van Buitenlandse Zaken, mede namens de Minister van Veiligheid en Justitie en de Minister van Infrastructuur en Milieu, bij de Afdeling advisering van de Raad van State van het Koninkrijk ter overweging aanhangig gemaakt het voorstel van rijkswet houdende goedkeuring van het op 1 november 2002 te Londen tot stand gekomen Protocol van 2002 bij het Verdrag van Athene inzake het vervoer van passagiers en hun bagage over zee, 1974 (Trb. 2011, 110), met memorie van toelichting.
Jaar: 2021
Advies
Documenten: 1
Voorstel van rijkswet houdende goedkeuring van de op 12 december 2015 te Parijs tot stand gekomen Overeenkomst van Parijs (Trb. 2016, 94 en Trb. 2016, ...), met memorie van toelichting.Bij Kabinetsmissive van 21 september 2016, no.2016001615, heeft Uwe Majesteit, op voordracht van de Minister van Buitenlandse Zaken, mede namens de Staatssecretaris van Infrastructuur en Milieu, bij de Afdeling advisering van de Raad van State van het Koninkrijk ter overweging aanhangig gemaakt het voorstel van rijkswet houdende goedkeuring van de op 12 december 2015 te Parijs tot stand gekomen Overeenkomst van Parijs (Trb. 2016, 94 en Trb. 2016, ...), met memorie van toelichting.
Jaar: 2021
Advies
Documenten: 1
Voorstel van wet tot goedkeuring van het op 21 december 2005 te Middelburg tot stand gekomen Verdrag tussen het Koninkrijk der Nederlanden, enerzijds en de Vlaamse Gemeenschap en het Vlaams Gewest, anderzijds inzake de samenwerking op het gebied van het beleid en het beheer in het Schelde-estuarium (Trb. 2005, 316), met memorie van toelichting.Bij Kabinetsmissive van 7 juli 2006, no.06.002499, heeft Uwe Majesteit, op voordracht van de Minister van Buitenlandse Zaken, mede namens de Staatssecretaris van Verkeer en Waterstaat, bij de Raad van State ter overweging aanhangig gemaakt het voorstel van wet tot goedkeuring van het op 21 december 2005 te Middelburg tot stand gekomen Verdrag tussen het Koninkrijk der Nederlanden, enerzijds en de Vlaamse Gemeenschap en het Vlaams Gewest, anderzijds inzake de samenwerking op het gebied van het beleid en het beheer in het Schelde-estuarium (Trb. 2005, 316), met memorie van toelichting.
Jaar: 2021
Advies
Documenten: 1
Voorstel van wet tot goedkeuring van het op 21 december 2005 te Middelburg tot stand gekomen Verdrag tussen het Koninkrijk der Nederlanden en het Vlaams Gewest inzake het gemeenschappelijk nautisch beheer in het Scheldegebied (Trb. 2005, 312), met memorie van toelichting.
Jaar: 2021
Advies
Documenten: 1
Voorstel van wet houdende goedkeuring van het op 26 februari 2010 te 's-Gravenhage tot stand gekomen Verdrag tussen het Koninkrijk der Nederlanden en de Zwitserse Bondsstaat tot het vermijden van dubbele belasting met betrekking tot belastingen naar het inkomen, met Protocol (Trb. 2010, 98), met memorie van toelichting.Bij Kabinetsmissive van 14 juni 2010, no.10.001636, heeft Uwe Majesteit, op voordracht van de Minister van Buitenlandse Zaken, mede namens de Minister van Financiën, bij de Raad van State ter overweging aanhangig gemaakt het voorstel van wet houdende goedkeuring van het op 26 februari 2010 te 's-Gravenhage tot stand gekomen Verdrag tussen het Koninkrijk der Nederlanden en de Zwitserse Bondsstaat tot het vermijden van dubbele belasting met betrekking tot belastingen naar het inkomen, met Protocol (Trb. 2010, 98), met memorie van toelichting.
Jaar: 2021
Advies
Documenten: 1
Voorstel van rijkswet houdende goedkeuring van het op 2 mei 1996 te Londen tot stand gekomen Protocol van 1996 tot wijziging van het Verdrag inzake beperking van aansprakelijkheid voor maritieme vorderingen, 1976 (Trb. 1997, 300 en Trb. 2006, 17), met memorie van toelichting.Bij Kabinetsmissive van 9 mei 2008, no.08.001376, heeft Uwe Majesteit, op voordracht van de minister van Buitenlandse Zaken, mede namens de minister van Justitie en de staatssecretaris van Verkeer en Waterstaat, bij de Raad van State van het Koninkrijk ter overweging aanhangig gemaakt het voorstel van rijkswet houdende goedkeuring van het op 2 mei 1996 te Londen tot stand gekomen Protocol van 1996 tot wijziging van het Verdrag inzake beperking van aansprakelijkheid voor maritieme vorderingen, 1976 (Trb. 1997, 300 en Trb. 2006, 17), met memorie van toelichting.
Jaar: 2021
Advies
Documenten: 1
Voorstel van rijkswet met memorie van toelichting tot goedkeuring van het op 16 oktober 2001 te Brussel totstandgekomen protocol bij de Overeenkomst betreffende de wederzijdse rechtshulp in strafzaken tussen de Lid-Staten van de Europese Unie, door de Raad vastgesteld overeenkomstig artikel 34 van het Verdrag betreffende de Europese Unie.
Jaar: 2021
Advies
Documenten: 1
Voorstel van rijkswet met memorie van toelichting tot goedkeuring van het op 28 mei 1999 te Montreal tot stand gekomen Verdrag tot het brengen van eenheid in enige bepalingen inzake het internationale luchtvervoer (Trb.2000, 32 en Trb.2001, 91 en 107).Bij Kabinetsmissive van 19 juli 2002, no.02.003456, heeft Uwe Majesteit, op voordracht van de Minister van Justitie, mede namens de Minister van Buitenlandse Zaken en de Minister van Verkeer en Waterstaat, bij de Raad van State van het Koninkrijk ter overweging aanhangig gemaakt het voorstel van rijkswet met memorie van toelichting tot goedkeuring van het op 28 mei 1999 te Montreal tot stand gekomen Verdrag tot het brengen van eenheid in enige bepalingen inzake het internationale luchtvervoer (Trb.2000, 32 en Trb.2001, 91 en 107). Het voorstel van rijkswet strekt tot goedkeuring van het op 28 mei 1999 te Montreal totstandgekomen Verdrag tot het brengen van eenheid in enige bepalingen inzake het internationale luchtvervoer(zie noot 1) (hierna: het Verdrag) voor het gehele Koninkrijk. Tegelijk met dit voorstel van rijkswet is bij de Raad van State een voorstel van wet tot vaststelling en invoering van titel 16 (Exploitatie) van Boek 8 van het Burgerlijk Wetboek, aanhangig.(zie noot 2) Dat voorstel van wet strekt tot aanpassing van de in de Wet Luchtvervoer geregelde materie aan de bepalingen van het Verdrag. Het Verdrag regelt de aansprakelijkheid van luchtvaartmaatschappijen in geval van overlijden of letsel van passagiers, vertragingen en schade aan bagage en goederen. Het vervangt en moderniseert het verouderde en verbrokkelde Warschausysteem(zie noot 3) en brengt alle instrumenten van dat systeem samen in één nieuwe regeling. Het Verdrag is ook ondertekend door de Europese Gemeenschap, hetgeen heeft geleid tot de totstandkoming van Verordening 889/2002 (hierna: de Verordening).(zie noot 4) Krachtens deze Verordening is het Verdrag van toepassing op alle Europese luchtvaartmaatschappijen en gelden de regels van het Verdrag ook ten aanzien van binnenlandse vluchten. De Raad van State van het Koninkrijk onderschrijft de strekking van het voorstel van rijkswet, maar is van oordeel dat de memorie van toelichting op de volgende punten aangevuld dient te worden en dat bezien moet worden of een voorbehoud dient te worden gemaakt. 1. Het voorstel van rijkswet voorziet in goedkeuring van het Verdrag voor het gehele Koninkrijk. De memorie van toelichting gaat niet in op het overleg dat tussen de landen van het Koninkrijk is gevoerd over dit voorstel van rijkswet. In de paragrafen 5 en 6 zou kunnen worden ingegaan op de wensen van, respectievelijk de situatie op de Nederlandse Antillen en Aruba, alsmede op de noodzakelijke aanpassingen van hun wetgevingen aan het Verdrag. Daarbij kan in het bijzonder worden gewezen op artikel 50 van het Verdrag, dat de verdragsstaten de verplichting oplegt te eisen dat hun luchtvervoerders voorzien zijn van een toereikende verzekering ter dekking van hun aansprakelijkheid uit hoofde van het Verdrag. De Raad adviseert de toelichting op dit punt aan te vullen. 2. In de memorie van toelichting wordt terecht opgemerkt dat de Verordening alleen voor Nederland geldt. Op Nederlandse luchtvaartmaatschappijen komt derhalve aan de Verordening voorrang toe boven het Verdrag; op Antilliaanse en Arubaanse luchtvaartmaatschappijen is het Verdrag alleen van toepassing indien zij internationaal vervoer als bedoeld in artikel 1 van het Verdrag bewerkstelligen. Vluchten tussen de landen van het Koninkrijk (en tussen de eilanden van de Nederlandse Antillen) gelden volgens het Verdrag als binnenlandse vluchten, tenzij er sprake is van een tussenlanding in een andere staat. Een en ander heeft tot gevolg dat op een binnenlandse vlucht, uitgevoerd door een Nederlandse luchtvaartmaatschappij of door een luchtvaartmaatschappij, uit een andere lidstaat van de Europese Unie de Verordening van toepassing is, terwijl het Verdrag niet van toepassing is wanneer een dergelijke vlucht wordt uitgevoerd door een Antilliaanse of Arubaanse maatschappij. In het laatstbedoelde geval dient aan de hand van conflictenregels te worden vastgesteld welk nationaal recht van toepassing is. Zowel uit een oogpunt van bescherming van passagiers als om mogelijke juridische complicaties bij afwikkeling van schadegevallen te vermijden, lijkt het van belang dat de regelingen in de Nederlandse Antillen en Aruba parallel lopen met het bepaalde in het Verdrag, in die zin dat het Verdrag van toepassing is op alle Nederlands-Antilliaanse en Arubaanse luchtvaartmaatschappijen bij binnenlandse vluchten en vluchten binnen het Koninkrijk. De Raad adviseert in de memorie van toelichting op dit punt nader in te gaan. 3. Volgens artikel 2, eerste lid, van het Verdrag is het Verdrag ook van toepassing op vervoer dat wordt verricht door de staat of door andere openbare lichamen. Artikel 57 biedt echter aan een verdragsstaat de mogelijkheid door middel van een voorbehoud toepassing van het Verdrag uit te sluiten ten aanzien van: - internationaal luchtvervoer dat rechtstreeks door die staat wordt verricht en geëxploiteerd voor niet-commerciële doeleinden in verband met zijn taken en plichten als soevereine staat; en - vervoer van personen, bagage en goederen ten behoeve van zijn militaire autoriteiten aan boord van luchtvaartuigen die zijn ingeschreven in of gehuurd zijn door die staat en die geheel door of ten behoeve van deze autoriteiten zijn gereserveerd. Uit het voorstel van rijkswet blijkt dat het Koninkrijk niet voornemens is een voorbehoud op grond van artikel 57 te maken en ook in de memorie van toelichting wordt niet ingegaan op de vraag of zulk een voorbehoud is overwogen. Daarom is het opmerkelijk dat in het voorstel van wet tot vaststelling en invoering van titel 16 (Exploitatie) van Boek 8 van het Burgerlijk Wetboek wel een beperking is opgenomen ten aanzien van luchtvervoer door militaire, douane- en politieluchtvaartuigen. Naar de mening van de Raad verdraagt deze uitzondering in Boek 8 BW, bij gebreke van een voorbehoud als bedoeld in het Verdrag van Montreal, zich niet met het Verdrag. Voorts blijkt uit de memorie van toelichting evenmin of van Antilliaanse en Arubaanse zijde mogelijk de wens bestaat voor het maken van een voorbehoud. Het maken van een voorbehoud als bedoeld in artikel 57 van het Verdrag ware opnieuw in overweging te nemen. Daarbij ware tevens de vraag te betrekken in hoeverre de Verordening het maken van een dergelijk voorbehoud voor Nederland toelaat. Indien besloten zou worden geen voorbehoud te maken dient dit nader te worden toegelicht in de memorie van toelichting.(zie noot 5) 4. Voor een redactionele kanttekening verwijst het college naar de bij het advies behorende bijlage. De Raad van State van het Koninkrijk geeft U in overweging het voorstel van rijkswet te zenden aan de Tweede Kamer der Staten-Generaal, aan de Staten van de Nederlandse Antillen en aan die van Aruba, nadat met het vorenstaande rekening zal zijn gehouden. De Vice-President van de Raad van State van het Koninkrijk
Jaar: 2021
Advies
Documenten: 1
Voorstel van rijkswet houdende goedkeuring van het op 31 januari 1995 te Straatsburg tot stand gekomen Verdrag inzake de sluikhandel over zee, ter uitvoering van artikel 17 van het Verdrag van de Verenigde Naties tegen de sluikhandel in verdovende middelen en psychotrope stoffen (Trb. 2010, 165 en 239), met memorie van toelichting.Bij Kabinetsmissive van 26 januari 2012, no. 12.000127, heeft Uwe Majesteit, op voordracht van de Minister van Buitenlandse Zaken, mede namens de Minister van Veiligheid en Justitie, bij de Afdeling advisering van de Raad van State van het Koninkrijk ter overweging aanhangig gemaakt het voorstel van rijkswet houdende goedkeuring van het op 31 januari 1995 te Straatsburg tot stand gekomen Verdrag inzake de sluikhandel over zee, ter uitvoering van artikel 17 van het Verdrag van de Verenigde Naties tegen de sluikhandel in verdovende middelen en psychotrope stoffen (Trb. 2010, 165 en 239), met memorie van toelichting.
Jaar: 2021
Advies
Documenten: 1
Voorstel van rijkswet houdende goedkeuring van het op 2 oktober 2013 te Straatsburg tot stand gekomen Protocol nr. 16 tot wijziging van het Verdrag tot bescherming van de rechten van de mens en de fundamentele vrijheden, met memorie van toelichting.Bij Kabinetsmissive van 28 november 2013, no.2013002463, heeft Uwe Majesteit, op voordracht van de Minister van Buitenlandse Zaken, mede namens de Minister van Veiligheid en Justitie, bij de Afdeling advisering van de Raad van State van het Koninkrijk ter overweging aanhangig gemaakt het voorstel van rijkswet houdende goedkeuring van het op 2 oktober 2013 te Straatsburg tot stand gekomen Protocol nr. 16 tot wijziging van het Verdrag tot bescherming van de rechten van de mens en de fundamentele vrijheden, met memorie van toelichting.
Jaar: 2021
Advies
Documenten: 1
Voorstel van wet houdende goedkeuring van het op 25 augustus 2010 te Tokio tot stand gekomen Verdrag tussen het Koninkrijk der Nederlanden en Japan tot het vermijden van dubbele belasting met betrekking tot belastingen naar het inkomen, met Protocol (Trb. 2010, 249), met memorie van toelichting.Bij Kabinetsmissive van 19 november 2010, no.10.003167, heeft Uwe Majesteit, op voordracht van de Minister van Buitenlandse Zaken, mede namens de Staatssecretaris van Financiën, bij de Afdeling advisering van de Raad van State ter overweging aanhangig gemaakt het voorstel van wet houdende goedkeuring van het op 25 augustus 2010 te Tokio tot stand gekomen Verdrag tussen het Koninkrijk der Nederlanden en Japan tot het vermijden van dubbele belasting met betrekking tot belastingen naar het inkomen, met Protocol (Trb. 2010, 249), met memorie van toelichting.
Jaar: 2021
Advies
Documenten: 1
Voorstel van wet houdende goedkeuring van het op 15 juli 2015 te Addis Abeba tot stand gekomen Verdrag tussen het Koninkrijk der Nederlanden en de Republiek Zambia tot het vermijden van dubbele belasting en het voorkomen van het ontgaan van belasting met betrekking tot belastingen naar het inkomen (Trb. 2015, 113), met memorie van toelichting.Bij Kabinetsmissive van 29 januari 2016, no.2016000164, heeft Uwe Majesteit, op voordracht van de Minister van Buitenlandse Zaken, mede namens de Staatssecretaris van Financiën, bij de Afdeling advisering van de Raad van State ter overweging aanhangig gemaakt het voorstel van wet houdende goedkeuring van het op 15 juli 2015 te Addis Abeba tot stand gekomen Verdrag tussen het Koninkrijk der Nederlanden en de Republiek Zambia tot het vermijden van dubbele belasting en het voorkomen van het ontgaan van belasting met betrekking tot belastingen naar het inkomen (Trb. 2015, 113), met memorie van toelichting.
Jaar: 2021
Advies
Documenten: 1
Voorstel van wet houdende goedkeuring van het op 8 maart 2004 te Washington tot stand gekomen Protocol, met memorandum van overeenstemming, tot wijziging van de Overeenkomst tussen het Koninkrijk der Nederlanden en de Verenigde Staten van Amerika tot het vermijden van dubbele belasting en het voorkomen van het ontgaan van belasting met betrekking tot belastingen naar het inkomen, met memorie van toelichting.
Jaar: 2021
Advies
Documenten: 1
Voorstel van wet tot goedkeuring van de op 19 november 2010 te 's-Gravenhage tot stand gekomen Overeenkomst tussen de Regering van het Koninkrijk der Nederlanden en de Regering van de Verenigde Staten van Amerika inzake verbetering van de samenwerking bij het voorkomen en bestrijden van ernstige criminaliteit (Trb. 2010, 321), met memorie van toelichting.Het wetsvoorstel strekt tot goedkeuring van de op 19 november 2010 te ’s-Gravenhage tot stand gekomen overeenkomst tussen het Koninkrijk der Nederlanden en de Verenigde Staten van Amerika (VS) inzake verbetering van de samenwerking bij de voorkoming en bestrijding van ernstige criminaliteit en terroristische strafbare feiten (hierna: verdrag zie noot 1).
Jaar: 2021
Advies
Documenten: 1
Voorstel van rijkswet met memorie van toelichting tot goedkeuring van het op 9 december 1999 te New York totstandgekomen Internationaal Verdrag ter bestrijding van de financiering van terrorisme (Trb.2000, 12).Bij Kabinetsmissive van 1 augustus 2001, no.01.003720, heeft Uwe Majesteit, op voordracht van de Minister van Justitie, mede namens de Minister van Buitenlandse Zaken, bij de Raad van State van het Koninkrijk ter overweging aanhangig gemaakt het voorstel van rijkswet met memorie van toelichting tot goedkeuring van het op 9 december 1999 te New York totstandgekomen Internationaal Verdrag ter bestrijding van de financiering van terrorisme (Trb.2000, 12). Dit Verdrag maakt onderdeel uit van een lange reeks van sectorale verdragen en protocollen op het terrein van de bestrijding van internationaal terrorisme, die vrijwel alle totstandkwamen in de periode 1963-1991. Het Koninkrijk is partij bij die verdragen en heeft uitvoeringswetgeving tot stand gebracht. Van meer recente datum is het Verdrag inzake de bestrijding van terroristische bomaanslagen (Trb.1998, 84), waarbij het onderhavige Verdrag, wat doel en opzet betreft, nauw aansluit. Gelijktijdig met dit voorstel van rijkswet tot goedkeuring van het Verdrag, zijn aan de Raad van State (van het Koninkrijk) toegezonden een voorstel van Rijkswet tot goedkeuring van het op 15 december 1997 te New York totstandgekomen Verdrag ter bestrijding van terroristische bomaanslagen,(zie noot 1) een voorstel van wet tot uitvoering van het Verdrag inzake de bestrijding van terroristische bomaanslagen en het op 9 december 1994 totstandgekomen Verdrag inzake de veiligheid van VN- en geassocieerd personeel(zie noot 2) en een voorstel van wet tot uitvoering van het Verdrag.(zie noot 3) De belangrijkste onderwerpen die in het Verdrag worden geregeld zijn: - een omschrijving van de - in de nationale wetgeving van de verdragsstaten - strafbaar te stellen financiering van terrorisme; - de rechtsmacht die de verdragsstaten op grond van de in het Verdrag beschreven jurisdictiebeginselen dienen te vestigen; - de verplichting voor de verdragsstaten van die rechtsmacht daadwerkelijk gebruik te maken, tenzij aan een andere staat wordt uitgeleverd; - de uitlevering; en - de verplichting tot een zo'n ruim mogelijke rechtshulp in strafzaken. De Raad van State van het Koninkrijk onderschrijft de strekking van het voorstel tot rijkswet maar maakt daarbij de volgende opmerkingen. Hij is van oordeel dat in verband daarmee aanpassing van het voorstel wenselijk is. 1. Vestiging van universele rechtsmacht Zoals in de memorie van toelichting is aangegeven, heeft het Verdrag tot doel te voorkomen dat terroristen zich aan strafvervolging weten te onttrekken door naar het grondgebied van een andere verdragsstaat te vluchten.(zie noot 4) Artikel 7, vierde lid, van het Verdrag voorziet daartoe in de vestiging en uitbreiding van universele rechtsmacht ten aanzien van de door het Verdrag bestreken delicten. In de memorie van toelichting bij het voorstel van rijkswet(zie noot 5) wordt echter gesteld dat met de vestiging van universele rechtsmacht terughoudendheid moet worden betracht en dat daarvan alleen kan worden afgeweken als het internationale karakter van de door een verdrag bestreken gedragingen hiertoe aanleiding geeft. De memorie van toelichting verwijst naar eerdere wetten tot goedkeuring van verdragen in de periode 1983-1984 waarbij het Koninkrijk een voorbehoud heeft gemaakt ten aanzien van de verplichting tot het vestigen van (een beperkte) universele rechtsmacht. Sindsdien is echter het besef gegroeid dat het grensoverschrijdende karakter van bepaalde ernstige misdrijven of het effect daarvan in de internationale verhoudingen, het nodig maakt het territorialiteitsbeginsel als uitgangspunt voor de verdeling van rechtsmacht te relativeren en in bepaalde opzichten aan te vullen met het beschermingsbeginsel en het universaliteitsbeginsel. Dit heeft implicaties voor de internationale rechtsontwikkeling. Daarin staat de gedachte centraal dat het belang van de uitoefening van (universele) rechtsmacht ten aanzien van bepaalde delicten - de zogenaamde "offences of universal concern" - en de berechting van de daders van dit soort delicten zwaarder moet wegen dan eventuele bezwaren tegen de uitbreiding van (territoriale naar) universele rechtsmacht. Met het vestigen en uitbreiden van universele rechtsmacht wordt voorkomen dat daders kunnen ontkomen aan berechting door te vluchten naar een andere staat die geen (territoriale of personele) rechtsmacht heeft. Oorspronkelijk werd deze visie in het bijzonder gehuldigd ten aanzien van delicten als genocide en oorlogsmisdrijven. Gaandeweg is het inzicht gegroeid dat uitbreiding van de universele rechtsmacht eveneens een gepast middel is met het oog op een effectieve bestrijding van terrorisme. Ook het onderhavige Verdrag weerspiegelt de hedendaagse visie omtrent universele rechtsmacht. Tegen deze achtergrond adviseert de Raad van State de memorie van toelichting aan te passen in die zin dat daarin de huidige visie omtrent (uitbreiding van) universele rechtsmacht uitdrukking vindt. 2. Interpretatieve verklaring of voorbehoud Nu de in 1983-1984 door de regering gemotiveerde terughoudendheid ten aanzien van universele rechtsmacht niet maatgevend kan zijn voor de huidige opstelling van het Koninkrijk, vraagt de Raad zich af wat de strekking en de reikwijdte is van (de eerste alinea van) de voorgestelde interpretatieve verklaring bij de artikelen 7 en 10, eerste lid.(zie noot 6) Deze verklaring is, zo blijkt uit de toelichting, geënt op het voorbehoud dat is gemaakt bij de bekrachtiging van verdragen in de periode 1983-1984. Indien met de voorgestelde verklaring niet beoogd wordt de verdragsverplichtingen op grond van de artikelen 7 en 10, eerste lid, te beperken of uit te breiden, dan is deze naar het oordeel van de Raad overbodig. De letterlijke tekst van de verklaring wijst in deze richting. Indien evenwel de verklaring zo moet worden gelezen dat deze voormelde verdragsverplichtingen beoogt te beperken, dan betreft het een voorbehoud in de zin van artikel 2, eerste lid, onder d, van het Verdrag van Wenen inzake het Verdragenrecht.(zie noot 7) Daarvoor is immers irrelevant onder welke bewoordingen of benaming de verklaring is afgelegd. Artikel 19, aanhef en onder c, van dit Verdrag bepaalt dat een voorbehoud bij een verdrag gemaakt kan worden, tenzij het niet verenigbaar is met het voorwerp of het doel van dat verdrag. De in het wetsvoorstel tot uitvoering voor Nederland van het onderhavige Verdrag(zie noot 8) voorgestelde uitwerking van de verdragsverplichtingen ex artikelen 7 en 10 van het Verdrag, geeft aanleiding te veronderstellen dat de voorgestelde verklaring deze verdragsverplichtingen inderdaad beoogt te beperken. Het wetsvoorstel voorziet er namelijk in dat Nederland rechtsmacht heeft, indien de verdragsstaat die primair rechtsmacht heeft, Nederland om uitlevering verzoekt en dit verzoek wordt afgewezen. Het niet gehonoreerde uitleveringsverzoek wordt in die constructie beschouwd als een ingewilligd verzoek aan Nederland tot strafvervolging.(zie noot 9) De Raad is van oordeel dat artikel 7, vierde lid, van het Verdrag ook verplicht tot het vestigen van rechtsmacht voor gevallen waarin niet wordt uitgeleverd omdat er geen uitleveringsverzoek is gedaan. Deze interpretatie sluit aan bij de doelstelling van het Verdrag. Daarbij dient bedacht te worden dat er staten zijn die primaire rechtsmacht hebben, maar geen verzoek tot uitlevering doen omdat die staten financiering van terrorisme "dekken", of doordat het overheidsgezag tijdelijk is weggevallen. Gezien het voorgaande adviseert de Raad in de memorie van toelichting in te gaan op de betekenis van de eerste alinea van de voorgestelde interpretatieve verklaring. Is met die tekst beoogd, de verplichting tot vestiging van universele rechtsmacht te beperken, dan is dit naar het oordeel van de Raad niet verenigbaar met het voorwerp en het doel van het Verdrag. 3. Facultatieve rechtsmacht Het Verdrag geeft Nederland de mogelijkheid om zijn rechtsmacht ten aanzien van de financiering van terrorisme verder uit te breiden, bijvoorbeeld als het strafbare feit is gepleegd tegen een Nederlands onderdaan of tegen een in het buitenland gevestigde staats- of regeringsvoorziening (zoals diplomatieke vestigingen).(zie noot 10) Van deze mogelijkheid wordt geen gebruik gemaakt. In de toelichting wordt aangegeven dat, gezien de doelstelling van het Verdrag, verdere uitbreiding van de rechtsmacht dan vestiging van rechtsmacht op grond van artikel 7, eerste en vierde lid, van het Verdrag niet nodig is, doch eerder zal leiden tot positieve jurisdictieconflicten. De Raad kan deze motivering niet geheel volgen. Vestiging van primaire rechtsmacht op grond van artikel 7, eerste lid, en secundaire rechtsmacht op grond van artikel 7, vierde lid, van het Verdrag, biedt geen uitkomst in de situatie waarin de verdachte zich bevindt in een andere verdragsstaat, het misdrijf is gepleegd tegen één of meer Nederlanders en Nederland ten aanzien van het gepleegde misdrijf geen primaire rechtsmacht heeft. De kans dat jurisdictiegeschillen zullen ontstaan, is gezien de opzet van het Verdrag niet bijzonder groot, terwijl overlapping van jurisdictie gezien de doelstelling van het Verdrag geenszins bezwaarlijk is. In het wetsvoorstel tot uitvoering van het Verdrag inzake de veiligheid van VN- en geassocieerd personeel,(zie noot 11) wordt wel voorzien in rechtsmacht ten aanzien van delicten die tegen Nederlanders zijn gepleegd. De Raad adviseert de door het onderhavige Verdrag geboden mogelijkheid om de rechtsmacht verder uit te breiden dan de gevallen waarin dat op grond van het Verdrag verplicht is, te benutten. 4. Antilliaanse en Arubaanse uitvoeringswetgeving Het voorstel van rijkswet regelt goedkeuring voor het gehele Koninkrijk. In de memorie van toelichting wordt echter slechts ingegaan op de Nederlandse uitvoeringswetgeving. Naar het oordeel van de Raad zouden ook de toepasselijke landsverordeningen van de Nederlandse Antillen en Aruba moeten worden genoemd. De Raad adviseert derhalve de toelichting op dit punt aan te passen. De Raad van State van het Koninkrijk geeft U in overweging het voorstel van rijkswet te zenden aan de Tweede Kamer der Staten-Generaal, aan de Staten van de Nederlandse Antillen en aan die van Aruba, nadat met het vorenstaande rekening zal zijn gehouden. De Vice-President van de Raad van State van het Koninkrijk
Jaar: 2021
Advies
Documenten: 1
Voorstel van rijkswet houdende goedkeuring van het voornemen tot intrekking van voorbehouden bij een aantal verdragen en protocollen inzake de bestrijding van terrorisme, met memorie van toelichting.Bij Kabinetsmissive van 7 april 2008, no.08.001082, heeft Uwe Majesteit, op voordracht van de Minister van Buitenlandse Zaken, mede namens de Minister van Justitie, bij de Raad van State van het Koninkrijk ter overweging aanhangig gemaakt het voorstel van rijkswet houdende goedkeuring van het voornemen tot intrekking van voorbehouden bij een aantal verdragen en protocollen inzake de bestrijding van terrorisme, met memorie van toelichting.
Jaar: 2021
Advies
Documenten: 1
Voorstel van rijkswet houdende goedkeuring van het op 11 december 2008 te New York tot stand gekomen Verdrag van de Verenigde Naties inzake de overeenkomsten voor het internationaal vervoer van goederen geheel of gedeeltelijk over zee (Trb. 2011, 222 en Trb. 2013, 42).Bij Kabinetsmissive van 6 april 2017, no.2017000603, heeft Uwe Majesteit, op voordracht van de Minister van Buitenlandse Zaken, mede namens de Minister van Veiligheid en Justitie en de Minister van Infrastructuur en Milieu, bij de Afdeling advisering van de Raad van State van het Koninkrijk ter overweging aanhangig gemaakt het voorstel van rijkswet houdende goedkeuring van het op 11 december 2008 te New York tot stand gekomen Verdrag van de Verenigde Naties inzake de overeenkomsten voor het internationaal vervoer van goederen geheel of gedeeltelijk over zee (Trb. 2011, 222 en Trb. 2013, 42), met memorie van toelichting.
Jaar: 2021
Advies
Documenten: 1
Voorstel van wet houdende bepalingen samenhangend met de vervolging en berechting in Nederland van strafbare feiten die verband houden met het neerhalen van Malaysia Airlines vlucht MH17 op 17 juli 2014, met memorie van toelichting en het voorstel van wet houdende goedkeuring van het op 7 juli 2017 te Tallinn tot stand gekomen Verdrag tussen het Koninkrijk der Nederlanden en Oekraïne inzake internationale juridische samenwerking met betrekking tot misdrijven die verband houden met het neerhalen van vlucht MH17 van Malaysia Airlines op 17 juli 2014 (Trb. 2017, 102), met memorie van toelichting.Bij Kabinetsmissives van 27 januari 2018, no.201800017, en no.2018000177, heeft Uwe Majesteit, op voordracht van de Minister van Justitie en Veiligheid, mede namens de Minister van Buitenlandse Zaken, bij de Afdeling advisering van de Raad van State ter overweging aanhangig gemaakt het voorstel van wet houdende bepalingen samenhangend met de vervolging en berechting in Nederland van strafbare feiten die verband houden met het neerhalen van Malaysia Airlines vlucht MH17 op 17 juli 2014, met memorie van toelichting en het voorstel van wet houdende goedkeuring van het op 7 juli 2017 te Tallinn tot stand gekomen Verdrag tussen het Koninkrijk der Nederlanden en Oekraïne inzake internationale juridische samenwerking met betrekking tot misdrijven die verband houden met het neerhalen van vlucht MH17 van Malaysia Airlines op 17 juli 2014 (Trb. 2017, 102), met memorie van toelichting.1.InleidingOp 17 juli 2014 werd Malaysia Airlines vlucht MH17 neergehaald, met aan boord onder meer veel Nederlandse passagiers die allen zijn omgekomen. (zie noot 1) In verband met de vervolging en berechting in Nederland van strafbare feiten die hiermee samenhangen worden thans twee voorstellen ter advisering aan de Afdeling voorgelegd.Het goedkeuringsvoorstel strekt tot goedkeuring van het op 7 juli 2017 te Tallinn tot stand gekomen Verdrag tussen het Koninkrijk der Nederlanden en Oekraïne inzake internationale juridische samenwerking met betrekking tot misdrijven die verband houden met het neerhalen van vlucht MH17 van Malaysia Airlines op 17 juli 2014 (Trb. 2017, 102) (hierna: het verdrag). (zie noot 2)De uitvoeringswet strekt ertoe enige wettelijke voorzieningen te treffen met betrekking tot de vervolging en berechting in Nederland van strafbare feiten die verband houden met het neerhalen van vlucht MH17 op 17 juli 2014 in Oekraïne. (zie noot 3) Het wetsvoorstel geeft tevens uitvoering aan het hierover met Oekraïne gesloten verdrag, waarmee buiten twijfel wordt gesteld dat vervolging en berechting in Nederland ten volle kan plaatsvinden. (zie noot 4)De Afdeling advisering van de Raad van State adviseert in dit advies over beide wetsvoorstellen gezamenlijk. De Afdeling is zich zeer bewust van het bijzondere karakter alsmede de internationale context van deze wetsvoorstellen. Daarbij neemt zij in aanmerking dat aan de voorstellen mede ten grondslag ligt de op 21 juli 2014 door de Veiligheidsraad van de Verenigde Naties unaniem aangenomen resolutie waarin wordt geëist dat de verantwoordelijken voor het neerhalen van de MH17 rekenschap moeten afleggen en dat alle landen eraan meewerken om dit tot stand te brengen. (zie noot 5)De Afdeling adviseert de voorstellen aan de Tweede Kamer te zenden, maar op enkele onderdelen de toelichting aan te vullen ter versterking daarvan. De Afdeling geeft in overweging nader aandacht te besteden aan de verhouding van het voorstel tot de bij het Tweede aanvullend Protocol bij het Europees Verdrag aangaande wederzijdse rechtshulp in strafzaken afgelegde verklaring. Voorts adviseert de Afdeling tot uitdrukking te brengen hoe de uitvoeringswet een aanvulling is op de onderwerpen die zijn geregeld in het Europees verdrag inzake de internationale geldigheid van strafvonnissen (EVIG) en het Europees Verdrag betreffende de Overdracht van Strafvervolging (EVOS). 2.Verhouding tot verdragena.Inleiding: EVRMIn de memorie van toelichting bij het goedkeuringsvoorstel is aandacht besteed aan de verhouding van het voorliggende verdrag tot diverse instrumenten van de Raad van Europa. Daarbij is terecht ingegaan op artikel 6 van het Europees Verdrag voor de Rechten van de Mens en de fundamentele vrijheden (EVRM) inzake de wezenskenmerken van een eerlijk proces en de daarop gebaseerde jurisprudentie ten aanzien van videoconferentie. (zie noot 6) Dat deelname aan rechterlijke procedures via videoconferenties op zich niet in strijd is met het EVRM, is een vast onderdeel van die rechtspraak. Een wettelijke regeling, een of meer legitieme doelstellingen, gelijke behandeling ten opzichte van anderen in een vergelijkbare situatie en een daadwerkelijke kans om zich te verdedigen, zijn daarbij noodzakelijke elementen. Daarbij is van belang dat er geen problemen zijn bij de overdracht van beeld en geluid en dat de verdachte vertrouwelijk met zijn raadsman kan spreken. De toelichting wijst er op dat het aan de rechter is om te beslissen of van de mogelijkheid van terechtstaan per videoconferentie gebruik wordt gemaakt. De Afdeling onderschrijft dat de rechter in het concrete geval beoordeelt of die keuze in overeenstemming met de eisen van artikel 6 van het EVRM kan worden gemaakt. b.Tweede aanvullend Protocol bij het Europees Verdrag aangaande wederzijdse rechtshulp in strafzakenBinnen de Raad van Europa is voorts wat betreft het gebruik van videoconferentie van belang het Tweede aanvullend Protocol bij het Europees Verdrag aangaande wederzijdse rechtshulp in strafzaken. (zie noot 7) Daarin is bepaald dat de beslissing om een videoconferentie te houden en de wijze van uitvoering ervan onderworpen zijn aan een regeling tussen de betrokken Partijen, in overeenstemming met hun nationale recht en de ter zake doende internationale instrumenten. (zie noot 8) Bij deze bepaling is ook de mogelijkheid opgenomen voor staten om te verklaren dat geen gebruik zal worden gemaakt van deze mogelijkheid. Nederland heeft een dergelijke verklaring afgelegd die dit beperkt. (zie noot 9) In de toelichtende nota bij de goedkeuring van het Tweede aanvullend Protocol (zie noot 10) heeft de regering als reden gegeven om deze verklaring af te leggen dat het verhoor per videoconferentie niet ten aanzien van de verdachte kan worden toegepast omdat het verhoor van verdachten meer waarborgen vereist dan het verhoor van getuigen en deskundigen en daarom dient te worden vastgelegd in een aparte regeling. In de consultatiereactie van de Raad voor de Rechtspraak (RvdR) op het voorliggend goedkeuringsvoorstel is gewezen op deze verklaring van Nederland bij het Tweede aanvullend Protocol. (zie noot 11) De regering is hierop niet ingegaan in de toelichting.De Afdeling heeft begrip voor de door de regering gemaakte keuze in de voorliggende voorstellen. Het gaat om een specifieke regeling voor een bijzondere situatie die in een afzonderlijk verdrag is neergelegd. Zij adviseert om voor alle duidelijkheid in de toelichting bij het goedkeuringsvoorstel in te gaan op de verhouding daarvan tot de door Nederland afgelegde verklaring bij het Tweede aanvullend Protocol in het licht van de redenen die daaraan ten grondslag hebben gelegen. c.Europees Verdrag inzake de internationale geldigheid van strafvonnissenDe uitvoeringswet bepaalt dat de bijzondere verzetsprocedure uit de Wet Overdracht Tenuitvoerlegging Strafvonnissen (WOTS) niet van toepassing is op de vervolging en berechting van verdachten van het neerhalen van de MH17. (zie noot 12) Deze bijzondere verzetsprocedure in de WOTS geeft uitvoering aan verplichtingen die Nederland heeft op grond van het Europees Verdrag inzake de internationale geldigheid van strafvonnissen (EVIG). Volgens deze niet van toepassing zijnde verzetsprocedure uit het EVIG kan een veroordeelde in verzet gaan tegen een buitenlands verstekvonnis, ook al is het vonnis in kracht van gewijsde gegaan. Indien deze procedure van toepassing zou zijn, zou dat kunnen leiden tot een nieuwe berechting alsof de procedure die leidde tot de verstekveroordeling niet heeft plaatsgevonden. De toelichting bij de uitvoeringswet stelt dat het EVIG in de praktijk weinig wordt toegepast, ook omdat de regeling in dit verdrag ingewikkeld is en relatief weinig verdragspartijen heeft. (zie noot 13) Hoewel Nederland en Oekraïne beide wel partij zijn bij het EVIG, is in het bilaterale verdrag dat nu voorligt een regeling getroffen die toegesneden is op de specifieke situatie van de tenuitvoerlegging van eventuele verstekvonnissen ter zake van het neerhalen van vlucht MH17, aldus de toelichting.De Afdeling merkt het volgende op. Het EVIG bepaalt dat het mogelijk is om een bilaterale overeenkomst te sluiten over in het EVIG geregelde onderwerpen, als sprake is van een aanvulling of vergemakkelijking. (zie noot 14) Impliciet wordt er in de toelichting van uitgegaan dat met de regeling in de uitvoeringswet sprake is van een vergemakkelijking van de in het EVIG vervatte beginselen of een aanvulling daarop. De Afdeling geeft in overweging dit in de toelichting tot uitdrukking te brengen. d.Europees Verdrag betreffende de Overdracht van StrafvervolgingDe hoorplicht uit artikel 552aa, tweede lid, Sv is op grond van de uitvoeringswet niet van toepassing, indien degene op wie het verzoek tot overname van strafvervolging betrekking heeft zich buiten Nederland bevindt. (zie noot 15) Dit artikel uit Sv geeft uitvoering aan artikel 17 van het Europees Verdrag betreffende de Overdracht van Strafvervolging (EVOS). Zowel Nederland als Oekraïne zijn partij bij het EVOS. Artikel 17 EVOS schrijft voor dat indien uitsluitend sprake is van afgeleide rechtsmacht de verdachte over het verzoek tot strafvervolging wordt gehoord zodat hij zijn beschouwing kan geven voordat de Staat een beslissing neemt op dat verzoek. (zie noot 16) De toelichting bij de uitvoeringswet stelt dat het EVOS het horen, althans oproepen van de verdachte, slechts voorschrijft als Nederland geen originaire rechtsmacht heeft en uitgaande van de situatie dat de verdachte zich in Nederland bevindt. De toelichting beschrijft voorts de verschillende grondslagen voor de uitoefening van strafrechtelijke rechtsmacht met betrekking tot het neerhalen van vlucht MH17. (zie noot 17) Daarbij wordt ingegaan op zowel de originaire rechtsmacht van Nederland als de afgeleide rechtsmacht op grond van het verdrag.De Afdeling merkt op dat bij uitsluitend afgeleide rechtsmacht - als voor Nederland een verplichting bestaat om betrokkene te horen - deze hoorplicht in de uitvoeringswet wordt geschrapt. Het EVOS bepaalt dat het mogelijk is om een bilaterale overeenkomst te sluiten over in het EVOS geregelde onderwerpen, als sprake is van een aanvulling of vergemakkelijking. (zie noot 18) Uit de toelichting lijkt impliciet te volgen dat met de regeling in de uitvoeringswet sprake is van een vergemakkelijking van in het EVOS vervatte beginselen of een aanvulling op de hoorplicht van het EVOS. De Afdeling geeft in overweging dit in de toelichting tot uitdrukking te brengen. 3.Reactie op consultatie-adviezenBeide wetsvoorstellen zijn aan het College van procureurs-generaal (het College) en aan de RvdR voorgelegd voor advies. De toelichting geeft een reactie op enkele van de opmerkingen die door het College en de RvdR zijn gemaakt. De Afdeling merkt evenwel op dat op een aantal andere opmerkingen niet is ingegaan. Dit betreft in het bijzonder de vraag hoe de Nederlandse rechter de extra waarborgen die benodigd zijn voor een strafproces dat geheel via videoconferentie wordt gevoerd moet toetsen, de vraag om in de uitvoeringswet te voorzien in de aanwezigheid van een raadsman zowel in de zittingzaal als elders bij de verdachte, de verhouding tussen de uitvoeringswet en het Besluit videoconferentie, met name wat betreft de technische inrichting van het systeem, en de mogelijkheid van het horen van de nabestaanden per videoconferentie. De Afdeling geeft in overweging in de toelichtingen bij de goedkeuringswet en de uitvoeringswet specifieker aandacht te besteden aan de uitgebrachte adviezen.4. De Afdeling verwijst naar de bij dit advies behorende redactionele bijlage.De Afdeling advisering van de Raad van State geeft U in overweging de voorstellen van wet te zenden aan de Tweede Kamer der Staten-Generaal, nadat aan het vorenstaande aandacht zal zijn geschonken.De waarnemend vice-president van de Raad van State
Jaar: 2021
Advies
Documenten: 1
Voorstel van wet houdende goedkeuring van de op 30 juni 2008 te Brussel tot stand gekomen Overeenkomst tussen de Europese Unie en Australië inzake de verwerking en doorgifte van persoonsgegevens van passagiers (PNR) uit de Europese Unie door luchtvaartmaatschappijen aan de Australische douane (Trb. 2008, 170), met memorie van toelichting.Bij Kabinetsmissive van 20 februari 2009, no.09.000460, heeft Uwe Majesteit, op voordracht van de Minister van Justitie, mede namens de Minister van Buitenlandse Zaken, bij de Raad van State ter overweging aanhangig gemaakt het voorstel van wet houdende goedkeuring van de op 30 juni 2008 te Brussel tot stand gekomen Overeenkomst tussen de Europese Unie en Australië inzake de verwerking en doorgifte van persoonsgegevens van passagiers (PNR) uit de Europese Unie door luchtvaartmaatschappijen aan de Australische douane (Trb. 2008, 170), met memorie van toelichting.
Jaar: 2021
Advies
Documenten: 1
Voorstel van wet met memorie van toelichting tot goedkeuring van het op 29 april 2003 te Berlijn totstandgekomen Verdrag tussen het Koninkrijk der Nederlanden en de Bondsrepubliek Duitsland inzake de uitoefening van de Luchtverkeersleiding door de Bondsrepubliek Duitsland boven Nederlands grondgebied alsmede de gevolgen van het burgergebruik van de luchthaven Niederrhein op het grondgebied van het Koninkrijk der Nederlanden.Bij Kabinetsmissive van 20 juni 2003, no.03.002614, heeft Uwe Majesteit, op voordracht van de Minister van Buitenlandse Zaken, mede namens de Staatssecretaris van Verkeer en Waterstaat, bij de Raad van State ter overweging aanhangig gemaakt het voorstel van wet met memorie van toelichting tot goedkeuring van het op 29 april 2003 te Berlijn totstandgekomen Verdrag tussen het Koninkrijk der Nederlanden en de Bondsrepubliek Duitsland inzake de uitoefening van de Luchtverkeersleiding door de Bondsrepubliek Duitsland boven Nederlands grondgebied alsmede de gevolgen van het burgergebruik van de luchthaven Niederrhein op het grondgebied van het Koninkrijk der Nederlanden. Het verdrag tot goedkeuring waarvan het wetsvoorstel strekt (hierna: verdrag), hangt samen met de omzetting van de Duitse militaire luchthaven Niederrhein in een burgerluchthaven. Daarvoor is inmiddels op basis van de Duitse wetgeving een vergunning afgegeven. Met dit verdrag gaat Nederland met deze omzetting akkoord onder de voorwaarde dat het gebruik van het vliegveld beperkt blijft tot de omvang zoals die is opgenomen in de vergunningsaanvraag en dat er geen nachtvluchten plaatsvinden boven Nederlands grondgebied. In verband daarmee zijn in het verdrag regels opgenomen ten aanzien van het gebruik van deze luchthaven. Deze regels hebben betrekking op de in acht te nemen geluidszones en op beperkingen van het vliegverkeer boven Nederland. In het verdrag zijn nadere afspraken tussen het Koninkrijk der Nederlanden en de Bondsrepubliek Duitsland gemaakt ten aanzien van de procedures die bij voorgenomen wijzigingen in het gebruik van de burgerluchthaven Niederrhein in acht moeten worden genomen. Voorts bevat het een regeling van de rechtsbescherming van Nederlandse natuurlijke personen en rechtspersonen, bepalingen inzake de aansprakelijkheid en een regeling van de bescherming van persoonsgegevens. De Raad van State maakt naar aanleiding van het wetsvoorstel opmerkingen over de verhouding van het verdrag tot Europeesrechtelijke verplichtingen, de wijze waarop Duitsland en Nederland hun onderlinge verhouding in het verdrag hebben geregeld, de Duitse vergunning en de daartegen lopende, respectievelijk eventueel nog in te stellen, bezwaar- en beroepsprocedures, de regeling van de nachtvluchten en de reikwijdte van de goedkeuringswet. De Raad meent dat in verband hiermee een nadere precisering van de verdragstekst gewenst is. 1. Noodzaak De noodzaak van het verdrag wordt in de memorie van toelichting niet op de juiste wijze gemotiveerd. Onder “Nederlandse procedure” wordt opgemerkt dat gelet op artikel 5.14, eerste lid, van de Wet luchtvaart geen verdrag noodzakelijk is. Vervolgens wordt gesteld dat niettemin voor een verdrag is gekozen vanwege de mogelijkheid van het vastleggen van juridisch bindende aansprakelijkheidsbepalingen en van milieubepalingen in een dergelijk verdrag. De brief van de toenmalige Minister van Verkeer en Waterstaat aan de Tweede Kamer der Staten-Generaal over de stand van zaken rond het vliegveld Laarbruch in Duitsland van 28 november 2000(zie noot 1), is duidelijker: Nederland hoeft formeel geen instemming te geven voor dit nieuwe gebruik van Laarbruch (luchthaven Niederrhein). Instemming is wel nodig voor het gebruik van het Nederlandse luchtruim en de gevolgen van het gebruik voor het Nederlandse grondgebied. Die motivering zal ook in de memorie van toelichting moeten doorklinken. 2. Europees recht Het verdrag zal toereikend moeten zijn met het oog op de verantwoordelijkheid die Nederland draagt voor de gevolgen op Nederlands grondgebied van het gebruik van de luchthaven. Duidelijk zal moeten worden gemaakt wat in het verdrag moet worden geregeld, wat regeling vindt in de Duitse wetgeving en wat aan de vergunning zelf kan worden overgelaten. Dit geldt in het bijzonder voor de nakoming van Europeesrechtelijke verplichtingen op Nederlands grondgebied. De Raad mist een duidelijke uiteenzetting op dit punt in de memorie van toelichting. Hierna zal hierop nader worden ingegaan. Aan het slot van de inleiding van de memorie van toelichting wordt erop gewezen dat ook op Europees niveau de mening heerst dat in geval van overdracht van luchtverkeersleidingsbevoegdheden en gebruik van een (burger)luchthaven met grensoverschrijdende gevolgen een (bilateraal) verdrag wenselijk is. Voorts wordt medegedeeld dat een Europees standaardverdrag wordt voorbereid. Gelet hierop adviseert de Raad in de toelichting nader uiteen te zetten in welk stadium de voorbereiding van het Europese Standaardverdrag zich bevindt en in hoeverre hiermede bij de opstelling van dit verdrag met de Bondsrepubliek Duitsland rekening is gehouden. Daarbij ware vooral in te gaan op de onderdelen die betrekking hebben op de verdragsverplichtingen en EG-richtlijnen die door elk van beide landen moeten worden nageleefd en geïmplementeerd. a. Milieueffectrapportage Voor de omzetting van militaire luchthaven naar burgerluchthaven is naar Duits recht geen milieueffectrapportage (MER) noodzakelijk.(zie noot 2) Datzelfde geldt voor een intensivering van het gebruik van een vliegveld die gepaard gaat met een vergroting van de geluidszones (slot van hoofdstuk II van de memorie van toelichting). In het Nederlandse recht is de MER-plicht voor luchthavens geregeld in het Besluit milieu-effectrapportage 1994, bijlage C, onderdelen 6.1 tot en met 6.3. De verschillen in de Nederlandse en de Duitse wetgeving bij de uitvoering van de MER-richtlijn(zie noot 3) nopen in dit geval tot een regeling van de MER in een bilateraal verdrag. (i) Gelet op artikel 4, tweede lid, in samenhang met de punten 10 en 13 van Bijlage II van de MER-richtlijn zal voor de onderhavige omzetting van militaire luchthaven in burgerluchthaven door middel van een onderzoek of aan de hand van nationale vastgestelde drempelwaarden of criteria moeten worden vastgesteld of een MER noodzakelijk is. Daarbij zullen de relevante criteria van Bijlage III in acht moeten worden genomen. De regeling van het vliegverkeer in artikel 6 en die van de geluidszonegrenzen in artikel 7 van dit verdrag zullen de weerslag moeten zijn van een juiste toepassing van de MER-richtlijn op Nederlands grondgebied. In die regelingen zal dan een wijziging met niet-aanzienlijke gevolgen voor het milieu (punt 13 van Bijlage II) besloten moeten liggen of die regelingen zijn de uitkomst van een vergunningprocedure waarbij de procedure van de artikelen 5 tot en met 10 van de MER-richtlijn is toegepast. In de memorie van toelichting zal daarom moeten worden uiteengezet op welke wijze de MER-richtlijn met betrekking tot de gevolgen op Nederlands grondgebied in acht is genomen. (ii) In het verdrag wordt slechts een MER voorgeschreven voor veranderingen die leiden tot overschrijding van de in artikel 7, eerste lid, en Bijlage 2 vastgelegde geluidzonegrenzen (artikel 7, vierde lid, laatste drie volzinnen). De vraag rijst of deze beperkte regeling van de MER voldoende waarborgen biedt voor de inachtneming van de MER-richtlijn op Nederlands grondgebied bij toekomstige veranderingen. Een verandering zou bijvoorbeeld ook kunnen bestaan uit een uitbreiding van de periode voor nachtvluchten (artikel 10, derde lid). Ook in dit opzicht behoeft de toelichting aanvulling. b. Verhouding tot Vogelrichtlijn(zie noot 4) en Habitatrichtlijn(zie noot 5)In de inleiding van de memorie van toelichting wordt medegedeeld dat naar aanleiding van de inspraak aan Nederlandse zijde in opdracht van de vergunningaanvrager (de Flughafen Niederrhein GmbH) door een onderzoeksbureau een aanvullende studie is gedaan naar de gevolgen van het voorgenomen gebruik van Flughafen Niederrhein voor het Nationale Park Maasduinen, welk park is aangewezen als een speciale beschermingszone en tevens is aangemeld als beschermingswaardig gebied onder de Habitatrichtlijn.(zie noot 6) In de toelichting wordt vervolgens uiteengezet dat de situatie van de tijd waarin het terrein nog in gebruik was als militaire basis maatgevend is voor de beoordeling van de milieueffecten. Hierover maakt de Raad de volgende opmerkingen. (i) Van de aanwijzing onder de Habitatrichtlijn moet die onder de Vogelrichtlijn worden onderscheiden. Bij besluit van de Staatssecretaris van Landbouw, Natuurbeheer en Visserij van 24 maart 2000, Directie Natuurbeheer N/2000/341(zie noot 7), is circa 2.750 ha van het natuurgebied “Maasduinen” dat is gelegen in de gemeenten Bergen en Gennep aangewezen als speciale beschermingszone in het kader van de Vogelrichtlijn (hierna: Maasduinen I). Ingevolge artikel 7 van de Habitatrichtlijn geldt ten aanzien van dat gebied het regime van artikel 6, tweede, derde en vierde lid, van de Habitatrichtijn. Dit betekent onder andere dat Nederland verplicht is passende maatregelen te treffen om ervoor te zorgen dat de kwaliteit van de natuurlijke habitats en de habitats van soorten in Maasduinen I niet verslechtert. Ook mogen er geen storende factoren optreden voor de soorten waarvoor Maasduinen I als speciale beschermingszone is aangewezen voorzover die factoren, gelet op de doelstellingen van de richtlijn, een significant effect zouden kunnen hebben (tweede lid). In de memorie van toelichting wordt niet uiteengezet hoe bij de beoordeling van de gevolgen voor Maasduinen I van het in gebruik nemen van de luchthaven Niederrhein als burgerluchthaven de toets aan artikel 6, tweede, derde en vierde lid, van de Habitatrichtlijn heeft plaatsgevonden en welke waarborgen het verdrag biedt voor die toets bij eventuele toekomstige veranderingen in de inrichting of exploitatie van de luchthaven die gevolgen kunnen hebben voor deze onder de Vogelrichtlijn aangewezen speciale beschermingszone. Artikel 7, vierde lid, van het verdrag spreekt slechts van een behandeling van veranderingen met milieugevolgen naar Duitse procedurele voorschriften en de desbetreffende regelingen van Europees recht. Hierover zal duidelijkheid moeten worden geboden. (ii) Waar het gaat om het onderzoek naar de mogelijke gevolgen van het gebruik van Niederrhein als burgerluchthaven voor het “Nationaal Park Maasduinen” (hierna: Maasduinen II), dat door Nederland op 19 mei 2003 definitief bij de Europese Commissie is aangemeld als gebied onder de Habitatrichtlijn(zie noot 8) en waarmede de Europese Commissie op 8 juli jl. heeft ingestemd, is het volgende van belang. In artikel 4 en Bijlage III van de Habitatrichtlijn is de procedure voor het vaststellen door de Europese Commissie van gebieden voor Natura 2000 geregeld. In die procedure ligt een gefaseerde beoordeling van natuurwaarden, van aanmelding door de lidstaten tot definitieve vaststelling door de Europese Commissie, eventueel door de Raad van Ministers, besloten. Hoewel er nog geen communautaire lijst bestaat waarop het onderhavige gebied is geplaatst, zullen beide verdragsstaten en hun organen zich toch moeten onthouden van activiteiten die de verwezenlijking van de doelstelling van de richtlijn (de verwezenlijking van Natura 2000) ernstig in gevaar brengen. Deze verplichting berust op de artikelen 10 en 249 van het EG-Verdrag. In dit verband merkt de Raad allereerst op dat de opmerking in de toelichting, bladzijde 1, onder I “Inleiding”, dat het gebied “De Maasduinen” als habitat-gebied is aangemeld “in de tijd dat het terrein nog in gebruik was als militaire basis” zal moeten worden herzien. Op de datum van de definitieve aanmelding - 19 mei 2003 - werd het onderhavige verdrag krachtens artikel 16, derde lid, reeds “voorlopig toegepast” en was het gebruik als burgerluchtvaartterrein reeds begonnen. In de tweede plaats zal bij de beoordeling van de gevolgen van de vergunning voor het gebruik van Niederrhein als burgerluchthaven rekening moeten worden gehouden met de natuurwaarden waarvoor het gebied is aangewezen en die zich mede hebben ontwikkeld in de periode waarin het militaire gebruik van het vliegveld was beëindigd (zie het “Gebiedendocument”, mei 2003, juncto LNV, Aanmelding gebieden Habitatrichtlijn onder “Bescherming – rechtsgevolgen”). Nederland zal samen met Duitsland moeten voorkomen dat met de keuze van een inmiddels uit een oogpunt van natuurbescherming achterhaald ijkpunt, namelijk de periode waarin Niederrhein als militair vliegveld werd gebruikt, en op basis daarvan toegelaten gebruik van Niederrhein als burgerluchthaven, niet wordt voldaan aan de hiervoor reeds gereleveerde normstelling van de artikelen 10 en 249 van het EG-Verdrag. Ook het Oberverwaltungsgericht voor de deelstaat Nordrhein-Westfalen overwoog in zijn uitspraak (voorlopige voorziening) van 31 maart 2003, nr.20 B 1260/01.AK, dat het feit dat Niederrhein vroeger een militair vliegveld was, niet beslissend is voor de beantwoording van de vraag of voldoende met de belangen van de gemeente Bergen (en die betreffen voornamelijk het onderhavige natuurgebied en de toeristische waarde daarvan) rekening is gehouden. Op grond van het vorenstaande is het college van mening dat het verdrag nader op zijn verhouding tot de Vogelrichtlijn en de Habitatrichtlijn moet worden bezien. c. Implementatie EU-richtlijnen betreffende geluidhinder Met het oog op de geluidhinderaspecten is een tweetal EG-richtlijnen van belang die nog moeten worden geïmplementeerd: Richtlijn 2002/49/EG van het Europees Parlement en de Raad van 25 juni 2002 inzake de evaluatie en de beheersing van omgevingslawaai (PbEG L 189)(zie noot 9) en Richtlijn 2002/30/EG van het Europees Parlement en de Raad van 26 maart 2002 betreffende de vaststelling van regels en procedures met betrekking tot de invoering van geluidgerelateerde exploitatiebeperkingen op luchthavens in de Gemeenschap (PbEG L 85).(zie noot 10) Deze richtlijnen nopen, ook in samenhang met de MER-richtlijn, tot een gecoördineerde implementatie ten aanzien van burgerluchthavens met meer dan 50.000 vliegbewegingen in grensregio’s. Eerstgenoemde richtlijn bevat de verplichting voor aan elkaar grenzende lidstaten om samen te werken bij het opstellen van strategische geluidsbelastingkaarten (artikel 7, tweede lid) en het opstellen van actieplannen (artikel 8, zesde lid), onder meer met het oog op de beheersing van lawaai afkomstig van vorenbedoelde belangrijke luchthavens. Als gevolg van deze richtlijn zullen voor het omgevingslawaai op luchthavens van die categorie nieuwe geluidsbelastingsindicatoren gaan gelden: de L-den in plaats van Ke en de L-night in plaats van de L-aeq. Indien de luchthaven Niederrhein zou uitgroeien tot een luchthaven met meer dan 50.000 vliegbewegingen per jaar zullen de geluidszones van het verdrag moeten worden aangepast en zal de samenwerking tussen Duitsland en Nederland bij het opstellen van vorenbedoelde strategische geluidsbelastingkaarten en actieplannen gestalte moeten krijgen. Hoewel richtlijn 2002/30/EG daartoe geen expliciete verplichting bevat, ligt het in de rede dat die samenwerking ook totstandkomt voor het opleggen van geluidgerelateerde exploitatiebeperkingen als in die richtlijn bedoeld. De Raad adviseert in de memorie van toelichting op de mogelijke relevantie van deze richtlijnen voor het gebruik van de luchthaven Niederrhein in te gaan. In dit verband kan de vraag worden gesteld welk beleid ten aanzien van een mogelijke ontwikkeling van de luchthaven Niederrhein tot een burgerluchthaven met meer dan 50.000 vliegbewegingen in de onderhavige grensregio, waarbinnen ook de burgerluchthaven van Maastricht zou kunnen worden gerekend, door Nederland en Duitsland wordt gevoerd: afwachten van de regels op dit punt in het eerdergenoemde Europese standaardverdrag of pro-actief overleg (ook met België), juist ook om de totstandkoming van een Europese standaardregeling met een gezamenlijk voorbeeld te bevorderen? Zouden in het onderhavige verdrag niet tevens de aanzetten voor een gecoördineerde implementatie van vorengenoemde richtlijnen en mogelijk ook nog andere relevante EG-richtlijnen moeten worden vastgelegd? Ligt in artikel 7, vierde lid, waarin onder meer is bepaald dat veranderingen in de inrichting en exploitatie van de luchthaven met milieugevolgen ook moeten worden behandeld naar “de desbetreffende regelingen van het Europese recht” al een – verborgen - opdracht in deze richting besloten? In dit opzicht zal het verdrag nader op zijn betekenis in de Europeesrechtelijke context moeten worden bezien. De memorie van toelichting dient te worden aangevuld. d. Rechtsbescherming Ingevolge artikel 7, vierde lid, worden veranderingen in de inrichting of exploitatie van luchthaven Niederrhein die een toename van de milieugevolgen of veiligheidsrisico’s tot gevolg hebben, behandeld naar Duitse procedurele voorschriften en de desbetreffende regelingen van het Europese recht. Daarbij hebben “in het Koninkrijk der Nederlanden ingezeten natuurlijke personen en rechtspersonen” dezelfde procedurele rechten als natuurlijke personen en rechtspersonen die ingezetenen zijn van de Bondsrepubliek Duitsland. In de memorie van toelichting ware uiteen te zetten wat met behandeling naar desbetreffende regelingen van het Europese recht wordt bedoeld. In dit verband kan erop worden gewezen dat Duitsland, anders dan Nederland, het Verdrag van Aarhus(zie noot 11) (nog) niet heeft ondertekend en dat in EU-verband richtlijnen in voorbereiding zijn met betrekking tot de uitvoering van dat verdrag op het punt van inspraakmogelijkheden en toegang tot de rechter.(zie noot 12) In de memorie van toelichting zal op de huidige verschillen in rechtsbescherming moeten worden ingegaan en op de mogelijke gevolgen van vorengenoemde Europese ontwikkelingen op (de uitvoering van) het verdrag. 3. Verhouding Nederland en Duitsland a. Wijziging van het geluidsregime In artikel 7, eerste lid, is onder meer bepaald dat de in Bijlage 2 bij het verdrag opgenomen geluidszone door het gebruik van luchthaven Niederrhein niet mag worden overschreden dan met wederzijds goedvinden van de Verdragsluitende Partijen. Indien een verandering in de inrichting of exploitatie van luchthaven Niederrhein zal leiden tot het overschrijden van de in artikel 7, eerste lid, bedoelde geluidszone zal met wederzijds goedvinden van de Verdragsluitende Partijen een nieuwe geluidszone moeten worden vastgesteld, waarvoor de procedure van de MER zal worden doorlopen. Voor deze en andere wijzigingen geldt de algemene consultatieverplichting van artikel 10, tweede lid. In (al) die gevallen houdt Duitsland rekening met Nederlandse eisen, in het bijzonder ten aanzien van ruimtelijke ordening, streekplannen, stedenbouw en de bescherming tegen geluidsoverlast. Indien voor een dergelijke wijziging of aanvulling maatregelen op het grondgebied van Nederland nodig zijn, treft de bevoegde Nederlandse autoriteit de volgens Nederlands recht noodzakelijke maatregelen, indien Nederland geen bezwaar heeft aangetekend tegen de wijziging of aanvulling. In het derde lid van artikel 10 is voorzien in een eerste overleg twee jaar na het sluiten van het verdrag tussen beide landen over de openstelling van het Nederlandse luchtruim in de randuren tussen 05:00 en 06:00 uur en tussen 23:00 en 24:00 uur, dus buiten de in artikel 6, eerste lid, vastgestelde tijden. Hierbij rijzen de volgende vragen: - Wat is de verhouding tussen artikel 7, eerste en vierde lid? Gaat het in het eerste lid om incidentele overschrijdingen met wederzijds goedvinden en in het vierde lid om structurele overschrijdingen, waarvoor met toepassing van de MER-procedure de geluidszonegrens met wederzijds goedvinden moet worden aangepast? Als dat zo is, waar ligt dan de grens tussen incidentele en structurele overschrijdingen? - Wat is de verhouding tussen artikel 7, vierde lid, en artikel 10, tweede lid? Kan Nederland nog bezwaar maken tegen een wijziging van de geluidszonegrens op Nederlands grondgebied wanneer de MER uitwijst dat die wijziging verantwoord is? - Waarom is niet ook voorzien in een MER voordat het in artikel 10, derde lid, bedoelde overleg over een eventuele verruiming van het nachtvluchtregime plaatsvindt? De Raad adviseert de verdragstekst op deze punten te preciseren en deze vragen in de memorie van toelichting te behandelen. b. Handhaving Voor de handhaving van de geluidszone op Nederlands grondgebied en de nachtelijke openstelling is Duitsland verantwoordelijk. Het eerste is uitdrukkelijk in het verdrag geregeld (artikel 7, tweede lid). In de memorie van toelichting wordt benadrukt dat Nederland zelf geen eigen handhavingsinspanning zal leveren. Als reden voor deze wijze van handhaving wordt gesteld dat het daarbij gaat om de beheersing van de bron. De wijze waarop de luchthaven Niederrhein vanuit en naar het westen wordt gebruikt is bepalend voor de boven Nederland optredende geluidsbelasting. Verder zal Duitsland ingevolge artikel 6, derde lid, binnen de mogelijkheden van het Duitse recht door geëigende maatregelen er voor zorgen dat er boven aaneengesloten bebouwing op het grondgebied van Nederland niet lager gevlogen wordt dan om vliegtechnische redenen noodzakelijk is en dat gebruik van verkeersinstallaties en verkeersmiddelen niet gestoord wordt door vliegtuigen. Het verdrag noch de memorie van toelichting spreekt zich duidelijk uit over de wijze waarop het verbod op zichtvliegcircuits en oefenvluchten op Nederlands grondgebied (artikel 6, vierde lid) zal worden gehandhaafd. In ieder geval kan die handhaving niet zonder nadere toelichting in artikel 6, derde lid, van het verdrag begrepen worden geacht. Naar de mening van de Raad zal toezicht vanaf Nederlands grondgebied kunnen bijdragen aan de handhaving van het verbod op zichtvliegroutes en oefenvluchten op Nederlands grondgebied. Verder rijst de vraag of het toezicht op de naleving van het verbod op laagvliegen en dat van nachtvluchten door de Duitse luchtverkeersleiding niet zou kunnen worden vergemakkelijkt wanneer ook vanaf Nederlands grondgebied overtredingen van die verboden worden geconstateerd en door de Nederlandse autoriteiten doorgegeven aan de Duitse autoriteiten. Toezicht vanaf Nederlands grondgebied is des te meer aangewezen wanneer geen gebruik zou kunnen worden gemaakt van een vliegvolgsysteem.(zie noot 13) In de memorie van toelichting zal daarom nader moeten worden ingegaan op de vraag welke handhavingsinspanning van Nederlandse kant in de rede ligt. 4. Bezwaar- en beroepsprocedures In paragraaf I, onder “Nederlandse procedure”, van de memorie van toelichting wordt erop gewezen dat met het vastleggen van juridisch bindende aansprakelijkheidsbepalingen en van milieubepalingen in een verdrag een betere rechtsbescherming kan worden geboden. Vervolgens wordt in paragraaf II, Inhoud van het verdrag, onder “Gebruik van het Nederlandse luchtruim”, uiteengezet dat het gebruik van de luchthaven Niederrhein wordt bepaald door de Duitse wetgeving en de door het districtsbestuur Düsseldorf afgegeven vergunning. Het verdrag regelt alleen het gebruik van het luchtruim boven Nederlands grondgebied, aldus de toelichting. De Raad maakt uit het samenstel van de verdragsbepalingen op dat de in het verdrag opgenomen regels zich richten tot de exploitant van de luchthaven en niet tot de afzonderlijke luchtvaartmaatschappijen die boven Nederlands grondgebied vliegen. Anders zou Nederland bijvoorbeeld met betrekking tot de regeling van de nachtvluchten (artikel 6, eerste lid) en ten aanzien van het niet toegestaan zijn van zichtvliegcircuits en oefenvluchten (artikel 6, vierde lid) nationale uitvoeringswetgeving met sancties moeten vaststellen. In dit verband rijst de vraag welke rechtsgevolgen het verdrag heeft voor de lopende procedure tegen de vergunningverlening, waarover laatstelijk nog mededelingen zijn gedaan tijdens een algemeen overleg tussen de Staatssecretaris van Verkeer en Waterstaat en de vaste commissie voor Verkeer en Waterstaat van de Tweede Kamer.(zie noot 14) Het gaat hier om bezwaren die vanuit Nederland bij de Regierungspräsident van Noordrijn-Westfalen tegen de verleende vergunning voor de exploitatie van de luchthaven zijn ingediend en een mogelijk nog volgende beroepsprocedure bij de Duitse rechter. Wanneer het de bedoeling is dat het verdrag zowel door de genoemde Regierungspräsident als door de Duitse rechter moet worden toegepast, resteert nog de vraag of naast de in het verdrag gestelde normen met betrekking tot onder andere nachtvluchten en geluidszones nog ruimte is voor heroverweging door de Regierungspräsident respectievelijk toetsing door de rechter. Daarover zal duidelijkheid moeten worden gegeven. Vragen als hiervoor zijn geformuleerd zullen ook spelen wanneer met wederzijds goedvinden van Duitsland en Nederland een nieuwe geluidszonegrens (artikel 7, vierde lid) is vastgesteld en bij andere wijzigingen van de vergunning waartegen Nederland geen bezwaar heeft gemaakt (artikel 10, tweede lid). Voorts ook wanneer Duitsland en Nederland het na twee jaar op de voet van artikel 10, derde lid, eens zouden worden over openstelling van het Nederlandse luchtruim voor vluchten tussen 05:00 en 06:00 uur en 23:00 en 24:00 uur. Met het oog op een juiste beoordeling van het verdrag zal op al deze vragen een antwoord moeten worden gegeven in de memorie van toelichting en zal zo nodig het verdrag moeten worden aangevuld. 5. Klachten. Onduidelijk is hoe concrete klachten van burgers worden verwerkt: zijn klagers uitsluitend aangewezen op de procedure via de Luchtverkeerscommissie (Lvc) (artikel 9, derde lid: Lvc behandelt iedere kwestie die voorvloeit uit de uitlegging en toepassing van dit verdrag) of kunnen zij zich ook rechtstreeks wenden tot de Duitse autoriteiten? In de memorie van toelichting zal hierover uitsluitsel moeten worden gegeven. 6. Bescherming persoonsgegevens Het verdrag bevat in artikel 8 een uitgebreide regeling van de bescherming van persoonsgegevens. Die regeling wordt nauwelijks toegelicht in de memorie van toelichting. Dat zal alsnog moeten gebeuren. In die toelichting zal in de eerste plaats moeten worden uiteengezet om welke reden in het verdrag zulk een uitgebreide regeling over de bescherming van persoonsgegevens is opgenomen; het verdrag is op dit punt ongebruikelijk uitvoerig. Voorts zal moeten worden ingegaan op de wijze waarop verstrekking van persoonsgegevens aan derde landen is geregeld, met inachtneming van de artikelen 25 en 26 van richtlijn nr.95/46/EG van het Europees Parlement en de Raad van de Europese Unie betreffende de bescherming van natuurlijke personen in verband met de verwerking van persoonsgegevens en betreffende het vrije verkeer van die gegevens (PbEG L 281). Ten slotte zal daarin aandacht moeten worden besteed aan de samenhang met de rechtshulpverdragen die worden bedoeld in de regeling van de onderlinge bijstand (artikel 4, derde lid). 7. Regeling nachtvluchten a. In de memorie van toelichting staat onder II, “Gebruik van het Nederlandse luchtruim”, dat ’s nachts tussen 23:00 en 06:00 uur geen gebruik gemaakt mag worden van de luchthaven Niederrhein voor landen vanuit en starten naar het westen over Nederlands grondgebied. In de aanhef van artikel 6, eerste lid, is evenwel bepaald dat het luchtverkeer boven Nederlands grondgebied in principe alleen in de periode van 06:00 uur tot 23:00 uur is toegestaan. Omdat de uitzonderingen op deze regel al in de volgende onderdelen van dit artikellid worden vermeld (de extensieregeling), zou aan de woorden “in principe” in de aanhef een zelfstandige betekenis kunnen worden toegedacht, hetgeen, naar de Raad aanneemt, niet de bedoeling is. Verder spreekt artikel 6, eerste lid, van luchtverkeer van en naar Niederrhein boven Nederlands grondgebied in de periode van 06:00 uur tot 23:00 uur. Hoewel het natuurlijk om het gebruik van de luchthaven in die periode in samenhang met vliegen boven Nederlands grondgebied gaat, is de memorie van toelichting op dit punt niet overal duidelijk: zo staat in de toelichting op artikel 6 dat in dat artikel de nachtsluiting van het Nederlandse luchtruim van 23:00 tot 06:00 uur is geregeld. De nachtsluiting voor vluchten boven het Nederlandse grondgebied die samenhangen met een start vanaf of een landing op de luchthaven Nierderrhein, zal naar de mening van de Raad op de luchthaven zelf betrekking moeten hebben, omdat het verbod met de extensieregeling vanaf die plaats ook het meest effectief kan worden gehandhaafd. De hier vermelde onduidelijkheden zullen in de memorie van toelichting moeten worden weggenomen. b. In de memorie van toelichting wordt medegedeeld dat de regeling van de nachtsluiting is afgestemd op de regeling van de nachtvluchten in het Interim-aanwijzingsbesluit luchtvaartterrein Maastricht. Hierbij kan de vraag worden gesteld welke mogelijkheden Nederland heeft om het nachtregime te wijzigen, wanneer uit onderzoek mocht blijken dat een uitsluiting of beperking van het aantal nachtvluchten tussen 06:00 en 07:00 uur voor het luchtvaartterrein Maastricht aangewezen is. De Raad verwijst in dit verband naar de discussie die in de Tweede Kamer heeft plaatsgevonden over het slaapverstoringsonderzoek van TNO/RIVM bij Schiphol.(zie noot 15) Ook hierover zal in de memorie van toelichting duidelijkheid moeten worden verschaft. 8. Wijzigingen van uitvoerende aard? In artikel 7, eerste lid, is de geluidszone (met 35 en 40 KE) die door het gebruik van luchthaven Niederrhein niet mag worden overschreden, niet zelf vastgelegd; wel het criterium en de berekeningsmethoden volgens welke die geluidszone op de kaart van Bijlage 2 van het verdrag moet worden aangegeven. Daarom kan de Raad de toelichting niet volgen in de opvatting dat een wijziging van die Bijlage ten opzichte van artikel 7, eerste lid, van uitvoerende aard is en daarom op grond van artikel 7, onderdeel f, van de Rijkswet goedkeuring en bekendmaking van verdragen niet de goedkeuring van de Staten-Generaal behoeft tenzij deze zich de goedkeuring voorbehouden. De Raad is van mening dat het hierover ingenomen standpunt nader zal moeten worden bezien. Wijzigingen van Bijlage 1 kunnen naar de mening van de Raad nog wel als van uitvoerende aard worden beschouwd, omdat die Bijlage geen wezenlijke aanvulling maar precisering is van hetgeen reeds in artikel 1 ten aanzien van de Duitse bevoegdheid inzake de luchtverkeersleiding is bepaald. Daarentegen zal het Protocol met inbegrip van zijn Bijlage I als zijnde van wezenlijke betekenis voor de inhoud van de verdragsrelatie naar de mening van de Raad wèl aan goedkeuring moeten worden onderworpen. 9. Ondertekening wetsvoorstel. De Raad adviseert het wetsvoorstel mede te laten ondertekenen door de Staatssecretaris van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer en de Minister van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit in verband met de regeling van de MER in het verdrag en de aan het verdrag verbonden natuurbeschermingsaspecten. De Raad is van mening dat er op grond van het vorenstaande voldoende reden bestaat om in enigerlei vorm, bijvoorbeeld door uitwisseling van nota’s, tot een nadere precisering van de verdragstekst te komen en acht het voorts geboden dat in de toelichting over alle hiervoor genoemde onderwerpen nader uitsluitsel wordt gegeven. 10. Voor redactionele kanttekeningen verwijst het college naar de bij het advies behorende Bijlage. De Raad van State geeft U in overweging het voorstel van wet te zenden aan de Tweede Kamer der Staten-Generaal, nadat met het vorenstaande rekening zal zijn gehouden. De waarnemend Vice-President van de Raad van State
Jaar: 2021
Advies
Documenten: 1
Voorstel van wet houdende goedkeuring van het op 19 april 2015 te Washington tot stand gekomen Verdrag tussen het Koninkrijk der Nederlanden en de Republiek Malawi tot het vermijden van dubbele belasting en het voorkomen van het ontgaan van belasting met betrekking tot belastingen naar het inkomen (Trb. 2015, 75 en Trb. 2015, ..), met memorie van toelichting.Bij Kabinetsmissive van 17 juli 2015, no.2015001297, heeft Uwe Majesteit, op voordracht van de Minister van Buitenlandse Zaken, mede namens de Staatssecretaris van Financiën, bij de Afdeling advisering van de Raad van State ter overweging aanhangig gemaakt het voorstel van wet houdende goedkeuring van het op 19 april 2015 te Washington tot stand gekomen Verdrag tussen het Koninkrijk der Nederlanden en de Republiek Malawi tot het vermijden van dubbele belasting en het voorkomen van het ontgaan van belasting met betrekking tot belastingen naar het inkomen (Trb. 2015, 75 en Trb. 2015, ..), met memorie van toelichting.
Jaar: 2021
Advies
Documenten: 1
Voorstel van wet tot goedkeuring van het op 2 december 2010 te Brussel tot stand gekomen Verdrag betreffende de oprichting van het Functioneel Luchtruimblok "Europe Central" tussen de Bondsrepubliek Duitsland, het Koninkrijk Belgie, de Republiek Frankrijk, het Groothertogdom Luxemburg, het Koninkrijk der Nederlanden en de Zwitserse Bondsstaat (Trb. 2011, 27) en wijziging van de Wet luchtvaart ter uitvoering van een EU-verordening in verband met het voltooien van een gemeenschappelijk Europees luchtruim.Bij Kabinetsmissive van 28 september 2011, no.11.002292, heeft Uwe Majesteit, op voordracht van de Minister van Buitenlandse Zaken, mede namens de Staatssecretaris van Infrastructuur en Milieu en de Minister van Defensie, bij de Afdeling advisering van de Raad van State ter overweging aanhangig gemaakt een voorstel van wet tot goedkeuring van het op 2 december 2010 te Brussel tot stand gekomen Verdrag betreffende de oprichting van het Functioneel Luchtruimblok "Europe Central" tussen de Bondsrepubliek Duitsland, het Koninkrijk Belgie, de Republiek Frankrijk, het Groothertogdom Luxemburg, het Koninkrijk der Nederlanden en de Zwitserse Bondsstaat (Trb. 2011, 27) en wijziging van de Wet luchtvaart ter uitvoering van een EU-verordening in verband met het voltooien van een gemeenschappelijk Europees luchtruim, met memorie van toelichting.
Jaar: 2021
Advies
Documenten: 1
Voorstel van rijkswet met memorie van toelichting tot goedkeuring van de op 29 mei 2000 te Brussel totstandgekomen Overeenkomst, door de Raad vastgesteld overeenkomstig artikel 34 van het Verdrag betreffende de Europese Unie, betreffende de wederzijdse rechtshulp in strafzaken tussen de lidstaten van de Europese Unie.
Jaar: 2021
Advies
Documenten: 1
Voorstel van rijkswet houdende goedkeuring van het op 7 november 1996 te Londen tot stand gekomen Protocol van 1996 bij het Verdrag inzake de voorkoming van verontreiniging van de zee ten gevolge van het storten van afval en andere stoffen van 1972, met Bijlagen (Trb. 1998, 134 en Trb. 2000, 27), met memorie van toelichting.Bij Kabinetsmissive van 16 oktober 2006, no. 06.003770, heeft Uwe Majesteit, op voordracht van de Minister van Buitenlandse Zaken, mede namens de Minister van Verkeer en Waterstaat, bij de Raad van State van het Koninkrijk ter overweging aanhangig gemaakt het voorstel van rijkswet houdende goedkeuring van het op 7 november 1996 te Londen tot stand gekomen Protocol van 1996 bij het Verdrag inzake de voorkoming van verontreiniging van de zee ten gevolge van het storten van afval en andere stoffen van 1972, met Bijlagen (Trb. 1998, 134 en Trb. 2000, 27), met memorie van toelichting.
Jaar: 2021
Advies
Documenten: 1
Voorstel van wet met memorie van toelichting houdende goedkeuring van het op 5 juni 2001 te Luxemburg tot stand gekomen Verdrag tussen het Koninkrijk der Nederlanden en het Koninkrijk België tot het vermijden van dubbele belasting en tot het voorkomen van het ontgaan van belasting inzake belastingen naar het inkomen en naar het vermogen, met Protocol I en II en briefwisseling (Trb.2001, 136).Bij Kabinetsmissive van 30 oktober 2001, no.01.005163, heeft Uwe Majesteit, op voordracht van de Minister van Buitenlandse Zaken, mede namens de Staatssecretaris van Financiën, bij de Raad van State ter overweging aanhangig gemaakt het voorstel van wet met memorie van toelichting houdende goedkeuring van het op 5 juni 2001 te Luxemburg tot stand gekomen Verdrag tussen het Koninkrijk der Nederlanden en het Koninkrijk België tot het vermijden van dubbele belasting en tot het voorkomen van het ontgaan van belasting inzake belastingen naar het inkomen en naar het vermogen, met Protocol I en II en briefwisseling (Trb.2001, 136). Het voorstel betreft de goedkeuring van het op 5 juni 2001 tussen Nederland en België gesloten verdrag tot het vermijden van dubbele belasting en tot het voorkomen van het ontgaan van belasting inzake belastingen naar het inkomen en naar het vermogen (Trb.2001, 136). De Raad van State plaatst kanttekeningen bij de compensatieregeling voor Nederlandse grensarbeiders die in het verdrag is opgenomen. Tevens adviseert de Raad de toelichting op enkele punten uit te breiden. 1. In het in 1970 met België gesloten Verdrag tot het vermijden van dubbele belasting op het gebied van belastingen naar het inkomen en naar het vermogen (Trb.1970, 192) (hierna: Verdrag 1970) is een van de hoofdregel afwijkende regeling opgenomen voor personen die als grensarbeider in de grensstreek van één van de verdragssluitende staten werkzaam zijn en hun duurzaam tehuis in de grensstreek van de andere staat hebben (artikel 15, derde lid, Verdrag 1970). Deze zogenoemde grensarbeiders worden voor, kort gezegd, hun loon in de woonstaat en niet in de werkstaat belast. Deze regeling leidt tot discoördinatie tussen belasting- en premieheffing, aangezien de premieheffing aan de werkstaat is toegewezen. Deze problematiek is als een knelpunt aangemerkt, waarvoor een oplossing moet worden geboden. In het ter goedkeuring voorliggende verdrag (hierna: Verdrag 2001) wordt het knelpunt weggenomen door de grensarbeidersregeling niet opnieuw op te nemen. Voor al het loon geldt dat de belastingheffing wordt toegewezen aan de werkstaat. Hiermee wordt coördinatie tussen belasting- en premieheffing bereikt. De Raad heeft geen bedenkingen tegen deze keuze voor het oplossen van het knelpunt, nu mede regelingen worden getroffen om de negatieve inkomenseffecten die optreden voor Nederlandse grensarbeiders, te beperken. Bij de vormgeving van deze regelingen plaatst de Raad echter wel kanttekeningen. In artikel 27, eerste lid, Verdrag 2001 is voor Nederlandse grensarbeiders een compensatieregeling getroffen teneinde te bereiken dat inwoners die in België arbeid verrichten fiscaal niet anders worden behandeld dat inwoners van Nederland die dergelijke arbeid in Nederland verrichten. Daarnaast is in artikel 27, tweede en derde lid, Verdrag 2001 een aanvullende overgangsregeling opgenomen voor Nederlandse grensarbeiders die thans onder het bijzondere regime van het Verdrag 1970 vallen. Een soortgelijke compensatieregeling geldt niet voor inwoners van België die in Nederland arbeid verrichten. België oordeelt zo'n regeling voor zijn inwoners niet opportuun. Nu Nederland wel en België geen compensatie wil bieden voor negatieve inkomenseffecten die uit het nieuwe verdrag voor een bepaalde groep inwoners optreden, is de Raad van oordeel, dat het opnemen van de compensatieregeling in het Verdrag 2001 minder passend is. Op deze wijze wordt voor een zuiver Nederlandse regeling de weg voor de wetgever afgesneden om in samenspraak tussen minister en Kamers der Staten-Generaal een compensatieregeling te treffen. De verdragstekst kan tijdens de parlementaire behandeling van de goedkeuringswet niet meer gewijzigd worden. Door de Tweede Kamer der Staten-Generaal mogelijk gewenste aanpassingen van de compensatieregeling zijn daardoor niet te treffen. De rol van het parlement met betrekking tot de tot standkoming van een alleen voor Nederlandse inwoners geldende regeling wordt aldus ingeperkt. Ten aanzien van de in het Verdrag 2001 opgenomen compensatieregeling is dit temeer van betekenis, aangezien het overgangsregime dat ten aanzien van die regeling in het Verdrag 2001 is opgenomen, in het op 21 mei 2001 gepubliceerde rapport van de Commissie grensarbeiders reeds ter discussie is gesteld. Tevens kan het Verdrag 2001 in zoverre een obstakel vormen voor mogelijk in de toekomst wenselijk geachte aanpassingen van de compensatieregeling, aangezien voor die aanpassing het Verdrag 2001 moet worden gewijzigd; hiervoor is de medewerking van België nodig. De Raad adviseert in de toelichting aan te geven op grond van welke afweging gekozen is voor het opnemen van de compensatieregeling in het Verdrag 2001 en of mede naar aanleiding van het hiervoor opgemerkte overwogen wordt bij eerstvolgende gelegenheid ernaar te streven het verdrag op dit punt te wijzigen. 2. In het tweede protocol bij het Verdrag 2001 is een macro-economische verrekening van belastinginkomsten over inkomsten uit grensoverschrijdende arbeid opgenomen. Deze regeling wijkt af van de gebruikelijke toedeling van de heffingsbevoegdheid over inkomsten uit dienstbetrekking (niet-zelfstandige arbeid) aan de werkstaat, die gebaseerd is op de overweging dat loonkosten ten laste van de ondernemingswinst in die werkstaat komen en de werknemers gebruikmaken van de met overheidsgeld gefinancierde voorzieningen in de werkstaat. In de toelichting wordt terecht opgemerkt(zie noot 1) dat deze overweging bij relatief kleine buurlanden als Nederland en België in betekenis is gaan afnemen door het intensieve dagelijkse woon-werkverkeer van werknemers. De omstandigheid dat deze werknemers in beide staten gebruikmaken van overheidsvoorzieningen rechtvaardigt een niet-eenzijdige toedeling van de heffingsbevoegdheid over het loon. De Raad acht de in het tweede protocol opgenomen macro-economische verrekening een goede "techniek" om tot een meer evenwichtige toedeling te komen van de belastingopbrengst over inkomsten uit dienstbetrekking. De Raad adviseert in de toelichting uiteen te zetten in hoeverre het bereiken van dergelijke macro-economische verrekeningen deel is gaan uitmaken van het Nederlandse verdragsbeleid. 3. De Commissie grensarbeiders heeft aanbevolen in de gevallen van bedrijfsovername, fusie en dergelijke, van een na onvrijwillig ontslag aansluitende dienstbetrekking, en van tijdelijke detachering om de compensatieregeling van artikel 27, tweede lid, Verdrag 2001 toe te blijven passen (de zogenoemde aanbeveling 11). In de toelichting wordt gesteld dat de aanbeveling gelet op doel en strekking van de overgangsregeling is overgenomen.(zie noot 2) De Raad merkt op, dat in die toelichting niet is aangegeven op welke wijze de aanbevolen uitbreiding van het overgangsregime vorm heeft gekregen. In de brief van de Staatssecretaris van Financiën van 4 oktober 2001, nr.IFZ 2001/860, inzake het kabinetsstandpunt over de aanbevelingen van de Comissie grensarbeiders wordt over aanbeveling 11 gesteld dat er aanleiding kan bestaan in de bedoelde situaties toepassing van de compensatieregeling naar doel en strekking te laten prevaleren boven een grammaticale toepassing daarvan; met betrekking tot de onvrijwillige ontslagsituaties geldt hierbij echter wel als voorwaarde dat uitholling en oneigenlijk gebruik van deze compensatiemogelijkheden voorkomen moet kunnen worden. De Raad adviseert de compensatieregeling mede gelet op de daarbij in aanmerking te nemen voorwaarde niet bij wege van uitleg van de verdragsbepaling uit te breiden maar de uitbreiding een wettelijke grondslag te geven. 4. In de artikelen 29 en 30 Verdrag 2001 hebben de uitwisseling van inlichtingen en de invorderingsbijstand een regeling gevonden. Met betrekking tot de uitwisseling van inlichtingen wordt in de gezamenlijke toelichting aandacht gegeven aan de verhouding tussen de verdragsbepaling en de Richtlijn betreffende wederzijdse bijstand van de bevoegde autoriteiten van de lid-staten op het gebied van de directe belastingen van 19 december 1977 (77/79/EEG) (PbEG L 336). Ten aanzien van de invorderingsbijstand wordt echter geen melding gemaakt van de Richtlijn tot wijziging van de Richtlijn 76/308/EEG betreffende de wederzijdse bijstand inzake de invordering van schuldvorderingen die voortvloeien uit verrichtingen die deel uitmaken van het financieringsstelsel van het Europese Oriëntatie- en Garantiefonds voor de Landbouw, alsmede van landbouwheffingen en douanerechten, evenals schuldvorderingen uit hoofde van de belasting over de toegevoegde waarde en van bepaalde accijnzen van 15 juni 2001 (2001/44/EG) (PbEG L 175). Op grond van deze richtlijn gaan de Europese regels voor wederzijdse bijstand bij invordering van de douanerechten, landbouwheffingen, omzetbelasting en accijnzen ook gelden voor de directe belastingen. De in de richtlijn opgenomen regeling voor deze wederzijdse invorderingsbijstand is zeer gedetailleerd. De implementatietermijn voor deze richtlijn eindigt op 30 juni 2002. Dit vormt een reden in ieder geval aandacht aan deze richtlijn te geven en de verhouding tussen de richtlijn en artikel 30 Verdrag 2001 aan te geven. De Raad adviseert de toelichting op dit punt aan te vullen. De Raad van State geeft U in overweging het voorstel van wet te zenden aan de Tweede Kamer der Staten-Generaal, nadat aan het vorenstaande aandacht zal zijn geschonken. De waarnemend Vice-President van de Raad van State
Jaar: 2021
Advies
Documenten: 1
Voorstel van wet houdende goedkeuring en uitvoering van het op 22 juni 2001 te Boedapest totstandgekomen Verdrag van Boedapest inzake de overeenkomst voor het vervoer van goederen over de binnenwateren (CMNI) (Trb. 2001, 124) (Wet internationaal goederenvervoer over de binnenwateren), met memorie van toelichting.
Jaar: 2021
Advies
Documenten: 1
Voorstel van wet houdende goedkeuring van het op 2 februari 2012 te Brussel tot stand gekomen Verdrag tot instelling van het Europees Stabiliteitsmechanisme tussen het Koninkrijk België, de Bondsrepubliek Duitsland, de Republiek Estland, Ierland, de Helleense Republiek, het Koninkrijk Spanje, de Franse Republiek, de Italiaanse Republiek, de Republiek Cyprus, het Groothertogdom Luxemburg, Malta, het Koninkrijk der Nederlanden, de Republiek Oostenrijk, de Portugese Republiek, de Republiek Slovenië, de Slowaakse Republiek en de Republiek Finland (Trb. 2012, 28), met memorie van toelichting.Bij Kabinetsmissive van 15 februari 2012, no.12.000345, heeft Uwe Majesteit, op voordracht van de Minister van Buitenlandse Zaken, mede namens de Minister van Financiën, bij de Afdeling advisering van de Raad van State ter overweging aanhangig gemaakt het voorstel van wet houdende goedkeuring van het op 2 februari 2012 te Brussel tot stand gekomen Verdrag tot instelling van het Europees Stabiliteitsmechanisme tussen het Koninkrijk België, de Bondsrepubliek Duitsland, de Republiek Estland, Ierland, de Helleense Republiek, het Koninkrijk Spanje, de Franse Republiek, de Italiaanse Republiek, de Republiek Cyprus, het Groothertogdom Luxemburg, Malta, het Koninkrijk der Nederlanden, de Republiek Oostenrijk, de Portugese Republiek, de Republiek Slovenië, de Slowaakse Republiek en de Republiek Finland (Trb. 2012, 28), met memorie van toelichting.
Jaar: 2021
Advies
Documenten: 1
Voorstel van rijkswet met memorie van toelichting houdende goedkeuring van het op 25 juni 1998 te Aarhus totstandgekomen Verdrag betreffende toegang tot informatie, inspraak bij besluitvorming en toegang tot de rechter inzake milieuaangelegenheden, met Bijlagen (Trb.1998, 289 en Trb.2001, 73).
Jaar: 2021
Advies
Documenten: 1
Nota van wijziging op het voorstel van wet tot goedkeuring van het op 24 april 1986 te Straatsburg totstandgekomen Europees Verdrag inzake de erkenning van de rechtspersoonlijkheid van internationale niet-gouvernementele organisaties, met toelichting.Bij Kabinetsmissive van 19 mei 2004, no.04.001893, heeft Uwe Majesteit, op voordracht van de Minister van Justitie, bij de Raad van State ter overweging aanhangig gemaakt de ontwerpnota van wijziging op het voorstel van wet tot goedkeuring van het op 24 april 1986 te Straatsburg totstandgekomen Europees Verdrag inzake de erkenning van de rechtspersoonlijkheid van internationale niet-gouvernementele organisaties, met toelichting. De nota van wijziging voorziet in maatregelen om activiteiten van non-gouvernementele organisaties (hierna: NGO’s) in Nederland tegen te gaan, wanneer deze indruisen tegen de openbare orde. Deze maatregelen betreffen niet alleen de internationaal-privaatrechtelijke positie van buitenlandse organisaties, maar omvatten ook enige aanvullingen van het Burgerlijk Wetboek en het Wetboek van Strafrecht. De Raad van State maakt opmerkingen over de onderlinge verhouding tussen de verschillende onderdelen van de nota en over vraag of de voorgestelde aanpak de doelmatigste is. Hij is van oordeel dat de nota van wijziging in verband daarmee nader dient te worden overwogen. 1. Achtergrond en reikwijdte van de nota van wijziging In zijn oorspronkelijke vorm voorzag het wetsvoorstel enkel in de goedkeuring van het op 24 april 1986 in het kader van de Raad van Europa tot stand gekomen Europees Verdrag inzake de erkenning van de rechtspersoonlijkheid van internationale niet-gouvernementele organisaties.(zie noot 1) Het verdrag voorziet erin dat non-gouvernementele organisaties die een doelstelling hebben van "internationaal nut" en die activiteiten verrichten met gevolgen in twee of meer staten (hierna: NGO’s), van rechtswege worden erkend in alle staten die partij zijn bij het verdrag. De Nederlandse wetgeving voorzag daar reeds in via de Wet conflictenrecht corporaties (hierna: Wcc). Daarom kon het wetsvoorstel zich beperken tot een goedkeuring zonder uitvoeringswetgeving. Zoals de Raad in zijn advies had opgemerkt, laat het verdrag uitdrukkelijk toe deze bestaande, ver reikende wettelijke erkenning(zie noot 2) aan restricties te binden. De Raad meent dat - anders dan in het nader rapport werd betoogd - het feit dat voor de rechter beroep zou kunnen worden gedaan op de algemene "openbare orde"-exceptie van het internationaal privaatrecht, de behoefte aan een wettelijke regeling niet wegneemt. De regering onderkende trouwens dat deze uitzondering "slechts in uitzonderlijke gevallen" kan worden toegepast.(zie noot 3) De Raad acht het dan ook juist dat in de nota van wijziging alsnog wordt gekozen voor een wettelijke regeling. Daarmee wordt gebruik gemaakt van de in de artikelen 2 en 4 van het verdrag gegeven mogelijkheid om beperkingen te stellen aan de erkenning van buitenlandse NGO’s. Over de doelmatigheid van de hieraan in de nota gegeven uitwerking maakt de Raad in onderdeel 6 van dit advies enige opmerkingen. Daaraan voorafgaand vereist de opzet van het wetsvoorstel bespreking, zoals dit na invoeging van de nieuwe artikelen II, III en IV zal komen te luiden. Dit wetsvoorstel, oorspronkelijk een eenvoudige goedkeuringswet, krijgt daardoor het karakter van een voorstel dat tevens - ook ten aanzien van rechtspersonen waarop het goed te keuren verdrag in het geheel niet van toepassing is, waaronder ook Nederlandse rechtspersonen - regels stelt ter beteugeling van ongewenste activiteiten van organisaties. De Raad meent dat het juister zou zijn geweest, deze onderwerpen in een nieuw wetsvoorstel neer te leggen. De wijziging van het opschrift volstaat hiertoe niet, waarbij de Raad terzijde opmerkt dat de in die wijziging gebezigde woorden "onverenigbaar (…) met de openbare orde", nu zij kennelijk doelen op het internationaal-privaatrechtelijke begrip "openbare orde", niet passen op al wat uit het wetsvoorstel in een nationaalrechtelijke context wordt voorgesteld. De Raad geeft in overweging om, indien niet alsnog wordt gekozen voor het indienen van een afzonderlijk, nieuw wetsvoorstel, in elk geval de considerans van het aanhangige wetsvoorstel te herzien. (zie noot 4) 2. Aanvullende civielrechtelijke voorzieningen tegen organisaties vermeld op de "bevriezingslijsten" In de artikelen II (nieuw artikel 5b Wcc) en III van het wetsvoorstel zoals het ingevolge de nota van wijziging zou komen te luiden, worden civielrechtelijke consequenties aan de plaatsing van organisaties die zijn geplaatst op lijsten behorende bij besluiten van de Raad van de Europese Unie inzake specifieke beperkende maatregelen ter bestrijding van terrorisme verbonden die verder reiken dan wat reeds uit de EG-verordeningen zelf voortvloeit. Daarbij wordt onderscheid gemaakt tussen buitenlandse corporaties (artikel II) en Nederlandse rechtspersonen. Beiderlei entiteiten zijn van rechtswege verboden en, behoudens optreden in rechte, niet bevoegd rechtshandelingen te verrichten. a. De Raad merkt allereerst op dat de omschrijving van de hier bedoelde lijsten in het wetsvoorstel en die in de toelichting(zie noot 5) niet met elkaar sporen. De toelichting maakt gewag van een door de Raad vastgestelde lijst gebaseerd op de EG-verordening nr. 2580/2001, een eveneens door de Raad vastgestelde lijst behorende bij het Gemeenschappelijk Standpunt van de Raad nr. 2001/931/GBVB en een door de Commissie vastgestelde lijst gebaseerd op de EG-verordening 881/2002, die uitvoering geeft aan een de leden van de Verenigde Naties bindend besluit van de Veiligheidsraad krachtens hoofdstuk VII van het Handvest der Verenigde Naties. De Raad tekent hierbij aan dat het genoemde Gemeenschappelijke Standpunt als bedoeld in artikel 15 van het EU-Verdrag geen juridisch bindende werking heeft. Wel verwijst de eerstgenoemde verordening in artikel 2 naar dit standpunt waar het gaat om de procedure tot vaststelling van de bevriezingslijst. De Raad adviseert de toelichting op dit punt te herzien. Het wetsvoorstel zelf spreekt zowel in artikel II als in artikel III van "een lijst behorende bij een besluit van de Raad van de Europese Unie". Omdat de lijsten deel uitmaken van de verordeningen en bij (gedelegeerde) wijzigingsverordeningen worden herzien, adviseert de Raad om de wetstekst in overeenstemming te brengen met de aanwijzingen 341 en 342 van de Aanwijzingen voor de regelgeving. b. De bevriezing van de vermogensbestanddelen van de op de lijsten geplaatste personen en organisaties vloeit voort uit de EG-verordeningen zelf. De voorgestelde wettelijke bepalingen zijn blijkens de toelichting bedoeld als een "aanvulling", gericht op het beletten van "rechtshandelingen die niet leiden tot een mutatie van het vermogen, zoals het doen van oproepingen via een website of het werven van leden."(zie noot 6) Uit deze korte aanduiding valt niet op te maken wat de aanvulling concreet betekent en waarin het belang daarvan is gelegen. De Raad merkt hierbij op dat de bevriezing van de vermogensbestanddelen de betrokken organisaties in Nederland reeds vleugellam maakt bij het verrichten van rechtshandelingen, althans voor zover die rechtshandelingen zich in een legale context afspelen. Het plaatsen van een wervende oproep op een website zal doorgaans niet de vorm van een aanbod hebben en dus ook niet als een rechtshandeling kunnen worden aangemerkt. Het civielrechtelijk buitenspel zetten van de rechtspersoon lijkt dan ook in feite slechts van betekenis voor zover daardoor onverkorte persoonlijke aansprakelijkheid ontstaat van degene die namens de organisatie optreedt; dit gevolg wordt echter ook bereikt als de buitenlandse rechtspersoon niet als zodanig wordt erkend respectievelijk de Nederlandse rechtspersoon wordt ontbonden. De Raad adviseert het nut van de aanvullende regeling tegen deze achtergrond nader te bezien en in elk geval nader te motiveren. c. In een eerder stadium heeft de Minister van Justitie als bezwaar tegen strafbaarstelling van het deelnemen aan organisaties als hier bedoeld naar voren gebracht dat burgers vaak niet weten dat een bepaalde organisatie op een bevriezingslijst staat.(zie noot 7) Dit standpunt wordt thans in de toelichting verlaten: gesteld wordt dat de EU-lijsten in het Publicatieblad van de Europese Unie worden gepubliceerd en daarmee voor een ieder kenbaar zijn.(zie noot 8) De Raad onderschrijft dit en adviseert in de toelichting nader te preciseren dat de wijzigingen van de bijlagen bij de genoemde verordening bij (gedelegeerde) verordening worden vastgesteld. Daarop is artikel 254, tweede lid, EG van toepassing. d. De voorgestelde regeling leidt er niet toe dat de betrokken rechtspersonen worden ontbonden. De toelichting motiveert dit met de onwenselijkheid van een vereffening van het vermogen, als gevolg waarvan de bevriezing van het vermogen ongedaan zou worden gemaakt. De Raad merkt op dat de voorgestelde regeling de toepasselijkheid van artikel 2:20, eerste lid, BW niet uitsluit,(zie noot 9) zodat de ongewenst geachte ontbinding toch kan worden uitgesproken. Hierbij dient echter te worden aangetekend dat vereffening na eventuele ontbinding van een op de bevriezingslijst geplaatste rechtspersoon - evenals andere handelingen met betrekking tot het vermogen van zo’n rechtspersoon - slechts zal kunnen plaatsvinden voor zover dit verenigbaar is met de EG-verordening. De Raad adviseert om de toelichting in deze zin te herzien. e. In het voorgestelde artikel 5b Wcc wordt verwezen naar artikel 20, derde lid, van Boek 2 van het Burgerlijk Wetboek. Uit het oogpunt van zelfstandige leesbaarheid zou het aanbeveling verdienen de daarin neergelegde norm over te nemen. De Raad adviseert echter te bezien of de handhaving van de bevoegdheid van een (niet erkende) buitenlandse corporatie om in rechte op te treden nodig en wenselijk is naast de mogelijkheid dat belanghebbende natuurlijke personen in rechte tegen de getroffen maatregelen opkomen. In elk geval ware te verduidelijken hoe zulk optreden in rechte zich feitelijk laat rijmen met een bevriezing van de daartoe benodigde financiële middelen. Ten aanzien van de beoordeling van de rechtmatigheid van de plaatsing op de bevriezingslijst stelt de toelichting dat dit een vraag van uitleg van het gemeenschapsrecht betreft doe zal moeten worden beantwoord door het Hof van Justitie van de Europese Gemeenschappen en "eventueel" het Europese Hof voor de Rechten van de Mens.(zie noot 10) De Raad adviseert te verduidelijken hoe deze (prejudiciële?) vraag van uitleg kan voorzien in rechtsbescherming ten aanzien van de onderliggende beoordeling van de betrokkenheid bij terroristische activiteiten. Verduidelijking behoeft ook de vraag hoe het Europese Hof voor de Rechten van de Mens hierin een rol kan spelen, nu - zolang geen uitvoering is gegeven aan artikel I-7 (voorlopige nummering) van de Grondwet voor Europa - dit Hof alleen beweerde verdragsschendingen door de aangesloten staten kan beoordelen, maar inzake het doen en laten van de EU-instellingen vooralsnog onbevoegd is. Strafbaarstelling van deelneming aan organisaties vermeld op de "bevriezingslijsten" 3. Artikel IV voorziet in de strafbaarstelling - via een aanvulling van artikel 140 van het Wetboek van Strafrecht - van deelneming aan de voortzetting van de werkzaamheid van buitenlandse corporaties als bedoeld in de andere nu voorgestelde bepalingen. Met dit onderdeel van de nota van wijziging komt de regering terug van het eerder hieromtrent ingenomen standpunt, zonder dat de keus voor strafbaarstelling inhoudelijk wordt gemotiveerd. Vanuit de Tweede Kamer was twee keer voorgesteld, organisaties die staan vermeld op een EU-bevriezingslijst van rechtswege aan te merken als terroristische organisaties en de deelneming aan zo’n organisatie strafbaar te stellen.(zie noot 11) De regering heeft deze voorstellen beide keren van de hand gewezen, onder meer omdat de informatie die ten grondslag ligt aan plaatsing op de EU-lijst niet noodzakelijkerwijs afkomstig hoeft te zijn van een rechterlijke instantie; ook gegevens uit de inlichtingen- of opsporingssfeer die niet in de vorm van een rechterlijk vonnis als bewijs toelaatbaar zijn verklaard, kunnen reden zijn om een organisatie op de lijst te plaatsen.(zie noot 12) De Raad adviseert deze verandering van inzicht nader te motiveren. Ook het in onderdeel 2c van dit advies besproken punt speelde een rol; de Raad verwijst naar wat daar is opgemerkt en aanbevolen. De strafbaarstelling vloeit ook niet uit de EU-verordeningen voort. De Raad is van oordeel dat het verbinden van verder strekkende consequenties dan de bevriezing nadere motivering behoeft. Daarbij zal in het bijzonder aandacht moeten worden besteed aan de deugdelijkheid en de toetsbaarheid van de besluitvorming in internationaal en Europees verband, die aldus gevolgen krijgt voor specifieke rechtspersonen en indirect voor individuele personen. 4. Internationaal-privaatrechtelijke aspecten De standpuntwijziging van de regering inzake een beperking van de erkenning van buitenlandse corporaties gaat terug op de bij de behandeling van het wetsvoorstel gerezen vraag of er niet behoefte is aan een procedure voor het beeindigen van de erkenning van buitenlandse NGO’s die terroristische activiteiten ontplooien.(zie noot 13) De regering heeft eerst advies gevraagd aan de Staatscommissie voor het Internationaal Privaatrecht over een daartoe strekkend voorontwerp. De Staatscommissie(zie noot 14) was verdeeld. Een deel van de Staatscommissie vond dat het internationaal privaatrecht behoudens de - ongeschreven - algemene openbare-orde-exceptie neutraal moet staan ten opzichte van de activiteiten van buitenlandse corporaties; een ander deel deed een eigen voorstel voor de regeling van het onderwerp. Op dit tegenvoorstel is de nota van wijziging gebaseerd. a. De Raad van State stelt voorop dat hij de argumenten van de Staatscommissie(zie noot 15) tegen het door de minister van Justitie voorgelegde voorontwerp niet op alle punten overtuigend acht. Weliswaar kan een Nederlandse maatregel - zoals de Staatscommissie terecht opmerkt - het bestaan van de rechtspersoon naar het recht van het thuisland niet aantasten, maar dat staat er niet aan in de weg dat de mogelijkheid om als rechtspersoon binnen de Nederlandse rechtsorde te opereren aan zo’n rechtspersoon wordt ontzegd. Zo goed als de rechter dat in concrete gevallen kan doen op grond van de algemene openbare-orde-exceptie van het internationaal privaatrecht, kan ook de wetgever daartoe een regeling treffen, temeer daar het verdrag waarvan de goedkeuring wordt voorgesteld hierin uitdrukkelijk voorziet. b. Aan het door de Staatscommissie voorgestelde alternatief kleven bezwaren. De corporatie mag niet aan het rechtsverkeer deelnemen, maar blijft wel voortbestaan. Daardoor ontstaat een onduidelijke situatie. Ook de twee uitzonderingen geven aanleiding tot twijfels. De organisatie kan wel in rechte optreden, maar niet buiten rechte. Dat betekent bijvoorbeeld dat, als een schuldeiser beslag legt op een goed van de organisatie, de organisatie zich daar alleen tegen kan verweren door een rechtsgeding aan te spannen. Gaat het om een organisatie die op een bevriezingslijst staat, dan kan zij niet beschikken over de middelen benodigd voor rechtsbijstand. De Raad merkt verder op dat de voorgestelde constructie neerkomt op een partieel onthouden van de bevoegdheid van een buitenlandse rechtspersoon om deel te nemen aan het Nederlandse rechtsverkeer. Het modelleren daarvan naar de ontbindingsregeling betreffende rechtspersonen, zoals in de nota voorgesteld, treft zulke buitenlandse organisaties niet in het hart en leidt tot de in het tweede lid van artikel 5a omschreven complicaties. Het in stand laten van het verhaalsrecht als voorzien in het derde lid kan bovendien in strijd komen met de bedoeling de corporaties vermogensrechtelijk te blokkeren. Daarom is de Raad van mening dat bezien moet worden of een eenvoudige maar wel doeltreffende aanpak denkbaar is en roept hij daarbij in herinnering dat het in beginsel om niet meer hoeft te gaan dan het onthouden van de erkenning aan organisaties die de in het verdrag voorziene faciliteiten niet verdienen. c. De Raad meent dat het verstandig zou zijn, nogmaals aandacht te besteden aan de mogelijkheid - met enige verbeteringen alsmede weglating van het niet langer in de opzet van het wetsvoorstel passende vierde lid - het aan de Staatscommissie voorgelegde voorontwerp tot uitgangspunt te nemen.(zie noot 16) Aldus kan in het kader van de Wcc worden bepaald dat op grond van de openbare orde aan bepaalde buitenlandse non-gouvernementele organisaties de erkenning wordt onthouden. Hierbij kan het gaan om de openbare orde in absolute zin dan wel de openbare orde in relatieve zin. Zo is er onder meer strijd met de openbare orde in absolute zin, als er in strijd met het volkenrecht wordt gehandeld. Voor strijd met de openbare orde in relatieve zin is mede de mate van verbondenheid met Nederland van belang.(zie noot 17) Wat betreft de in de Wcc op te nemen formuleringen zou aansluiting kunnen worden gevonden bij de eerste alinea van artikel 9 van het (niet in werking getreden) EEG-verdrag inzake de onderlinge erkenning van vennootschappen en rechtspersonen van 29 februari 1968. De staatscommissie wees hierop al in haar advies.(zie noot 18) De formulering van artikel 4, eerste lid, van het in 1986 te Straatsburg totstandgekomen Europees verdrag inzake de erkenning van de rechtspersoonlijkheid van internationale niet-gouvernementele organisaties lijkt in vergelijking hiermee aan de ruime kant en is in elk geval qua terminologie minder in overeenstemming met de in het internationaal privaatrecht gangbare begrippen. De Raad acht het van belang dat, waar de huidige openbare orde-exceptie slechts effect heeft in een concrete procedure tussen bepaalde partijen, het openbaar ministerie de rechtbank om een verklaring voor recht kan verzoeken dat de erkenning van een coöperatie zoals bedoeld in artikel 1, onder a, van de Wet conflictenrecht corporaties kennelijk onverenigbaar is met de openbare orde. In verband hiermee zal in het bijzonder - maar niet uitsluitend - op het maatschappelijk doel, het werkelijk nagestreefd doel en de door de betrokken corporatie daadwerkelijk uitgeoefende activiteiten moeten worden gelet. De Raad acht het voorts juist, het woord "kennelijk" in de formulering van de bepaling op te nemen, omdat het gebruik hiervan in overeenstemming is met de gangbare mondiale en Europese praktijk, alsook met artikel 12 van het in 2002 door de Staatscommissie opgestelde voorontwerp van wet inzake de Algemene Bepalingen van conflictenrecht. d. De Raad adviseert derhalve, voortbouwend op elementen van de aan de Staatscommissie voorgelegde tekst en op artikel 9 van het EEG-verdrag inzake de onderlinge erkenning van vennootschappen en rechtspersonen een bepaling op te stellen die - zonder af te doen aan de algemene openbare-orde-exceptie - gevallen benoemt waarin de mogelijkheid wordt geopend om een verklaring voor recht te vragen betreffende het onthouden van erkenning. Dit laat uiteraard de werking van het communautaire recht en de interpretatie daarvan door het Hof van Justitie van de Europese Gemeenschappen (waaronder de EEX-Verordening als het om kwesties van rechtsmacht gaat) onverlet. Omdat ook een rechtspersoon bij de vaststelling van haar burgerlijke rechten en verplichtingen toegang tot de rechter moet hebben (artikel 6, eerste lid, EVRM), dient de ontzegging van de erkenning van een corporatie te kunnen worden getoetst door de rechter. De procedure die leidt tot een verklaring voor recht voorziet hierin. 5. Koninkrijksaspecten De Raad vestigt er de aandacht op dat de EG-Verordening waarmee uitvoering is gegeven aan de sinds eind 2001 op basis van hoofdstuk VII van het Handvest van de Verenigde Naties bindend voor alle lidstaten voorgeschreven maatregelen, niet geldt voor de Nederlandse Antillen en Aruba. Hij adviseert in de toelichting uiteen te zetten op welke wijze het Koninkrijk voldoet aan zijn verplichtingen met betrekking tot de Caribische delen van het Koninkrijk. 6. Voor redactionele kanttekeningen verwijst de Raad naar de bij het advies behorende bijlage. De Raad van State geeft U in overweging niet goed te vinden dat de nota van wijziging aan de Tweede Kamer der Staten-Generaal wordt gezonden, dan nadat met het vorenstaande rekening zal zijn gehouden. De Vice-President van de Raad van State
Jaar: 2021
Advies
Documenten: 1
Bij Kabinetsmissives van 27 januari 2018, no.201800017, en no.2018000177, heeft Uwe Majesteit, op voordracht van de Minister van Justitie en Veiligheid, mede namens de Minister van Buitenlandse Zaken, bij de Afdeling advisering van de Raad van State ter overweging aanhangig gemaakt het voorstel van wet houdende bepalingen samenhangend met de vervolging en berechting in Nederland van strafbare feiten die verband houden met het neerhalen van Malaysia Airlines vlucht MH17 op 17 juli 2014, met memorie van toelichting en het voorstel van wet houdende goedkeuring van het op 7 juli 2017 te Tallinn tot stand gekomen Verdrag tussen het Koninkrijk der Nederlanden en Oekraïne inzake internationale juridische samenwerking met betrekking tot misdrijven die verband houden met het neerhalen van vlucht MH17 van Malaysia Airlines op 17 juli 2014 (Trb. 2017, 102), met memorie van toelichting.
Jaar: 2021
Advies
Documenten: 1
Voorstel van rijkswet tot goedkeuring van het op 23 maart 2001 te Londen tot stand gekomen Internationaal Verdrag inzake de wettelijke aansprakelijkheid voor schade door verontreiniging door bunkerolie, 2001 (Trb. 2005, 329), met memorie van toelichting.Bij Kabinetsmissive van 14 juli 2008, no.08.002122, heeft Uwe Majesteit, op voordracht van de Minister van Buitenlandse Zaken, mede namens de Minister van Justitie en de Staatssecretaris van Verkeer en waterstaat, bij de Raad van State van het Koninkrijk ter overweging aanhangig gemaakt het voorstel van rijkswet tot goedkeuring van het op 23 maart 2001 te Londen tot stand gekomen Internationaal Verdrag inzake de wettelijke aansprakelijkheid voor schade door verontreiniging door bunkerolie, 2001 (Trb. 2005, 329), met memorie van toelichting.
Jaar: 2021
Advies
Documenten: 1
Voorstel van wet houdende goedkeuring van de op 26 juli 2007 te Washington tot stand gekomen Overeenkomst tussen de Europese Unie en de Verenigde Staten van Amerika inzake de verwerking en overdracht van persoonsgegevens van passagiers (PNR-gegevens) door luchtvaartmaatschappijen aan het Ministerie van Binnenlandse Veiligheid van de Verenigde Staten van Amerika (PNR-Overeenkomst 2007), met briefwisseling en verklaring (Trb. 2007, 129), met memorie van toelichting.Bij Kabinetsmissive van 21 mei 2008, no.08.001495, heeft Uwe Majesteit, op voordracht van de Minister van Justitie, mede namens de Minister van Buitenlandse Zaken, bij de Raad van State ter overweging aanhangig gemaakt het voorstel van wet houdende goedkeuring van de op 26 juli 2007 te Washington tot stand gekomen Overeenkomst tussen de Europese Unie en de Verenigde Staten van Amerika inzake de verwerking en overdracht van persoonsgegevens van passagiers (PNR-gegevens) door luchtvaartmaatschappijen aan het Ministerie van Binnenlandse Veiligheid van de Verenigde Staten van Amerika (PNR-Overeenkomst 2007), met briefwisseling en verklaring (Trb. 2007, 129), met memorie van toelichting.
Jaar: 2021
Advies
Documenten: 1
Voorstel van rijkswet houdende goedkeuring van het op 14 oktober 2005 te Londen tot stand gekomen Protocol van 2005 bij het Verdrag tot bestrijding van wederrechtelijke gedragingen gericht tegen de veiligheid van de zeevaart (Trb. 2006, 223) en van het op 14 oktober 2005 te Londen tot stand gekomen Protocol van 2005 bij het Protocol tot bestrijding van wederrechtelijke gedragingen gericht tegen de veiligheid van vaste platforms op het continentale plat (Trb. 2006, 224), met memorie van toelichting.Bij Kabinetsmissive van 22 oktober 2009, no.09.002946, heeft Uwe Majesteit, op voordracht van de Minister van Buitenlandse Zaken, mede namens de Minister van Justitie, de Staatssecretaris van Verkeer en Waterstaat en de Minister van Defensie, bij de Raad van State van het Koninkrijk ter overweging aanhangig gemaakt een voorstel van rijkswet houdende goedkeuring van het op 14 oktober 2005 te Londen tot stand gekomen Protocol van 2005 bij het Verdrag tot bestrijding van wederrechtelijke gedragingen gericht tegen de veiligheid van de zeevaart (Trb. 2006, 223) en van het op 14 oktober 2005 te Londen tot stand gekomen Protocol van 2005 bij het Protocol tot bestrijding van wederrechtelijke gedragingen gericht tegen de veiligheid van vaste platforms op het continentale plat (Trb. 2006, 224), met memorie van toelichting.
Jaar: 2021
Advies
Documenten: 1
Voorstel van rijkswet houdende goedkeuring van het op 23 november 2001 te Boedapest totstandgekomen Verdrag inzake de bestrijding van strafbare feiten verbonden met elektronische netwerken (Trb. 2002, 18), met memorie van toelichting.
Jaar: 2021
Advies
Documenten: 1
Voorstel van rijkswet tot goedkeuring van het op 16 mei 2005 te Warschau totstandgekomen Verdrag van de Raad van Europa inzake bestrijding van mensenhandel (Trb. 2006, 99), met memorie van toelichting.Bij Kabinetsmissive van 28 november 2007, no.07.003837, heeft Uwe Majesteit, op voordracht van de Minister van Buitenlandse Zaken, mede namens de Minister van Justitie, bij de Raad van State van het Koninkrijk ter overweging aanhangig gemaakt het voorstel van rijkswet tot goedkeuring van het op 16 mei 2005 te Warschau totstandgekomen Verdrag van de Raad van Europa inzake bestrijding van mensenhandel (Trb. 2006, 99), met memorie van toelichting.
Jaar: 2021
Advies
Documenten: 1
Voorstel van rijkswet houdende goedkeuring van het op 20 december 2006 te New York tot stand gekomen Internationaal Verdrag inzake de bescherming van alle personen tegen gedwongen verdwijning (Trb. 2008, 173), met memorie van toelichting.Bij Kabinetsmissive van 2 september 2009, no.09.002371, heeft Uwe Majesteit, op voordracht van de Minister van Buitenlandse Zaken, mede namens de Minister van Justitie, bij de Raad van State van het Koninkrijk ter overweging aanhangig gemaakt het voorstel van rijkswet houdende goedkeuring van het op 20 december 2006 te New York tot stand gekomen Internationaal Verdrag inzake de bescherming van alle personen tegen gedwongen verdwijning (Trb. 2008, 173), met memorie van toelichting.
Jaar: 2021
Advies
Documenten: 1
Voorstel van rijkswet houdende goedkeuring van het op 24 november 2016 te Parijs tot stand gekomen Multilateraal Verdrag ter implementatie van aan belastingverdragen gerelateerde maatregelen ter voorkoming van grondslaguitholling en winstverschuiving (Trb. 2017, 86 en Trb. 2017, …).Bij Kabinetsmissive van 13 juli 2017, no.2017001200, heeft Uwe Majesteit, op voordracht van de Minister van Buitenlandse Zaken, mede namens de Staatssecretaris van Financiën, bij de Afdeling advisering van de Raad van State van het Koninkrijk ter overweging aanhangig gemaakt het voorstel van rijkswet houdende goedkeuring van het op 24 november 2016 te Parijs tot stand gekomen Multilateraal Verdrag ter implementatie van aan belastingverdragen gerelateerde maatregelen ter voorkoming van grondslaguitholling en winstverschuiving (Trb. 2017, 86 en Trb. 2017, …), met memorie van toelichting.Het voorstel van rijkswet geeft de Afdeling advisering van de Raad van State van het Koninkrijk geen aanleiding tot het maken van inhoudelijke opmerkingen. De Afdeling geeft U in overweging het voorstel van rijkswet te zenden aan de Tweede Kamer der Staten-Generaal en aan de Staten van Curaçao.Gelet op artikel 26, zesde lid jo vijfde lid, van de Wet op de Raad van State, is de Afdeling van oordeel dat openbaarmaking van dit advies achterwege kan blijven.De vice-president van de Raad van State van het Koninkrijk
Jaar: 2021
Advies
Documenten: 1
Voorstel van rijkswet tot goedkeuring en uitvoering van het Protocol tot wijziging van het Europees Verdrag tot bestrijding van terrorisme (Trb.2003, 133), met memorie van toelichting.
Jaar: 2021
Advies
Documenten: 1
Voorstel van rijkswet met memorie van toelichting tot goedkeuring van het op 15 december 1997 te New York totstandgekomen Verdrag inzake de bestrijding van terroristische bomaanslagen (Trb.1998, 84).Bij Kabinetsmissive van 1 augustus 2001, no.01.003721, heeft Uwe Majesteit, op voordracht van de Minister van Justitie, mede namens de Minister van Buitenlandse Zaken, bij de Raad van State van het Koninkrijk ter overweging aanhangig gemaakt het voorstel van rijkswet met memorie van toelichting tot goedkeuring van het op 15 december 1997 te New York totstandgekomen Verdrag inzake de bestrijding van terroristische bomaanslagen (Trb.1998, 84). Dit Verdrag maakt onderdeel uit van een lange reeks van sectorale verdragen en protocollen op het terrein van de bestrijding van internationaal terrorisme. Deze verdragen kwamen tot stand in de periode 1963-1991. Het Koninkrijk is partij bij die verdragen en heeft uitvoeringswetgeving tot stand gebracht. Het onderhavige Verdrag vindt, blijkens de toelichting bij het voorstel van rijkswet, mede zijn grond in het plegen van ernstige daden van bomterreur, zoals de aanslag op het World Trade Center in New York. Gelijktijdig met dit voorstel van rijkswet tot goedkeuring van het Verdrag, zijn aan de Raad van State (van het Koninkrijk) toegezonden een voorstel van Rijkswet tot goedkeuring van het op 9 december 1999 te New York totstandgekomen Internationaal Verdrag ter bestrijding van de financiering van terrorisme (Trb.2000, 12),(zie noot 1) een voorstel van wet tot uitvoering van het Verdrag inzake de bestrijding van terroristische bomaanslagen en het op 9 december 1994 totstandgekomen Verdrag inzake de veiligheid van VN- en geassocieerd personeel(zie noot 2) en een voorstel van wet tot uitvoering van het Internationaal Verdrag ter bestrijding van de financiering van terrorisme.(zie noot 3) De belangrijkste onderwerpen die in het Verdrag worden geregeld zijn: - een omschrijving van de - in de nationale wetgeving van de verdragsstaten - strafbaar te stellen terroristische bomaanslagen; - de rechtsmacht die de verdragsstaten op grond van de in het Verdrag beschreven jurisdictiebeginselen dienen te vestigen; - de verplichting voor de verdragsstaten van die rechtsmacht daadwerkelijk gebruik te maken, tenzij aan een andere staat wordt uitgeleverd; - de uitlevering; en - de verplichting tot een zo'n ruim mogelijke rechtshulp in strafzaken. De Raad van State van het Koninkrijk onderschrijft de strekking van het voorstel tot rijkswet maar maakt daarbij de volgende opmerkingen. Hij is van oordeel dat in verband daarmee aanpassing van het voorstel wenselijk is. 1. Vestiging van universele rechtsmacht Zoals in de memorie van toelichting is aangegeven, heeft het Verdrag tot doel te voorkomen dat terroristen zich aan strafvervolging weten te onttrekken door naar het grondgebied van een andere verdragsstaat te vluchten.(zie noot 4) Artikel 6, vierde lid, van het Verdrag voorziet daartoe in de vestiging en uitbreiding van universele rechtsmacht ten aanzien van de door het Verdrag bestreken delicten. In de memorie van toelichting bij het voorstel van rijkswet(zie noot 5) wordt echter gesteld dat met de vestiging van universele rechtsmacht terughoudendheid moet worden betracht en dat daarvan alleen kan worden afgeweken als het internationale karakter van de door een verdrag bestreken gedragingen hiertoe aanleiding geeft. De memorie van toelichting verwijst naar eerdere wetten tot goedkeuring van verdragen in de periode 1983-1984 waarbij het Koninkrijk een voorbehoud heeft gemaakt ten aanzien van de verplichting tot het vestigen van (een beperkte) universele rechtsmacht. Sindsdien is echter het besef gegroeid dat het grensoverschrijdende karakter van bepaalde ernstige misdrijven of het effect daarvan in de internationale verhoudingen, het nodig maakt het territorialiteitsbeginsel als uitgangspunt voor de verdeling van rechtsmacht te relativeren en in bepaalde opzichten aan te vullen met het beschermingsbeginsel en het universaliteitsbeginsel. Dit heeft implicaties voor de internationale rechtsontwikkeling. Daarin staat de gedachte centraal dat het belang van de uitoefening van (universele) rechtsmacht ten aanzien van bepaalde delicten - de zogenaamde "offences of universal concern" - en de berechting van de daders van dit soort delicten zwaarder moet wegen dan eventuele bezwaren tegen de uitbreiding van (territoriale naar) universele rechtsmacht. Met het vestigen en uitbreiden van universele rechtsmacht wordt voorkomen dat daders kunnen ontkomen aan berechting door te vluchten naar een andere staat die geen (territoriale of personele) rechtsmacht heeft. Oorspronkelijk werd deze visie in het bijzonder gehuldigd ten aanzien van delicten als genocide en oorlogsmisdrijven. Gaandeweg is het inzicht gegroeid dat uitbreiding van de universele rechtsmacht eveneens een gepast middel is met het oog op een effectieve bestrijding van terrorisme. Ook het onderhavige Verdrag weerspiegelt de hedendaagse visie omtrent universele rechtsmacht. Tegen deze achtergrond adviseert de Raad de memorie van toelichting aan te passen in die zin dat daarin de huidige visie omtrent (uitbreiding van) universele rechtsmacht uitdrukking vindt. 2. Interpretatieve verklaring of voorbehoud Nu de in 1983-1984 door de regering gemotiveerde terughoudendheid ten aanzien van universele rechtsmacht niet maatgevend kan zijn voor de huidige opstelling van het Koninkrijk, vraagt de Raad zich af wat de strekking en de reikwijdte is van (de eerste alinea van) de voorgestelde interpretatieve verklaring bij de artikelen 6 en 8, eerste lid.(zie noot 6) Deze verklaring is, zo blijkt uit de toelichting, geënt op het voorbehoud dat is gemaakt bij de bekrachtiging van verdragen in de periode 1983-1984. Indien met de voorgestelde verklaring niet beoogd wordt de verdragsverplichtingen op grond van de artikelen 6 en 8, eerste lid, te beperken of uit te breiden, dan is deze naar het oordeel van de Raad overbodig. De letterlijke tekst van de verklaring wijst in deze richting. Indien evenwel de verklaring zo moet worden gelezen dat deze voormelde verdragsverplichtingen beoogt te beperken, dan betreft het een voorbehoud in de zin van artikel 2, eerste lid, onder d, van het Verdrag van Wenen inzake het Verdragenrecht.(zie noot 7) Daarvoor is immers irrelevant onder welke bewoordingen of benaming de verklaring is afgelegd. Artikel 19, aanhef en onder c, van dit verdrag bepaalt dat een voorbehoud bij een verdrag gemaakt kan worden, tenzij het niet verenigbaar is met het voorwerp of het doel van dat verdrag. De in het wetsvoorstel tot uitvoering voor Nederland van het onderhavige Verdrag(zie noot 8) voorgestelde uitwerking van de verdragsverplichtingen ex artikelen 6 en 8 van het Verdrag, geeft aanleiding te veronderstellen dat de voorgestelde verklaring deze verdragsverplichtingen inderdaad beoogt te beperken. Het wetsvoorstel voorziet er namelijk in dat Nederland rechtsmacht heeft, indien de verdragsstaat die primair rechtsmacht heeft, Nederland om uitlevering verzoekt en dit verzoek wordt afgewezen. Het niet gehonoreerde uitleveringsverzoek wordt in die constructie beschouwd als een ingewilligd verzoek aan Nederland tot strafvervolging.(zie noot 9) De Raad is van oordeel dat artikel 6, vierde lid, van het Verdrag ook verplicht tot het vestigen van rechtsmacht voor gevallen waarin niet wordt uitgeleverd omdat er geen uitleveringsverzoek is gedaan. Deze interpretatie sluit aan bij de doelstelling van het Verdrag. Daarbij dient bedacht te worden dat er staten zijn die primaire rechtsmacht hebben, maar geen verzoek tot uitlevering doen omdat die staten terrorisme "dekken", of doordat het overheidsgezag tijdelijk is weggevallen. Gezien het voorgaande adviseert de Raad in de memorie van toelichting in te gaan op de betekenis van de eerste alinea van de voorgestelde interpretatieve verklaring. Is met die tekst beoogd, de verplichting tot vestiging van universele rechtsmacht te beperken, dan is dit naar het oordeel van de Raad niet verenigbaar met het voorwerp en het doel van het Verdrag. 3. Facultatieve rechtsmacht Het Verdrag geeft Nederland de mogelijkheid om zijn rechtsmacht ten aanzien van terroristische bomaanslagen verder uit te breiden, bij voorbeeld als het strafbare feit is gepleegd tegen een Nederlands onderdaan of tegen een in het buitenland gevestigde staats- of regeringsvoorziening (zoals diplomatieke vestigingen).(zie noot 10) Van deze mogelijkheid wordt geen gebruik gemaakt; een toelichting ontbreekt. In het wetsvoorstel dat de uitvoeringswetgeving bij het voorliggende Verdrag bevat wordt eveneens uitvoering gegeven aan het Verdrag inzake de veiligheid van VN- en geassocieerd personeel.(zie noot 11) Bij dat laatste verdrag wordt wel voorzien in rechtsmacht ten aanzien van delicten die tegen Nederlanders zijn gepleegd. De Raad adviseert de door het Verdrag geboden mogelijkheid om de rechtsmacht verder uit te breiden dan de gevallen waarin dat op grond van het Verdrag verplicht is, te benutten. 4. Antilliaanse en Arubaanse uitvoeringswetgeving Het voorstel van rijkswet regelt goedkeuring voor het gehele Koninkrijk. In de memorie van toelichting wordt echter slechts ingegaan op de Nederlandse uitvoeringswetgeving. Naar het oordeel van de Raad zouden ook de toepasselijke landsverordeningen van de Nederlandse Antillen en Aruba moeten worden genoemd. De Raad adviseert derhalve de toelichting op dit punt aan te passen. De Raad van State van het Koninkrijk geeft U in overweging het voorstel van rijkswet te zenden aan de Tweede Kamer der Staten-Generaal, aan de Staten van de Nederlandse Antillen en aan die van Aruba, nadat met het vorenstaande rekening zal zijn gehouden. De Vice-President van de Raad van State van het Koninkrijk,
Jaar: 2021
Advies
Documenten: 1
Voorstel van rijkswet tot goedkeuring van het op 16 mei 2005 te Warschau totstandgekomen Verdrag van de Raad van Europa ter voorkoming van terrorisme (Trb. 2006, 34), met memorie van toelichting.Bij Kabinetsmissive van 13 december 2007, no.07.004042, heeft Uwe Majesteit, op voordracht van de Minister van Buitenlandse Zaken, mede namens de Minister van Justitie, bij de Raad van State van het Koninkrijk ter overweging aanhangig gemaakt het voorstel van rijkswet tot goedkeuring van het op 16 mei 2005 te Warschau totstandgekomen Verdrag van de Raad van Europa ter voorkoming van terrorisme (Trb. 2006, 34), met memorie van toelichting.
Jaar: 2021
Advies
Documenten: 1
Voorstel van wet houdende goedkeuring van het op 26 september 2008 te Londen totstandgekomen Verdrag tussen de Regering van het Koninkrijk der Nederlanden en de Regering van het Verenigd Koninkrijk van Groot-Brittannië en Noord-Ierland tot het vermijden van dubbele belasting en het voorkomen van het ontgaan van belasting met betrekking tot belastingen naar het inkomen en naar vermogenswinsten, met Protocol (Trb.2008,.....), met memorie van toelichting.Bij Kabinetsmissive van 23 december 2008, no.08.003707, heeft Uwe Majesteit, op voordracht van de Minister van Buitenlandse Zaken, mede namens de Staatssecretaris van Financiën, bij de Raad van State ter overweging aanhangig gemaakt het voorstel van wet houdende goedkeuring van het op 26 september 2008 te Londen totstandgekomen Verdrag tussen de Regering van het Koninkrijk der Nederlanden en de Regering van het Verenigd Koninkrijk van Groot-Brittannië en Noord-Ierland tot het vermijden van dubbele belasting en het voorkomen van het ontgaan van belasting met betrekking tot belastingen naar het inkomen en naar vermogenswinsten, met Protocol (Trb.2008,.....), met memorie van toelichting.
Jaar: 2021
Advies
Documenten: 1
Voorstel van rijkswet houdende goedkeuring van het op 16 mei 2003 te Londen tot stand gekomen Protocol bij het Internationaal Verdrag betreffende de instelling van een Internationaal Fonds voor vergoeding van schade door verontreiniging door olie, 1992 (Trb. ...), met memorie van toelichting.
Jaar: 2021
Advies
Documenten: 1
Voorstel van rijkswet houdende goedkeuring van het op 18 mei 2007 te Nairobi tot stand gekomen Internationaal Verdrag inzake het opruimen van wrakken, 2007 (Trb. 2008, 115), met memorie van toelichting.Bij Kabinetsmissive van 31 maart 2014, no.2014000644, heeft Uwe Majesteit, op voordracht van de Minister van Buitenlandse Zaken, mede namens de Minister van Infrastructuur en Milieu, bij de Afdeling advisering van de Raad van State van het Koninkrijk ter overweging aanhangig gemaakt het voorstel van rijkswet houdende goedkeuring van het op 18 mei 2007 te Nairobi tot stand gekomen Internationaal Verdrag inzake het opruimen van wrakken, 2007 (Trb. 2008, 115), met memorie van toelichting.
Jaar: 2021
Advies
Documenten: 1
Voorstel van rijkswet houdende goedkeuring van - de op 25 juni 2003 te Washington D.C. totstandgekomen Overeenkomst betreffende uitlevering tussen de Europese Unie en de Verenigde Staten van Amerika (Trb. 2004, 297); - het op 29 september 2004 te ’s-Gravenhage totstandgekomen Verdrag bevattende het instrument bedoeld in artikel 3, tweede lid, van de Overeenkomst betreffende uitlevering tussen de Verenigde Staten van Amerika en de Europese Unie, ondertekend te Washington op 25 juni 2003, inzake de toepassing van het uitleveringsverdrag tussen het Koninkrijk der Nederlanden en de Verenigde Staten van Amerika, ondertekend te ’s-Gravenhage op 24 juni 1980, met bijlagen (Trb. 2004, 299); - de op 25 juni 2003 te Washington D.C. totstandgekomen Overeenkomst betreffende wederzijdse rechtshulp in strafzaken tussen de Europese Unie en de Verenigde Staten van Amerika (Trb. 2004, 298); - het op 29 september 2004 te ’s-Gravenhage totstandgekomen Verdrag bevattende het instrument bedoeld in artikel 3, tweede lid, van de Overeenkomst betreffende wederzijdse rechtshulp in strafzaken tussen de Verenigde Staten van Amerika en de Europese Unie, ondertekend te Washington op 25 juni 2003, inzake de toepassing van het Verdrag tussen het Koninkrijk der Nederlanden en de Verenigde Staten van Amerika aangaande wederzijdse rechtshulp in strafzaken, ondertekend te ’s-Gravenhage op 12 juni 1981, met bijlagen (Trb. 2004, 300), met memorie van toelichting.Bij Kabinetsmissive van 24 juli 2007, no.07.002444, heeft Uwe Majesteit, op voordracht van de Minister van Buitenlandse Zaken, mede namens de Minister van Justitie, bij de Raad van State van het Koninkrijk ter overweging aanhangig gemaakt het voorstel van rijkswet houdende goedkeuring van - de op 25 juni 2003 te Washington D.C. totstandgekomen Overeenkomst betreffende uitlevering tussen de Europese Unie en de Verenigde Staten van Amerika (Trb. 2004, 297); - het op 29 september 2004 te 's-Gravenhage totstandgekomen Verdrag bevattende het instrument bedoeld in artikel 3, tweede lid, van de Overeenkomst betreffende uitlevering tussen de Verenigde Staten van Amerika en de Europese Unie, ondertekend te Washington op 25 juni 2003, inzake de toepassing van het uitleveringsverdrag tussen het Koninkrijk der Nederlanden en de Verenigde Staten van Amerika, ondertekend te 's-Gravenhage op 24 juni 1980, met bijlagen (Trb. 2004, 299); - de op 25 juni 2003 te Washington D.C. totstandgekomen Overeenkomst betreffende wederzijdse rechtshulp in strafzaken tussen de Europese Unie en de Verenigde Staten van Amerika (Trb. 2004, 298); - het op 29 september 2004 te 's-Gravenhage totstandgekomen Verdrag bevattende het instrument bedoeld in artikel 3, tweede lid, van de Overeenkomst betreffende wederzijdse rechtshulp in strafzaken tussen de Verenigde Staten van Amerika en de Europese Unie, ondertekend te Washington op 25 juni 2003, inzake de toepassing van het Verdrag tussen het Koninkrijk der Nederlanden en de Verenigde Staten van Amerika aangaande wederzijdse rechtshulp in strafzaken, ondertekend te 's-Gravenhage op 12 juni 1981, met bijlagen (Trb. 2004, 300), met memorie van toelichting.
Jaar: 2021
Advies
Documenten: 1
Voorstel van wet houdende goedkeuring van het op 27 mei 2005 te Prüm tot stand gekomen Verdrag tussen het Koninkrijk België, de Bondsrepubliek Duitsland, het Koninkrijk Spanje, de Republiek Frankrijk, het Groothertogdom Luxemburg, het Koninkrijk der Nederlanden en de Republiek Oostenrijk inzake de intensivering van de grensoverschrijdende samenwerking, in het bijzonder ter bestrijding van het terrorisme, de grensoverschrijdende criminaliteit en de illegale migratie (Trb. 2005, 197), met memorie van toelichting.
Jaar: 2021
Advies
Documenten: 1
Voorstel van wet met memorie van toelichting houdende goedkeuring van de op 22 juni 2000 te Cotonou totstandgekomen Partnerschapsovereenkomst tussen de Staten in Afrika, het Caribisch Gebied en de Stille Oceaan en de Europese Gemeenschap en haar Lidstaten.
Jaar: 2021
Advies
Documenten: 1
Voorstel van wet houdende goedkeuring van verdragen met het oog op het voornemen deze toe te passen op Bonaire, Sint Eustatius en Saba, en van het voornemen tot opzegging van een verdrag voor Bonaire, Sint Eustatius en Saba, met memorie van toelichting.Bij Kabinetsmissive van 15 januari 2009, no.09.000069, heeft Uwe Majesteit, op voordracht van de Minister van Buitenlandse Zaken, mede namens de Staatssecretaris van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties, bij de Raad van State ter overweging aanhangig gemaakt het voorstel van wet houdende goedkeuring van verdragen met het oog op het voornemen deze toe te passen op Bonaire, Sint Eustatius en Saba, en van het voornemen tot opzegging van een verdrag voor Bonaire, Sint Eustatius en Saba, met memorie van toelichting.
Jaar: 2021
Advies
Documenten: 1
Voorstel van wet tot goedkeuring van de wijziging van de statuten van het IRC en intrekking van de Machtigingswet IRC, met memorie van toelichting.
Jaar: 2021
Advies
Documenten: 1
Voorstel van wet houdende goedkeuring van de op 27 juni 2014 te Brussel tot stand gekomen Associatieovereenkomst tussen de Europese Unie en de Europese Gemeenschap voor Atoomenergie en haar lidstaten, enerzijds, en Georgië, anderzijds (Trb. 2014, …), met memorie van toelichting.Bij Kabinetsmissive van 25 november 2014, no.2014002268, heeft Uwe Majesteit, op voordracht van de Minister van Buitenlandse Zaken, mede namens de Minister voor Buitenlandse Handel en Ontwikkelingssamenwerking, bij de Afdeling advisering van de Raad van State ter overweging aanhangig gemaakt het voorstel van wet houdende goedkeuring van de op 27 juni 2014 te Brussel tot stand gekomen Associatieovereenkomst tussen de Europese Unie en de Europese Gemeenschap voor Atoomenergie en haar lidstaten, enerzijds, en Georgië, anderzijds (Trb. 2014, …), met memorie van toelichting.
Jaar: 2021
Advies
Documenten: 1
Voorstel van rijkswet met memorie van toelichting houdende goedkeuring van het op 17 juli 1998 totstandgekomen Statuut van Rome inzake het Internationaal Strafhof.
Jaar: 2021
Advies
Documenten: 1
Voorstel van rijkswet tot goedkeuring van het op 29 oktober 2004 te Rome totstandgekomen Verdrag tot vaststelling van een Grondwet voor Europa (Trb. 2004, 275), met memorie van toelichting.
Jaar: 2021
Advies
Documenten: 1
Voorstel van rijkswet met memorie van toelichting houdende goedkeuring van het op 26 februari 2001 te Nice totstandgekomen Verdrag van Nice houdende wijziging van het Verdrag betreffende de Europese Unie, de Verdragen tot oprichting van de Europese Gemeenschappen en sommige bijbehorende akten, met Protocollen.
Jaar: 2021
Advies
Documenten: 1
Voorstel van rijkswet met memorie van toelichting houdende goedkeuring van het op 16 april 2003 te Athene totstandgekomen Verdrag betreffende de toetreding van de Tsjechische Republiek, de Republiek Estland, de Republiek Cyprus, de Republiek Letland, de Republiek Litouwen, de Republiek Hongarije, de Republiek Malta, de Republiek Polen, de Republiek Slovenië en de Slowaakse Republiek tot de Europese Unie, met Toetredingsakte, Bijlagen en Protocollen (Trb.2003, ...).
Jaar: 2021
Advies
Documenten: 1
Voorstel van wet houdende goedkeuring van de op 9 februari 2009 te Parijs totstandgekomen Overeenkomst tussen de regering van het Koninkrijk der Nederlanden en de regering van de Franse Republiek houdende wijziging van de Overeenkomst van 29 mei 1979 inzake de verwerking in Frankrijk van bestraalde splijtstofelementen (Trb. …), met memorie van toelichting.Bij Kabinetsmissive van 8 mei 2009, no.09.001246, heeft Uwe Majesteit, op voordracht van de Minister van Buitenlandse Zaken, mede namens de Minister van Economische Zaken en de Minister van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer, bij de Raad van State ter overweging aanhangig gemaakt het voorstel van wet houdende goedkeuring van de op 9 februari 2009 te Parijs totstandgekomen Overeenkomst tussen de regering van het Koninkrijk der Nederlanden en de regering van de Franse Republiek houdende wijziging van de Overeenkomst van 29 mei 1979 inzake de verwerking in Frankrijk van bestraalde splijtstofelementen (Trb. …), met memorie van toelichting.
Jaar: 2021
Advies
Documenten: 1
Voorstel van rijkswet tot goedkeuring en uitvoering van de op 17 december 1991 te München tot stand gekomen Akte tot herziening van artikel 63 van het Verdrag inzake de verlening van Europese octrooien van 5 oktober 1973 (Trb.1992, 47), het op 1 juni 2000 te Genève tot stand gekomen Verdrag inzake octrooirecht (Trb.2001, 120), het op 17 oktober 2000 te Londen tot stand gekomen Verdrag inzake de toepassing van artikel 65 van het Verdrag inzake de verlening van Europese octrooien van 5 oktober 1973 (Trb.2001, 21) en de op 29 november 2000 te München tot stand gekomen Akte tot herziening van het Verdrag inzake de verlening van Europese octrooien (Trb.2002, 64), met memorie van toelichting.
Jaar: 2021
Advies
Documenten: 1
Voorstel van rijkswet houdende goedkeuring van het op 23 februari 2006 te Genève tot stand gekomen Maritiem Arbeidsverdrag, 2006 (Trb. 2007, 93), met memorie van toelichting.Bij kabinetsmissive van 20 mei 2010, no.10.001352, heeft Uwe Majesteit, op voordracht van de Minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid, mede namens de Minister van Buitenlandse Zaken, de Minister van Justitie en de Minister van Verkeer en Waterstaat bij de Raad van State van het Koninkrijk ter overweging aanhangig gemaakt het voorstel van rijkswet houdende goedkeuring van het op 23 februari 2006 te Genève tot stand gekomen Maritiem Arbeidsverdrag, 2006 (Trb. 2007, 93), met memorie van toelichting. Het voorstel van rijkswet strekt tot goedkeuring van het Maritiem Arbeidsverdrag, 2006 (hierna: MAV). Over een afzonderlijk wetsvoorstel tot wijziging van diverse Nederlandse wetten ter implementatie van het MAV heeft de Raad van State eerder advies uitgebracht.(zie noot 1) De Raad van State van het Koninkrijk onderschrijft de strekking van het voorstel van rijkswet, maar maakt daarbij de volgende kanttekening.
Jaar: 2021
Advies
Documenten: 1
Voorstel van rijkswet houdende goedkeuring van het op 25 april 2005 te Luxemburg totstandgekomen Verdrag betreffende de toetreding van de Republiek Bulgarije en Roemenië tot de Europese Unie; met Protocol, Toetredingsakte, Slotakte en Bijlagen (Trb. 2005, ...).Bij Kabinetsmissive van 9 mei 2005, no.05.001780, heeft Uwe Majesteit, op voordracht van de Minister van Buitenlandse Zaken, mede namens de Minister-President, de Minister van Algemene Zaken, de Minister van Financiën en de Staatssecretaris voor Buitenlandse Zaken, bij de Raad van State van het Koninkrijk ter overweging aanhangig gemaakt het voorstel van rijkswet houdende goedkeuring van het op 25 april 2005 te Luxemburg totstandgekomen Verdrag betreffende de toetreding van de Republiek Bulgarije en Roemenië tot de Europese Unie; met Protocol, Toetredingsakte, Slotakte en Bijlagen (Trb. 2005, ...). Het verdrag tot uitbreiding van de Europese Unie met Bulgarije en Roemenië hangt samen met de uitbreiding van de Europese Unie in 2004 met tien nieuwe lidstaten uit voornamelijk Midden- en Oost-Europa. Bulgarije en Roemenië bleken meer tijd nodig te hebben om zich voor te bereiden op het lidmaatschap van de Europese Unie, waardoor voor deze landen met het verdrag wordt voorzien in toetreding per 1 januari 2007. De Raad van State van het Koninkrijk maakt enkele opmerkingen over het voorstel van rijkswet. 1. Gereedheid Bulgarije en Roemenië a. In het onderhandelingsproces is telkens aan de hand van de zogenaamde Kopenhagen-criteria beoordeeld of Bulgarije en Roemenië voldoen aan de criteria voor toelating. Uit het Verdrag en de toelichting komt naar voren dat ten aanzien van de verschillende Kopenhagen-criteria - politieke criteria, economische criteria en de overname en implementatie van het acquis - door deze landen vorderingen zijn gemaakt, maar ook dat op belangrijke punten, in het bijzonder ten aanzien van Roemenië, nog twijfels bestaan. Deze twijfels komen tot uitdrukking doordat aan het toetredingsverdrag, naast de algemene en speciale vrijwaringsclausules die ook in het Verdrag van Athene(zie noot 1) waren opgenomen, een specifieke uitstelclausule is toegevoegd. Deze uitstelclausule voorziet in de mogelijkheid van uitstel van de beoogde toetredingsdatum van 1 januari 2007 met één jaar indien duidelijk blijkt dat de stand van voorbereiding voor de aanneming en uitvoering van het acquis in Bulgarije of Roemenië zodanig is dat er een ernstig gevaar bestaat dat één van beide staten niet gereed is voor toetreding op 1 januari 2007. Voor Roemenië is dit in de slotfase van de onderhandelingen nog nader toegesneden op een aantal aandachtsgebieden (Schengen, grensbewaking, functioneren gerechtelijk apparaat, corruptiebestrijding, functioneren gendarmerie en politie, criminaliteitsbestrijding, staatssteun, herstructurering staalsector, mededingingstoezicht). In geval van ernstige tekortkomingen op die terreinen kan door de Raad van de Europese Unie met betrekking tot de toetreding van Roemenië met gekwalificeerde meerderheid tot uitstel worden besloten. De terzake opgenomen bepalingen geven slechts de mogelijkheid om vrijwaringsmaatregelen te treffen of de toetreding met een jaar uit te stellen. Er wordt daarbij derhalve van uitgegaan, dat de geconstateerde knelpunten alle van tijdelijke aard zullen zijn. Gelet op de aard en de ernst van deze knelpunten, kan de vraag opkomen, of hiermee voldoende waarborgen voor een verantwoorde toetreding zijn getroffen. De Raad adviseert in de toelichting nader op de gemaakte vorderingen en op de wijze van toetsing daarvan in te gaan en daarbij te bespreken in hoeverre en op welke gronden toetreding volgens de overeengekomen kaders realistisch moet worden geacht. b. In het toetredingsverdrag is er, net als bij vorige toetredingen, voor gekozen om de toetreding van beide landen in één toetredingsverdrag te regelen. Anders dan bij voorgaande toetredingen is een uitstelclausule opgenomen, die ertoe kan leiden dat de inwerkingtreding voor de toetredende landen verschillend zal zijn. Zoals hiervoor aan de orde is geweest, is ook de wijze waarop tot uitstel kan worden besloten voor beide landen verschillend. Dit roept de vraag op, of dit niet aanleiding had kunnen zijn om in dit geval te kiezen voor twee afzonderlijke toetredingsverdragen. De Raad adviseert hierop in de toelichting nader in te gaan. c. In de toelichting (paragraaf 1.5.1) wordt opgemerkt dat, hoewel zowel Bulgarije als Roemenië bij het openen van de toetredingsonderhandelingen in 2000 voldeed aan de politieke Kopenhagen-criteria, er enige aandachtspunten waren, zoals de behandeling van minderheden, in het bijzonder Roma. Uit het vervolg van de toelichting wordt niet duidelijk of deze aandachtspunten in de loop van de onderhandelingen op afdoende wijze zijn opgelost en op welke wijze en door wie dit is beoordeeld. De Raad adviseert de toelichting aan te vullen. 2. Gereedheid Europese Unie Ten tijde van het Verdrag van Nice is onderkend dat de institutionele structuur van de Europese Unie met de bij het Verdrag van Nice voorziene wijzigingen nog onvoldoende zou zijn om de Europese Unie in de toekomst naar behoren te kunnen laten functioneren (zie Verklaring nr. 23 betreffende de toekomst van de Unie). Een en ander heeft, als bekend, geleid tot de instelling van de Conventie en uiteindelijk tot het Verdrag tot vaststelling van een Grondwet voor Europa (PbEG C 310). Anders dan ten tijde van de toetreding van de tien nieuwe lidstaten in 2004 het geval was, zou met het Verdrag tot vaststelling van een Grondwet voor Europa zijn voorzien in aanpassingen van het Europese constitutionele bestel die noodzakelijk zijn om een Unie met 27 lidstaten naar behoren te kunnen laten functioneren. Bij het toetredingsverdrag is qua structuur rekening gehouden met de aan de toetreding voorafgaande inwerkingtreding van het Verdrag tot vaststelling van een Grondwet voor Europa, zodat thans geen bijzondere aandacht aan dit aspect zou behoeven te worden besteed. Inmiddels zijn de uitkomsten van de referenda in Frankrijk en Nederland bekend geworden, waardoor het ratificatieproces in ieder geval in die landen is gestaakt. Dat brengt mee dat vooralsnog met de huidige structuur verder zal moeten worden gewerkt, terwijl daarvan was onderkend dat deze niet toereikend is. Gelet hierop rijst opnieuw de vraag of de Unie ook van haar kant tijdig in voldoende mate zal zijn voorbereid op de toetreding van nieuwe leden. Tevens rijst de vraag welke bijdrage Nederland hieraan kan leveren in het licht van de recente ontwikkelingen. De Raad adviseert hierop nader in te gaan. 3. Koninkrijk Met betrekking tot de positie van de Nederlandse Antillen en Aruba (hierna: NAA) in relatie tot de Europese Unie heeft de Raad bij verschillende gelegenheden gepleit voor het in de Grondwet voor Europa opnemen van een bepaling die het mogelijk maakt om via een vereenvoudigde procedure de status van de NAA in het Gemeenschapsrecht te veranderen.(zie noot 2) Thans is op de NAA de regeling inzake Landen en Gebieden Overzee van toepassing. Belangrijkste alternatief is dat van ultraperifeer gebied. Deze discussie heeft als achtergrond de sterke ontwikkeling van de Europese Unie in geografisch opzicht en met betrekking tot de werkterreinen van de Unie. Mede naar aanleiding hiervan is in het Verdrag tot vaststelling van een Grondwet voor Europa in artikel IV-440, zevende lid, een bepaling opgenomen die het onder andere voor de NAA mogelijk maakt dat op initiatief van het Koninkrijk der Nederlanden door de Europese Raad een besluit wordt genomen tot wijziging van de status ten aanzien van de Europese Unie. Nu het ratificatieproces voor het Verdrag tot vaststelling van een Grondwet voor Europa vooralsnog in enkele lidstaten is gestaakt, zal een eventuele wijziging van de status van de NAA uitsluitend door middel van een verdragswijziging kunnen worden bewerkstelligd. De verdere uitbreiding maakt de vraag naar de relatie van de NAA tot de Europese Unie wederom acuter, terwijl de mogelijkheden tot statusveranderingen vooralsnog zijn verminderd. Dit roept de vraag op welke stappen de NAA en Nederland thans zouden moeten zetten. De Raad adviseert hierop nader in te gaan. 4. Voor redactionele kanttekeningen verwijst de Raad naar de bij het advies behorende bijlage. De Raad van State van het Koninkrijk geeft U in overweging het voorstel van rijkswet te zenden aan de Tweede Kamer der Staten-Generaal, aan de Staten van de Nederlandse Antillen en aan die van Aruba, nadat aan het vorenstaande aandacht zal zijn geschonken. De Vice-President van de Raad van State van het Koninkrijk
Jaar: 2021
Advies
Documenten: 1
Voorstel van wet houdende goedkeuring van de opzegging van het Algemeen Verdrag inzake sociale zekerheid met Marokko en het bijbehorende Administratief Akkoord, met memorie van toelichting.Bij Kabinetsmissive van 19 juli 2012, no.12.001707, heeft Uwe Majesteit, op voordracht van de Minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid, mede namens de Minister van Buitenlandse Zaken, de Minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport en de Staatssecretaris van Sociale Zaken en Werkgelegenheid, bij de Afdeling advisering van de Raad van State ter overweging aanhangig gemaakt het voorstel van wet houdende goedkeuring van de opzegging van het Algemeen Verdrag inzake sociale zekerheid met Marokko en het bijbehorende Administratief Akkoord, met memorie van toelichting.
Jaar: 2021
Advies
Documenten: 1
Voorstel van wet met memorie van toelichting houdende goedkeuring van de op 29 oktober 2001 te Luxemburg totstandgekomen Stabilisatie- en associatieovereenkomst tussen de Europese Gemeenschappen en hun lidstaten, enerzijds, en de Republiek Kroatië, anderzijds, met Bijlagen en Protocollen.
Jaar: 2021
Advies
Documenten: 1
Voorstel van wet houdende goedkeuring van de op 15 oktober 2008 te Bridgetown tot stand gekomen Economische Partnerschapsovereenkomst tussen de Cariforum-staten, enerzijds, en de Europese Gemeenschap en haar lidstaten, anderzijds (Trb. 2009, 18), met memorie van toelichting.Bij Kabinetsmissive van 17 juni 2010, no.10.001717, heeft Uwe Majesteit, op voordracht van de Minister van Buitenlandse Zaken, mede namens de Minister van Economische Zaken, bij de Raad van State van het Koninkrijk ter overweging aanhangig gemaakt het voorstel van wet houdende goedkeuring van de op 15 oktober 2008 te Bridgetown tot stand gekomen Economische Partnerschapsovereenkomst tussen de Cariforum-staten, enerzijds, en de Europese Gemeenschap en haar lidstaten, anderzijds (Trb. 2009, 18), met memorie van toelichting.
Jaar: 2021
Advies
Documenten: 1
Voorstel van rijkswet houdende goedkeuring van het op 13 december 2006 te New York tot stand gekomen Verdrag inzake de rechten van personen met een handicap (Trb. 2007, 169), met memorie van toelichting.Bij Kabinetsmissive van 17 december 2013, no.2013002607, heeft Uwe Majesteit, op voordracht van de Minister van Buitenlandse Zaken, mede namens de Staatssecretaris van Volksgezondheid, Welzijn en Sport, bij de Afdeling advisering van de Raad van State van het Koninkrijk ter overweging aanhangig gemaakt het voorstel van rijkswet houdende goedkeuring van het op 13 december 2006 te New York tot stand gekomen Verdrag inzake de rechten van personen met een handicap (Trb. 2007, 169), met memorie van toelichting.Art. 5 DiscriminatieverbodEen verwijzing naar artikel 26 IVBPR ontbreekt.Art. 6 Vrouwen met een handicapIn de toelichting ingaan op (de noodzaak van) maatregelen gericht op meervoudige discriminatie.Art. 7 Kinderen met een handicapEen verwijzing naar artikelen 2 en 12 IVRK ontbreekt.Art. 8 Bevordering van bewustwording In de toelichting verwijzen naar de publieke mediaopdracht in de Mediawet, waarin aandacht wordt besteed aan pluriformiteit.Art. 9 ToegankelijkheidEen verwijzing naar artikel 15, lid 3 ESH (herzien) ontbreekt.Art. 11 Risicovolle situaties en humanitaire noodsituatiesDe toelichting op dit artikel actualiseren.Art. 13 Toegang tot de rechterDe toelichting aanvullen met een verwijzing naar de implementatie van richtlijn nr. 2010/64/EU betreffende het recht op vertolking en vertaling in strafproceduresArt. 14 Vrijheid en veiligheid van de persoonDe toelichting aanvullen met een verwijzing naar het Wetsvoorstel Zorg en Dwang.Art. 16 Vrijwaring van uitbuiting, geweld en misbruik Nu duidelijk is dat voor de Inspectie SZW personen met een handicap geen specifiek aandachtspunt zijn, nader motiveren hoe wordt voldaan aan de verplichtingen die voortvloeien uit het tweede en derde lid.Art. 18 vrijheid van verplaatsing en nationaliteit De Wet conflictenrecht namen is ingetrokken bij wet van 19 mei 2011 (Stb. 272); verwijzen naar gelijkluidende regeling in Boek 10 BW.Art. 23 Eerbiediging van de woning en het gezinsleven Een verwijzing naar artikel 20 IVRK ontbreekt; Verwijzingen naar artikel 9, lid 1, IVRK, de regeling terzake in Boek 1 BW en de Jeugdwet ontbreken.Artikel 24 OnderwijsDe toelichting laat open hoe invulling wordt gegeven aan de verplichting de taalkundige identiteit van de dovengemeenschap te bevorderen.Artikel 25 GezondheidDe toelichting maakt niet duidelijk in hoeverre de Wlz voldoet aan het verdrag op het punt van het waarborgen van de zorg (hoogst haalbare niveau; verwezen zij naar hoofdstuk 12.1 van de memorie van toelichting bij de Wlz). Toelichting ontbreekt, evenals een verwijzing naar de Wgbo en de Wet BIG. De verwijzing naar de Code Levensverzekering behoeft actualisering; Zie in dat verband tevens art. 5d Wgbh/cz uit de uitvoeringswet (W13.13.0465);Art. 26 Habilitatie en revalidatieEen verwijzing naar Art. 23, lid 3, en 24, lid 1 IVRK ontbreekt. Habilitatie moet waarschijnlijk gelezen worden als rehabilitatie (eng: habilitation; frans: adaption); Een verwijzing naar de Jeugdwet en de Wmo 2015 ontbreekt.Art. 27 Werk en werkgelegenheidArt. 6 lid 1 en 2 IVESCRArt. 29 Participatie in het politiek en openbare levenEen verwijzing naar art. 25 aanhef en lid a t/m c IVBPR ontbreekt.Art. 30 Deelname aan het culturele leven, recreatie, vrijetijdsbesteding en sportEen verwijzing naar de vergelijkbare verdragsbepalingen in art. 15, lid 1, onder a t/m c, IVESCR, art. 23 lid 3 IVRK en art. 15, lid 3 ESH (herzien) ontbreekt.
Jaar: 2021
Advies
Documenten: 1
Voorstel van rijkswet houdende goedkeuring van het op 11 mei 2011 te Istanboel tot stand gekomen Verdrag van de Raad van Europa inzake het voorkomen en bestrijden van geweld tegen vrouwen en huiselijk geweld. (Trb. 2012, 233), met memorie van toelichting.Bij Kabinetsmissive van 23 juni 2014, no.2014001214, heeft Uwe Majesteit, op voordracht van de Staatssecretaris van Volksgezondheid, Welzijn en Sport, mede namens de Minister van Buitenlandse Zaken, de Minister van Veiligheid en Justitie en de Minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap, bij de Afdeling advisering van de Raad van State van het Koninkrijk ter overweging aanhangig gemaakt het voorstel van rijkswet houdende goedkeuring van het op 11 mei 2011 te Istanboel tot stand gekomen Verdrag van de Raad van Europa inzake het voorkomen en bestrijden van geweld tegen vrouwen en huiselijk geweld. (Trb. 2012, 233), met memorie van toelichting.
Jaar: 2021
Advies
Documenten: 1
Voorstel van wet houdende goedkeuring van het Besluit van de Europese Raad van 25 maart 2011 tot wijziging van artikel 136 van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie met betrekking tot een stabiliteitsmechanisme voor de lidstaten die de euro als munt hebben (Trb. 2011, 143), met memorie van toelichting.Bij Kabinetsmissive van 15 februari 2012, no.12.000344, heeft Uwe Majesteit, op voordracht van de Minister van Buitenlandse Zaken, mede namens de Minister-President, Minister van Algemene Zaken, de Staatssecretaris van Buitenlandse Zaken en de Minister van Financiën, bij de Afdeling advisering van de Raad van State ter overweging aanhangig gemaakt het voorstel van wet houdende goedkeuring van het Besluit van de Europese Raad van 25 maart 2011 tot wijziging van artikel 136 van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie met betrekking tot een stabiliteitsmechanisme voor de lidstaten die de euro als munt hebben (Trb. 2011, 143), met memorie van toelichting.
Jaar: 2021
Advies
Documenten: 1
Voorstel van wet met memorie van toelichting houdende goedkeuring van het op 29 september 2000 te Brussel tot stand gekomen Besluit betreffende het stelsel van eigen middelen van de Europese Gemeenschappen (Trb.2000, 115).Bij Kabinetsmissive van 30 oktober 2000, no.00.005918, heeft Uwe Majesteit, op voordracht van de Minister van Financiën, mede namens de Minister van Buitenlandse Zaken en de Staatssecretaris van Buitenlandse Zaken, bij de Raad van State ter overweging aanhangig gemaakt het voorstel van wet met memorie van toelichting, houdende goedkeuring van het op 29 september 2000 te Brussel tot stand gekomen Besluit betreffende het stelsel van eigen middelen van de Europese Gemeenschappen (Trb.2000, 115). Het voorstel strekt tot goedkeuring van het 5e Eigen-Middelenbesluit.(zie noot 1) Volgens de procedure van artikel 269 van het EG-Verdrag wordt het Eigen-Middelenbesluit vastgesteld door de Raad van de Europese Unie, waarna het door de lidstaten afzonderlijk overeenkomstig hun onderscheiden grondwettelijke bepalingen moet worden aangenomen. De Raad van State maakt naar aanleiding van het voorstel een opmerking. 1. Het stelsel van eigen middelen van de Gemeenschappen functioneert sinds 1970; het moet worden onderscheiden van het stelsel van financiële bijdragen van de lidstaten, zoals dat gold voor 1970. Het sterkst komt het karakter van eigen middelen naar voren bij de bestemming van douanerechten en landbouwheffingen voor de Europese begroting, mede in het licht van de omstandigheid dat deze heffingen volledig communautair worden bepaald. Daarnaast maakt een gedeelte van de opbrengsten van de omzetbelasting in de lidstaten deel uit van de grondslag voor de eigen middelen. Daarbij is van belang dat de grondslagen voor het stelsel van de heffing van omzetbelasting zijn geharmoniseerd en dat ook de tarieven binnen bandbreedten moeten worden vastgesteld. In 1988 is als vierde eigen middel een percentage van de som van het bruto nationaal product (BNP) van de lidstaten toegevoegd. In het thans voorliggende 5e Eigen-Middelenbesluit is het belang van de douanerechten en landbouwheffingen sterk verminderd. Dat komt enerzijds omdat het financiële belang van die heffingen is verminderd als gevolg van het op wereldschaal verminderen van de invoerrechten en landbouwheffingen, anderzijds doordat thans 25% van de opbrengsten door de lidstaten kan worden ingehouden in verband met de perceptiekosten voor die heffingen. Het afdrachtpercentage van de opbrengsten van de omzetbelasting wordt sterk verminderd. Daarvoor in de plaats komt thans een doorslaggevende rol toe aan de bijdragen op basis van het BNP. Kenmerkend voor een bijdragestelsel op basis van het BNP is, dat hierbij niet zozeer het karakter van eigen middelen vooropstaat, maar meer de contributie van de lidstaten naar evenredigheid en draagkracht. Daarmee heeft het Eigen-Middelenbesluit steeds meer het karakter gekregen van een contributie voor het lidmaatschap, dan van een zelfstandige communautaire regeling ter vaststelling van de eigen middelen van de Europese Unie. De Raad adviseert in de toelichting ook in te gaan op het communautaire aspect van deze wijziging van de financiering, in het bijzonder het belangrijk terugdringen van de eigen-middelensystematiek zoals deze in 1970 werd geïntroduceerd. Hierbij zou ook aandacht moeten worden geschonken aan de vraag in hoeverre deze nieuwe opzet nog ruimte laat voor de toevoeging van een nieuw autonoom eigen middel zoals genoemd in artikel 9 van het besluit. 2. Voor een redactionele kanttekening verwijst het college naar de bij het advies behorende bijlage. De Raad van State geeft U in overweging het voorstel van wet te zenden aan de Tweede Kamer der Staten-Generaal, nadat aan het vorenstaande aandacht zal zijn geschonken. De Vice-President van de Raad van State
Jaar: 2021
Advies
Documenten: 1
Voorstel van wet tot goedkeuring van het voornemen tot opzegging van het op 25 juni 1973 te Genève totstandgekomen Verdrag betreffende de havenarbeid, 1973 (Verdrag nr. 137, aangenomen door de Internationale Arbeidsconferentie in haar achtenvijftigste zitting; Trb. 1974, 70), met memorie van toelichting.
Jaar: 2021
Advies
Documenten: 1
Voorstel van wet houdende goedkeuring van de op 22 juni 2010 te Ouagadougou totstandgekomen Overeenkomst tot tweede wijziging van de Partnerschapsovereenkomst tussen de leden van de groep van staten in Afrika, het Caribische gebied en de Stille Oceaan, enerzijds, en de Europese Gemeenschap en haar lidstaten, anderzijds, ondertekend te Cotonou op 23 juni 2000 en voor de eerste maal gewijzigd te Luxemburg op 25 juni 2005 (Trb. 2011, 78), met memorie van toelichting.Bij Kabinetsmissive van 14 juni 2011, no.11.001409, heeft Uwe Majesteit, op voordracht van de Minister van Buitenlandse Zaken, mede namens de Staatssecretaris van Buitenlandse Zaken, bij de Afdeling advisering van de Raad van State ter overweging aanhangig gemaakt het voorstel van wet houdende goedkeuring van de op 22 juni 2010 te Ouagadougou totstandgekomen Overeenkomst tot tweede wijziging van de Partnerschapsovereenkomst tussen de leden van de groep van staten in Afrika, het Caribische gebied en de Stille Oceaan, enerzijds, en de Europese Gemeenschap en haar lidstaten, anderzijds, ondertekend te Cotonou op 23 juni 2000 en voor de eerste maal gewijzigd te Luxemburg op 25 juni 2005 (Trb. 2011, 78), met memorie van toelichting.
Jaar: 2021
Advies
Documenten: 1
Voorstel van wet houdende goedkeuring van de op 27 juni 2014 te Brussel tot stand gekomen Associatieovereenkomst tussen de Europese Unie en de Europese Gemeenschap voor Atoomenergie en haar lidstaten, enerzijds, en Oekraïne, anderzijds (Trb. 2014, 160), met memorie van toelichting.Bij Kabinetsmissive van 25 november 2014, no.2014002267, heeft Uwe Majesteit, op voordracht van de Minister van Buitenlandse Zaken, mede namens de Minister voor Buitenlandse Handel en Ontwikkelingssamenwerking, bij de Afdeling advisering van de Raad van State ter overweging aanhangig gemaakt het voorstel van wet houdende goedkeuring van de op 27 juni 2014 te Brussel tot stand gekomen Associatieovereenkomst tussen de Europese Unie en de Europese Gemeenschap voor Atoomenergie en haar lidstaten, enerzijds, en Oekraïne, anderzijds (Trb. 2014, 160), met memorie van toelichting.
Jaar: 2021
Advies
Documenten: 1
Voorstel van rijkswet houdende goedkeuring van het op 11 juni 2014 te Genève tot stand gekomen Protocol bij het Verdrag betreffende de gedwongen of verplichte arbeid (Trb. 2015, 32 en Trb. 2015, 194).Bij Kabinetsmissive van 24 juni 2016, no.2016001104, heeft Uwe Majesteit, op voordracht van de Minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid, mede namens de Minister van Buitenlandse Zaken en de Minister van Veiligheid en Justitie, bij de Afdeling advisering van de Raad van State van het Koninkrijk ter overweging aanhangig gemaakt het voorstel van rijkswet houdende goedkeuring van het op 11 juni 2014 te Genève tot stand gekomen Protocol bij het Verdrag betreffende de gedwongen of verplichte arbeid (Trb. 2015, 32 en Trb. 2015, 194), met memorie van toelichting.
Jaar: 2021
Advies
Documenten: 1
Voorstel van rijkswet houdende goedkeuring van het op 30 mei 2008 te Dublin totstandgekomen Verdrag inzake clustermunitie (Trb. 2009, 45), met memorie van toelichting.Bij Kabinetsmissive van 28 juli 2009, no.09.002009, heeft Uwe Majesteit, op voordracht van de Minister van Buitenlandse Zaken, mede namens de Minister van Defensie, bij de Raad van State van het Koninkrijk ter overweging aanhangig gemaakt het voorstel van rijkswet houdende goedkeuring van het op 30 mei 2008 te Dublin totstandgekomen Verdrag inzake clustermunitie (Trb. 2009, 45), met memorie van toelichting.
Jaar: 2021
Advies
Documenten: 1
Voorstel van wet tot goedkeuring van de op 19 februari 2013 te Brussel tot stand gekomen Overeenkomst betreffende een eengemaakt octrooigerecht (Trb. 2013, 92), met memorie van toelichting.Bij Kabinetsmissive van 16 juli 2015, no.2015001290, heeft Uwe Majesteit, op voordracht van de Staatssecretaris van Economische Zaken, mede namens de Minister van Buitenlandse Zaken, bij de Afdeling advisering van de Raad van State ter overweging aanhangig gemaakt het voorstel van wet tot goedkeuring van de op 19 februari 2013 te Brussel tot stand gekomen Overeenkomst betreffende een eengemaakt octrooigerecht (Trb. 2013, 92), met memorie van toelichting.
Jaar: 2021
Advies
Documenten: 1
Voorstel van rijkswet met memorie van toelichting tot goedkeuring van het op 17 juni 1999 te Genève tot stand gekomen Verdrag betreffende het verbod en de onmiddellijke actie voor de uitbanning van de ergste vormen van kinderarbeid (Verdrag nr. 182 aangenomen door de Internationale Arbeidsconferentie in haar zevenentachtigste zitting). Het verdrag dat nu ter goedkeuring voorligt vormt een aanvulling op een in 1973 binnen de Internationale Arbeidsorganisatie totstandgekomen verdrag tegen kinderarbeid (hierna: ILO-verdrag no. 138) (zie noot 1). Het richt zich in het bijzonder tegen de ergste vormen van kinderarbeid.Bij Kabinetsmissive van 9 februari 2000, no. 00.000596, heeft Uwe Majesteit, op voordracht van de Minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid, mede namens de Staatssecretaris van Buitenlandse Zaken en de Minister van Justitie, bij de Raad van State van het Koninkrijk ter overweging aanhangig gemaakt het voorstel van rijkswet met memorie van toelichting tot goedkeuring van het op 17 juni 1999 te Genève tot stand gekomen Verdrag betreffende het verbod en de onmiddellijke actie voor de uitbanning van de ergste vormen van kinderarbeid (Verdrag nr. 182 aangenomen door de Internationale Arbeidsconferentie in haar zevenentachtigste zitting). Het verdrag dat nu ter goedkeuring voorligt vormt een aanvulling op een in 1973 binnen de Internationale Arbeidsorganisatie totstandgekomen verdrag tegen kinderarbeid (hierna: ILO-verdrag no. 138) (zie noot 1). Het richt zich in het bijzonder tegen de ergste vormen van kinderarbeid. 1. Uit de memorie van toelichting blijkt dat het Wetboek van Strafrecht zal worden gewijzigd om het in overeenstemming te brengen met het verdrag. Het verdrag zal niet worden bekrachtigd voor de wetswijziging tot stand is gebracht. De voorbereiding van deze wijzigingen wordt inmiddels ter hand genomen, zo stelt de toelichting (zie noot 2). Als de naleving van een goed te keuren verdrag wetswijziging vereist, wordt het wetsvoorstel dat de uitvoeringswetgeving bevat in beginsel gelijktijdig met het wetsvoorstel tot goedkeuring van het verdrag bij de Tweede Kamer der Staten-Generaal ingediend (aanwijzing 311, tweede lid, van de Aanwijzingen voor de regelgeving). Het voordeel van gelijktijdige behandeling is, dat de gevolgen van het goed te keuren verdrag beter kunnen worden beoordeeld. Deze gelijktijdige aanbieding is, althans voor de fase van advisering door de Raad van State (van het Koninkrijk), niet gevolgd. De Raad beveelt aan, het voorstel tot goedkeuring van het verdrag pas in te dienen bij de Tweede Kamer op het moment dat het voorstel voor de uitvoeringswetgeving voor Nederland voor indiening gereed is. Voor een zorgvuldige behandeling van het verdrag door de Staten van de Nederlandse Antillen zou het ook aanbeveling verdienen te wachten totdat de voor de Antillen vereiste uitvoeringsverordeningen bij de Staten worden ingediend. 2. De verdragstaten dienen een actieprogramma op te stellen voor het met voorrang uitbannen van de ergste vormen van kinderarbeid (artikel 6 van het verdrag). Volgens de toelichting op dit artikel hoeft het actieprogramma nog niet te zijn voltooid op het moment waarop het verdrag wordt bekrachtigd. De verdragstaten dienen, zo bepaalt artikel 1 van het verdrag, onverwijld doeltreffende maatregelen te nemen om het verbod en de uitbanning van de ergste vormen van kinderarbeid te verzekeren. De verplichting om een actieprogramma vast te stellen is, zo meent de Raad, de belangrijkste consequentie van het verdrag voor Nederland. Hij beveelt dan ook aan, het actieprogramma zo spoedig mogelijk vast te stellen en het verdrag pas in te dienen bij de Tweede Kamer wanneer dat gebeurd is. 3. De Raad maakt een voorbehoud ten aanzien van de passages in de toelichting die op de aanpassingswetgeving betrekking hebben. Een definitief oordeel over de aanpassingswetgeving zal de Raad geven in zijn advies over het wetsvoorstel dat de aanpassingswetgeving bevat. De Raad merkt evenwel nu reeds het volgende op. De verdragstaten dienen maatregelen te treffen om onder meer het gebruik van kinderen voor illegale activiteiten tegen te gaan (zie noot 3). Blijkens de toelichting op artikel 3, onder c, is de regering van oordeel dat deze verplichting niet behoeft te leiden tot nadere strafwetgeving. Het gebruikmaken of het inzetten van kinderen voor het plegen van strafbare feiten is reeds strafbaar, aangezien de strafrechter bij de straftoemeting rekening kan houden met de omstandigheid dat kinderen zijn misbruikt voor het plegen van die feiten, zo wordt gesteld. De Raad meent dat het uitgaan van het rechterlijk oordeel bij de straftoemeting onvoldoende tegemoetkomt aan de verplichting om doeltreffende maatregelen te nemen voor het uitbannen van de ergste vormen van kinderarbeid. Hij merkt daarom nu reeds op dat in de aanpassingswetgeving zal moeten worden voorzien in uitdrukkelijke strafbaarstelling of in het opnemen van strafverzwarende omstandigheden in bestaande strafbepalingen. De Raad van State van het Koninkrijk geeft U in overweging het voorstel van rijkswet te zenden aan de Tweede Kamer der Staten-Generaal, aan de Staten van de Nederlandse Antillen en aan die van Aruba, nadat aan het vorenstaande aandacht zal zijn geschonken. De Vice-President van de Raad van State van het Koninkrijk
Jaar: 2021
Advies
Documenten: 1
Voorstel van rijkswet houdende goedkeuring van het op 13 mei 2004 te Straatsburg tot stand gekomen Protocol Nr. 14 bij het Verdrag tot bescherming van de rechten van de mens en de fundamentele vrijheden, betreffende wijziging van het controlesysteem van het Verdrag (Trb. 2004, 191 en 285), met memorie van toelichting.Bij Kabinetsmissive van 3 januari 2005, no.04.004902, heeft Uwe Majesteit, op voordracht van de Minister van Buitenlandse Zaken, mede namens de Minister van Justitie, bij de Raad van State van het Koninkrijk ter overweging aanhangig gemaakt het voorstel van rijkswet houdende goedkeuring van het op 13 mei 2004 te Straatsburg tot stand gekomen Protocol Nr. 14 bij het Verdrag tot bescherming van de rechten van de mens en de fundamentele vrijheden, betreffende wijziging van het controlesysteem van het Verdrag (Trb. 2004, 191 en 285), met memorie van toelichting. De Raad van State van het Koninkrijk onderschrijft de strekking van het voorstel van rijkswet, maar plaatst kanttekeningen bij enkele aspecten van de voorgestelde maatregelen. De toelichting dient in verband daarmee op enkele punten te worden aangevuld. 1. Ambtsperiode van de rechters Op grond van het gewijzigde artikel 23 van het Verdrag zullen de rechters in de toekomst worden gekozen voor een ambtsperiode van negen jaar en niet herkiesbaar zijn. De toelichting verwijst naar analoge regelingen van andere rechterlijke colleges; in het bijzonder het Internationaal Gerechtshof en het Internationaal Strafhof. De Raad merkt op dat de vergelijking in dit verband met het Internationaal Gerechtshof niet juist is. De rechters van dat college hebben weliswaar een ambtstermijn van negen jaar, maar zijn herkiesbaar.(zie noot 1) De Raad adviseert de memorie van toelichting op dit punt aan te passen. 2. Capaciteit van de griffie als knelpunt Het Protocol bevat, naast bepalingen die een vereenvoudigde afdoening van zogenaamde "repetitieve" zaken en een doeltreffender toezicht op de tenuitvoerlegging van de arresten van het Hof beogen, een aantal bepalingen die ten doel hebben de beschikbaarheid van de rechters te vergroten. Knelpunt met betrekking tot de tijdige afdoening van zaken vormt echter tevens de capaciteit van de griffie.(zie noot 2) Sommige maatregelen, zoals de aanstelling van rapporteurs vanuit de griffie(zie noot 3), zullen juist tot een groter beslag op de griffie leiden.(zie noot 4) De Raad adviseert in de memorie van toelichting aan te geven welke flankerende maatregelen reeds getroffen zijn dan wel in voorbereiding zijn om de capaciteit van de griffie uit te breiden. 3. Samenstelling van de Kamers Ingevolge het voorgestelde artikel 26, tweede lid, van het Verdrag kan het Comité van Ministers van de Raad van Europa, op verzoek van het Hof, bij eenparig besluit en voor een bepaalde termijn, het aantal rechters van de Kamers terug brengen van zeven naar vijf. Gelet op de thans reeds bestaande aanzienlijke achterstanden adviseert de Raad in de toelichting te verduidelijken waarom niet reeds in het Protocol zelf het aantal rechters per Kamer op vijf is bepaald, eventueel met de mogelijkheid dit aantal wederom op zeven te stellen zodra de werkbelasting dit toelaat. 4. Aanwijzing van de rechter ad hoc Op grond van het voorgestelde artikel 26, vierde lid, van het Verdrag stelt elk van de verdragspartijen voortaan een lijst op van personen, waaruit de President van het Hof - ingeval de rechter die voor de betrokken verdragspartij is gekozen, geen deel van de Kamer kan uitmaken- een rechter ad hoc kan kiezen. Thans wijst de betrokken staat in dergelijke omstandigheden zelf een persoon aan die de voor die staat gekozen rechter vervangt. Zoals in de toelichting bij deze bepaling terecht wordt opgemerkt, verhoudt die laatste procedure zich slecht met de waarborgen van het EVRM ten aanzien van de onafhankelijkheid en onpartijdigheid van de rechters. Nu de huidige tekst van het Verdrag zich daartegen niet verzet, ligt het naar het oordeel van de Raad dan ook voor de hand, dat de regering op deze bepaling vooruitloopt en nu reeds een dergelijke lijst van personen ten behoeve van de President van het Hof opstelt. Eventuele daarop betrekking hebbende regels in het Reglement van het Hof behoeven daartoe niet te worden afgewacht. De Raad geeft in overweging op deze mogelijkheid in de toelichting in te gaan. 5. Positie van de "nationale" rechter Uit de toelichting op het voorgestelde artikel 28, derde lid, van het Verdrag zou kunnen worden afgeleid dat de aanwezigheid van de "nationale" rechter in de Comités en Kamers specifiek het belang van de aangeklaagde staat dient, zodat handhaving van de mogelijkheid de "nationale rechter" uit te nodigen zitting te nemen in een Comité als "compensatie" voor die staat moet worden gezien. Deze voorstelling van zaken is principieel onjuist. De aanwezigheid van de "nationale" rechter in de Comités en Kamers dient het belang van de goede rechtsbedeling doordat deze aanwezigheid een extra waarborg biedt voor een gedegen kennis van de nationale rechtsregels, procedures en omstandigheden. De Raad adviseert deze passage in de memorie van toelichting bij te stellen. 6. Effectiviteit van het nieuw in te voeren ontvankelijkheidcriterium Het in artikel 35, derde lid, onder b, van het verdrag voorgestelde nieuw criterium voor niet-ontvankelijkheid heeft ten doel het Hof de gelegenheid te bieden een groter aantal zaken niet-ontvankelijk te verklaren, namelijk ook zaken die overigens aan de ontvankelijkheidvoorwaarden voldoen, maar waarvan blijkt dat de klager geen wezenlijk nadeel heeft geleden als gevolg van de beweerdelijk ondervonden verdragsschending. Zo het al, nadat de maatstaven daarvoor in de jurisprudentie zijn ontwikkeld, betrekkelijk eenvoudig zal zijn vast te stellen of sprake is van een "wezenlijk nadeel" en of de eerbiediging van de in het Verdrag en de Protocollen omschreven rechten niettemin noopt tot onderzoek van de klacht, moet naar het oordeel van de Raad in ieder geval worden betwijfeld dat dit het geval zal zijn met de andere uitzondering op de niet-ontvankelijkheid, namelijk dat de zaak niet naar behoren is behandeld door een nationaal gerecht. Om dat laatste te kunnen vaststellen zal in de meeste gevallen het dossier grondig moeten worden bestudeerd, zowel bij de voorbereiding van de zaak door de griffie als bij de oordeelvorming door de rechter of rechters, terwijl verwacht mag worden dat op deze uitzondering vaak een beroep zal worden gedaan. Dit kan er naar het oordeel van de Raad toe leiden dat het positieve effect van het nieuwe ontvankelijkheidcriterium op de behandelcapaciteit beperkt zal zijn, terwijl het negatieve psychologische effect ervan - niet-ontvankelijkheid wegens het ontbreken van "wezenlijk nadeel" - juist aanzienlijk is. De Raad adviseert aan dat aspect in de memorie van toelichting aandacht te schenken. 7. Recht van tussenkomst van de Commissaris voor de mensenrechten In het voorgestelde artikel 36, derde lid, van het Verdrag wordt de tussenkomst mogelijk gemaakt van de Commissaris voor de mensenrechten van de Raad van Europa. Dit recht van tussenkomst moet volgens de toelichting worden gezien als een uitdrukking van het algemene belang van een zaak, dat het individuele belang van de klager overstijgt. Daarmee is volgens de Raad evenwel nog onvoldoende duidelijk gemaakt welke toegevoegde waarde verwacht wordt van dit recht van tussenkomst van de Commissaris ten opzichte van de thans reeds bestaande mogelijkheid van het Hof de tussenkomst van een persoon of organisatie, waaronder de Commissaris, als amicus curiae toe te staan of in te roepen. De Raad adviseert in de toelichting nader in te gaan op de betekenis van dit recht van tussenkomst van de Commissaris. De Raad van State van het Koninkrijk geeft U in overweging het voorstel van rijkswet te zenden aan de Tweede Kamer der Staten-Generaal, aan de Staten van de Nederlandse Antillen en aan die van Aruba, nadat aan het vorenstaande aandacht zal zijn geschonken. De Vice-President van de Raad van State van het Koninkrijk
Jaar: 2021
Advies
Documenten: 1
Voorstel van wet houdende goedkeuring van het op 2 maart 2012 te Brussel tot stand gekomen Verdrag inzake stabiliteit, coördinatie en bestuur in de economische en monetaire unie tussen het Koninkrijk België, de Republiek Bulgarije, het Koninkrijk Denemarken, de Bondsrepubliek Duitsland, de Republiek Estland, Ierland, de Helleense Republiek, het Koninkrijk Spanje, de Franse Republiek, de Italiaanse Republiek, de Republiek Cyprus, de Republiek Letland, de Republiek Litouwen, het Groothertogdom Luxemburg, Hongarije, Malta, het Koninkrijk der Nederlanden, de Republiek Oostenrijk, de Republiek Polen, de Portugese Republiek, Roemenië, de Republiek Slovenië, de Slowaakse Republiek, de Republiek Finland en het Koninkrijk Zweden (Trb. 2012, 51), met memorie van toelichting.Bij Kabinetsmissive van 26 maart 2012, no.12.000704, heeft Uwe Majesteit, op voordracht van de Minister van Buitenlandse Zaken, mede namens de Minister-President, Minister van Algemene Zaken, de Minister van Financiën en de Staatssecretaris van Buitenlandse Zaken, bij de Afdeling advisering van de Raad van State ter overweging aanhangig gemaakt het voorstel van wet houdende goedkeuring van het op 2 maart 2012 te Brussel tot stand gekomen Verdrag inzake stabiliteit, coördinatie en bestuur in de economische en monetaire unie tussen het Koninkrijk België, de Republiek Bulgarije, het Koninkrijk Denemarken, de Bondsrepubliek Duitsland, de Republiek Estland, Ierland, de Helleense Republiek, het Koninkrijk Spanje, de Franse Republiek, de Italiaanse Republiek, de Republiek Cyprus, de Republiek Letland, de Republiek Litouwen, het Groothertogdom Luxemburg, Hongarije, Malta, het Koninkrijk der Nederlanden, de Republiek Oostenrijk, de Republiek Polen, de Portugese Republiek, Roemenië, de Republiek Slovenië, de Slowaakse Republiek, de Republiek Finland en het Koninkrijk Zweden (Trb. 2012, 51), met memorie van toelichting.
Jaar: 2021
Advies
Documenten: 1
Voorstel van wet houdende goedkeuring van het op 25 februari 2005 te Den Haag tot stand gekomen Benelux-verdrag inzake de intellectuele eigendom (merken en tekeningen of modellen), met Protocol (Trb….,….), met memorie van toelichting.
Jaar: 2021
Advies
Documenten: 1
Voorstel van wet houdende goedkeuring van het op 3 mei 1996 te Straatsburg tot stand gekomen Europees Sociaal Handvest (herzien), met Bijlage, en van het op 9 november 1995 te Straatsburg tot stand gekomen Aanvullend Protocol bij het Europees Sociaal Handvest betreffende een collectief klachtensysteem, met memorie van toelichting.Bij Kabinetsmissive van 15 oktober 2003, no.03.004270, heeft Uwe Majesteit, op voordracht van de Minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid, mede namens de Minister van Buitenlandse Zaken, de Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties, de Minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap en de Minister van Defensie, bij de Raad van State ter overweging aanhangig gemaakt het voorstel van wet houdende goedkeuring van het op 3 mei 1996 te Straatsburg tot stand gekomen Europees Sociaal Handvest (herzien), met Bijlage, en van het op 9 november 1995 te Straatsburg tot stand gekomen Aanvullend Protocol bij het Europees Sociaal Handvest betreffende een collectief klachtensysteem, met memorie van toelichting. Het wetsvoorstel strekt tot goedkeuring van het Europees Sociaal Handvest (herzien) en het Aanvullend Protocol bij het Europees Sociaal Handvest betreffende een collectief klachtensysteem. Deel II van het herziene Europees Sociaal Handvest (hierna: herzien Handvest) bevat 31 materiële bepalingen. Tien van de 19 materiële bepalingen uit het huidige Handvest zijn herschreven, waarvan een aantal vrij ingrijpend. De artikelen 20 tot en met 23 van het herziene Handvest stemmen overeen met de artikelen uit deel II van het Aanvullend Protocol uit 1988, al dan niet in gewijzigde formulering. De artikelen 24 tot en met 31 zijn nieuwe artikelen ten opzichte van het huidige Handvest en het Aanvullend Protocol daarbij. De Raad van State maakt een aantal opmerkingen over de memorie van toelichting, die zouden moeten leiden tot enige aanpassing en aanvulling van deze toelichting. 1. Verhouding herzien Handvest - Europees recht De Europese Gemeenschap beschikt op een aantal terreinen van het Handvest en het herziene Handvest over bevoegdheden. Deze betreffen onder meer de terreinen die aan de orde zijn in de artikelen 18 (het recht om in een andere verdragstaat betaalde arbeid te verrichten), 20 (het recht op gelijke kansen en behandeling met betrekking tot arbeid zonder discriminatie op grond van geslacht), 22 (het recht om deel te nemen in het bepalen en de verbetering van de arbeidsomstandigheden en de arbeidsomgeving), 24 (het recht op bescherming in geval van beëindiging van de arbeid) en 25 (het recht van arbeiders op bescherming van hun claims in geval van faillissement van de werkgever). De bevoegdheid van de Gemeenschap brengt mee dat het sluiten van verdragen op deze terreinen door lidstaten niet zonder meer is toegestaan: zij zijn niet meer, of niet meer exclusief bevoegd. Het sluiten van verdragen is dan alleen mogelijk met een machtiging van de Europese Gemeenschap.(zie noot 1) De Raad adviseert in de toelichting in te gaan op de hiervoor genoemde bevoegdheidsvraag, en op de consequenties daarvan voor de procedure van goedkeuring van het herziene Handvest. 2. Verhouding herzien Handvest - ILO-Verdragen Bij enkele van de artikelen in het herziene Handvest die nieuw zijn ten opzichte van het huidige Handvest is de verhouding aan de orde tot verdragen die zijn opgesteld in het kader van de Internationale Arbeidsorganisatie (hierna: ILO). In de toelichting bij artikel 25 wordt gesteld dat deze nieuwe bepaling is gebaseerd op ILO-Verdrag nr.173 (alsmede op een tweetal Europese richtlijnen); in de toelichting bij de artikelen 24 en 27 wordt aangegeven dat deze bepalingen zijn "geïnspireerd" door de ILO-Verdragen nr.158, Trb.1984, 17, respectievelijk nr.156, Trb.1981, 244. Van het eerste verdrag wordt gesteld dat het (nog) niet voor het Koninkrijk ter parlementaire goedkeuring is ingediend. De Raad adviseert de uitdrukking "geïnspireerd door" toe te lichten, zodat duidelijk wordt welke de verschillen zijn tussen het herziene Handvest en de onderscheiden ILO-Verdragen. Hij geeft tevens in overweging om van deze gelegenheid gebruik te maken om te laten weten of, gegeven de totstandkoming van het herziene Handvest en mede gelet op de tijd die intussen is verstreken sinds de totstandkoming van de genoemde ILO-Verdragen, het voornemen bestaat voor het nog niet goedgekeurde verdrag alsnog een wetsvoorstel ter parlementaire goedkeuring in te dienen. 3. Implementatie Deel II van het herziene Handvest bevat een reeks van verplichtingen voor de verdragsluitende partijen. Daarvoor wordt een groot aantal, uiteenlopende, termen gebruikt. Naast het veel voorkomende begrip "verzekeren" ("to ensure") zijn er zowel termen die direct verwijzen naar wetgeving (zoals: toestaan, erkennen, regelen of verbieden), als open termen (zoals: verstrekken, bevorderen, stimuleren, faciliteren), die ook of veeleer lijken te verwijzen naar beleidsmaatregelen. Ingevolge deel III, artikel I, van het herziene Handvest staan voor de implementatie van de bepalingen in de artikelen 1 tot en met 31 van deel II vier wegen open: — wetten of andere regelgeving; — overeenkomsten tussen werkgevers of werkgeversorganisaties en werknemersorganisaties; — een combinatie van deze twee methoden; — andere passende middelen. De verdragsluitende partijen zullen, gezien hun verantwoordelijkheid voor de naleving van de verplichtingen uit het herziene Handvest, allereerst zelf moeten beoordelen of zij in toereikende mate aan die verplichtingen hebben voldaan en desbetreffend gemotiveerd oordeel moeten neerleggen in de door hen bij de Raad van Europa in te dienen periodieke rapportage. Zij zullen daartoe, waar nodig, zelf de verplichtingen moeten uitwerken in concrete maatstaven. Voor het toezicht op de naleving, langs de genoemde wegen van implementatie, van de wettelijke verplichtingen ingevolge het herziene Handvest geldt, ingevolge deel IV, artikel C, van het herziene Handvest, het toezichtmechanisme van het huidige Handvest, hetgeen zal worden aangevuld met het toezicht ingevolge het Collectieve Klachtenprotocol. Daarbij zal ook de houdbaarheid in de ogen van de toezichthoudende instanties (in het bijzonder het onafhankelijke Europees Comité voor Sociale Rechten) van de door het desbetreffende land gehanteerde maatstaven aan de orde komen. De memorie van toelichting zou kunnen worden gebruikt om inzicht te geven in de wijze waarop tot dusverre de toetsing met betrekking tot Nederland is uitgevoerd. Daartoe ware te overwegen, indien van toepassing, de toelichting aan te vullen met het noemen van gevallen waarin de toezichtinstanties schending door Nederland hebben geconstateerd van een verplichting op grond van het huidige Handvest. De implementatie van het herziene Handvest roept twee vragen op: a. De vraag naar de overwegingen voor de keuze van de regering tussen de verschillende implementatiemethoden. In verband met deze vraag verdient de laatste volzin van de eerste alinea ten aanzien van Deel IV van hoofdstuk 1 Algemeen van de memorie van toelichting de aandacht: "Indien niet vaststaat dat hetgeen in die bepalingen is neergelegd in Nederland wordt gerealiseerd, zullen zij hun vertaling moeten krijgen in daden van wetgeving en bestuur". Deze passage is enigszins cryptisch. Men kan er in lezen dat de rol van de overheid een aanvullende is, in die zin dat er voor de overheid pas reden is voor actie - in de vorm van wetgeving of bestuur - indien de implementatie van een bepaling niet al langs andere weg is verzekerd. Er kan ook uit worden afgeleid dat, als de werking van een bepaling uit het herziene Handvest in de Nederlandse rechtsorde niet al (eerder) is gewaarborgd via wetgeving, en/of is verzekerd door overeenkomsten tussen de sociale partners, alsnog zal (moeten) worden overgegaan tot wetgeving en bestuur. Aldus lijken, waar nog nodig, wetgeving en bestuur (ook) sluitstuk te zijn voor het nakomen van de verplichtingen uit het herziene Handvest. b. De vraag naar de criteria die de regering hanteert om te concluderen of de gevolgde implementatie ertoe heeft geleid dat (naar een term die meermalen in de toelichting wordt gebruikt) "afdoende" is voldaan aan een bepaalde verdragsverplichting. In verband met deze vraag zal per artikel moeten worden nagegaan, zoals de memorie van toelichting ook doet, of de naleving van de daarin neergelegde verplichting(en) voldoende is verzekerd in de Nederlandse wetgeving, dan wel in de bestendige praktijk van het verkeer tussen sociale partners, met inbegrip van de jurisprudentie dienaangaande. Door het ontbreken van een duidelijk criterium is het beantwoorden van deze vraag lastiger als het gaat om verplichtingen waaraan de Nederlandse overheid gevolg geeft niet door wetgeving, maar door daden van bestuur of beleid. Dat geldt in het bijzonder indien daarbij de inzet van publieke middelen in het geding is (hetgeen overigens evenzeer het geval kan zijn bij implementatie door wetgeving, indien deze financiële aanspraken op de overheid vestigt). Onderkend moet worden dat de materie van het herziene Handvest - gelegen op het terrein van de sociale grondrechten - nu eenmaal ook de nodige financiële consequenties voor de verdragsluitende partijen met zich brengt. De vraag of ook op dat punt in toereikende mate aan de verdragsverplichtingen wordt voldaan, zal bij herhaling, en van geval tot geval, opnieuw moeten worden beantwoord. Dit betekent ook dat, ingeval zich voor de overheid de noodzaak voordoet tot bezuiniging teneinde de ontwikkeling van de publieke uitgaven te beheersen, steeds mede getoetst zal moeten worden of ook na een dergelijke bezuiniging nog wordt voldaan aan de desbetreffende verplichting uit het herziene Handvest. De financiële consequenties van het herziene Handvest, en mogelijke knelpunten dienaangaande uit een oogpunt van de beschikbare financiële ruimte, laten zich, bij wijze van voorbeeld, illustreren aan de hand van nieuwe bepalingen uit het herziene Handvest zoals: - Artikel 19, twaalfde lid (inzake het bevorderen van het onderwijs in de taal van herkomst van de migrant aan diens kinderen): de Raad wijst op de omstandigheid dat de bekostiging van het onderwijs in allochtone levende talen onlangs is afgeschaft.(zie noot 2) Daarmee verdient de consequentie van deze maatregel voor de naleving van de genoemde verdragsverplichting de aandacht. - Artikel 27, eerste lid, onder c (inzake het ontwikkelen of bevorderen van voorzieningen van kinderopvang): de Raad signaleert dat de kosten van kinderopvang nog steeds fors stijgen(zie noot 3), terwijl de maximumprijs die in aanmerking komt voor overheidsvergoeding vanaf 2005 wordt gefixeerd.(zie noot 4) Daarmee verdient de vraag de aandacht of, ook na het in werking treden van de Wet basisvoorziening kinderopvang, in toereikende mate aan de desbetreffende verplichting wordt voldaan en zal (kunnen) worden voldaan. Overeenkomstige vragen kunnen worden gesteld ten aanzien van al bestaande bepalingen zoals: - Artikel 12 (inzake het recht op sociale zekerheid), waar het gaat om de mogelijkheden de noodzaak tot aanpassing van het bestaande stelsel van sociale zekerheid te verenigen met de eis die is neergelegd in het derde lid van artikel 12: ernaar te streven om het niveau van het stelsel van sociale zekerheid voortdurend te verhogen, met als ijkpunt het niveau dat is vastgelegd in de Europese Code inzake sociale zekerheid. - Artikel 23 (inzake het recht van ouderen op sociale bescherming; thans nog onderdeel van het Aanvullend Protocol), waar het gaat om de financiële mogelijkheden om een toereikend niveau van zorg in verzorgings- en verpleeghuizen te (blijven) waarborgen. In dit verband is van belang dat vanuit het veld knelpunten worden gesignaleerd die aanleiding geven tot kritische aandacht voor het niveau van deze zorg. De genoemde voorbeelden maken duidelijk dat zich een spanning kan voordoen tussen enerzijds de verplichtingen in het herziene Handvest - zowel de bestaande en al aanvaarde verplichtingen, waarvan thans geen afstand mag worden genomen, als de nieuwe verplichtingen - en anderzijds een sociaal-economische werkelijkheid die verandert nadat het herziene Handvest is totstandgekomen en geratificeerd. Door die veranderingen kan de overheid komen te staan voor de financiële noodzaak tot het nemen van maatregelen die ingaan tegen bepaalde verplichtingen uit het herziene Handvest of ertoe nopen de naleving daarvan min of meer ingrijpend aan te passen. De Raad adviseert in de toelichting in te gaan op de hiervoor bedoelde onduidelijkheden en opgeworpen vragen, en daarbij tevens aandacht te besteden aan de hiervoor bedoelde mogelijke spanning tussen de verplichtingen (en ambities) in het herziene Handvest en sociaal-economische veranderingen die gevolgen (moeten) hebben voor de beheersing van de publieke uitgaven op het terrein van deze verplichtingen. Die spanning kan extra klemmend zijn omdat eventuele aanpassing van (de verplichtingen die voortvloeien uit) het herziene Handvest een lange weg betekent. 4. Het Collectieve Klachtenprotocol Artikel 1 van het protocol bepaalt dat een klacht kan worden ingediend door: a. internationale organisaties van werkgevers en werknemers; b. andere (niet-)gouvernementele organisaties die raadgevende status bezitten bij de Raad van Europa; c. de representatieve nationale organisaties van werknemers en werkgevers. Door middel van onderdeel b hebben ook niet-gouvernementele organisaties waarvan de doelstellingen geen betrekking hebben op arbeid, toegang tot de klachtprocedure, mits zij raadgevende status hebben bij de Raad van Europa. Artikel 2 bevat de mogelijkheid om het collectieve klachtrecht ook toe te kennen aan andere niet-gouvernementele organisaties. Nederland wil geen gebruik maken van de mogelijkheid om het klachtrecht uit te breiden tot deze categorie door middel van de verklaring die hiertoe ondertekend dient te worden. Daarmee hebben niet-gouvernementele organisaties waarvan de doelstellingen geen betrekking hebben op arbeid, alleen toegang indien zij raadgevende status bezitten bij de Raad van Europa. Niet duidelijk is, welke Nederlandse niet-gouvernementele organisaties deze status momenteel bezitten en of deze organisaties de niet-arbeidsgerelateerde rechten uit het Handvest in voldoende mate (kunnen) bestrijken. De vraag die in dit verband ook rijst is of er andere organisaties zijn, bijvoorbeeld op het terrein van de volksgezondheid of de huisvesting, die geen consultatieve status hebben bij de Raad van Europa en waarvan zou moeten worden geoordeeld dat zij dit klachtrecht ten onrechte zouden ontberen. Het trekt de aandacht dat de memorie van toelichting ten aanzien van artikel 2 van het Collectieve Klachtenprotocol geen inhoudelijke motivering bevat van de stelling dat de regeling van het klachtrecht, als vervat in artikel 1 van het Collectieve Klachtenprotocol, toereikend wordt geacht. De Raad adviseert de toelichting gezien het voorgaande aan te vullen en ondertekening van bedoelde verklaring eventueel alsnog te overwegen. 5. Het perspectief van het Koninkrijk Uit de memorie van toelichting blijkt dat het huidige Handvest mede gelding heeft voor de Nederlandse Antillen en Aruba, maar voor slechts het minimaal vereiste aantal bepalingen. De regeringen van beide landen achten medegelding van het herziene Handvest en van het Collectieve Klachtenprotocol vooralsnog niet wenselijk. Aldus zal, vooralsnog voor een onbekende periode, een groot deel van de bepalingen van het herziene Handvest slechts gelden in één land van het Koninkrijk, te weten Nederland. De overwegingen van de regeringen van de Nederlandse Antillen en van Aruba om de mogelijkheid van medegelding van (delen van) het herziene Handvest pas in aanmerking te nemen als de consequenties daarvan nader in beeld zijn, zijn op zichzelf begrijpelijk. Dit neemt niet weg dat, bezien vanuit de optiek van het Koninkrijk als geheel en gelet op artikel 43 van het Statuut voor het Koninkrijk, de vraag de aandacht verdient of het wenselijk is dat er tussen de landen van het Koninkrijk, ook op langere termijn, grote verschillen blijven bestaan tussen de wettelijke en internationaal-rechtelijke waarborgen van de sociale grondrechten zoals neergelegd in het herziene Handvest. De Raad acht het passend dat de regering van Nederland, vanuit haar verantwoordelijkheid binnen het verband van het Koninkrijk als geheel, in de memorie van toelichting aan het voorgaande aandacht besteedt. 6. Overige opmerkingen a. Met betrekking tot artikel 6, vierde lid (inzake het recht op collectieve actie, met inbegrip van het stakingsrecht), wordt het thans al geldende voorbehoud gehandhaafd voor het defensiepersoneel in volle omvang, en daarmee ook voor het geval dat zich niet de situatie voordoet, of deze dreigt, waarbij personeelsleden van Defensie moeten of kunnen worden ingezet. De Raad adviseert in de toelichting in te gaan op de vraag of in plaats van dit voorbehoud het kort geding niet een toereikende weg biedt, en daarbij tevens uiteen te zetten waarom niet de tijdige totstandkoming van een wet inzake collectieve acties voor defensiepersoneel is bevorderd. b. In de eerste alinea ten aanzien van deel IV van hoofdstuk 1, Algemeen, van de memorie van toelichting is als grondslag neergelegd dat "de verdragsbepalingen zich in het algemeen niet lenen voor rechtstreekse werking in de Nederlandse rechtsorde". In dit verband wordt onder meer verwezen naar de Bijlage bij het herziene Handvest. De memorie van toelichting wekt de indruk dat de desbetreffende passage in de Bijlage (betreffende deel III) toetsing door de Nederlandse rechter uitsluit. Het komt de Raad voor dat de bewuste tekst in de Bijlage alleen beoogt andere internationale toezichthouders uit te sluiten. Een bepaling als die in deel V, artikel E, inzake het discriminatieverbod kan bijvoorbeeld rechtstreekse werking verlenen aan een bepaling die op zichzelf die werking niet heeft. Het is uiteindelijk aan de rechter om te oordelen over de rechtstreekse werking in de Nederlandse rechtsorde. Uitsluiting van die toetsing zou strijd betekenen tussen het herziene Handvest en de artikelen 93 en 94 van de Grondwet. De Raad adviseert de aangehaalde passage in de toelichting in het licht van het voorgaande aan te passen. c. In het slotgedeelte, over de Bijlage, van hoofdstuk 1 Algemeen van de memorie van toelichting wordt opgemerkt dat de Bijlage van het herziene Handvest van uitvoerende aard is, zodat wijzigingen ervan geen parlementaire goedkeuring behoeven. De Bijlage bevat echter belangrijke omschrijvingen, bijvoorbeeld van de kring van beschermde personen (zoals vreemdelingen) en van de reikwijdte van sommige bepalingen (zoals artikel 7, tweede lid). Daarmee zijn wijzigingen in de Bijlage van dienovereenkomstig belang. De Raad adviseert in het licht van het voorgaande de opmerking in de memorie van toelichting over de parlementaire goedkeuring van wijzigingen van de Bijlage aan te passen. 7. Voor redactionele kanttekeningen verwijst het college naar de bij het advies behorende bijlage. De Raad van State geeft U in overweging het voorstel van wet te zenden aan de Tweede Kamer der Staten-Generaal, nadat aan het vorenstaande aandacht zal zijn geschonken. De waarnemend Vice-President van de Raad van State
Jaar: 2021
Advies
Documenten: 1
Voorstel van wet houdende goedkeuring van de op 21 december 2015 te Astana tot stand gekomen Versterkte Partnerschaps- en Samenwerkingsovereenkomst tussen de Europese Unie en haar lidstaten, enerzijds, en de Republiek Kazachstan, anderzijds (Trb. 2016, 91).Bij Kabinetsmissive van 23 november 2016, no.2016002062, heeft Uwe Majesteit, op voordracht van de Minister van Buitenlandse Zaken, bij de Afdeling advisering van de Raad van State ter overweging aanhangig gemaakt het voorstel van wet houdende goedkeuring van de op 21 december 2015 te Astana tot stand gekomen Versterkte Partnerschaps- en Samenwerkingsovereenkomst tussen de Europese Unie en haar lidstaten, enerzijds, en de Republiek Kazachstan, anderzijds (Trb. 2016, 91), met memorie van toelichting.
Jaar: 2021
Advies
Documenten: 1
Voorstel van wet houdende goedkeuring van de opzegging van deel VI van de op 16 april 1964 te Straatsburg tot stand gekomen Europese Code inzake sociale zekerheid (Trb. 1965, 47), met memorie van toelichting.Bij Kabinetsmissive van 11 september 2007, no.07.002855, heeft Uwe Majesteit, op voordracht van de Minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport, mede namens de Minister van Buitenlandse Zaken en de Minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid, bij de Raad van State ter overweging aanhangig gemaakt het voorstel van wet houdende goedkeuring van de opzegging van deel VI van de op 16 april 1964 te Straatsburg tot stand gekomen Europese Code inzake sociale zekerheid (Trb. 1965, 47), met memorie van toelichting.
Jaar: 2021
Advies
Documenten: 1
Voorstel van rijkswet met memorie van toelichting houdende goedkeuring van het op 2 maart 2000 te Oranjestad, Aruba, totstandgekomen Verdrag inzake samenwerking tussen het Koninkrijk der Nederlanden en de regering van de Verenigde Staten van Amerika betreffende toegang tot en gebruik van faciliteiten in de Nederlandse Antillen en Aruba voor drugsbestrijding vanuit de lucht.
Jaar: 2021
Advies
Documenten: 1
Voorstel van rijkswet tot goedkeuring en uitvoering van de op 10 en 11 juni 2010 te Kampala aanvaarde wijzigingen van het Statuut van Rome inzake het Internationaal Strafhof (Trb. 2011, 73), met memorie van toelichting.Bij Kabinetsmissive van 5 juni 2013, no. 13.001107, heeft Uwe Majesteit, op voordracht van de Minister van Buitenlandse Zaken, mede namens de Staatssecretaris van Veiligheid en Justitie, de Minister van Defensie, bij de Afdeling advisering van de Raad van State van het Koninkrijk ter overweging aanhangig gemaakt het voorstel van rijkswet tot goedkeuring en uitvoering van de op 10 en 11 juni 2010 te Kampala aanvaarde wijzigingen van het Statuut van Rome inzake het Internationaal Strafhof (Trb. 2011, 73), met memorie van toelichting.
Jaar: 2021
Advies
Documenten: 1
Voorstel van wet tot goedkeuring van de op 6 november 1990 te Rome tot stand gekomen Europese Code inzake sociale zekerheid (herzien) (Trb. 1993, 123), met memorie van toelichting.Bij Kabinetsmissive van 30 augustus 2007, no.07.002718, heeft Uwe Majesteit, op voordracht van de Minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid, mede namens de Minister van Buitenlandse Zaken en de Minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport, bij de Raad van State ter overweging aanhangig gemaakt het voorstel van wet tot goedkeuring van de op 6 november 1990 te Rome tot stand gekomen Europese Code inzake sociale zekerheid (herzien) (Trb. 1993, 123), met memorie van toelichting.
Jaar: 2021
Advies
Documenten: 1
Voorstel van rijkswet met memorie van toelichting houdende goedkeuring en uitvoering van de op 4 augustus 1995 te New York totstandgekomen Overeenkomst over de toepassing van de bepalingen van het Verdrag van de Verenigde Naties inzake het recht van de zee van 10 december 1982 die betrekking hebben op de instandhouding en het beheer van de grensoverschrijdende en de over grote afstanden trekkende visbestanden, met bijlagen (Trb.1996, 277 en Trb.2000, 40).Bij Kabinetsmissive van 29 mei 2001, no.01.002615, heeft Uwe Majesteit, op voordracht van de Staatssecretaris van Landbouw, Natuurbeheer en Visserij, mede namens de Minister van Buitenlandse Zaken, bij de Raad van State van het Koninkrijk ter overweging aanhangig gemaakt het voorstel van rijkswet met memorie van toelichting houdende goedkeuring en uitvoering van de op 4 augustus 1995 te New York totstandgekomen Overeenkomst over de toepassing van de bepalingen van het Verdrag van de Verenigde Naties inzake het recht van de zee van 10 december 1982 die betrekking hebben op de instandhouding en het beheer van de grensoverschrijdende en de over grote afstanden trekkende visbestanden, met bijlagen (Trb.1996, 277 en Trb.2000, 40).1. Het aanhangig gemaakte voorstel vloeit voort uit de op 4 augustus 1995 te New York totstandgekomen Overeenkomst over de toepassing van de bepalingen van het Verdrag van de Verenigde Naties inzake het recht van de zee van 10 december 1982 die betrekking hebben op de instandhouding en het beheer van de grensoverschrijdende en de over grote afstanden trekkende visbestanden (Trb.2000, 40). Het behelst zowel een voorstel van rijkswet houdende goedkeuring als een voorstel tot wijziging van de Visserijwet 1963 ter uitvoering van deze overeenkomst.Op zichzelf is het juist dat zowel de goedkeuringswet als de wettelijke regelingen ter uitvoering van een verdrag gelijktijdig in procedure worden gebracht (aanwijzing 311 van de Aanwijzingen voor de regelgeving). De Visserijwet 1963 is echter geen rijkswet. Daarom zullen naar de mening van de Raad van State van het Koninkrijk het voorstel van rijkswet tot goedkeuring van de overeenkomst en het voorstel van wet tot wijziging van de Visserijwet 1963 niet in één voorstel van rijkswet kunnen worden ondergebracht. De Raad adviseert daarom in dit geval twee afzonderlijke wetsvoorstellen in te dienen.2. Voor redactionele kanttekeningen verwijst het college naar de bij het advies behorende bijlage.De Raad van State van het Koninkrijk geeft U in overweging het voorstel van rijkswet te zenden aan de Tweede Kamer der Staten-Generaal, aan de Staten van de Nederlandse Antillen en aan die van Aruba, nadat met het vorenstaande rekening zal zijn gehouden. De Vice-President van de Raad van State van het Koninkrijk
Jaar: 2021
Advies
Documenten: 1
Voorstel van wet met memorie van toelichting tot goedkeuring van het voornemen tot opzegging van het op 28 juni 1962 te Genève totstandgekomen Verdrag betreffende de gelijkheid van behandeling van eigen onderdanen en vreemdelingen met betrekking tot de sociale zekerheid (Verdrag Nr. 118 aangenomen door de Internationale Arbeidsconferentie in haar zesenveertigste zitting; Trb. 1962, 122 en Trb.1964, 23).
Jaar: 2021
Advies
Documenten: 1
Voorstel van wet met memorie van toelichting tot goedkeuring van de op 9 april 2001 te Luxemburg totstandgekomen Stabilisatie- en associatieovereenkomst tussen de Europese Gemeenschappen en hun lidstaten, enerzijds, en de Voormalige Joegoslavische Republiek Macedonië, anderzijds.
Jaar: 2021
Advies
Documenten: 1
Voorstel van wet met memorie van toelichting houdende goedkeuring van de op 22 april 2002 te Valencia totstandgekomen Europees-mediterrane Overeenkomst waarbij een associatie tot stand wordt gebracht tussen de Europese Gemeenschap en haar lidstaten, enerzijds, en de Democratische Volksrepubliek Algerije, anderzijds (Trb.2002, 121).
Jaar: 2021
Advies
Documenten: 1
Voorstel van wet houdende goedkeuring van de op 27 juni 2014 te Brussel tot stand gekomen Associatieovereenkomst tussen de Europese Unie en de Europese Gemeenschap voor Atoomenergie en haar lidstaten, enerzijds, en de Republiek Moldavië, anderzijds (Trb. 2014, …), met memorie van toelichting.Bij Kabinetsmissive van 25 november 2014, no.2014002269, heeft Uwe Majesteit, op voordracht van de Minister van Buitenlandse Zaken, mede namens de Minister voor Buitenlandse Handel en Ontwikkelingssamenwerking, bij de Afdeling advisering van de Raad van State ter overweging aanhangig gemaakt het voorstel van wet houdende goedkeuring van de op 27 juni 2014 te Brussel tot stand gekomen Associatieovereenkomst tussen de Europese Unie en de Europese Gemeenschap voor Atoomenergie en haar lidstaten, enerzijds, en de Republiek Moldavië, anderzijds (Trb. 2014, …), met memorie van toelichting.
Jaar: 2021
Advies
Documenten: 1
Voorstel van rijkswet houdende goedkeuring van het op 13 december 2007 te Lissabon totstandgekomen Verdrag tot wijziging van het Verdrag betreffende de Europese Unie en het Verdrag tot oprichting van de Europese Gemeenschap, met memorie van toelichting.Van dit advies is een samenvatting gemaakt. Bij Kabinetsmissive van 3 januari 2008, no.07.004234, heeft Uwe Majesteit, op voordracht van de Minister van Buitenlandse Zaken, mede namens de Minister-President, Minister van Algemene Zaken en de Staatssecretaris van Buitenlandse Zaken, bij de Raad van State van het Koninkrijk ter overweging aanhangig gemaakt het voorstel van rijkswet houdende goedkeuring van het op 13 december 2007 te Lissabon totstandgekomen Verdrag tot wijziging van het Verdrag betreffende de Europese Unie en het Verdrag tot oprichting van de Europese Gemeenschap, met memorie van toelichting.
Jaar: 2021
Advies
Documenten: 1
Voorstel van rijkswet houdende goedkeuring en uitvoering van het op 10 april 2003 te San José totstandgekomen Verdrag inzake samenwerking bij de bestrijding van sluikhandel in verdovende middelen en psychotrope stoffen over zee en door de lucht in het Caribisch gebied (Trb. 2003, 82 en Trb. 2004, 54), met memorie van toelichting.Bij Kabinetsmissive van 14 juni 2007, no.07.001856, heeft Uwe Majesteit, op voordracht van de Minister van Buitenlandse Zaken, mede namens de Minister van Defensie en de Minister van Justitie, bij de Raad van State van het Koninkrijk ter overweging aanhangig gemaakt het voorstel van rijkswet houdende goedkeuring en uitvoering van het op 10 april 2003 te San José totstandgekomen Verdrag inzake samenwerking bij de bestrijding van sluikhandel in verdovende middelen en psychotrope stoffen over zee en door de lucht in het Caribisch gebied (Trb. 2003, 82 en Trb. 2004, 54), met memorie van toelichting.
Jaar: 2021
Advies
Documenten: 1
Voorstel van rijkswet tot goedkeuring van het voornemen tot opzegging van het op 8 april 1979 te Wenen tot stand gekomen Statuut van de Organisatie van de Verenigde Naties voor Industriële Ontwikkeling, met memorie van toelichting.Bij Kabinetsmissive van 9 maart 2016, no.2016000435, heeft Uwe Majesteit, op voordracht van de Minister van Buitenlandse Zaken, mede namens de Minister voor Buitenlandse Handel en Ontwikkelingssamenwerking, bij de Afdeling advisering van de Raad van State van het Koninkrijk ter overweging aanhangig gemaakt het voorstel van rijkswet tot goedkeuring van het voornemen tot opzegging van het op 8 april 1979 te Wenen tot stand gekomen Statuut van de Organisatie van de Verenigde Naties voor Industriële Ontwikkeling, met memorie van toelichting.
Jaar: 2021
Advies
Documenten: 1
Voorstel van wet houdende goedkeuring van de op 18 augustus 1960 te Washington tot stand gekomen Briefwisseling houdende een verdrag tussen de Regering van het Koninkrijk der Nederlanden en de Regering van de Verenigde Staten van Amerika inzake beveiliging van gerubriceerde gegevens; en de op 6 april 1981 te ’s-Gravenhage tot stand gekomen Notawisseling houdende een verdrag tot wijziging van de Briefwisseling houdende een verdrag tussen de Regering van het Koninkrijk der Nederlanden en de Regering van de Verenigde Staten van Amerika inzake beveiliging van gerubriceerde gegevens (Trb. 2017, 193).Bij Kabinetsmissive van 14 februari 2018, no.2018000296, heeft Uwe Majesteit, op voordracht van de Minister van Buitenlandse Zaken, mede namens de Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties en de Minister van Defensie, bij de Afdeling advisering van de Raad van State ter overweging aanhangig gemaakt het voorstel van wet houdende goedkeuring van de op 18 augustus 1960 te Washington tot stand gekomen Briefwisseling houdende een verdrag tussen de Regering van het Koninkrijk der Nederlanden en de Regering van de Verenigde Staten van Amerika inzake beveiliging van gerubriceerde gegevens; en de op 6 april 1981 te ’s-Gravenhage tot stand gekomen Notawisseling houdende een verdrag tot wijziging van de Briefwisseling houdende een verdrag tussen de Regering van het Koninkrijk der Nederlanden en de Regering van de Verenigde Staten van Amerika inzake beveiliging van gerubriceerde gegevens (Trb. 2017, 193), met memorie van toelichting.
Jaar: 2021
Advies
Documenten: 1
Voorstel van rijkswet met memorie van toelichting houdende goedkeuring van het op 3 november 2001 te Rome totstandgekomen Internationaal Verdrag inzake plantgenetische bronnen voor voedsel en landbouw, met bijlagen (Trb. 2002, 134).Bij Kabinetsmissive van 18 juli 2003, no.03.003050, heeft Uwe Majesteit, op voordracht van de Minister van Buitenlandse Zaken, mede namens de Minister van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit, bij de Raad van State van het Koninkrijk ter overweging aanhangig gemaakt het voorstel van rijkswet met memorie van toelichting houdende goedkeuring van het op 3 november 2001 te Rome totstandgekomen Internationaal Verdrag inzake plantgenetische bronnen voor voedsel en landbouw, met bijlagen (Trb. 2002, 134).1. Het voorstel van rijkswet strekt tot goedkeuring voor het gehele Koninkrijk. In de memorie van toelichting dient derhalve te worden uiteengezet hoe aan het verdrag in het Koninkrijk als geheel, en in elk der landen van het Koninkrijk afzonderlijk uitvoering kan worden gegeven. In de paragrafen 3 en 4 van de memorie van toelichting wordt uitsluitend ingegaan op de gevolgen van het verdrag voor Nederland. De Raad van State van het Koninkrijk adviseert deze uiteenzetting aan te vullen voor de Nederlandse Antillen en Aruba.2. Voor een redactionele kanttekening verwijst het college naar de bij het advies behorende bijlage.De Raad van State van het Koninkrijk geeft U in overweging het voorstel van rijkswet te zenden aan de Tweede Kamer der Staten-Generaal, aan de Staten van de Nederlandse Antillen en aan die van Aruba, nadat aan het vorenstaande aandacht zal zijn geschonken.De Vice-President van de Raad van State van het Koninkrijk
Jaar: 2021
Advies
Documenten: 1
Voorstel van rijkswet met memorie van toelichting, houdende goedkeuring van het op 4 april 1997 te Oviedo totstandgekomen Verdrag tot bescherming van de rechten van de mens en de waardigheid van het menselijk wezen met betrekking tot de toepassing van de biologie en de geneeskunde: Verdrag inzake de rechten van de mens en de biogeneeskunde, en van het op 12 januari 1998 te Parijs totstandgekomen Aanvullend Protocol bij het Verdrag tot bescherming van de rechten van de mens en de waardigheid van het menselijk wezen met betrekking tot de toepassing van de biologie en de geneeskunde, betreffende het verbod op het kloneren van mensen.Bij Kabinetsmissive van 16 februari 2000, no.00.000749, heeft Uwe Majesteit, op voordracht van de Minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport, mede namens de Minister van Buitenlandse Zaken en de Minister van Justitie, bij de Raad van State van het Koninkrijk ter overweging aanhangig gemaakt het voorstel van rijkswet met memorie van toelichting, houdende goedkeuring van het op 4 april 1997 te Oviedo totstandgekomen Verdrag tot bescherming van de rechten van de mens en de waardigheid van het menselijk wezen met betrekking tot de toepassing van de biologie en de geneeskunde: Verdrag inzake de rechten van de mens en de biogeneeskunde, en van het op 12 januari 1998 te Parijs totstandgekomen Aanvullend Protocol bij het Verdrag tot bescherming van de rechten van de mens en de waardigheid van het menselijk wezen met betrekking tot de toepassing van de biologie en de geneeskunde, betreffende het verbod op het kloneren van mensen. Het wetsvoorstel strekt tot goedkeuring voor Nederland en de Nederlandse Antillen van het Verdrag tot bescherming van de rechten van de mens en de waardigheid van het menselijk wezen met betrekking tot de toepassing van de biologie en de geneeskunde (Oviedo: 4 april 1997)(zie noot 1) en van het Aanvullend Protocol bij dat Verdrag, betreffende het verbod op het kloneren van mensen (Parijs: 12 januari 1998).(zie noot 2) Ingevolge het wetsvoorstel zullen bij de goedkeuring voorbehouden worden gemaakt ten aanzien van het verbod op het opzettelijk wijzigen van het menselijk genetisch materiaal, ten aanzien van het verbod op het doen ontstaan van een embryo speciaal voor wetenschappelijk onderzoek en ten aanzien van de mogelijkheid om regeneratief weefsel weg te nemen bij personen die niet in staat zijn hun toestemming te verlenen. De Raad van State van het Koninkrijk komt in dit advies tot de conclusie dat gelet op de verstrekkende en mogelijk ingrijpende implicaties van bepalingen van het verdrag, mede gezien de eventuele rechtstreekse werking daarvan, de noodzaak van goedkeuring nadere toelichting behoeft en goedkeuring in ieder geval pas overwogen zou moeten worden als zeker is dat een groot aantal landen, waaronder voor de ontwikkeling op dit terrein bepalende meeste andere landen, insgelijks tot goedkeuring zalzullen overgaan. 1. De ratificatie van het verdrag Het verdrag vormt een reactie op de ontwikkelingen op het gebied van de geneeskunde en de medische-wetenschap. Het heeft, zoals de toelichting op het wetsvoorstel het stelt, "ten doel het individu een minimumbeschermingsniveau te bieden bij (nieuwe) toepassingsmogelijkheden van de biologie en de geneeskunde". Naast regels met betrekking tot handelingen op het gebied van de gezondheidszorg (inzake toegang, professionaliteit, toestemming, recht op informatie en bescherming van het privé-leven) bevat het bepalingen over wetenschappelijk onderzoek, orgaantransplantatie en de omgang met het menselijk genoom. Blijkens de toelichting moet het verdrag beschouwd worden als een aanvulling op het Europees Verdrag voor de rechten van de mens en de fundamentele vrijheden,(zie noot 3) dat nadruk legt op specifieke waarden van de persoon in relatie tot de geneeskunde en de biologie. Als zodanig zou het mede een aanvulling vormen op andere internationale instrumenten voor de bescherming van de rechten van de mens. In overeenstemming met dit karakter hebben veel bepalingen van het verdrag een brede, beginselachtige strekking. Zo opent het verdrag met vier fundamentele bepalingen; inzake het primaat van het menselijk wezen, de gelijke toegangsmogelijkheden tot de gezondheidszorg, de eisen die aan handelen op het gebied van de gezondheidszorg moet worden aangelegd, en het vereiste van instemming voor handelingen op het terrein van de gezondheidszorg. Het zijn inspirerende beginselen die als uitgangspunt of als doelstelling niet misstaan, maar waarvan men zich moet afvragen of het hier inderdaad minimumnormen betreft die als bindende verdragsverplichting en eventueel als rechtsnorm kunnen dienen. Want naar hun bewoording kunnen diverse bepalingen heel wel rechtstreekse werking hebben. Die mogelijkheidDat is ook niet uitgesloten. ZijHet lijkt besloten te liggen in artikel 26, eerste lid, en wordt ook in de toelichting bevestigd. Mede om die reden dient duidelijkheid te bestaan over inhoud, strekking en implicaties van de bepalingen van het verdrag. Met betrekking tot diverse bepalingen is dat echter niet het geval. De Raad wil dit toelichten aan de hand van enkele van de voorgestelde artikelen. Ingevolge artikel 3 moeten partijen "binnen hun jurisdictie zorg dragen voor gelijke toegangsmogelijkheden tot gezondheidszorg van passende kwaliteit". De bepaling richt zich tot partijen en erkent dat de beschikbare middelen grenzen kunnen stellen. Dat laat onverlet dat de bepaling niet spreekt van een minimumpakket aan voorzieningen of van noodzakelijke medische zorg, maar in het algemeen van "gelijke toegangsmogelijkheden voor gezondheidszorg van passende kwaliteit". Potentieel houdt de verplichting in dat in beginsel iedere medische voorziening voor ieder gelijkelijk beschikbaar moet zijn, ongeacht inkomen, arbeid, leeftijd, verblijfsstatus, enz. Betwijfeld kan worden of de Nederlandse wetgeving op dat punt voldoet. De Koppelingswet waar de toelichting in dit verband op wijst, is slechts een voorbeeld. Weliswaar wordt daarbij gesteld dat deze wet voldoet aan artikel 3, nu de regering zich op het standpunt stelt dat ook illegalen de noodzakelijke medische zorg moeten kunnen krijgen. Dit berust echter op een lezing van artikel 3 waarbij de strekking beperkt is tot de "noodzakelijke" medische zorg; een beperking die niet uit de tekst van het artikel voortvloeit; het artikel spreekt van gezondheidszorg van passende kwaliteit in het algemeen. Ook op andere punten is allerminst zeker dat de wetgeving en feitelijke situatie in Nederland voldoen aan het beginsel van artikel 3 (wachtlijsten, beperkte bekostiging van bepaalde medische ingrepen, eventuele prioriteiten bij behandeling). Voorts kan gewezen worden op artikel 4 waarin wordt bepaald dat elke handeling op het gebied van de gezondheidszorg dient te worden verricht overeenkomstig de desbetreffende professionele verplichtingen en standaarden. De toelichting stelt dat dit artikel voor Nederland is uitgevoerd in de Wet geneeskundige behandelingsovereenkomst en de Wet op de beroepen in de individuele gezondheidszorg. Dat miskent dat deze wetten bepaalde beroepen en bepaalde behandelingen betreffen en niet "elke handeling op het terrein van de gezondheidszorg, met inbegrip van onderzoek". Bij dat laatste hoeft het niet altijd te gaan om medisch-wetenschappelijk onderzoek met mensen, maar kan het gaan om alle mogelijk onderzoek op het terrein van de geneeskunde en gezondheidszorg. Of daarvoor "professionele verplichtingen en standaarden" bestaan en of die nodig zijn, wordt niet vermeld in de toelichting. De mogelijke implicatie van de bepaling in artikel; 4 is voorts, dat in een situatie waarin, al dan niet tijdelijk, gezondheidszorg wegens tekort aan personeel of middelen niet verzekerd kan worden, dit tekort tot het niet-behandelen van patiënten aanleiding zou kunnen geven. Betwijfeld moet dan ook worden of te allen tijde en op alle plaatsen in het Koninkrijk waar het verdrag zal gelden aan de verplichting van artikel 4 kan worden voldaan. De bepaling houdt in, dat gezondheidszorg ondergeschikt is aan de professionele vaardigheden en kwaliteiten van de verzorger. Dat zou een omkeer van waarden impliceren. Gezondheidszorg is het belangrijker goed; zij moet zo nodig ook gegeven worden als daarbij niet aan alle daaraan te stellen professionele eisen voldaan kan worden. Ook de inhoud, reikwijdte en implicaties van artikel 5 dat geen handeling op het gebied van de gezondheidszorg mag worden verricht dan na voorafgaande vrijwillige toestemming zijn onbepaald. De huidige Nederlandse wetgeving waarnaar in de toelichting wordt verwezen (artikel 7:450 van het Burgerlijk Wetboek (BW)) plaatst dit vereiste in het kader van een gerichte behandeling. Artikel 5 omvat naar zijn bewoording echter iedere handeling, en houdt als het ware in: geen zorg en hulp zonder instemming. In dat verband moet onderkend worden dat het vereiste van positieve instemming in dit verband verstrekkender is ruimer dan expliciete weigering. Implicatie van artikel 5 zou onder meer kunnen zijn dat algemene voorzieningen en verplichtingen in het belang van de volksgezondheid, bijvoorbeeld ter bestrijding van besmettelijke ziekten zoals verplichte vaccinatie, in de toekomst nog slechts zullen zijn toegestaan indien voldaan is aan de in artikel 26 genoemde uitzonderingsgronden. Een vierde artikel waarvan de inhoud, reikwijdte en dus de gevolgen niet duidelijk zijn is artikel 21 waarin wordt bepaald dat het menselijk lichaam en zijn bestanddelen als zodanig niet mogen dienen tot verkrijging van financieel voordeel. Ook indien mag worden aangenomen dat deze bepaling niet slaat op prostitutie, pornografie en gezondheidszorg is de bewoording zeer ruim. Blijkens het toelichtend rapport is de bepaling vooral geconcipieerd met het oog op orgaandonatie. In de toelichting bij het wetsvoorstel wordt evenwel gewezen op diverse andere situaties waarin vergoedingen worden gegeven waarop de bepaling ook van toepassing lijkt te zijn en waarin vergoedingen worden gegeven. Gesteld wordt dat de regeling nog verdere uitwerking behoeft in nog vast te stellen wetgeving inzake de zeggenschap over lichaamsmateriaal en dat de regering er overigens van uitgaat dat bijvoorbeeld het vergoeden van proefpersonen niet in strijd is met de bepaling van artikel 21 mits de vergoeding niet in onevenredige mate hun medewerking bepaalt. Mede gelet op artikel 36 verdient het aanbeveling dat wettelijke regelingen waarin de bepalingen van het verdrag moeten worden omgezet, zijn vastgesteld op het moment dat dit in werking treedt, zodat zo nodig voorbehouden kunnen worden gemaakt. Dit zou ook overwogen moeten worden met betrekking tot de uitleg die gegeven wordt van de vergoedingen voor proefpersonen, aangezien daarvoor geen steun te vinden is in het verdrag en het antwoord op de vraag of er een onevenredige invloed is van persoon tot persoon naar gelang hun welstand zal verschillen. Genoemde gevallen staan niet op zichzelf. Ook andere bepalingen zijn niet zonder uitleg begrijpelijk. Zo betekent artikel 2: "De belangen en het welzijn van het menselijk wezen (personen) gaan boven het uitsluitend belang van de samenleving en de wetenschap." ongetwijfeld niet dat persoonlijk belang boven het algemeen belang gaat - hetgeen men er in zou kunnen lezen - maar wat er dan wel bedoeld wordt zal uit nadere uitleg moeten blijken. Voorzover aan de bepalingen rechtstreekse werking toekomt, zal het de rechter zijn die beslist over die uitleg en de implicaties daarvan voor de nationale wetgeving. Diverse bepalingen lenen zich daarvoor. Uit artikel 26 lijkt voort te vloeien dat zulks het geval is met de in het tweede lid daarvan genoemde artikelen. De toelichting op het wetsvoorstel noemt weer andere bepalingen in dit verband. Bovendien wordt in artikel 29 het Europese Hof voor de Rechten van de Mens bevoegd verklaard om los van een concreet geschil, op verzoek, te beslissen over de uitleg van het verdrag. Het houdt een quasi-wetgevende bevoegdheid in waarvoor weinig of geen precedenten bestaan. Gelet op het voorgaande is het de vraag of ratificatie van het verdrag wenselijk is. In de memorie van toelichting wordt als reden voor bekrachtiging van het verdrag genoemd dat dit een bevestiging vormt dat Nederland de verdragsbeginselen als algemene minimumnormen aanvaardt voor de bescherming van de rechten van de mens en de waardigheid van het menselijk wezen bij de toepassing van de geneeskunde en de biologie. Daarmee zou een signaal gegeven worden aan de overige lidstaten van de Raad van Europa die nog geen regelgeving hebben op de terreinen die in het verdrag worden genoemd. Als specifiek verdrag zou het een meer effectieve bescherming bieden dan verdragen met een meer algemene strekking. Voorts zou middels de harmoniserende werking van het verdrag voorkomen worden dat er al te grote verschillen ontstaan tussen de wetgeving van verschillende landen. Het kunnen op zichzelf geldige argumenten zijn, maar dit veronderstelt dat er op dit terrein bijzondere behoefte bestaat aan een dergelijke bescherming en aan harmonisatie. Gegeven de voorrang op het nationale recht van verdragsverplichtingen en de betrekkelijke onveranderbaarheid daarvan, past enige terughoudendheid bij het zonder concrete noodzaak aangaan van dergelijke verplichtingen. Die rigiditeit wordt niet, zoals de toelichting stelt, opgelost door het gebruik van algemene formuleringen die dynamisch geïnterpreteerd kunnen worden. Het is immers niet zeker of de uitleg van die bepalingen berust bij de nationale wetgever, in welk geval zij nauwelijks harmoniserende werking zullen hebben, of dat deze in andere handen is; in welk geval de bepalingen door hun uitleg nu nog onbekende, wellicht onbedoelde en mogelijk ongewenste beperkingen kunnen stellen aan de ontwikkeling van het nationale recht. Terughoudendheid met het aangaan van de voorliggende verplichtingen geldt voorts omdat het niet onwaarschijnlijk is dat de rechter te zijner tijd tot de conclusie zal komen dat diverse bepalingen rechtstreekse werking hebben. Tenslotte past terughoudendheid omdat de potentieel verstrekkende gevolgen van de bepalingen waar in het voorgaande op gewezen werd, een terrein betreffen dat in ontwikkeling is. Die ontwikkelingen zijn voor de regering zelf al aanleiding om ten aanzien van drie bepalingen voorbehouden te formuleren en daartoe de Nederlandse wetgeving nog snel te wijzigen. De overweging dat het wenselijk is om te voorkomen dat verschillen in de wetgeving van onderscheiden landen ontstaan op het door het verdrag bestreken terrein, veronderstelt dat er een redelijke verwachting is dat een groot deel van de landen in de wereld deze of soortgelijke bepalingen aanvaardt. De ontwikkelingen op dit terrein zijn immers niet beperkt tot een of enkele landen in Europa. Indien een groot aantal van de landen die in dit opzicht relevant zijn, geen of andere regels kent op dit terrein, dan draagt goedkeuring van het verdrag immers niet bij aan harmonisatie maar leidt dit veeleer tot isolatie van Nederland en een tot nog toe beperkt aantal andere landen. Zoals de toelichting aangeeft, is dit al enige tijd verlopen sinds de ondertekening van het verdrag. Mitsdien bestaat vermoedelijk inzicht in de houding van omliggende landen ten aanzien van goedkeuring van het verdrag. De toelichting zou daaromtrent inzicht moeten bieden. In het licht van het streven naar harmonisatie behoeven de voorbehouden die Nederland maakt op het punt van het wetenschappelijk onderzoek met embryo’s en modificaties van het menselijk genoom in het bijzonder rechtvaardiging. Het betreft hier nu bij uitstek onderwerpen waar harmonisatie nodig is wil het beleid van ieder land afzonderlijk effectief zijn. Derhalve ware in het bijzonder ook aan te geven of andere landen op deze punten eveneens voorbehouden hebben gemaakt of zullen maken en indien niet waarom Nederland zulks wel doet ondanks het streven naar harmonisatie. In het licht van de verstrekkende en mogelijk ingrijpende implicaties van de verplichtingen van het verdrag - mede gezien de mogelijke rechtstreekse werking van diverse bepalingen daarvan - meent de Raad dat de goedkeuring van dit verdrag eerst overwogen zou moeten worden op het moment dat duidelijk is dat een groot aantal andere landen waaronder de voor de ontwikkeling op dit terrein bepalende landen, dit ook overweegt. Ook dan ware nog de noodzaak van internationale verplichtingen op dit terrein zorgvuldig af te wegen tegen de mogelijke gevolgen die deze hebben voor beleid en wetgeving in Nederland. Daartoe zou in de toelichting ingegaan moeten worden op alle aanpassingen die nodig zouden kunnen blijken voor uitvoering van de bepalingen van het verdrag. Waar bepalingen van het verdrag al zijn uitgevoerd ware specifiek naar de desbetreffende bepalingen in de Nederlandse wetgeving te verwijzen, anders blijft onduidelijk of de bepalingen uit het verdrag met die in de nationale wetgeving overeenkomen. Overwogen zou kunnen worden een transponeringstabel op te nemen. Wijzigingen die nog nodig zijn, zouden niet alleen aangekondigd moeten worden, maar voorgesteld en vastgesteld vóór het Koninkrijk voor Nederlandtot het verdrag toetreedt. 2. Toelichting en uitvoering Onverminderd de conclusie met betrekking tot de goedkeuring op dit moment van het verdrag, heeft de Raad enkele kanttekeningen bij de tekst en de toelichting op het wetsvoorstel. a. Het wetsvoorstel strekt tot goedkeuring van het Verdrag voor het Koninkrijk met uitzondering van Aruba. De toelichting beperkt zich evenwel uitsluitend tot Nederland; de implicaties en de wijze waarop daaraan uitvoering zal worden gegeven door Aruba, worden niet weergegeven. De Raad beveelt aan de toelichting op dit punt aan te vullen. b. Met betrekking tot drie artikelen stelt de regering voor om een voorbehoud te maken met het oog op - nog vast te stellen - afwijkende bepalingen in de Nederlandse wetgeving. Gegeven de brede formuleringen van de verdragsbepalingen zijn de voorbehouden wellicht te beperkt geformuleerd. Het voorgestelde voorbehoud met betrekking tot het verbod op het doen ontstaan van menselijke embryo’s voor onderzoeksdoeleinden (artikel 18, tweede lid) maakt slechts een voorbehoud ten aanzien van het doen ontstaan van embryo’s die speciaal voor onderzoek zijn gekweekt. De bepaling van artikel 18 noch het toelichtend rapport spreken echter van het "speciaal doen ontstaan", maar in het algemeen van het doen ontstaan. Blijkens de ontstaansgeschiedenis van de verdragsbepaling is het speciaal ("solely") daaruit vervallen teneinde ook het doen ontstaan van embryo’s in het kader van de IVF-behandeling te omvatten indien onnodige hoeveelheden embryo’s daarvoor worden gekweekt. Het voorgestelde voorbehoud omvat die gevallen niet. c. Artikel 7 heeft betrekking op de behandeling van geestelijke gestoorden tegen hun wil. De behandeling mag op grond van dit artikel alleen plaatsvinden als zonder een dergelijke behandeling, ernstige schade voor zijn of haar gezondheid te duchten is. In de toelichting wordt verwezen naar de Wet bijzondere opneming in psychiatrische ziekenhuizen. In deze wet gaat het echter om het opnemen van geestelijk gestoorden tegen hun wil als dit noodzakelijk is om het gevaar dat zij vormen voor anderen weg te nemen. Daarbij is het motief tot onvrijwillige behandeling niet altijd gelegen in het gevaar voor henzelf maar inals wel het gevaar dat zij vormen voor hun omgeving. Naar de mening van de Raad ware in de toelichting in te gaan op het hier bedoelde verschil en op de vraag of er in de praktijk geen behoefte bestaat aan een ruimere mogelijkheid tot gedwongen opneming. d. In artikel 24 wordt de lidstaten opgedragen in hun wetgeving een regeling te voorzien op grond waarvan degene die niet te rechtvaardigen schade heeft geleden als gevolg van een verrichting, recht heeft op schadevergoeding. De toelichting wijst in dit verband naar de Wet medisch-wetenschappelijk onderzoek met mensen, sociale zekerheidswetgeving en artikel 6:162 BW. In artikel 4 staat dat elke handeling op het gebied van de gezondheid dient te worden verricht overeenkomstig de desbetreffende professionele verplichtingen en standaarden. Daarmee lijkt een uitbreiding te worden gegeven aan de aansprakelijkheid van de beroepsgroep, want welke schade is te rechtvaardigen? In de toelichting ware in te gaan op de vraag of op grond van het verdrag een uitbreiding van schadevergoedingsacties terzake van medisch handelen te verwachten valt. De Raad van State van het Koninkrijk heeft mitsdien bezwaar tegen het voorstel van rijkswet en geeft U in overweging dit niet aldus te zenden aan de Tweede Kamer der Staten-Generaal en aan de Staten van de Nederlandse Antillen. De Vice-President van de Raad van State van het Koninkrijk
Jaar: 2021
Advies
Documenten: 1
Voorstel van wet tot goedkeuring van de op 10 mei 2010 te Brussel totstandgekomen Kaderovereenkomst tussen de Europese Unie en haar lidstaten, enerzijds, en de Republiek Korea, anderzijds (Trb. 2010, 172), met memorie van toelichting.Bij Kabinetsmissive van 2 maart 2011, no.11.000536, heeft Uwe Majesteit, op voordracht van de Minister van Buitenlandse Zaken, bij de Afdeling advisering van de Raad van State ter overweging aanhangig gemaakt het voorstel van wet tot goedkeuring van de op 10 mei 2010 te Brussel totstandgekomen Kaderovereenkomst tussen de Europese Unie en haar lidstaten, enerzijds, en de Republiek Korea, anderzijds (Trb. 2010, 172), met memorie van toelichting.
Jaar: 2021
Advies
Documenten: 1
Voorstel van wet tot goedkeuring van het op 6 oktober 2010 te Brussel tot stand gekomen Vrijhandelsakkoord tussen de Europese Unie en haar lidstaten, enerzijds, en de Republiek Korea, anderzijds (Trb. ......), met memorie van toelichting.Bij Kabinetsmissive van 2 maart 2011, no.11.000535, heeft Uwe Majesteit, op voordracht van de Minister van Economische Zaken, Landbouw en Innovatie, mede namens de Minister van Buitenlandse Zaken, bij de Afdeling advisering van de Raad van State ter overweging aanhangig gemaakt het voorstel van wet tot goedkeuring van het op 6 oktober 2010 te Brussel tot stand gekomen Vrijhandelsakkoord tussen de Europese Unie en haar lidstaten, enerzijds, en de Republiek Korea, anderzijds (Trb. ......), met memorie van toelichting.
Jaar: 2021
Advies
Documenten: 1
Bij Kabinetsmissive van 24 november 2021, no.2021002319, heeft Uwe Majesteit, op voordracht van de Staatssecretaris van Financiën, bij de Afdeling advisering van de Raad van State ter overweging aanhangig gemaakt het ontwerpbesluit tot wijziging van enige uitvoeringsbesluiten op het gebied van de belastingen en enige andere besluiten, met nota van toelichting.
Jaar: 2021
Advies
Documenten: 1
Bij Kabinetsmissive van 14 oktober 2021, no.2021002042, heeft Uwe Majesteit, op voordracht van de Minister voor Rechtsbescherming, bij de Afdeling advisering van de Raad van State ter overweging aanhangig gemaakt het voorstel van wet tot wijziging van de Wet rechtspositie rechterlijke ambtenaren en enkele andere wetten in verband met de herpositionering van het overeenstemmingsvereiste met betrekking tot rechtspositionele regels met gevolgen voor rechten en plichten van individuele rechterlijke ambtenaren, met memorie van toelichting.
Jaar: 2021
Advies
Documenten: 1
Bij Kabinetsmissive van 16 november 2021, no.2021002249, heeft Uwe Majesteit, op voordracht van de Staatssecretaris van Sociale Zaken en Werkgelegenheid, bij de Afdeling advisering van de Raad van State ter overweging aanhangig gemaakt het ontwerpbesluit houdende wijziging van het Arbeidsomstandighedenbesluit in verband met enkele technische wijzigingen en klein beleid, met nota van toelichting.
Jaar: 2021
Advies
Documenten: 1
Bij Kabinetsmissive van 20 oktober 2021, no.2021002081, heeft Uwe Majesteit, op voordracht van de Staatssecretaris van Sociale Zaken en Werkgelegenheid, mede namens de Staatssecretaris van Financiën, bij de Afdeling advisering van de Raad van State ter overweging aanhangig gemaakt het voorstel van wet tot wijziging van de Pensioenwet, de Wet inkomstenbelasting 2001 en enige andere wetten in verband met aanpassing van de regeling voor waardeoverdracht en afkoop klein pensioen en invoering van afkoop klein nettopensioen en nettolijfrente, met memorie van toelichting.
Jaar: 2021
Advies
Documenten: 1
Bij Kabinetsmissive van 15 juni 2021, no.2021001147, heeft Uwe Majesteit, op voordracht van de Minister van Justitie en Veiligheid, mede namens de Minister voor Rechtsbescherming, bij de Afdeling advisering van de Raad van State ter overweging aanhangig gemaakt het voorstel van wet houdende wijziging van enkele wetten op het gebied van Justitie en Veiligheid in verband met aanpassingen van overwegend technische aard (Verzamelwet Justitie en Veiligheid 2021), met memorie van toelichting.
Jaar: 2021
Advies
Documenten: 1
Bij Kabinetsmissive van 2 juli 2021, no.2021001306, heeft Uwe Majesteit, op voordracht van de Staatssecretaris van Infrastructuur en Waterstaat, bij de Afdeling advisering van de Raad van State ter overweging aanhangig gemaakt het ontwerpbesluit tot wijziging van het Besluit energie vervoer in verband met de implementatie van Richtlijn (EU) 2018/2001 van het Europees Parlement en de Raad van 11 december 2018 ter bevordering van het gebruik van energie uit hernieuwbare bronnen en ter uitvoering van het Klimaatakkoord, met nota van toelichting.
Jaar: 2021
Advies
Documenten: 1
Bij Kabinetsmissive van 5 oktober 2021, no.2021001981, heeft Uwe Majesteit, op voordracht van de Minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport, mede namens de Staatssecretaris van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties, bij de Afdeling advisering van de Raad van State ter overweging aanhangig gemaakt het voorstel van wet tot wijziging van een aantal wetten op het terrein van het Ministerie van Volksgezondheid, Welzijn en Sport (Verzamelwet VWS 2022), met memorie van toelichting.
Jaar: 2021
Advies
Documenten: 1
Bij Kabinetsmissive van 11 oktober 2021, no.2021002016, heeft Uwe Majesteit, op voordracht van de Minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap, in overeenstemming met de Minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid, bij de Afdeling advisering van de Raad van State ter overweging aanhangig gemaakt het ontwerpbesluit tot wijziging van onder andere het Examen- en kwalificatiebesluit beroepsopleidingen WEB in verband met de uitwerking van het taalschakeltraject als opleiding educatie en de onderwijsroute in het inburgeringsstelsel, met nota van toelichting.
Jaar: 2021
Advies
Documenten: 1
Bij Kabinetsmissive van 17 november 2021, no.2021002257, heeft Uwe Majesteit, op voordracht van de Staatssecretaris van Sociale Zaken en Werkgelegenheid, bij de Afdeling advisering van de Raad van State ter overweging aanhangig gemaakt het ontwerpbesluit tot wijziging Besluit garantiebedrag Wajong in verband met de tijdelijke verlenging van de periode van het garantiebedrag, met nota van toelichting.
Jaar: 2021
Advies
Documenten: 1
Bij Kabinetsmissive van 20 augustus 2021, no.2021001596, heeft Uwe Majesteit, op voordracht van de Minister-President, de Minister van Algemene Zaken, in overeenstemming met de Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties en de Minister van Defensie, bij de Afdeling advisering van de Raad van State ter overweging aanhangig gemaakt het ontwerpbesluit houdende wijziging Rechtspositiebesluit toetsingscommissie inzet bevoegdheden en commissie van toezicht op de inlichtingen- en veiligheidsdiensten 2021, met nota van toelichting.
Jaar: 2021
Advies
Documenten: 1
Bij Kabinetsmissive van 8 november 2021, no.2021002191, heeft Uwe Majesteit, op voordracht van de Staatssecretaris van Economische Zaken en Klimaat, bij de Afdeling advisering van de Raad van State ter overweging aanhangig gemaakt het ontwerpbesluit houdende regels met betrekking tot vergoeding van schade van exploitanten van kolencentrales in verband met de beperking van de CO2-emissie (Besluit nadeelcompensatie productiebeperking kolencentrales), met nota van toelichting.
Jaar: 2021
Advies
Documenten: 1
Bij Kabinetsmissive van 17 juni 2021, no.2021001165, heeft Uwe Majesteit, op voordracht van de Minister van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit, bij de Afdeling advisering van de Raad van State ter overweging aanhangig gemaakt het voorstel van wet houdende wijziging van de Visserijwet 1963 in verband met de invoering van de bestuurlijke boete, met memorie van toelichting.
Jaar: 2021
Advies
Documenten: 1
Bij Kabinetsmissive van 26 juni 2018, no.2018001129, heeft Uwe Majesteit, op voordracht van de Minister voor Rechtsbescherming, bij de Afdeling advisering van de Raad van State ter overweging aanhangig gemaakt het ontwerpbesluit tot wijziging van het Besluit vergoedingen rechtsbijstand 2000 en het Besluit rechtsbijstand- en toevoegcriteria in verband met de invoering van bijzondere procedurele bepalingen in het Vreemdelingenbesluit 2000 onder andere voor situaties waarin sprake is van een aanzienlijke toename van het aantal asielaanvragen, met nota van toelichting.
Jaar: 2021
Advies
Documenten: 1
Bij Kabinetsmissive van 20 oktober 2021, no.2021002082, heeft Uwe Majesteit, op voordracht van de Staatssecretaris van Sociale Zaken en Werkgelegenheid, bij de Afdeling advisering van de Raad van State ter overweging aanhangig gemaakt het ontwerpbesluit tot wijziging van diverse algemene maatregelen van bestuur van het Ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid in verband met kleine beleidsmatige, technische en redactionele wijzigingen (Verzamelbesluit SZW 2022), met nota van toelichting.
Jaar: 2021
Advies
Documenten: 1
Bij Kabinetsmissive van 6 juli 2021, no.2021001327, heeft Uwe Majesteit, op voordracht van de Minister van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit, bij de Afdeling advisering van de Raad van State ter overweging aanhangig gemaakt het ontwerpbesluit tot wijziging van het Besluit diergeneeskundigen in verband met het toestaan van dry needling bij dieren door dierenfysiotherapeuten, van het Besluit houders van dieren in verband met een wijziging van de regels voor het houden van insecten, en van het Besluit dierlijke producten in verband met enkele technische verbeteringen, met nota van toelichting.
Jaar: 2021
Advies
Documenten: 1
Bij Kabinetsmissive van 29 november 2021, no.2021002129, heeft Uwe Majesteit, op voordracht van de Minister van Financiën, bij de Afdeling advisering van de Raad van State ter overweging aanhangig gemaakt het ontwerpbesluit tot wijziging van het Besluit bekostiging financieel toezicht 2019 in verband met uitbreiding van het accountantstoezicht door de AFM en doorberekening van integriteitstoezicht aan betaalinstellingen met een vergunning in een andere lidstaat, met nota van toelichting.
Jaar: 2021
Advies
Documenten: 1
Bij Kabinetsmissive van 25 november 2021, no.2021002336, heeft Uwe Majesteit, op voordracht van de Staatssecretaris van Infrastructuur en Waterstaat, bij de Afdeling advisering van de Raad van State ter overweging aanhangig gemaakt het ontwerpbesluit tot wijziging van het Vuurwerkbesluit in verband met een tijdelijk vuurwerkverbod vanwege COVID-19, met nota van toelichting.
Jaar: 2021
Advies
Documenten: 1
Bij Kabinetsmissive van 14 juli 2021, no.2021001418, heeft Uwe Majesteit, op voordracht van de Minister van Infrastructuur en Waterstaat, bij de Afdeling advisering van de Raad van State ter overweging aanhangig gemaakt het ontwerpbesluit tot wijziging van het Besluit markttoezicht registerloodsen en het Besluit opleidingen en bevoegdheden nautische beroepsbeoefenaren in verband met de actualisatie van het markttoezicht op het aanbod van dienstverlening door registerloodsen (Besluit actualisatie markttoezicht registerloodsen), met nota van toelichting.
Jaar: 2021
Advies
Documenten: 1
Bij Kabinetsmissive van 4 november 2021, no.2021002149, heeft Uwe Majesteit, op voordracht van de Minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport, bij de Afdeling advisering van de Raad van State ter overweging aanhangig gemaakt het ontwerpbesluit houdende wijziging van het Besluit gebruik burgerservicenummer in de zorg teneinde een grondslag te verschaffen voor het verwerken van het BSN van medewerkers van aangewezen volkenrechtelijke organisaties, met nota van toelichting.
Jaar: 2021
Advies
Documenten: 1
Bij Kabinetsmissive van 30 april 2021, no.2021000858, heeft Uwe Majesteit, op voordracht van de Staatssecretaris van Infrastructuur en Waterstaat, bij de Afdeling advisering van de Raad van State ter overweging aanhangig gemaakt het ontwerpbesluit houdende wijziging van het Besluit spoorverkeer in verband met de rechtstreekse werking van Uitvoeringsverordening (EU) 2019/773 van de Commissie van 16 mei 2019 betreffende de technische specificaties inzake interoperabiliteit van het subsysteem exploitatie en verkeersleiding van het spoorwegsysteem in de Europese Unie en tot intrekking van Besluit 2012/757/EU (PbEU 2019, L 1391) alsmede wijziging van het Besluit spoorwegpersoneel 2011 in verband met betere aansluiting op de praktijk van het aan- en afkoppelen van locomotieven en treinstellen en regeling van de verlenging van de machinistenvergunningen, met nota van toelichting.
Jaar: 2021
Advies
Documenten: 1
Bij Kabinetsmissive van 4 oktober 2021, no.2021001955, heeft Uwe Majesteit, op voordracht van de Minister voor Basis- en Voortgezet Onderwijs en Media, bij de Afdeling advisering van de Raad van State ter overweging aanhangig gemaakt het ontwerpbesluit houdende voorschriften inzake de bekostiging van basisscholen en speciale scholen voor basisonderwijs (Besluit bekostiging WPO 20xx), met nota van toelichting.
Jaar: 2021
Advies
Documenten: 1
Bij Kabinetsmissive van 15 juli 2021, no.2021001421, heeft Uwe Majesteit, op voordracht van de Minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid, in overeenstemming met de Staatssecretaris van Justitie en Veiligheid, bij de Afdeling advisering van de Raad van State ter overweging aanhangig gemaakt het ontwerpbesluit houdende de herziening van het Besluit uitvoering Wet arbeid vreemdelingen (Besluit uitvoering Wet arbeid vreemdelingen 2022), met nota van toelichting.
Jaar: 2021
Advies
Documenten: 1
Bij Kabinetsmissive van 14 juli 2021, no.2021001417, heeft Uwe Majesteit, op voordracht van de Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties, bij de Afdeling advisering van de Raad van State ter overweging aanhangig gemaakt het ontwerpbesluit houdende wijziging van het Besluit basisregistratie ondergrond en het Invoeringsbesluit Omgevingswet met betrekking tot het aanwijzen van registratieobjecten en een technische wijziging (vierde tranche), met nota van toelichting.
Jaar: 2021
Advies
Documenten: 1
Ongevraagd advies 'van noodwet tot crisisrecht'.INHOUDSOPGAVE VAN NOODWET TOT CRISISRECHT
Jaar: 2021
Advies
Documenten: 1
Bij Kabinetsmissive van 21 juli 2021, no.2021001497, heeft Uwe Majesteit, op voordracht van de Minister van Buitenlandse Zaken, mede namens de Staatssecretaris van Financiën, bij de Afdeling advisering van de Raad van State van het Koninkrijk ter overweging aanhangig gemaakt de wijziging van de Douaneovereenkomst inzake het internationale vervoer van goederen onder dekking van carnets TIR (TIR-Overeenkomst); Genève, 15 oktober 2020 (Trb. 2021, 73), met toelichtende nota.
Jaar: 2021
Advies
Documenten: 1
Bij Kabinetsmissive van 8 juni 2021, no.2021001100, heeft Uwe Majesteit, op voordracht van de Minister van Justitie en Veiligheid, bij de Afdeling advisering van de Raad van State ter overweging aanhangig gemaakt het voorstel van wet houdende wijziging van het Wetboek van Strafrecht in verband met het zelfstandig strafbaar stellen van voorbereidingshandelingen met het oog op het plegen van seksueel misbruik met kinderen, met memorie van toelichting.
Jaar: 2021
Advies
Documenten: 1
Bij Kabinetsmissive van 12 oktober 2021, no.2021001979, heeft Uwe Majesteit, op voordracht van de Minister voor Rechtsbescherming, bij de Afdeling advisering van de Raad van State ter overweging aanhangig gemaakt het voorstel van wet houdende wijziging van enige bepalingen in Boek 1 en Boek 10 van het Burgerlijk Wetboek en van Boek 1 van het Burgerlijk Wetboek van Bonaire, Sint Eustatius en Saba met betrekking tot de keuze van de geslachtsnaam (introductie gecombineerde geslachtsnaam), met memorie van toelichting.
Jaar: 2021
Advies
Documenten: 1
Bij Kabinetsmissive van 12 juli 2021, no.2021001390, heeft Uwe Majesteit, op voordracht van de Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties, mede namens de Staatssecretaris van Financiën, bij de Afdeling advisering van de Raad van State ter overweging aanhangig gemaakt het ontwerpbesluit houdende vaststelling van de decentralisatie- en integratie-uitkeringen aan de gemeenten en provincies voor het uitkeringsjaar 2018 (Besluit vaststelling decentralisatie-en integratie-uitkeringen 2018), met nota van toelichting.
Jaar: 2021
Advies
Documenten: 1
Bij Kabinetsmissive van 13 juli 2021, no.2021001401, heeft Uwe Majesteit, op voordracht van de Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties, in overeenstemming met de Minister van Infrastructuur en Waterstaat, bij de Afdeling advisering van de Raad van State ter overweging aanhangig gemaakt het ontwerpbesluit tot wijziging van het Besluit uitvoering Crisis- en herstelwet (Besluit uitvoering Crisis-en herstelwet (tweeëntwintigste tranche)), met nota van toelichting.
Jaar: 2021
Advies
Documenten: 1
Bij Kabinetsmissive van 19 maart 2021, no.2021000511, heeft Uwe Majesteit, op voordracht van de Staatssecretaris van Economische Zaken en Klimaat, bij de Afdeling advisering van de Raad van State ter overweging aanhangig gemaakt het voorstel van wet houdende wijziging van de Mededingingswet in verband met aanpassing van de bepalingen over markt en overheid, met memorie van toelichting.
Jaar: 2021
Advies
Documenten: 1
Bij Kabinetsmissive van 22 juni 2021, no.2021001218, heeft Uwe Majesteit, op voordracht van de Minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid, bij de Afdeling advisering van de Raad van State ter overweging aanhangig gemaakt het ontwerpbesluit tot wijziging van het Algemeen inkomensbesluit socialezekerheidswetten, het Dagloonbesluit werknemersverzekeringen en enkele andere besluiten in verband met de invoering van de Wet betaald ouderschapsverlof waarin is geregeld dat een werknemer recht heeft op een uitkering tijdens het ouderschapsverlof, met nota van toelichting.
Jaar: 2021
Advies
Documenten: 1
Krachtens Koninklijke machtiging heeft de Minister van Infrastructuur en Waterstaat met een schrijven van 20 augustus 2021, no.RWS-2021/24037, bij de Afdeling advisering van de Raad van State ter overweging aanhangig gemaakt een voordracht met ontwerpbesluit tot aanwijzing van onroerende zaken ter onteigening in de gemeenten Echt-Susteren, Sittard-Geleen en Stein krachtens artikel 72a van de onteigeningswet (onteigening voor het project A2 Structurele verbreding Het Vonderen – Kerensheide: de verbreding van de rijksweg A2 vanaf de kruising met de rijksweg A73 in het knooppunt Het Vonderen tot circa 450 meter na de kruising met de N294/Urmonderbaan, alsmede voor de verbreding van een gedeelte van de rijksweg A73 vanaf de kruising met de rijksweg A2 in het knooppunt Het Vonderen tot de aansluiting op de rijksweg A2 ten zuiden van de kruising met de Heiweg, met bijkomende werken).
Jaar: 2021
Advies
Documenten: 1
Bij Kabinetsmissive van 30 juni 2021, no.2020001183, heeft Uwe Majesteit, op voordracht van de Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties, mede namens de Minister van Infrastructuur en Waterstaat, bij de Afdeling advisering van de Raad van State ter overweging aanhangig gemaakt de nota van wijziging bij het voorstel van wet tot wijziging van de Gemeentewet, Provinciewet, Waterschapswet, Wet openbare lichamen Bonaire, Sint Eustatius en Saba en Kieswet in verband met het bevorderen van de bestuurlijke integriteit en de aanpak van aanhoudende bestuurlijke problemen in het decentraal bestuur (Wet bevorderen integriteit en functioneren decentraal bestuur), met toelichting.
Jaar: 2021
Advies
Documenten: 1
Bij Kabinetsmissive van 30 september 2021, no.2021001909, heeft Uwe Majesteit, op voordracht van de Minister van Financiën, bij de Afdeling advisering van de Raad van State ter overweging aanhangig gemaakt het ontwerpbesluit tot wijziging van het Besluit markttoegang financiële ondernemingen Wft, Besluit Gedragstoezicht financiële ondernemingen Wft en het Besluit bestuurlijke boetes financiële sector in verband met Richtlijn (EU) 2019/1160 van het Europees Parlement en de Raad van 20 juni 2019 tot wijziging van Richtlijnen 2009/65/EG en 2011/61/EU met betrekking tot de grensoverschrijdende distributie van instellingen voor collectieve belegging (PbEU 2019, L 188) (Besluit implementatie richtlijn grensoverschrijdende distributie van beleggingsinstellingen en icbe's), met nota van toelichting.
Jaar: 2021
Advies
Documenten: 1
Bij Kabinetsmissive van 12 oktober 2021, no.2021002021, heeft Uwe Majesteit, op voordracht van de Minister van Justitie en Veiligheid, bij de Afdeling advisering van de Raad van State ter overweging aanhangig gemaakt het ontwerpbesluit tot wijziging van het Besluit bestuurlijke boete overlast in de openbare ruimte in verband met actualisering van feitomschrijvingen en indexering van boetebedragen 2022, met nota van toelichting.
Jaar: 2021
Advies
Documenten: 1
Bij Kabinetsmissive van 8 juli 2021, no.2021001362, heeft Uwe Majesteit, op voordracht van de Minister voor Medische Zorg, bij de Afdeling advisering van de Raad van State ter overweging aanhangig gemaakt het voorstel van wet houdende instelling van een vast college van advies op het terrein van sport en maatschappelijke vraagstukken in relatie tot sport (Wet op de Nederlandse Sportraad), met memorie van toelichting.
Jaar: 2021
Advies
Documenten: 1
Bij Kabinetsmissive van 12 oktober 2021, no.2021002020, heeft Uwe Majesteit, op voordracht van de Minister van Justitie en Veiligheid, bij de Afdeling advisering van de Raad van State ter overweging aanhangig gemaakt het ontwerpbesluit tot wijziging van de bedragen van de categorieën, bedoeld in artikel 23, vierde lid, van het Wetboek van Strafrecht, met nota van toelichting.
Jaar: 2021
Advies
Documenten: 1
Bij Kabinetsmissive van 14 september 2021, no.2021001780, heeft Uwe Majesteit, op voordracht van de Staatssecretaris van Justitie en Veiligheid, bij de Afdeling advisering van de Raad van State ter overweging aanhangig gemaakt het ontwerpbesluit tot wijziging van het Vreemdelingenbesluit 2000, in verband met enkele technische wijzigingen en andere wijzigingen van inhoudelijk ondergeschikte aard, met nota van toelichting.
Jaar: 2021
Advies
Documenten: 1
Bij Kabinetsmissive van 5 oktober 2021, no.2021001978, heeft Uwe Majesteit, op voordracht van de Minister van Justitie en Veiligheid, mede namens de Minister voor Rechtsbescherming, bij de Afdeling advisering van de Raad van State ter overweging aanhangig gemaakt het ontwerpbesluit houdende wijziging van enkele besluiten op het terrein van Justitie en Veiligheid in verband met het doorvoeren van technische verbeteringen en noodzakelijke beperkte aanpassingen (Verzamelbesluit Justitie en Veiligheid 2021), met nota van toelichting.
Jaar: 2021
Advies
Documenten: 1
Krachtens Koninklijke machtiging heeft de Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties met een schrijven van 22 september 2021, no.RWS-2021/32430, bij de Afdeling advisering van de Raad van State ter overweging aanhangig gemaakt een voordracht met ontwerpbesluit tot aanwijzing van onroerende zaken ter onteigening in de gemeente Goes krachtens artikel 78 van de onteigeningswet (onteigeningsplan Bedrijvenpark Deltaweg fase 1).
Jaar: 2021
Advies
Documenten: 1
Bij Kabinetsmissive van 28 mei 2021, no.2021001031, heeft Uwe Majesteit, op voordracht van de Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties, bij de Afdeling advisering van de Raad van State ter overweging aanhangig gemaakt het ontwerpbesluit houdende wijziging van het Besluit toegelaten instellingen volkshuisvesting 2015 voor vaststelling van het erfpachtvoordeel, met nota van toelichting.
Jaar: 2021
Advies
Documenten: 1
Bij Kabinetsmissive van 19 oktober 2021, no.2021002060, heeft Uwe Majesteit, op voordracht van de Minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport, bij de Afdeling advisering van de Raad van State ter overweging aanhangig gemaakt het ontwerpbesluit houdende wijziging van het Besluit percentages drempel- en toetsingsinkomen zorgtoeslag in verband met gewijzigde percentages met ingang van het berekeningsjaar 2022, met nota van toelichting.
Jaar: 2021
Advies
Documenten: 1
Bij Kabinetsmissive van 26 april 2021, no.2021000824, heeft Uwe Majesteit, op voordracht van de Minister van Economische Zaken en Klimaat, bij de Afdeling advisering van de Raad van State ter overweging aanhangig gemaakt het ontwerpbesluit houdende wijziging van het Mijnbouwbesluit (het verwijderen of hergebruiken van mijnbouwwerken), met nota van toelichting.
Jaar: 2021
Advies
Documenten: 1
Bij Kabinetsmissive van 5 november 2021, no.2021002177, heeft Uwe Majesteit, op voordracht van de Minister van Buitenlandse Zaken, mede namens de Minister van Infrastructuur en Waterstaat, bij de Afdeling advisering van de Raad van State ter overweging aanhangig gemaakt het verdrag tot wijziging van artikel 1 en nieuw artikel 34bis van het verdrag inzake het wegverkeer 1968; Genève, 14 januari 2021 (Trb. 2021, 56), met toelichtende nota.
Jaar: 2021
Advies
Documenten: 1
Bij Kabinetsmissive van 13 juli 2021, no.2021001402, heeft Uwe Majesteit, op voordracht van de Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties, bij de Afdeling advisering van de Raad van State ter overweging aanhangig gemaakt het ontwerpbesluit tot wijziging van het Besluit toegelaten instellingen volkshuisvesting 2015 (evaluatie Herzieningswet toegelaten instellingen), met nota van toelichting.
Jaar: 2021
Advies
Documenten: 1
Bij Kabinetsmissive van 13 september 2021, no.2021001745, heeft Uwe Majesteit, op voordracht van de Minister van Financiën, bij de Afdeling advisering van de Raad van State ter overweging aanhangig gemaakt het ontwerpbesluit tot wijziging van het Besluit prudentiële regels Wft, het Besluit Gedragstoezicht financiële ondernemingen Wft en enkele andere besluiten ter implementatie van de Richtlijn prudentieel toezicht beleggingsondernemingen (Implementatiebesluit prudentieel toezicht beleggingsondernemingen), met nota van toelichting.
Jaar: 2021
Advies
Documenten: 1
Bij brief van 12 juli 2021 heeft de Voorzitter van de Eerste Kamer op de voet van artikel 21a, eerste lid, van de Wet op de Raad van State aan de Afdeling advisering van de Raad van State gevraagd haar van voorlichting te dienen over het wetsvoorstel gegevensverwerking door samenwerkingsverbanden.
Jaar: 2021
Advies
Documenten: 1
Bij Kabinetsmissive van 19 november 2021, no.2021002315, heeft Uwe Majesteit, op voordracht van de Minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport, bij de Afdeling advisering van de Raad van State ter overweging aanhangig gemaakt het ontwerpbesluit houdende wijziging van het Tijdelijk besluit veilige afstand in verband met het vaststellen van de veilige afstand op anderhalve meter, met nota van toelichting.
Jaar: 2021
Advies
Documenten: 1
Bij Kabinetsmissive van 1 november 2021, no.2021002144, heeft Uwe Majesteit, op voordracht van de Minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport, mede namens de Minister van Justitie en Veiligheid en de Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties, bij de Afdeling advisering van de Raad van State ter overweging aanhangig gemaakt de adviesaanvraag ingevolge 58t van de Wet publieke gezondheid over de krachtens hoofdstuk Va van de Wet publieke gezondheid geldende maatregelen, met het oog op een voorgenomen besluit tot verlenging per 1 december 2021, als bedoeld in artikel VIII, derde lid, van de Tijdelijke wet maatregelen covid-19, met nota van toelichting.
Jaar: 2021
Advies
Documenten: 1
Bij Kabinetsmissive van 20 oktober 2021, no.2021002083, heeft Uwe Majesteit, op voordracht van de Staatssecretaris van Sociale Zaken en Werkgelegenheid, bij de Afdeling advisering van de Raad van State ter overweging aanhangig gemaakt het ontwerpbesluit houdende verhoging met ingang van het berekeningsjaar 2022 van enige bedragen, genoemd in artikel 2, tweede lid, van de Wet op het kindgebonden budget, met nota van toelichting.
Jaar: 2021
Advies
Documenten: 1
Bij Kabinetsmissive van 9 juni 2021, no.2021001119, heeft Uwe Majesteit, op voordracht van de Minister van Economische Zaken en Klimaat, mede namens de Minister van Financiën, bij de Afdeling advisering van de Raad van State ter overweging aanhangig gemaakt het voorstel van wet houdende regels inzake instelling van een Nationaal Groeifonds (Wet Nationaal Groeifonds), met memorie van toelichting.
Jaar: 2021
Advies
Documenten: 1
Bij Kabinetsmissive van 19 januari 2021, no.2021000061, heeft Uwe Majesteit, op voordracht van de Minister van Buitenlandse Zaken, mede namens de Minister van Defensie, bij de Afdeling advisering van de Raad van State ter overweging aanhangig gemaakt het protocol tot wijziging van de Veiligheidsbijlage bij de Overeenkomst tussen Staten die partij zijn bij het Noordatlantisch Verdrag, tot samenwerking inzake atoomgegevens; Brussel, 2 juni 1998 (Trb. 2020, 59 en Trb. 2020, 133), met toelichtende nota.
Jaar: 2021
Advies
Documenten: 1
Bij Kabinetsmissive van 16 november 2021, no.2021002261, heeft Uwe Majesteit, op voordracht van de Minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport, mede namens de Minister van Justitie en Veiligheid en de Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties, bij de Afdeling advisering van de Raad van State ter overweging aanhangig gemaakt het voorstel van wet tot wijziging van de Wet publieke gezondheid in verband met differentiatie in coronatoegangsbewijzen (Tijdelijke wet differentiatie coronatoegangsbewijzen), met memorie van toelichting.
Jaar: 2021
Advies
Documenten: 1
Bij Kabinetsmissive van 18 september 2021, no.2021001808, heeft Uwe Majesteit, op voordracht van de Staatssecretaris van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties, bij de Afdeling advisering van de Raad van State van het Koninkrijk ter overweging aanhangig gemaakt het ontwerpbesluit houdende wijziging van het Besluit paspoortgelden in verband met de aanpassing van de tarieven vanwege de jaarlijkse indexering per 1 januari 2022, met nota van toelichting.
Jaar: 2021
Advies
Documenten: 1
Bij Kabinetsmissive van 16 november 2021, no.2021002262, heeft Uwe Majesteit, op voordracht van de Minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport, mede namens de Minister van Justitie en Veiligheid, de Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties en de Minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap, bij de Afdeling advisering van de Raad van State ter overweging aanhangig gemaakt het voorstel van wet tot wijziging van de Wet publieke gezondheid in verband met het schrappen van het instemmingsrecht van medezeggenschapsorganen van onderwijsinstellingen bij de inzet van coronatoegangsbewijzen in het beroepsonderwijs en het hoger onderwijs, met memorie van toelichting.
Jaar: 2021
Advies
Documenten: 1
Bij Kabinetsmissive van 16 november 2021, no.2021002263, heeft Uwe Majesteit, op voordracht van de Minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport, mede namens de Staatssecretaris van Sociale Zaken en Werkgelegenheid, de Minister van Justitie en Veiligheid en de Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties, bij de Afdeling advisering van de Raad van State ter overweging aanhangig gemaakt het voorstel van wet tot wijziging van de Wet publieke gezondheid in verband met uitbreiding van de tijdelijke regels over de inzet van coronatoegangsbewijzen ten aanzien van personen die beroeps- of bedrijfsmatig werkzaamheden verrichten en bezoekers (Tijdelijke wet uitbreiding coronatoegangsbewijzen), met memorie van toelichting.
Jaar: 2021
Advies
Documenten: 1
Bij Kabinetsmissive van 14 juli 2021, no.2021001420, heeft Uwe Majesteit, op voordracht van de Minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap, mede namens de Minister voor Basis- en Voortgezet Onderwijs en Media, bij de Afdeling advisering van de Raad van State ter overweging aanhangig gemaakt het ontwerpbesluit tot wijziging van diverse onderwijsbesluiten in verband met de Wet bestuurlijke harmonisatie beroepsonderwijs, met nota van toelichting.
Jaar: 2021
Advies
Documenten: 1
Bij Kabinetsmissive van 9 december 2020, no.2020002527, heeft Uwe Majesteit, op voordracht van de Minister voor Basis- en Voortgezet Onderwijs en Media, bij de Afdeling advisering van de Raad van State ter overweging aanhangig gemaakt het voorstel van Wet tot intrekking van de Archiefwet 1995 en vervanging door de Archiefwet 2021 (Archiefwet 2021), met memorie van toelichting.
Jaar: 2021
Advies
Documenten: 1
Bij Kabinetsmissive van 4 oktober 2021, no.2021001956, heeft Uwe Majesteit, op voordracht van de Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties, bij de Afdeling advisering van de Raad van State ter overweging aanhangig gemaakt het voorstel van wet houdende samenvoeging van de gemeenten Brielle, Hellevoetsluis en Westvoorne, met memorie van toelichting.
Jaar: 2021
Advies
Documenten: 1
Bij Kabinetsmissive van 15 juli 2021, no.2021001424, heeft Uwe Majesteit, op voordracht van de Minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid, mede namens de Minister voor Rechtsbescherming, bij de Afdeling advisering van de Raad van State ter overweging aanhangig gemaakt het voorstel van wet tot wijziging van Boek 7 van het Burgerlijk Wetboek en enige andere wetten in verband met de implementatie van Richtlijn (EU) 2019/1152 van het Europees Parlement en de Raad van 20 juni 2019 betreffende transparante en voorspelbare arbeidsvoorwaarden in de Europese Unie (PbEU 2019, L 186) (Wet implementatie EU-richtlijn transparante en voorspelbare arbeidsvoorwaarden), met memorie van toelichting.
Jaar: 2021
Advies
Documenten: 1
Bij Kabinetsmissive van 6 juli 2021, no.2021001316, heeft Uwe Majesteit, op voordracht van de Minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap, mede namens de Minister voor Basis- en Voortgezet Onderwijs en Media, bij de Afdeling advisering van de Raad van State ter overweging aanhangig gemaakt het voorstel van wet houdende wijziging van de Wet register onderwijsdeelnemers en enkele andere wetten in verband met het uitbreiden van de wettelijke grondslagen voor de verwerking van gegevens in het kader van het register onderwijsdeelnemers, met memorie van toelichting.
Jaar: 2021
Advies
Documenten: 1
Bij Kabinetsmissive van 5 november 2021, no.2021002190, heeft Uwe Majesteit, op voordracht van de Minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport, mede namens de Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties en de Minister van Justitie en Veiligheid, bij de Afdeling advisering van de Raad van State ter overweging aanhangig gemaakt het voorstel van wet tot wijziging van de Wet publieke gezondheid in verband met aanpassing van de tijdelijke regels over de inzet van coronatoegangsbewijzen bij niet-essentiële detailhandel en dienstverlening op publieke plaatsen, met memorie van toelichting.
Jaar: 2021
Advies
Documenten: 1
Bij Kabinetsmissive van 30 augustus 2021, no.2021001655, heeft Uwe Majesteit, op voordracht van de Minister van Financiën, bij de Afdeling advisering van de Raad van State ter overweging aanhangig gemaakt het ontwerpbesluit van tot wijziging van het Besluit uitvoering EU-verordeningen financiële markten in verband met de uitvoering van de verordening herstel en afwikkeling centrale tegenpartijen en de verordening verliesabsorptie- en herkapitalisatiecapaciteit van banken en beleggingsondernemingen (Uitvoeringsbesluit verordening herstel en afwikkeling centrale tegenpartijen), met nota van toelichting.
Jaar: 2021
Advies
Documenten: 1
Bij Kabinetsmissive van 13 september 2021, no.2021001742, heeft Uwe Majesteit, op voordracht van de Staatssecretaris van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties, in overeenstemming met de Staatssecretaris van Financiën, bij de Afdeling advisering van de Raad van State ter overweging aanhangig gemaakt het ontwerpbesluit houdende de grondslag voor en regels omtrent de vaststelling en de betaling van de bijdrage van de Koninklijke Bibliotheek voor het gebruik van housingdiensten van het rekencentrum van de Belastingdienst (Besluit bijdrage Koninklijke Bibliotheek aan Overheidsdatacenter Belastingdienst), met nota van toelichting.
Jaar: 2021
Advies
Documenten: 1
Krachtens Koninklijke machtiging heeft de Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties met een schrijven van 21 juni 2021, no.RWS-2021/20865, bij de Afdeling advisering van de Raad van State ter overweging aanhangig gemaakt een voordracht met ontwerpbesluit tot aanwijzing van onroerende zaken ter onteigening in de gemeente Waalwijk krachtens artikel 78 van de onteigeningswet (onteigeningsplan Natuurgebied Westelijke Langstraat).
Jaar: 2021
Advies
Documenten: 1
Bij Kabinetsmissive van 2 september 2021, no.2021001690, heeft Uwe Majesteit, op voordracht van de Staatssecretaris van Infrastructuur en Waterstaat, bij de Afdeling advisering van de Raad van State ter overweging aanhangig gemaakt het ontwerpbesluit tot wijziging van het Besluit kerninstallaties, splijtstoffen en ertsen in verband met de omzetting van Richtlijn 2011/70/Euratom van de Raad van 19 juli 2011 tot vaststelling van een communautair kader voor een verantwoord en veilig beheer van verbruikte splijtstof en radioactief afval (PbEU 2011, L 199) (Reparatiebesluit Bkse in verband met Richtlijn 2011/70/Euratom), met nota van toelichting.
Jaar: 2021
Advies
Documenten: 1
Bij Kabinetsmissive van 12 augustus 2021, no.2021001521, heeft Uwe Majesteit, op voordracht van de Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties, mede namens de Staatssecretaris van Financiën, bij de Afdeling advisering van de Raad van State ter overweging aanhangig gemaakt het ontwerpbesluit tot wijziging van het Besluit financiële verhouding 2001 in verband met het verlagen van het grensbedrag voor de verzameluitkering, met nota van toelichting.
Jaar: 2021
Advies
Documenten: 1
Voorstel van rijkswet houdende voorzieningen voor de behandeling van geschillen tussen het Koninkrijk en de landen (Rijkswet Koninkrijksgeschillen).Bij Kabinetsmissive van 6 februari 2017, no.2017000194, heeft Uwe Majesteit, op voordracht van de Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties, bij de Afdeling advisering van de Raad van State van het Koninkrijk ter overweging aanhangig gemaakt het voorstel van rijkswet houdende voorzieningen voor de behandeling van geschillen tussen het Koninkrijk en de landen (Rijkswet Koninkrijksgeschillen), met memorie van toelichting.
Jaar: 2021
Advies
Documenten: 1
Voorstel van wet houdende regels ter bescherming van de natuur (Wet natuurbescherming).Bij Kabinetsmissive van 24 februari 2012, no.12.000392, heeft Uwe Majesteit, op voordracht van de Staatssecretaris van Economische Zaken, Landbouw en Innovatie, bij de Afdeling advisering van de Raad van State ter overweging aanhangig gemaakt een voorstel van wet houdende regels ter bescherming van de natuur (Wet natuurbescherming), met memorie van toelichting.
Jaar: 2021
Advies
Documenten: 1
Bij Kabinetsmissive van 15 juli 2021, no.2021001439, heeft Uwe Majesteit, op voordracht van de Minister van Justitie en Veiligheid, bij de Afdeling advisering van de Raad van State ter overweging aanhangig gemaakt het voorstel van wet houdende regels ten behoeve van de verwerking persoonsgegevens in het kader van de coördinatie en analyse op het terrein van terrorismebestrijding en bescherming van de nationale veiligheid in verband met het verhogen van de weerbaarheid van de samenleving (Wet verwerking persoonsgegevens coördinatie en analyse terrorismebestrijding en nationale veiligheid), met memorie van toelichting.
Jaar: 2021
Advies
Documenten: 1
Bij Kabinetsmissive van 19 oktober 2021, no.2021001873, heeft Uwe Majesteit, op voordracht van de Staatssecretaris van Financiën, bij de Afdeling advisering van de Raad van State ter overweging aanhangig gemaakt de nota van wijziging van de Algemene wet inzake rijksbelastingen en de Invorderingswet 1990 tot invoering van een grondslag voor het bieden van een tegemoetkoming bij schrijnende gevallen (Wet delegatiebepalingen tegemoetkoming schrijnende gevallen), met toelichting.
Jaar: 2021
Advies
Documenten: 1
Bij Kabinetsmissive van 12 juli 2021, no. 2021001366, heeft Uwe Majesteit, op voordracht van de Minister voor Basis- en Voortgezet Onderwijs en Media, bij de Afdeling advisering van de Raad van State ter overweging aanhangig gemaakt het ontwerpbesluit houdende nadere regels over de inrichting, examinering en bekostiging van en deelname aan het voortgezet onderwijs (Uitvoeringsbesluit WVO 2020), met nota van toelichting.
Jaar: 2021
Advies
Documenten: 1
Bij Kabinetsmissive van 14 juli 2021, no.2021001419, heeft Uwe Majesteit, op voordracht van de Minister voor Basis- en Voortgezet Onderwijs en Media, bij de Afdeling advisering van de Raad van State ter overweging aanhangig gemaakt het ontwerpbesluit houdende wijziging van verschillende onderwijsbesluiten om deze in overeenstemming te brengen met de Wet voortgezet onderwijs 2020 (Aanpassingsbesluit WVO 2020), met nota van toelichting.
Jaar: 2021
Advies
Documenten: 1
Bij Kabinetsmissive van 8 juli 2021, no.2021001359, heeft Uwe Majesteit, op voordracht van de Staatssecretaris van Economische Zaken en Klimaat, bij de Afdeling advisering van de Raad van State ter overweging aanhangig gemaakt het ontwerpbesluit houdende wijziging van het Handelsregisterbesluit 2008 in verband met het standaard afschermen van woonadresgegevens, met nota van toelichting.
Jaar: 2021
Advies
Documenten: 1
Bij Kabinetsmissive van 25 mei 2021, no.2021000983, heeft Uwe Majesteit, op voordracht van de Minister van Buitenlandse Zaken, mede namens de Staatssecretaris van Financiën, bij de Afdeling advisering van de Raad van State ter overweging aanhangig gemaakt het protocol tot wijziging van het Verdrag van 12 april 2012 tussen het Koninkrijk der Nederlanden en de Bondsrepubliek Duitsland tot het vermijden van dubbele belasting en het voorkomen van het ontgaan van belasting met betrekking tot belastingen naar het inkomen zoals gewijzigd door het Protocol van 11 januari 2016; ‘s-Gravenhage, 24 maart 2021 (Trb. 2021, 43), met toelichtende nota.
Jaar: 2021
Advies
Documenten: 1
Bij Kabinetsmissive van 21 mei 2021, no.2021000956, heeft Uwe Majesteit, op voordracht van de Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties, bij de Afdeling advisering van de Raad van State ter overweging aanhangig gemaakt het ontwerpbesluit tot wijziging van het Besluit toegelaten instellingen volkshuisvesting 2015 (differentiatie DAEB-toewijzingsgrenzen), met nota van toelichting.
Jaar: 2021
Advies
Documenten: 1
Bij brief van 22 september 2021 heeft de Minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid op de voet van artikel 21a, eerste lid, van de Wet op de Raad van State aan de Afdeling advisering gevraagd haar van voorlichting te dienen over de mogelijkheid van een gerichte tegemoetkoming aan Surinaamse Nederlanders met een onvolledige AOW-opbouw.
Jaar: 2021
Advies
Documenten: 1
Bij brief van 10 september 2021, met kenmerk DGKE-K / 21226607, heeft de Minister van Economische Zaken en Klimaat, gelet op artikel 7, vierde lid, van de Klimaatwet, bij de Afdeling advisering van de Raad van State ter overweging aanhangig gemaakt het concept van de Klimaatnota.sectoremissies19902018201920201elektriciteit39,644,641,532,9industrie86,455,654,653,5gebouwde omgeving29,924,223,021,6mobiliteit32,235,735,330,7landbouw33,127,627,427,0Totaal221,2187,9181,8165,6reductie t.o.v. 199015,1%17,8%25,1%sectoremissieemissieramingen (vastgesteld en voorgenomen beleid)doelen in de Klimaatwet19902030 (KEV 2019)2030 (KEV 2020)203020302050elektriciteit39,613,718,8[8 - 21]geenindustrie86,454,253,140gebouwde omgeving29,919,018,619mobiliteit32,232,931,629landbouw33,124,524,526Totaal221,2144,3146,6[116 -137]112,8*11,1**reductie t.o.v. 1990[28% - 39%][30% - 40%][38% - 48%]49%95%
Jaar: 2021
Advies
Documenten: 1
Bij Kabinetsmissive van 15 september 2021, no.2021001805, heeft Uwe Majesteit, op voordracht van de Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties, bij de Afdeling advisering van de Raad van State ter overweging aanhangig gemaakt het ontwerpbesluit houdende wijziging van het Besluit energieprestatievergoeding huur (tijdelijke maatregel berekeningswijze EPV-vergoeding), met nota van toelichting.
Jaar: 2021
Advies
Documenten: 1
Bij Kabinetsmissive van 15 september 2021, no.2021001803, heeft Uwe Majesteit, op voordracht van de Minister van Financiën, bij de Afdeling advisering van de Raad van State ter overweging aanhangig gemaakt het ontwerpbesluit tot wijziging van het Besluit uitvoering EU-verordeningen financiële markten, het Besluit Gedragstoezicht financiële ondernemingen Wft en het Besluit bekostiging financieel toezicht 2019, en in verband met de uitvoering van Verordening (EU) 2020/1503 van het Europees Parlement en de Raad van 7 oktober 2020 betreffende Europese crowdfundingdienstverleners voor bedrijven en tot wijziging van Verordening (EU) 2017/1129 en Richtlijn (EU) 2019/1937 (PbEU 2020, L 347), met nota van toelichting.
Jaar: 2021
Advies
Documenten: 1
Bij Kabinetsmissive van 21 juli 2021, no.2021001502, heeft Uwe Majesteit, op voordracht van de Minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport, bij de Afdeling advisering van de Raad van State ter overweging aanhangig gemaakt het ontwerpbesluit houdende wijziging van lijst I en II, behorende bij de Opiumwet, in verband met de plaatsing op lijst II van 3-MMC, alsmede plaatsing op lijst I en II van enkele andere middelen, met nota van toelichting.
Jaar: 2021
Advies
Documenten: 1
Bij Kabinetsmissive van 30 augustus 2021, no.2021001656, heeft Uwe Majesteit, op voordracht van de Minister van Financiën, bij de Afdeling advisering van de Raad van State ter overweging aanhangig gemaakt het ontwerpbesluit tot wijziging van het Besluit uitvoering EU-verordeningen financiële markten ter uitvoering van drie Europese verordeningen in het kader van het herstel van de COVID-19-crisis (Uitvoeringsbesluit kapitaalmarkten herstelpakket I), met nota van toelichting.
Jaar: 2021
Advies
Documenten: 1
Bij Kabinetsmissisve van 12 juli 2021, no.2021001381, heeft Uwe Majesteit, op voordracht van de Minister van Infrastructuur en Waterstaat, bij de Afdeling advisering van de Raad van State ter overweging aanhangig gemaakt het ontwerpbesluit houdende wijziging van het Luchthavenindelingbesluit Schiphol in verband met wijziging van de grens van het luchthavengebied met het oog op de verdubbeling van rijbaan Quebec en in verband met verbetering van de beveiliging van de luchthaven, met nota van toelichting.
Jaar: 2021
Advies
Documenten: 1
Bij Kabinetsmissive van 15 september 2021, no.2021001804, heeft Uwe Majesteit, op voordracht van de Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties, bij de Afdeling advisering van de Raad van State ter overweging aanhangig gemaakt het voorstel van wet tot wijziging van de Wet van 7 juli 2021 tot wijziging van de Huisvestingswet 2014, de Woningwet, Boek 7 van het Burgerlijk Wetboek en de Overgangswet nieuw Burgerlijk Wetboek naar aanleiding van de evaluatie van de herziene Woningwet en om de mogelijkheden voor tijdelijke huurovereenkomsten te verruimen (Stb. 2021, PM) (laten vervallen verruiming mogelijkheden voor tijdelijke huurovereenkomsten), met memorie van toelichting.
Jaar: 2021
Advies
Documenten: 1
Bij Kabinetsmissive van 17 juli 2020, no. 2020001529, heeft Uwe Majesteit, op voordracht van de Minister van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit, bij de Afdeling advisering van de Raad van State ter overweging aanhangig gemaakt het voorstel van wet tot wijziging van de Meststoffenwet in verband met het begrip melkvee en enkele andere wijzigingen betreffende het stelsel van fosfaatrechten, met memorie van toelichting.
Jaar: 2021
Advies
Documenten: 1
Bij Kabinetsmissive van 31 augustus 2021, no.2021001644, heeft Uwe Majesteit, op voordracht van de Staatssecretaris van Financiën, bij de Afdeling advisering van de Raad van State ter overweging aanhangig gemaakt het voorstel van wet tot wijziging van de Algemene wet inkomensafhankelijke regelingen en enige andere wetten (Wet hersteloperatie toeslagen), met memorie van toelichting.
Jaar: 2021
Advies
Documenten: 1
Bij Kabinetsmissive van 16 april 2021, no.2021000770, heeft Uwe Majesteit, op voordracht van de Minister van Financiën, mede namens de Minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid, bij de Afdeling advisering van de Raad van State ter overweging aanhangig gemaakt het voorstel van wet tot wijziging van de Wet op het financieel toezicht, de Wet bekostiging financieel toezicht 2019 en enige andere wetten op het terrein van de financiële markten (Wijzigingswet financiële markten 2022), met memorie van toelichting.
Jaar: 2021
Advies
Documenten: 1
Bij Kabinetsmissive van 1 juli 2021, no.2021001299, heeft Uwe Majesteit, op voordracht van de Minister van Infrastructuur en Waterstaat, mede namens de Minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid, bij de Afdeling advisering van de Raad van State ter overweging aanhangig gemaakt het ontwerpbesluit houdende wijziging van het Arbeidstijdenbesluit vervoer in verband met de uitvoering en handhaafbaarheid van bepalingen met betrekking tot het internationale goederenvervoer over de weg in de Handels- en Samenwerkingsovereenkomst tussen de Europese Unie en de Europese Gemeenschap voor Atoomenergie, enerzijds, en het Verenigd Koninkrijk van Groot-Brittannië en Noord-Ierland, anderzijds (PbEU 2021, L 149), met nota van toelichting.
Jaar: 2021
Advies
Documenten: 1
Bij Kabinetsmissive van 14 juli 2021, no.2021001413, heeft Uwe Majesteit, op voordracht van de Minister van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit, bij de Afdeling advisering van de Raad van State ter overweging aanhangig gemaakt het ontwerpbesluit tot wijziging van het Besluit diergezondheid in verband met het overhevelen van het Besluit diergezondheidsheffing naar het Besluit diergezondheid en de vaststelling van de tarieven van de diergezondheidsheffing voor 2022, met nota van toelichting.
Jaar: 2021
Advies
Documenten: 1
Bij Kabinetsmissive van 15 september 2021, no.2021001807, heeft Uwe Majesteit, op voordracht van de Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties, in overeenstemming met de Minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap, bij de Afdeling advisering van de Raad van State ter overweging aanhangig gemaakt het ontwerpbesluit tot wijziging van bijlage 1 bij de Wet normering topinkomens in verband met wijzigingen met betrekking tot de ministeries van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties en van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap, met nota van toelichting.
Jaar: 2021
Advies
Documenten: 1
Bij Kabinetsmissive van 23 juni 2021, no.2021001225, heeft Uwe Majesteit, op voordracht van de Staatssecretaris van Economische Zaken en Klimaat, bij de Afdeling advisering van de Raad van State ter overweging aanhangig gemaakt het ontwerpbesluit houdende wijziging van het Besluit gefluoreerde broeikasgassen en ozonlaagafbrekende stoffen in verband met de handhaafbaarheid van het nakomen van enkele verplichtingen uit Verordening (EU) nr. 517/2014 van 16 april 2014 betreffende gefluoreerde broeikasgassen en enkele technische wijzigingen, met nota van toelichting.
Jaar: 2021
Advies
Documenten: 1
Bij Kabinetsmissive van 29 juni 2021, no.2021001279, heeft Uwe Majesteit, op voordracht van de Minister van Justitie en Veiligheid, bij de Afdeling advisering van de Raad van State ter overweging aanhangig gemaakt het ontwerpbesluit tot wijziging van het Besluit algemene rechtspositie politie ter implementatie van Richtlijn (EU) 2019/1937 van het Europees Parlement en de Raad van 23 oktober 2019 (PbEU 2019, L 305), met nota van toelichting.
Jaar: 2021
Advies
Documenten: 1
Bij Kabinetsmissive van 15 juli 2021, no.2021001481, heeft Uwe Majesteit, op voordracht van de Minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap, mede namens de Minister voor Basis- en Voortgezet Onderwijs en Media, bij de Afdeling advisering van de Raad van State ter overweging aanhangig gemaakt het voorstel van wet tot wijziging van wetten op met name het terrein van onderwijs, cultuur en media in verband met hoofdzakelijk wetstechnische en redactionele verbeteringen (Verzamelwet OCW 20##), met memorie van toelichting.
Jaar: 2021
Advies
Documenten: 1
Bij Kabinetsmissive van 17 juli 2020, no.2020001543, heeft Uwe Majesteit, op voordracht van de Minister van Financiën, mede namens de Minister voor Rechtsbescherming, bij de Afdeling advisering van de Raad van State ter overweging aanhangig gemaakt het voorstel van houdende wijziging van de Wet op het financieel toezicht en van de Faillissementswet in verband met de bevoegdheid om vast te stellen dat een bank of beleggingsonderneming faalt of waarschijnlijk zal falen en in verband met de verificatie van interesten die lopen vanaf de faillietverklaring van een bank of beleggingsonderneming ter uitvoering van Richtlijn nr. 2014/59/EU alsmede ter uitvoering van Verordening (EU) nr. 806/2014, met memorie van toelichting.
Jaar: 2021
Advies
Documenten: 1
Bij Kabinetsmissive van 17 mei 2021, no.2021000907, heeft Uwe Majesteit, op voordracht van de Minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport, bij de Afdeling advisering van de Raad van State ter overweging aanhangig gemaakt het voorstel van wet houdende wijziging van de Wet langdurige zorg in verband met diverse onderwerpen op het gebied van langdurige zorg, met memorie van toelichting.
Jaar: 2021
Advies
Documenten: 1
Bij Kabinetsmissive van 16 maart 2021, no.2021000489, heeft Uwe Majesteit, op voordracht van de Staatssecretaris van Volksgezondheid, Welzijn en Sport, bij de Afdeling advisering van de Raad van State ter overweging aanhangig gemaakt het voorstel van wet tot wijziging van de Jeugdwet in verband met het versterken van de rechtspositie van jeugdigen die worden opgenomen in een gesloten accommodatie (Wet rechtspositie gesloten jeugdhulp), met memorie van toelichting.
Jaar: 2021
Advies
Documenten: 1
Bij Kabinetsmissive van 15 juni 2021, no.2021001148, heeft Uwe Majesteit, op voordracht van de Minister voor Rechtsbescherming, bij de Afdeling advisering van de Raad van State ter overweging aanhangig gemaakt het ontwerpbesluit tot wijziging Besluit kwaliteitseisen curatoren, beschermingsbewindvoerders en mentoren naar aanleiding van de evaluatie van de Wet wijziging curatele, beschermingsbewind en mentorschap, met nota van toelichting.
Jaar: 2021
Advies
Documenten: 1
Bij Kabinetsmissive van 9 april 2021, no.2021000702, heeft Uwe Majesteit, op voordracht van de Staatssecretaris van Economische Zaken en Klimaat, mede namens de Minister voor Rechtsbescherming, bij de Afdeling advisering van de Raad van State ter overweging aanhangig gemaakt het voorstel van wet houdende wijziging van Boek 6 van het Burgerlijk Wetboek, de Wet handhaving consumentenbescherming en de Prijzenwet in verband met de implementatie van Richtlijn (EU) 2019/2161 van het Europees Parlement en de Raad van 27 november 2019 tot wijziging van Richtlijn 93/13/EEG van de Raad en Richtlijnen 98/6/EG, 2005/29/EG en 2011/83/EU van het Europees Parlement en de Raad wat betreft betere handhaving en modernisering van de regels voor consumentenbescherming in de Unie (PbEU 2019, L 328) (Implementatiewet richtlijn modernisering consumentenbescherming), met memorie van toelichting.
Jaar: 2021
Advies
Documenten: 1
Bij Kabinetsmissive van 14 oktober 2020, no.2020002107, heeft Uwe Majesteit, op voordracht van de Minister van Buitenlandse Zaken, mede namens de Minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid, bij de Afdeling advisering van de Raad van State ter overweging aanhangig gemaakt het verdrag inzake sociale zekerheid tussen het Koninkrijk der Nederlanden en de Republiek Kosovo; ‘s-Gravenhage, 17 september 2020 (Trb. 2020, 103), met toelichtende nota.
Jaar: 2021
Advies
Documenten: 1
Bij Kabinetsmissive van 21 juli 2021, no.2021001495, heeft Uwe Majesteit, op voordracht van de Staatssecretaris van Economische Zaken en Klimaat, bij de Afdeling advisering van de Raad van State ter overweging aanhangig gemaakt het ontwerpbesluit tot wijziging van het Aanbestedingsbesluit in verband met de wijziging van de Gids proportionaliteit met betrekking tot rechtsverwerkingsclausules, met nota van toelichting.
Jaar: 2021
Advies
Documenten: 1
Bij Kabinetsmissive van 22 september 2021, no.2021001638, heeft Uwe Majesteit, op voordracht van de Minister van Infrastructuur en Waterstaat, bij de Afdeling advisering van de Raad van State ter overweging aanhangig gemaakt het ontwerpbesluit tot wijziging van het Reglement rijbewijzen in verband met de tijdelijke verlenging van de geldigheidsduur van het rijbewijs, getuigschrift van vakbekwaamheid en getuigschrift van nascholing in verband met COVID-19 en enkele andere wijzigingen (Tweede tijdelijk besluit verlenging geldigheidsduur rijbewijs in verband met COVID-19), met nota van toelichting.
Jaar: 2021
Advies
Documenten: 1
Bij Kabinetsmissive van 13 oktober 2020, no.2020002082, heeft Uwe Majesteit, op voordracht van de Minister voor Rechtsbescherming, bij de Afdeling advisering van de Raad van State ter overweging aanhangig gemaakt het voorstel van wet tot wijziging van de Wet forensische zorg en enige andere wetten (Reparatiewet forensische zorg), met memorie van toelichting.
Jaar: 2021
Advies
Documenten: 1
Bij Kabinetsmissive van 15 juli 2021, no.2021001422, heeft Uwe Majesteit, op voordracht van de Minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid, bij de Afdeling advisering van de Raad van State ter overweging aanhangig gemaakt het ontwerpbesluit tot wijziging Besluit Wfsv in verband met enkele aanpassingen in de premiestelling van de Werkhervattingskas voor werkgevers die voor ziektewetlasten het eigenrisicodragerschap beëindigen en in verband met de regeling van regres, met nota van toelichting.
Jaar: 2021
Advies
Documenten: 1
Bij Kabinetsmissive van 11 september 2020, no.2020001856, heeft Uwe Majesteit, op voordracht van de Minister van Buitenlandse Zaken, mede namens de Staatssecretaris van Financiën, bij de Afdeling advisering van de Raad van State ter overweging aanhangig gemaakt het verdrag tussen het Koninkrijk der Nederlanden en de Republiek Kosovo tot het vermijden van dubbele belasting met betrekking tot belastingen naar het inkomen en het voorkomen van het ontduiken en ontwijken van belasting; Pristina, 29 juli 2020 (Trb. 2020, 77), met toelichtende nota.
Jaar: 2021
Advies
Documenten: 1
Bij Kabinetsmissive van 13 juli 2021, no.2021001437, heeft Uwe Majesteit, op voordracht van de Staatssecretaris van Justitie en Veiligheid, bij de Afdeling advisering van de Raad van State ter overweging aanhangig gemaakt het voorstel van wet houdende tijdelijke regels ter uitvoering van de SIS-verordening grenscontroles en de SIS-verordening politiële en justitiële samenwerking in strafzaken, met memorie van toelichting.
Jaar: 2021
Advies
Documenten: 1
Bij Kabinetsmissive van 18 mei 2021, no.2021000922, heeft Uwe Majesteit, op voordracht van de Staatssecretaris van Justitie en Veiligheid, bij de Afdeling advisering van de Raad van State van het Koninkrijk ter overweging aanhangig gemaakt het voorstel van wet tot wijziging van de Rijkswet op het Nederlanderschap en de Wet op de inlichtingen- en veiligheidsdiensten 2017, alsmede intrekking van de Rijkswet van 10 februari 2017, houdende wijziging van de Rijkswet op het Nederlanderschap in verband met het intrekken van het Nederlanderschap in het belang van de nationale veiligheid (Stb. 2017, 52), met memorie van toelichting.
Jaar: 2021
Advies
Documenten: 1
Bij Kabinetsmissive van 12 juli 2021, no.2021001391, heeft Uwe Majesteit, op voordracht van de Minister voor Medische Zorg, bij de Afdeling advisering van de Raad van State ter overweging aanhangig gemaakt het ontwerpbesluit houdende wijziging van het Besluit uitbreiding en beperking werkingssfeer WMG en het Besluit zorgverzekering in verband met het zorgpakket Zorgverzekeringswet 2022, met nota van toelichting.
Jaar: 2021
Advies
Documenten: 1
Bij Kabinetsmissive van 18 september 2021, no.2021001637, heeft Uwe Majesteit, op voordracht van de Minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport, bij de Afdeling advisering van de Raad van State ter overweging aanhangig gemaakt het ontwerpbesluit houdende tijdelijke bepalingen ter uitvoering van de Europese verordening over certificaten met betrekking tot covid-19 (Tijdelijk besluit DCC), met nota van toelichting.
Jaar: 2021
Advies
Documenten: 1
Krachtens Koninklijke machtiging heeft de Minister van Infrastructuur en Waterstaat met een schrijven van 24 juni 2021, no.RWS-2021/19328, bij de Afdeling advisering van de Raad van State ter overweging aanhangig gemaakt een voordracht met ontwerpbesluit tot aanwijzing van onroerende zaken ter onteigening ten algemenen nutte om de aanleg mogelijk te maken van een vrijliggend voet- en fietspad langs de Kiefveldersteeg, vanaf ongeveer 18 meter oostelijk van de aansluiting Kiefveldersteeg-Vanenburgerallee tot de aansluiting op de Kiefveldersteeg tegenover de toegangsweg naar de Museumboerderij/camping
Jaar: 2021
Advies
Documenten: 1
Bij Kabinetsmissive van 15 oktober 2020, no.2020002115, heeft Uwe Majesteit, op voordracht van de Minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap, mede namens de Minister voor Basis- en Voortgezet Onderwijs en Media, bij de Afdeling advisering van de Raad van State ter overweging aanhangig gemaakt het voorstel van Wet tot wijziging van een aantal onderwijswetten in verband met onder andere de uitbreiding van het bestuurlijk handhavingsinstrumentarium, met memorie van toelichting.
Jaar: 2021
Advies
Documenten: 1
Krachtens Koninklijke machtiging heeft de Minister van Infrastructuur en Waterstaat met een schrijven van 15 juni 2021, no.RWS-2021/18195, bij de Afdeling advisering van de Raad van State ter overweging aanhangig gemaakt een voordracht met ontwerpbesluit tot aanwijzing van onroerende zaken ter onteigening in de gemeente Stein krachtens de artikelen 62, 72a en 72c van de onteigeningswet (onteigening voor de verruiming van de rivier de Maas en de aanleg van nieuwe dijken aan de oost- en westzijde van de aan te leggen nevengeul op de locatie Maasband, met bijkomende werken).
Jaar: 2021
Advies
Documenten: 1
Bij Kabinetsmissive van 1 juni 2021, no.2021001045, heeft Uwe Majesteit, op voordracht van de Minister voor Rechtsbescherming, mede namens de Minister van Defensie en de Minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid, bij de Afdeling advisering van de Raad van State ter overweging aanhangig gemaakt het ontwerpbesluit houdende enkele wijzigingen van het Besluit justitiële en strafvorderlijke gegevens, het Besluit politiegegevens, het Besluit politiegegevens bijzondere opsporingsdiensten, het Besluit politiegegevens buitengewoon opsporingsambtenaren en het Besluit verplichte politiegegevens (Verzamelbesluit gegevensverwerking politie en justitie), met nota van toelichting.
Jaar: 2021
Advies
Documenten: 1
Bij Kabinetsmissive van 12 juli 2021, no.2021001382, heeft Uwe Majesteit, op voordracht van de Minister van Infrastructuur en Waterstaat, bij de Afdeling advisering van de Raad van State ter overweging aanhangig gemaakt het ontwerpbesluit tot wijziging van het Drinkwaterbesluit (wijziging van de formule in bijlage C voor de vaststelling van de gewogen gemiddelde vermogenskostenvoet), met nota van toelichting.
Jaar: 2021
Advies
Documenten: 1
Bij Kabinetsmissive van 14 juli 2021, no.2021001416, heeft Uwe Majesteit, op voordracht van de Staatssecretaris van Infrastructuur en Waterstaat, bij de Afdeling advisering van de Raad van State ter overweging aanhangig gemaakt het ontwerpbesluit houdende wijziging van het Besluit personenvervoer 2000 in verband met de uitbreiding van het concessieverlenerschap van de Vervoerregio Amsterdam als gevolg van gemeentelijke herindelingen, met nota van toelichting.
Jaar: 2021
Advies
Documenten: 1
Bij Kabinetsmissive van 8 juli 2021, no.2021001351, heeft Uwe Majesteit, op voordracht van de Minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid, bij de Afdeling advisering van de Raad van State ter overweging aanhangig gemaakt het ontwerpbesluit houdende wijziging van het Besluit Participatiewet in verband met de financiering van de loonkostensubsidies, met nota van toelichting.
Jaar: 2021
Advies
Documenten: 1
Bij Kabinetsmissive van 3 september 2021, no.2021001708, heeft Uwe Majesteit, op voordracht van de Staatssecretaris van Sociale Zaken en Werkgelegenheid, bij de Afdeling advisering van de Raad van State ter overweging aanhangig gemaakt het ontwerpbesluit houdende wijziging van het Besluit bijstandverlening zelfstandigen 2004 in verband met het stellen van tijdelijke regels voor bijstandverlening aan zelfstandigen als gevolg van de tijdelijk verhoogde instroom en tot wijziging van de Tijdelijke overbruggingsregeling zelfstandig ondernemers in verband met het creëren van een grondslag om de periode waarover bijstand op grond van dat besluit kan worden verleend bij ministeriële regeling uit te breiden indien de crisis in verband met COVID-19 daartoe noodzaakt, met nota van toelichting.
Jaar: 2021
Advies
Documenten: 1
Bij Kabinetsmissive van 14 juli 2021, no.2021001412, heeft Uwe Majesteit, op voordracht van de Staatssecretaris van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties, bij de Afdeling advisering van de Raad van State ter overweging aanhangig gemaakt het ontwerpbesluit tot wijziging van het Besluit basisregistratie personen in verband met het bevorderen van de goede uitvoering van dat besluit op enkele onderdelen en het herstellen van enige omissies, alsmede van het Besluit basisadministraties persoonsgegevens BES in verband met het opnemen van gegevens over kinderen die op het moment van de geboorte niet meer in leven zijn of omtrent wie een akte in een openbaar lichaam is opgemaakt die vermeldt dat het kind op het ogenblik van de aangifte niet in leven is, dan wel die zijn overleden zonder zelf ingeschrevene te zijn, met nota van toelichting.
Jaar: 2021
Advies
Documenten: 1
Bij Kabinetsmissive van 18 juni 2021, no.2021001184, heeft Uwe Majesteit, op voordracht van de Staatssecretaris van Financiën, bij de Afdeling advisering van de Raad van State ter overweging aanhangig gemaakt het voorstel van wet houdende wijziging van de Wet op de accijns en enkele andere wetten in verband met implementatie van de horizontale accijnsrichtlijn (EU) 2020/262, richtlijn alcoholaccijns (EU) 2020/1151 en richtlijn btw en accijns bij defensie-inspanningen (EU) 2019/2235 (Wet implementatie richtlijnen accijns 2022), met memorie van toelichting.
Jaar: 2021
Advies
Documenten: 1
Bij Kabinetsmissive van 7 juli 2021, no.2021001345, heeft Uwe Majesteit, op voordracht van de Minister voor Rechtsbescherming, bij de Afdeling advisering van de Raad van State ter overweging aanhangig gemaakt het voorstel van wet houdende wijziging van de Faillissementswet ter verbetering van de doorstroom van de gemeentelijke schuldhulpverlening naar de wettelijke schuldsaneringsregeling natuurlijke personen, met memorie van toelichting.
Jaar: 2021
Advies
Documenten: 1
Bij Kabinetsmissive van 21 september 2021, no.2021001879, heeft Uwe Majesteit, op voordracht van de Minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport, mede namens de Minister van Justitie en Veiligheid en de Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties, bij de Afdeling advisering van de Raad van State ter overweging aanhangig gemaakt het ontwerpbesluit houdende wijziging van het Tijdelijk besluit veilige afstand in verband met het vaststellen van de veilige afstand op nul meter, met nota van toelichting.
Jaar: 2021
Advies
Documenten: 1
Bij Kabinetsmissive van 4 juni 2021, no.2021001081, heeft Uwe Majesteit, op voordracht van de Minister van Justitie en Veiligheid, bij de Afdeling advisering van de Raad van State ter overweging aanhangig gemaakt het voorstel van wet tot wijziging van de Tijdelijke wet bestuurlijke maatregelen terrorismebestrijding in verband met het verlengen van de werkingsduur, met memorie van toelichting.
Jaar: 2021
Advies
Documenten: 1
Bij Kabinetsmissive van 13 juli 2021, no.2021001398, heeft Uwe Majesteit, op voordracht van de Minister voor Rechtsbescherming, bij de Afdeling advisering van de Raad van State ter overweging aanhangig gemaakt het voorstel van wet houdende wijziging van de Wet justitiële en strafvorderlijke gegevens ter implementatie van Europese regelgeving over het Europees strafregisterinformatiesysteem, met memorie van toelichting.
Jaar: 2021
Advies
Documenten: 1
Bij Kabinetsmissive van 27 augustus 2021, no.2021001641, heeft Uwe Majesteit, op voordracht van de Staatssecretaris van Financiën, bij de Afdeling advisering van de Raad van State ter overweging aanhangig gemaakt het voorstel van wet tot wijziging van enkele belastingwetten en enige andere wetten (Overige fiscale maatregelen 2022), met memorie van toelichting.
Jaar: 2021
Advies
Documenten: 1
Bij Kabinetsmissive van 2 september 2021, no.2021001612, heeft Uwe Majesteit, op voordracht van de Minister van Financiën, bij de Afdeling advisering van de Raad van State ter overweging aanhangig gemaakt het ontwerp-Miljoenennota, met memorie van toelichting.
Jaar: 2021
Advies
Documenten: 1
Bij Kabinetsmissive van 2 september 2021, no.2021001628, heeft Uwe Majesteit, op voordracht van de Minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport, bij de Afdeling advisering van de Raad van State ter overweging aanhangig gemaakt het voorstel van wet tot vaststelling van de begrotingsstaten van het ministerie van Volksgezondheid, Welzijn en Sport (XVI) voor het jaar 2022, met memorie van toelichting.
Jaar: 2021
Advies
Documenten: 1
Bij Kabinetsmissive van 3 september 2021, no.2021001634, heeft Uwe Majesteit, op voordracht van de Minister van Infrastructuur en Waterstaat, mede namens de Minister van Financiën, bij de Afdeling advisering van de Raad van State ter overweging aanhangig gemaakt het voorstel van wet tot vaststelling van de begrotingsstaat van het Deltafonds (J) voor het jaar 2022, met memorie van toelichting.
Jaar: 2021
Advies
Documenten: 1
Bij Kabinetsmissive van 2 september 2021, no.2021001620, heeft Uwe Majesteit, op voordracht van de Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties, mede namens de Minister van Financiën, bij de Afdeling advisering van de Raad van State ter overweging aanhangig gemaakt het voorstel van wet tot vaststelling van de begrotingsstaten van het Ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties (VII) voor het jaar 2022, met memorie van toelichting.
Jaar: 2021
Advies
Documenten: 1
Bij Kabinetsmissive van 1 september 2021, no.2021001640, heeft Uwe Majesteit, op voordracht van de Minister van Financiën, mede namens de Staatssecretaris van Financiën, bij de Afdeling advisering van de Raad van State ter overweging aanhangig gemaakt het voorstel van wet tot wijziging van enkele belastingwetten en enige andere wetten (Belastingplan 2022), met memorie van toelichting.
Jaar: 2021
Advies
Documenten: 1
Bij Kabinetsmissive van 31 augustus 2021, no.2021001643, heeft Uwe Majesteit, op voordracht van de Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties, mede namens de Staatssecretaris van Financiën, bij de Afdeling advisering van de Raad van State ter overweging aanhangig gemaakt het voorstel van wet houdende wijziging van de Wet maatregelen woningmarkt 2014 II (verlaging tarief verhuurderheffing en maandelijkse wijziging bedragen heffingsverminderingen), met memorie van toelichting.
Jaar: 2021
Advies
Documenten: 1
Bij Kabinetsmissive van 3 september 2021, no.2021001632, heeft Uwe Majesteit, op voordracht van de Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties, mede namens de Minister van Financiën, bij de Afdeling advisering van de Raad van State ter overweging aanhangig gemaakt het voorstel van wet tot vaststelling van de begrotingsstaat van het gemeentefonds (B) voor het jaar 2022, met memorie van toelichting.
Jaar: 2021
Advies
Documenten: 1
Bij Kabinetsmissive van 2 september 2021, no.2021001613, heeft Uwe Majesteit, op voordracht van de Minister-President, de Minister van Algemene Zaken, mede namens de Minister van Financiën, bij de Afdeling advisering van de Raad van State ter overweging aanhangig gemaakt het voorstel van wet tot vaststelling van de begrotingsstaat van de Koning (I) voor het jaar 2022, met memorie van toelichting.
Jaar: 2021
Advies
Documenten: 1
Bij Kabinetsmissive van 2 september 2021, no.2021001625, heeft Uwe Majesteit, op voordracht van de Minister van Economische Zaken en Klimaat, mede namens de Minister van Financiën, bij de Afdeling advisering van de Raad van State ter overweging aanhangig gemaakt het voorstel van wet tot vaststelling van de begrotingsstaten van het Ministerie van Economische Zaken en Klimaat (XIII) voor het jaar 2022, met memorie van toelichting.
Jaar: 2021
Advies
Documenten: 1
Bij Kabinetsmissive van 2 september 2021, no.2021001621, heeft Uwe Majesteit, op voordracht van de Minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap, mede namens de Minister van Financiën, bij de Afdeling advisering van de Raad van State ter overweging aanhangig gemaakt het voorstel van wet tot vaststelling van de begrotingsstaten van het Ministerie van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap (VIII) voor het jaar 2022, met memorie van toelichting.
Jaar: 2021
Advies
Documenten: 1
Bij Kabinetsmissive van 3 september 2021, no.2021001631, heeft Uwe Majesteit, op voordracht van de Minister van Infrastructuur en Waterstaat, mede namens de Minister van Financiën, bij de Afdeling advisering van de Raad van State ter overweging aanhangig gemaakt het voorstel van wet tot vaststelling van de begrotingsstaat van het Mobiliteitsfonds (A) voor het jaar 2022, met memorie van toelichting.
Jaar: 2021
Advies
Documenten: 1
Bij Kabinetsmissive van 2 september 2021, no.2021001629, heeft Uwe Majesteit, op voordracht van de Minister van Buitenlandse Zaken, mede namens de Minister van Financiën, bij de Afdeling advisering van de Raad van State ter overweging aanhangig gemaakt het voorstel van wet tot vaststelling van de begrotingsstaat van Buitenlandse Handel en Ontwikkelingssamenwerking (XVII) voor het jaar 2022, met memorie van toelichting.
Jaar: 2021
Advies
Documenten: 1
Bij Kabinetsmissive van 17 augustus 2021, no.2021001530, heeft Uwe Majesteit, op voordracht van de Staatssecretaris van Financiën, bij de Afdeling advisering van de Raad van State ter overweging aanhangig gemaakt het voorstel van wet houdende wijziging van de Wet op de vennootschapsbelasting 1969 met het oog op het tegengaan van enkele mismatches die ontstaan bij de toepassing van het zakelijkheidsbeginsel in de vennootschapsbelasting (Wet tegengaan mismatches bij toepassing zakelijkheidsbeginsel), met memorie van toelichting.
Jaar: 2021
Advies
Documenten: 1
Bij Kabinetsmissive van 27 augustus 2021, no.2021001642, heeft Uwe Majesteit, op voordracht van de Staatssecretaris van Financiën, bij de Afdeling advisering van de Raad van State ter overweging aanhangig gemaakt het voorstel van wet tot wijziging van de Wet inkomstenbelasting 2001, de Wet op de vennootschapsbelasting 1969, de Wet op de dividendbelasting 1965, de Wet bronbelasting 2021, de Algemene wet inzake rijksbelastingen en de Wet implementatie tweede EU-richtlijn antibelastingontwijking in verband met de implementatie van Richtlijn (EU) 2017/952 van de Raad van 29 mei 2017 tot wijziging van Richtlijn (EU) 2016/1164 wat betreft de maatregel om mismatches door een omgekeerde hybride tegen te gaan (PbEU 2017, L 144/1) (Wet implementatie belastingplichtmaatregel uit de tweede EU-richtlijn antibelastingontwijking), met memorie van toelichting.
Jaar: 2021
Advies
Documenten: 1
Bij Kabinetsmissive van 3 september 2021, no.2021001633, heeft Uwe Majesteit, op voordracht van de Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties, mede namens de Minister van Financiën, bij de Afdeling advisering van de Raad van State ter overweging aanhangig gemaakt het voorstel van wet tot vaststelling van de begrotingsstaat van het provinciefonds (C) voor het jaar 2022, met memorie van toelichting.
Jaar: 2021
Advies
Documenten: 1
Bij Kabinetsmissive van 2 september 2021, no.2021001623, heeft Uwe Majesteit, op voordracht van de Minister van Defensie, mede namens de Minister van Financiën, bij de Afdeling advisering van de Raad van State ter overweging aanhangig gemaakt het voorstel van wet tot vaststelling van de begrotingsstaten van het Ministerie van Defensie (X) voor het jaar 2022, met memorie van toelichting.
Jaar: 2021
Advies
Documenten: 1
Bij Kabinetsmissive van 3 september 2021, no.2021001635, heeft Uwe Majesteit, op voordracht van de Minister van Defensie, mede namens de Minister van Financiën, bij de Afdeling advisering van de Raad van State ter overweging aanhangig gemaakt het voorstel van wet tot vaststelling van de begrotingsstaat van het Defensiematerieelbegrotingsfonds (K) voor het jaar 2022, met memorie van toelichting.
Jaar: 2021
Advies
Documenten: 1
Bij Kabinetsmissive van 2 september 2021, no.2021001627, heeft Uwe Majesteit, op voordracht van de Minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid, mede namens de Minister van Financiën, bij de Afdeling advisering van de Raad van State ter overweging aanhangig gemaakt het voorstel van wet tot vaststelling van de begrotingsstaten van het Ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid (XV) voor het jaar 2022, met memorie van toelichting.
Jaar: 2021
Advies
Documenten: 1
Bij Kabinetsmissive van 2 september 2021, no.2021001614, heeft Uwe Majesteit, op voordracht van de Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties, mede namens de Minister van Financiën, bij de Afdeling advisering van de Raad van State ter overweging aanhangig gemaakt het voorstel van wet tot vaststelling van de begrotingsstaat van de Staten-Generaal (IIA) voor het jaar 2022, met memorie van toelichting.
Jaar: 2021
Advies
Documenten: 1
Bij Kabinetsmissive van 2 september 2021, no.2021001619, heeft Uwe Majesteit, op voordracht van de Minister van Justitie en Veiligheid, mede namens de Minister van Financiën, bij de Afdeling advisering van de Raad van State ter overweging aanhangig gemaakt het voorstel van wet tot vaststelling van de begrotingsstaten van het Ministerie van Justitie en Veiligheid (VI) voor het jaar 2022, met memorie van toelichting.
Jaar: 2021
Advies
Documenten: 1
Bij Kabinetsmissive van 3 september 2021, no.2021001630, heeft Uwe Majesteit, op voordracht van de Minister van Economische Zaken en Klimaat, mede namens de Minister van Financiën, bij de Afdeling advisering van de Raad van State ter overweging aanhangig gemaakt het voorstel van wet tot vaststelling van de begrotingsstaat van het Nationale Groeifonds (XIX) voor het jaar 2022, met memorie van toelichting.
Jaar: 2021
Advies
Documenten: 1
Bij Kabinetsmissive van 2 september 2021, no.2021001624, heeft Uwe Majesteit, op voordracht van de Minister van Infrastructuur en Waterstaat, mede namens de Minister van Financiën, bij de Afdeling advisering van de Raad van State ter overweging aanhangig gemaakt het voorstel van wet tot vaststelling van de begrotingsstaten van het Ministerie van Infrastructuur en Waterstaat (XII) voor het jaar 2022, met memorie van toelichting.
Jaar: 2021
Advies
Documenten: 1
Bij Kabinetsmissive van 2 september 2021, no.2021001618, heeft Uwe Majesteit, op voordracht van de Minister van Buitenlandse Zaken, mede namens de Minister van Financiën, bij de Afdeling advisering van de Raad van State ter overweging aanhangig gemaakt het voorstel van wet tot vaststelling van de begrotingsstaat van het Ministerie van Buitenlandse Zaken (V) voor het jaar 2022, met memorie van toelichting.
Jaar: 2021
Advies
Documenten: 1
Bij Kabinetsmissive van 2 september 2021, no.2021001615, heeft Uwe Majesteit, op voordracht van de Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties, mede namens de Minister van Financiën, bij de Afdeling advisering van de Raad van State ter overweging aanhangig gemaakt het voorstel van wet tot vaststelling van de begrotingsstaat van de overige Hoge Colleges van Staat, Kabinetten van de Gouverneurs en de Kiesraad (IIB) voor het jaar 2022, met memorie van toelichting.
Jaar: 2021
Advies
Documenten: 1
Bij Kabinetsmissive van 2 september 2021, no.2021001626, heeft Uwe Majesteit, op voordracht van de Minister van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit, mede namens de Minister van Financiën, bij de Afdeling advisering van de Raad van State ter overweging aanhangig gemaakt het voorstel van wet tot vaststelling van de begrotingsstaten van het Ministerie van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit (XIV) en het Diergezondheidsfonds (F) voor het jaar 2022, met memorie van toelichting.
Jaar: 2021
Advies
Documenten: 1
Bij Kabinetsmissive van 2 september 2021, no.2021001616, heeft Uwe Majesteit, op voordracht van de Minister-President, de Minister van Algemene Zaken, mede namens de Minister van Financiën, bij de Afdeling advisering van de Raad van State ter overweging aanhangig gemaakt het voorstel van wet tot vaststelling van de begrotingsstaat van het Ministerie van Algemene Zaken (IIIA), de begrotingsstaat van het Kabinet van de Koning (IIIB) en de begrotingsstaat van de Commissie van Toezicht op de Inlichtingen- en Veiligheidsdiensten (IIIC) voor het jaar 2022, met memorie van toelichting.
Jaar: 2021
Advies
Documenten: 1
Bij Kabinetsmissive van 2 september 2021, no.2021001617, heeft Uwe Majesteit, op voordracht van de Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties, mede namens de Minister van Financiën, bij de Afdeling advisering van de Raad van State ter overweging aanhangig gemaakt het voorstel van wet tot vaststelling van de begrotingsstaten van Koninkrijksrelaties (IV) en het BES-fonds (H) voor het jaar 2022, met memorie van toelichting.
Jaar: 2021
Advies
Documenten: 1
Bij Kabinetsmissive van 2 september 2021, no.2021001622, heeft Uwe Majesteit, op voordracht van de Minister van Financiën, bij de Afdeling advisering van de Raad van State ter overweging aanhangig gemaakt het voorstel van wet tot vaststelling van de begrotingsstaat van het Ministerie van Financiën (IXB) en de begrotingsstaat van Nationale Schuld (IXA) voor het jaar 2022, met memorie van toelichting.
Jaar: 2021
Advies
Documenten: 1
Bij Kabinetsmissive van 7 juli 2021, no.2021001343, heeft Uwe Majesteit, op voordracht van de Minister voor Rechtsbescherming, mede namens de Staatssecretaris van Volksgezondheid, Welzijn en Sport, bij de Afdeling advisering van de Raad van State ter overweging aanhangig gemaakt het ontwerpbesluit houdende wijziging van het Besluit verplichte geestelijke gezondheidszorg in verband met de aanwijzing van de gegevens die op grond van artikel 13:3a, eerste lid, onderdeel c, van de Wet verplichte geestelijke gezondheidszorg kunnen worden gevorderd, met nota van toelichting.
Jaar: 2021
Advies
Documenten: 1
Bij Kabinetsmissive van 8 juli 2021, no.2021001352, heeft Uwe Majesteit, op voordracht van de Minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid, bij de Afdeling advisering van de Raad van State ter overweging aanhangig gemaakt het ontwerpbesluit tot wijziging van het Besluit kinderopvangtoeslag in verband met de indexatie van de toetsingsinkomens en de maximum uurprijzen voor de dagopvang, buitenschoolse opvang en gastouderopvang en de verruiming van de koppeling gewerkte uren voor buitenschoolse opvang, met nota van toelichting.
Jaar: 2021
Advies
Documenten: 1
Bij Kabinetsmissive van 5 maart 2021, no.2021000391, heeft Uwe Majesteit, op voordracht van de Minister van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit, bij de Afdeling advisering van de Raad van State ter overweging aanhangig gemaakt het ontwerpbesluit tot wijziging van het Besluit houders van dieren en het Besluit diergeneeskundigen in verband met het verbeteren van de identificatie en registratie van honden en het registeren van chippers, met nota van toelichting.
Jaar: 2021
Advies
Documenten: 1
Bij Kabinetsmissive van 16 juli 2021, no.2021001491, heeft Uwe Majesteit, op voordracht van de Minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport, mede namens de Minister van Justitie en Veiligheid en de Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties, bij de Afdeling advisering van de Raad van State ter overweging aanhangig gemaakt het ontwerpbesluit houdende wijziging van het Tijdelijk besluit veilige afstand in verband met het vaststellen van de veilige afstand op nul meter, met nota van toelichting.
Jaar: 2021
Advies
Documenten: 1
Bij Kabinetsmissive van 7 juli 2020, no.2020001348, heeft Uwe Majesteit, op voordracht van de Minister van Infrastructuur en Waterstaat, bij de Afdeling advisering van de Raad van State ter overweging aanhangig gemaakt het voorstel van wet houdende regels voor het in rekening brengen van een vrachtwagenheffing voor het rijden met een vrachtwagen op aangewezen wegvakken (Wet vrachtwagenheffing), met memorie van toelichting.
Jaar: 2021
Advies
Documenten: 1
Bij Kabinetsmissive van 7 april 2021, no.2021000694, heeft Uwe Majesteit, op voordracht van de Minister van Financiën, bij de Afdeling advisering van de Raad van State ter overweging aanhangig gemaakt het voorstel tot wijziging van de Wet op het financieel toezicht en de Faillissementswet in verband met implementatie van de richtlijn tot wijziging van de richtlijn herstel en afwikkeling van banken en beleggingsondernemingen (Implementatiewet verliesabsorptie- en herkapitalisatiecapaciteit van banken en beleggingsondernemingen), met memorie van toelichting.
Jaar: 2021
Advies
Documenten: 1
Bij Kabinetsmissive van 17 juni 2021, no.2021001168, heeft Uwe Majesteit, op voordracht van de Minister van Financiën, mede namens de Minister voor Rechtsbescherming, bij de Afdeling advisering van de Raad van State ter overweging aanhangig gemaakt het voorstel van wet houdende wijziging van de Wet op het financieel toezicht en de Faillissementswet in verband met de implementatie van de richtlijn betreffende de uitgifte van gedekte obligaties en het overheidstoezicht op gedekte obligaties (Implementatiewet richtlijn gedekte obligaties), met memorie van toelichting.
Jaar: 2021
Advies
Documenten: 1
Bij Kabinetsmissive van 26 april 2021, no.2021000841, heeft Uwe Majesteit, op voordracht van de Minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap, mede namens de Minister voor Basis- en Voortgezet Onderwijs en Media, bij de Afdeling advisering van de Raad van State ter overweging aanhangig gemaakt het ontwerpbesluit tot wijziging van het Besluit register onderwijsdeelnemers in verband met de uitbreiding van de gegevensverstrekking uit het register onderwijsdeelnemers ten behoeve van de uitvoering van wettelijke taken door bestuursorganen, met nota van toelichting.
Jaar: 2021
Advies
Documenten: 1
Bij Kabinetsmissive van 7 juni 2021, no.2021001118, heeft Uwe Majesteit, op voordracht van de Minister voor Basis- en Voortgezet Onderwijs en Media, bij de Afdeling advisering van de Raad van State ter overweging aanhangig gemaakt het ontwerpbesluit tot wijziging van het Besluit bekostiging WPO in verband met het mogelijk maken van een generieke uitzondering voor de beoordeling van de leerresultaten wegens COVID-19, met nota van toelichting.
Jaar: 2021
Advies
Documenten: 1
Bij Kabinetsmissive van 7 juli 2021, no.2021001342, heeft Uwe Majesteit, op voordracht van de Minister van Buitenlandse Zaken, bij de Afdeling advisering van de Raad van State ter overweging aanhangig gemaakt het ontwerpbesluit tot vaststelling van tijdelijke bepalingen voor diensten met betrekking tot goederen voor tweeërlei gebruik en tot wijziging van het Besluit strategische goederen voor de uitvoering van de Verordening (EU) 2021/821 van het Europees Parlement en de Raad van 20 mei 2021 tot instelling van een EU-regeling voor controle op de uitvoer, de overbrenging, de tussenhandel, de technische bijstand en de doorvoer van producten voor tweeërlei gebruik (herschikking) (PbEU 2021, L 206) (Tijdelijk uitvoeringsbesluit herziening Verordening producten voor tweeërlei gebruik), met nota van toelichting.
Jaar: 2021
Advies
Documenten: 1
Bij Kabinetsmissive van 14 juli 2021, no.2021001415, heeft Uwe Majesteit, op voordracht van de Minister voor Medische Zorg, bij de Afdeling advisering van de Raad van State ter overweging aanhangig gemaakt het voorstel van wet tot wijziging van de Zorgverzekeringswet in verband met het ongewijzigd laten van het verplicht eigen risico voor de zorgverzekering voor het jaar 2022, met memorie van toelichting.
Jaar: 2021
Advies
Documenten: 1
Bij Kabinetsmissive van 7 juli 2021, no.2021001341, heeft Uwe Majesteit, op voordracht van de Minister van Buitenlandse Zaken, bij de Afdeling advisering van de Raad van State ter overweging aanhangig gemaakt het voorstel van wet tot wijziging van de Wet strategische diensten voor de uitvoering van de Verordening (EU) 2021/821 van het Europees Parlement en de Raad van 20 mei 2021 tot instelling van een EU-regeling voor controle op de uitvoer, de overbrenging, de tussenhandel, de technische bijstand en de doorvoer van producten voor tweeërlei gebruik (herschikking) (PbEU 2021, L 206) (Uitvoeringswet herziening Verordening producten voor tweeërlei gebruik), met memorie van toelichting.
Jaar: 2021
Advies
Documenten: 1
Bij Kabinetsmissive van 30 juni 2021, no.2021001303, heeft Uwe Majesteit, op voordracht van de Minister van Infrastructuur en Waterstaat, in overeenstemming met de Minister van Economische Zaken en Klimaat, bij de Afdeling advisering van de Raad van State ter overweging aanhangig gemaakt het ontwerpbesluit houdende wijziging van het Besluit exploitatie luchthaven Schiphol 2017 in verband met de aanpassing verrekeningssystematiek voor uitzonderlijke en onvoorziene omstandigheden, met nota van toelichting.
Jaar: 2021
Advies
Documenten: 1
Bij brief van de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal van 18 augustus 2021 heeft de Tweede Kamer op de voet van artikel 21a, eerste lid, van de Wet op de Raad van State aan de Afdeling advisering van de Raad van State gevraagd haar van voorlichting te dienen over het verzoek om voorlichting over de verenigbaarheid van andere functies met het Kamerlidmaatschap.
Jaar: 2021
Advies
Documenten: 1
Bij Kabinetsmissive van 17 maart 2021, no.2021000492, heeft Uwe Majesteit, op voordracht van de Minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid, bij de Afdeling advisering van de Raad van State ter overweging aanhangig gemaakt het ontwerpbesluit tot uitvoering van de Wet inburgering 20.. (Besluit inburgering 20..), met nota van toelichting.
Jaar: 2021
Advies
Documenten: 1
Bij Kabinetsmissive van 30 april 2021, no.2021000859, heeft Uwe Majesteit, op voordracht van de Minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap, bij de Afdeling advisering van de Raad van State ter overweging aanhangig gemaakt het voorstel van wet houdende wijziging van de Wet subsidiëring landelijke onderwijsondersteunende activiteiten 2013 in verband met de toebedeling van wettelijke taken op het gebied van internationalisering binnen het onderwijs (Wet wettelijke taken internationalisering onderwijs), met memorie van toelichting.
Jaar: 2021
Advies
Documenten: 1
Bij Kabinetsmissive van 2 juli 2021, no.2021001307, heeft Uwe Majesteit, op voordracht van de Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties, bij de Afdeling advisering van de Raad van State ter overweging aanhangig gemaakt het voorstel van wet tot wijziging van de Tijdelijke experimentenwet stembiljetten en centrale stemopneming in verband met de verlenging van de werkingsduur van die wet, met memorie van toelichting.
Jaar: 2021
Advies
Documenten: 1
Bij Kabinetsmissive van 31 mei 2021, no.2021001038, heeft Uwe Majesteit, op voordracht van de Minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid, bij de Afdeling advisering van de Raad van State ter overweging aanhangig gemaakt het voorstel van wet tot wijziging van enkele wetten van het Ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid (Verzamelwet SZW 2022), met memorie van toelichting.
Jaar: 2021
Advies
Documenten: 1
Bij Kabinetsmissive van 13 juli 2021, no.2021001414, heeft Uwe Majesteit, op voordracht van de Minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport, mede namens de Minister van Justitie en Veiligheid en de Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties, bij de Afdeling advisering van de Raad van State ter overweging aanhangig gemaakt de adviesaanvraag ingevolge 58t van de Wet publieke gezondheid over de krachtens hoofdstuk Va van de Wet publieke gezondheid geldende maatregelen, met het oog op een voorgenomen besluit tot verlenging per 1 september 2021, als bedoeld in artikel VIII, derde lid, van de Tijdelijke wet maatregelen covid-19, met nota van toelichting.
Jaar: 2021
Advies
Documenten: 1
Bij Kabinetsmissive van 20 mei 2021, no.2021000937, heeft Uwe Majesteit, op voordracht van de Staatssecretaris van Defensie, bij de Afdeling advisering van de Raad van State ter overweging aanhangig gemaakt het ontwerpbesluit houdende wijziging van het Besluit vervoer gevaarlijke stoffen door de lucht met militaire luchtvaartuigen, met nota van toelichting.
Jaar: 2021
Advies
Documenten: 1
Bij Kabinetsmissive van 15 juli 2021, no.2021001423, heeft Uwe Majesteit, op voordracht van de Minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid, bij de Afdeling advisering van de Raad van State ter overweging aanhangig gemaakt het ontwerpbesluit tot wijziging van het Schattingsbesluit arbeidsongeschiktheidswetten in verband met de bijzondere omstandigheden door COVID-19 om tijdelijk de geldigheidsduur van functies in het CBBS te verlengen tot 48 maanden, met nota van toelichting.
Jaar: 2021
Advies
Documenten: 1
Krachtens Koninklijke machtiging heeft de Minister van Infrastructuur en Waterstaat met een schrijven van 29 april 2021, no.RWS-2021/13033, bij de Afdeling advisering van de Raad van State ter overweging aanhangig gemaakt een voordracht met ontwerpbesluit tot aanwijzing van onroerende zaken ter onteigening in de gemeente Olst-Wijhe krachtens artikel 72a van de onteigeningswet (onteigening voor de aanleg van een rotonde op de kruising van De Meente te Olst met de provinciale weg N337/Rijksstraatweg), met bijkomende werken.
Jaar: 2021
Advies
Documenten: 1
Bij Kabinetsmissive van 26 april 2021, no.2021000822, heeft Uwe Majesteit, op voordracht van de Minister van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit, bij de Afdeling advisering van de Raad van State ter overweging aanhangig gemaakt het ontwerpbesluit houdende wijziging van het Besluit natuurbescherming en het Besluit activiteiten leefomgeving in verband met een handelsverbod voor Aziatische duizendknopen en wijziging van het Besluit kwaliteit leefomgeving in verband met de additionele aanwijzing van door de provincies te bestrijden invasieve uitheemse soorten, met nota van toelichting.
Jaar: 2021
Advies
Documenten: 1
Bij Kabinetsmissive van 8 juni 2021, no.2021001106, heeft Uwe Majesteit, op voordracht van de Minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid, bij de Afdeling advisering van de Raad van State ter overweging aanhangig gemaakt het ontwerpbesluit houdende wijziging van het Besluit Wfsv om in verband met de bijzondere omstandigheden als gevolg van covid-19 tijdelijk de AWf-premie in 2021 niet te herzien bij overwerk, met nota van toelichting.
Jaar: 2021
Advies
Documenten: 1
Bij Kabinetsmissive van 30 april 2021, no.2021000856, heeft Uwe Majesteit, op voordracht van de Minister voor Medische Zorg, bij de Afdeling advisering van de Raad van State ter overweging aanhangig gemaakt het ontwerpbesluit houdende wijziging van het Besluit zorgverzekering in verband met de invoering van het vereveningscriterium DKG’s en van maatregelen voor het vereveningsjaar 2021, met nota van toelichting.
Jaar: 2021
Advies
Documenten: 1
Bij Kabinetsmissive van 14 juni 2021, no.2021001152, heeft Uwe Majesteit, op voordracht van de Minister van Financiën, mede namens de Minister voor Rechtsbescherming, bij de Afdeling advisering van de Raad van State ter overweging aanhangig gemaakt het ontwerpbesluit houdende wijziging van het Besluit tijdelijke verlaging kredietvergoeding en het Besluit kredietvergoeding ten behoeve van het voortzetten van de tijdelijke verlaging van de ten hoogste toegelaten kredietvergoeding in verband met de gevolgen van covid-19, met nota van toelichting.
Jaar: 2021
Advies
Documenten: 1
Bij Kabinetsmissive van 3 december 2020, no.2020002481, heeft Uwe Majesteit, op voordracht van de Minister van Infrastructuur en Waterstaat, bij de Afdeling advisering van de Raad van State ter overweging aanhangig gemaakt het ontwerpbesluit tot wijziging van het Reglement rijbewijzen in verband met de implementatie van richtlijn (EU) 2018/645 van het Europees Parlement en de Raad van 18 april 2018 tot wijziging van Richtlijn 2003/59/EG betreffende de vakbekwaamheid en de opleiding en nascholing van bestuurders van bepaalde voor goederen- en personenvervoer over de weg bestemde voertuigen en Richtlijn 2006/126/EG betreffende het rijbewijs (PbEU 2018, L 112), met nota van toelichting.
Jaar: 2021
Advies
Documenten: 1
Bij Kabinetsmissive van 23 maart 2021, no. 2021000535, heeft Uwe Majesteit, op voordracht van de minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport, mede namens de minister van Justitie en Veiligheid, bij de Afdeling advisering van de Raad van State ter overweging aanhangig gemaakt het ontwerpbesluit houdende vaststelling rechtspositie regionale toetsingscommissies euthanasie, met nota van toelichting.
Jaar: 2021
Advies
Documenten: 1
Bij Kabinetsmissive van 10 maart 2021, no. 2021000396, heeft Uwe Majesteit, op voordracht van de minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties, bij de Afdeling advisering van de Raad van State ter overweging aanhangig gemaakt het Ontwerp van een besluit tot wijziging en aanvulling van het Besluit uitvoering Crisis- en herstelwet (Besluit uitvoering Crisis- en herstelwet (drieëntwintigste tranche)), met nota van toelichting.
Jaar: 2021
Advies
Documenten: 1
Bij Kabinetsmissive van 26 april 2021, no.2021000854, heeft Uwe Majesteit, op voordracht van de Staatssecretaris van Financiën, bij de Afdeling advisering van de Raad van State ter overweging aanhangig gemaakt het ontwerpbesluit tot wijziging van het Uitvoeringsbesluit belastingen van rechtsverkeer in verband met verkrijgingen in het kader van een taakoverdracht en de woningwaarderingsgrens voor toepassing van de startersvrijstelling, met nota van toelichting.
Jaar: 2021
Advies
Documenten: 1
Bij Kabinetsmissive van 4 maart 2021, no.2021000360, heeft Uwe Majesteit, op voordracht van de Staatssecretaris van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties, bij de Afdeling advisering van de Raad van State ter overweging aanhangig gemaakt het voorstel van wet tot wijziging van de Kaderwet zelfstandige bestuursorganen en enkele andere wetten in verband met het doorvoeren van aanbevelingen uit de tweede evaluatie van de Kaderwet zelfstandige bestuursorganen en wijziging van de Kaderwet adviescollege in verband met een verduidelijking inzake archiefbescheiden, met memorie van toelichting.
Jaar: 2021
Advies
Documenten: 1
Bij Kabinetsmissive van 18 december 2020, no.2020002618, heeft Uwe Majesteit, op voordracht van de Minister van Justitie en Veiligheid, mede namens de Minister van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit, bij de Afdeling advisering van de Raad van State ter overweging aanhangig gemaakt het voorstel van wet tot wijziging van het Wetboek van Strafrecht, het Wetboek van Strafvordering en de Wet dieren met het oog op de versterking en aanvulling van het instrumentarium ten behoeve van de opsporing, vervolging en bestuursrechtelijke sanctionering van dierenmishandeling, dierverwaarlozing en overtreding van bepalingen inzake dierenwelzijn, dierengezondheid en het aanhitsen van dieren (Wet aanpak dierenmishandeling en dierverwaarlozing), met memorie van toelichting.
Jaar: 2021
Advies
Documenten: 1
Bij Kabinetsmissive van 26 mei 2021, no.2021000986, heeft Uwe Majesteit, op voordracht van de Minister van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit, bij de Afdeling advisering van de Raad van State ter overweging aanhangig gemaakt het ontwerpbesluit, houdende wijziging van het Besluit houders van dieren vanwege een aanpassing van het verbod op het gebruik van stroomstootapparatuur, met nota van toelichting.
Jaar: 2021
Advies
Documenten: 1
Bij Kabinetsmissive van 12 maart 2021, no.2021000445, heeft Uwe Majesteit, op voordracht van de Staatssecretaris van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties, bij de Afdeling advisering van de Raad van State van het Koninkrijk ter overweging aanhangig gemaakt het ontwerpbesluit houdende wijziging van het Besluit paspoortgelden en het Paspoortbesluit in verband met de uitvoering van Verordening (EU) 2019/1157 van het Europees Parlement en de Raad van 20 juni 2019 betreffende de versterking van de beveiliging van identiteitskaarten van burgers van de Unie en van verblijfsdocumenten afgegeven aan burgers van de Unie en hun familieleden die hun recht van vrij verkeer uitoefenen (PbEU 2019, L 188), met nota van toelichting.
Jaar: 2021
Advies
Documenten: 1
Bij Kabinetsmissive van 26 april 2021, no.2021000848, heeft Uwe Majesteit, op voordracht van de Minister van Infrastructuur en Waterstaat, bij de Afdeling advisering van de Raad van State ter overweging aanhangig gemaakt het ontwerpbesluit tot wijziging van het Reglement rijbewijzen in verband met een aanpassing van de eisen aan examenvoertuigen, enkele terminologische aanpassingen en enkele aanpassingen in de procedure betreffende de aanvraag van een verklaring van geschiktheid, met nota van toelichting.
Jaar: 2021
Advies
Documenten: 1
Bij Kabinetsmissive van 28 juni 2021, no.2021001285, heeft Uwe Majesteit, op voordracht van de Minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid, bij de Afdeling advisering van de Raad van State ter overweging aanhangig gemaakt het voorstel van wet houdende bekrachtiging van een onderdeel van het Besluit benoemingsprocedure SER en tot wijziging van de Wet op de Sociaal-Economische Raad in verband met vervanging van de goedkeuringsprocedure door een voorhangprocedure, met memorie van toelichting.
Jaar: 2021
Advies
Documenten: 1
Bij Kabinetsmissive van 16 april 2021, no.2021000769, heeft Uwe Majesteit, op voordracht van de Staatssecretaris van Financiën, bij de Afdeling advisering van de Raad van State ter overweging aanhangig gemaakt het ontwerpbesluit tot wijziging van het Uitvoeringsbesluit inkomstenbelasting 2001, met nota van toelichting.
Jaar: 2021
Advies
Documenten: 1
Bij Kabinetsmissive van 8 juli 2021, no.2021001360, heeft Uwe Majesteit, op voordracht van de Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties, bij de Afdeling advisering van de Raad van State ter overweging aanhangig gemaakt het voorstel van wet houdende wijziging van de Tijdelijke wet verkiezingen covid-19 in verband met de afschaling van bijzondere maatregelen vanwege covid-19 bij verkiezingen, met memorie van toelichting.
Jaar: 2021
Advies
Documenten: 1
Bij Kabinetsmissive van 11 februari 2021, no.2021000241, heeft Uwe Majesteit, op voordracht van de Minister van Economische Zaken en Klimaat, bij de Afdeling advisering van de Raad van State ter overweging aanhangig gemaakt het voorstel van wet houdende herstel van wetstechnische gebreken en leemten alsmede aanbrenging van andere wijzigingen van ondergeschikte aard in diverse wetsbepalingen op het terrein van het Ministerie van Economische Zaken en Klimaat (Verzamelwet EZK 20..), met memorie van toelichting.
Jaar: 2021
Advies
Documenten: 1
Krachtens Koninklijke machtiging heeft de Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties met een schrijven van 1 april 2021, no.RWS-2021/8586, bij de Afdeling advisering van de Raad van State ter overweging aanhangig gemaakt een voordracht met ontwerpbesluit ingevolge titel IIa van de onteigeningswet tot aanwijzing van onroerende zaken ter onteigening ten algemenen nutte voor de reconstructie van de provinciale weg N239, de gedeelten vanaf de kruising van de Westfriesedijk/N239 met de Langereis van km. 15.500 tot km. 15.826 (deel 1) en de kruising van de Westfriesedijk/N239 met de Zuiderzeestraat/Koggenrandweg van km. 17.176 tot km. 17.453 (deel 2), met bijkomende werken, in de gemeenten Opmeer en Hollands Kroon.
Jaar: 2021
Advies
Documenten: 1
Bij Kabinetsmissive van 29 december 2020, no.2020002654, heeft Uwe Majesteit, op voordracht van de Minister voor Medische Zorg, bij de Afdeling advisering van de Raad van State ter overweging aanhangig gemaakt het ontwerpbesluit houdende wijziging van het Besluit uitbreiding en beperking werkingssfeer WMG ter beperking van de werkingssfeer van de artikelen 40a en 40b van de Wet marktordening gezondheidszorg, met nota van toelichting.
Jaar: 2021
Advies
Documenten: 1
Bij Kabinetsmissive van 25 maart 2021, no.2021000568, heeft Uwe Majesteit, op voordracht van de Staatssecretaris van Infrastructuur en Waterstaat, bij de Afdeling advisering van de Raad van State ter overweging aanhangig gemaakt het ontwerpbesluit tot wijziging van het Besluit melden bedrijfsafvalstoffen en gevaarlijke afvalstoffen in verband met het niet van toepassing zijn van bepaalde informatieverplichtingen vanwege de bescherming van de wezenlijke belangen van de landsverdediging en nationale veiligheid, met nota van toelichting.
Jaar: 2021
Advies
Documenten: 1
Bij Kabinetsmissive van 18 mei 2021, no.2021000924, heeft Uwe Majesteit, op voordracht van de Minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid, bij de Afdeling advisering van de Raad van State ter overweging aanhangig gemaakt het ontwerpbesluit tot wijziging van het Besluit Wfsv en het Besluit SUWI in verband met de invoering van een gedifferentieerde premie voor het Arbeidsongeschiktheidsfonds en het veranderen van de grens tussen kleine en middelgrote werkgevers voor de premieberekening voor de Werkhervattingskas, met nota van toelichting.
Jaar: 2021
Advies
Documenten: 1
Bij Kabinetsmissive van 8 april 2021, no.2021000703, heeft Uwe Majesteit, op voordracht van de Minister van Infrastructuur en Waterstaat, bij de Afdeling advisering van de Raad van State ter overweging aanhangig gemaakt het voorstel van wet tot wijziging van de Wet voorkoming verontreiniging door schepen ten behoeve van de implementatie van Richtlijn (EU) 2019/883 van het Europees Parlement en de Raad van 17 april 2019 inzake havenontvangstvoorzieningen voor de afvalafgifte van schepen, tot wijziging van Richtlijn 2010/65/EU en tot intrekking van Richtlijn 2000/59/EG (PbEU 2019, L 151) en enkele technische verbeteringen (Implementatiewet tweede richtlijn havenontvangstvoorzieningen), met memorie van toelichting.
Jaar: 2021
Advies
Documenten: 1
Bij Kabinetsmissive van 19 april 2021, no.2021000789, heeft Uwe Majesteit, op voordracht van de Minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport, bij de Afdeling advisering van de Raad van State ter overweging aanhangig gemaakt het ontwerpbesluit houdende wijziging van het Besluit langdurige zorg in verband met het verduidelijken van de terugwerkende kracht van de indicatiestelling door het CIZ, het creëren van beleidsvrijheid voor zorgkantoren, het verwerken van jurisprudentie en het verduidelijken van een delegatiegrondslag voor bijkomende zorgkosten voor pgb-Wlz, met nota van toelichting.
Jaar: 2021
Advies
Documenten: 1
Bij Kabinetsmissive van 14 april 2021, no.2021000754, heeft Uwe Majesteit, op voordracht van de Minister voor Rechtsbescherming, bij de Afdeling advisering van de Raad van State ter overweging aanhangig gemaakt het voorstel van wet tot wijziging van de Uitvoeringswet internationale kinderbescherming en enige andere wetten in verband met de herschikking van de Verordening (EU) nr. 2019/1111 van de Raad van 25 juni 2019 betreffende de bevoegdheid, de erkenning en tenuitvoerlegging van beslissingen in huwelijkszaken en inzake de ouderlijke verantwoordelijkheid, en betreffende internationale kinderontvoering (herschikking) (PbEU 2019, L 178) (herschikking) (PbEU 2019, L 178), met memorie van toelichting.
Jaar: 2021
Advies
Documenten: 1
Krachtens Koninklijke machtiging heeft de Minister van Infrastructuur en Waterstaat met een schrijven van 19 februari 2021, no.RWS-2021/4016, bij de Afdeling advisering van de Raad van State ter overweging aanhangig gemaakt een voordracht met ontwerpbesluit tot aanwijzing van onroerende zaken ter onteigening in de gemeente Deurne krachtens artikel 72a van de onteigeningswet (onteigening voor de herinrichting van de N270 Langstraat tussen Walsberg en de Limburgse grens, met bijkomende werken).
Jaar: 2021
Advies
Documenten: 1
Bij brief van de Voorzitter van de Tweede kamer der Staten-Generaal van 21 oktober 2020 heeft de Tweede kamer, bij de Afdeling advisering van de Raad van State ter overweging aanhangig gemaakt het voorstel van wet van het lid Bromet tot wijziging van de Waterschapswet en de Kieswet in verband met het volledig democratiseren van de waterschapsbesturen, met memorie van toelichting.
Jaar: 2021
Advies
Documenten: 1
Bij Kabinetsmissive van 2 juni 2021, no.2021001061, heeft Uwe Majesteit, op voordracht van de Minister van Financiën, bij de Afdeling advisering van de Raad van State ter overweging aanhangig gemaakt het ontwerpbesluit tot wijziging van het Besluit uitvoering EU-verordeningen financiële markten in verband met de uitvoering van de Verordening prudentiële vereisten voor beleggingsondernemingen (Uitvoeringsbesluit verordening prudentiële vereisten beleggingsondernemingen), met nota van toelichting.
Jaar: 2021
Advies
Documenten: 1
Bij Kabinetsmissive van 30 april 2021, no.2021000857, heeft Uwe Majesteit, op voordracht van de Minister van Infrastructuur en Waterstaat, mede namens de Minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid, bij de Afdeling advisering van de Raad van State ter overweging aanhangig gemaakt het ontwerpbesluit houdende wijziging van het Arbeidstijdenbesluit vervoer in verband met de implementatie van het op 7 december 2018 aangenomen protocol 2018-II-10 van de Centrale Commissie voor de Rijnvaart, met nota van toelichting.
Jaar: 2021
Advies
Documenten: 1
Bij Kabinetsmissive van 2 april 2021, no.2021000656, heeft Uwe Majesteit, op voordracht van de Minister van Financiën, bij de Afdeling advisering van de Raad van State ter overweging aanhangig gemaakt het ontwerpbesluit tot wijziging van het Besluit Markttoegang financiële ondernemingen Wft en het Besluit bestuurlijke boetes financiële sector in verband met de invoering van een verbod op dienstverrichting door derdelandverzekeraars, met nota van toelichting.
Jaar: 2021
Advies
Documenten: 1
Bij Kabinetsmissive van 18 maart 2021, no.2021000502, heeft Uwe Majesteit, op voordracht van de Staatssecretaris van Infrastructuur en Waterstaat, bij de Afdeling advisering van de Raad van State ter overweging aanhangig gemaakt het voorstel van wet tot wijziging van de Kernenergiewet (verruiming inspraak), met memorie van toelichting.
Jaar: 2021
Advies
Documenten: 1
Ongevraagd advies over het Koninkrijk, verdragen en het Unierecht.
Jaar: 2021
Advies
Documenten: 1
Bij Kabinetsmissive van 22 december 2020, no.2020002646, heeft Uwe Majesteit, op voordracht van de Minister van Economische Zaken en Klimaat, mede namens de Minister van Justitie en Veiligheid, bij de Afdeling advisering van de Raad van State ter overweging aanhangig gemaakt het voorstel van wet houdende regels tot invoering van een toets betreffende activiteiten die een risico kunnen vormen voor de nationale veiligheid gezien het effect hiervan op vitale aanbieders, ondernemingen die van wezenlijk belang zijn voor vitale processen of actief zijn op het gebied van sensitieve technologie (Wet veiligheidstoets investeringen, fusies en overnames), met memorie van toelichting.
Jaar: 2021
Advies
Documenten: 1
Bij Kabinetsmissive van 3 juni 2021, no.2021001066, heeft Uwe Majesteit, op voordracht van de Minister van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit, bij de Afdeling advisering van de Raad van State ter overweging aanhangig gemaakt het ontwerpbesluit tot wijziging van het Besluit subsidiëring sloop- en ombouwkosten pelsdierhouderij in verband met een vervroegde beëindiging van de pelsdierhouderij, met nota van toelichting.
Jaar: 2021
Advies
Documenten: 1
Bij Kabinetsmissive van 7 juli 2020, no.2020001343, heeft Uwe Majesteit, op voordracht van de Minister voor Medische Zorg, bij de Afdeling advisering van de Raad van State ter overweging aanhangig gemaakt het ontwerpbesluit houdende wijziging van een aantal Warenwetbesluiten in verband met technische aanpassingen, met nota van toelichting.
Jaar: 2021
Advies
Documenten: 1
Bij Kabinetsmissive van 4 mei 2021, no.2021000869, heeft Uwe Majesteit, op voordracht van de Minister van Justitie en Veiligheid, bij de Afdeling advisering van de Raad van State ter overweging aanhangig gemaakt het ontwerpbesluit tot wijziging van het Besluit internationale verplichtingen extraterritoriale rechtsmacht en het Besluit slachtoffers van strafbare feiten ter implementatie van Richtlijn 2019/713/EU van het Europees Parlement en de Raad van 17 april 2019 betreffende de bestrijding van fraude met en vervalsing van niet contante betaalmiddelen en ter vervanging van Kaderbesluit 2001/413/JBZ van de Raad (PbEU 2019, L 123), met nota van toelichting.
Jaar: 2021
Advies
Documenten: 1
Bij Kabinetsmissive van 2 maart 2021, no.2021000359, heeft Uwe Majesteit, op voordracht van de Staatssecretaris van Infrastructuur en Waterstaat, bij de Afdeling advisering van de Raad van State ter overweging aanhangig gemaakt het ontwerpbesluit houdende wijziging van het Besluit beheer verpakkingen 2014 in verband met de implementatie van Richtlijn (EU) 2018/852 van het Europees Parlement en de Raad van 30 mei 2018 tot wijziging van Richtlijn 94/62/EG betreffende verpakking en verpakkingsafval en in verband met het per 1 januari 2023 van toepassing worden van algemene regels betreffende regelingen voor uitgebreide producentenverantwoordelijkheid, met nota van toelichting.
Jaar: 2021
Advies
Documenten: 1
Bij Kabinetsmissive van 2 april 2021, no.2021000655, heeft Uwe Majesteit, op voordracht van de Minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid, bij de Afdeling advisering van de Raad van State ter overweging aanhangig gemaakt het ontwerpbesluit tot wijziging van het Reïntegratiebesluit in verband met het verruimen van de maatwerkmogelijkheden voor intermediaire voorzieningen in het werkdomein, met nota van toelichting.
Jaar: 2021
Advies
Documenten: 1
Bij Kabinetsmissive van 14 juni 2021, no.2021001150, heeft Uwe Majesteit, op voordracht van de Minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport, mede namens de Minister van Justitie en Veiligheid en de Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties, bij de Afdeling advisering van de Raad van State ter overweging aanhangig gemaakt het voorstel van wet tot wijziging van de Tijdelijke wet maatregelen covid-19 in verband met regeling van het vereiste van goedkeuring bij wet van een koninklijk besluit tot verlenging als bedoeld in artikel VIII, derde lid, van de Tijdelijke wet maatregelen covid-19, met memorie van toelichting.
Jaar: 2021
Advies
Documenten: 1
Bij Kabinetsmissive van 28 mei 2021, no.2021001053, heeft Uwe Majesteit, op voordracht van de Staatssecretaris van Financiën, bij de Afdeling advisering van de Raad van State ter overweging aanhangig gemaakt het voorstel van wet tot wijziging van de Wet vermindering afdracht loonbelasting en premie voor de volksverzekeringen en de Wet inkomstenbelasting 2001 tot intrekking van de Baangerelateerde Investeringskorting, met memorie van toelichting.
Jaar: 2021
Advies
Documenten: 1
Bij Kabinetsmissive van 19 april 2021, no.2021000783, heeft Uwe Majesteit, op voordracht van de Minister voor Medische Zorg, bij de Afdeling advisering van de Raad van State ter overweging aanhangig gemaakt het voorstel van wet tot wijziging van de Zorgverzekeringswet in verband met het afschaffen van de collectiviteitskorting, met memorie van toelichting.
Jaar: 2021
Advies
Documenten: 1
Bij Kabinetsmissive van 29 december 2020, no.2020002663, heeft Uwe Majesteit, op voordracht van de Staatssecretaris van Infrastructuur en Waterstaat, bij de Afdeling advisering van de Raad van State ter overweging aanhangig gemaakt het ontwerpbesluit tot wijziging van het Besluit activiteiten leefomgeving in verband met de implementatie van Uitvoeringsbesluit (EU) 2019/2010 van de Commissie van 12 november 2019 tot vaststelling, op grond van Richtlijn 2010/75/EU van het Europees Parlement en de Raad, van conclusies over de beste beschikbare technieken (BBT-conclusies) voor afvalverbranding (PbEU 2019, L 312) en het Besluit kwaliteit leefomgeving in verband met de implementatie van Richtlijn (EU) 2020/367 van de Commissie van 4 maart 2020 tot wijziging van bijlage III bij Richtlijn 2002/49/EG van het Europees Parlement en de Raad wat de vaststelling van bepalingsmethoden voor de schadelijke effecten van omgevingslawaai betreft (PbEU 2020, L 67), met nota van toelichting.
Jaar: 2021
Advies
Documenten: 1
Bij Kabinetsmissive van 16 april 2021, no.2021000774, heeft Uwe Majesteit, op voordracht van de Minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid, bij de Afdeling advisering van de Raad van State ter overweging aanhangig gemaakt het ontwerpbesluit houdende regels voor experimenten met het verstrekken van subsidies voor generieke werkgeversvoorzieningen (Besluit experimentele subsidie generieke werkgeversvoorzieningen), met nota van toelichting.
Jaar: 2021
Advies
Documenten: 1
Bij Kabinetsmissive van 18 maart 2021, no.2021000504, heeft Uwe Majesteit, op voordracht van de Minister voor Basis- en Voortgezet Onderwijs en Media, bij de Afdeling advisering van de Raad van State ter overweging aanhangig gemaakt het ontwerpbesluit tot wijziging van het Mediabesluit 2008 in verband met de versterking van het toekomstperspectief van de publieke omroep, met nota van toelichting.
Jaar: 2021
Advies
Documenten: 1
Bij Kabinetsmissive van 3 december 2020, no.2020002484, heeft Uwe Majesteit, op voordracht van de Minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport, mede namens de Staatssecretaris van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties, bij de Afdeling advisering van de Raad van State ter overweging aanhangig gemaakt het voorstel van wet houdende wijziging van de Wet donorgegevens kunstmatige bevruchting in verband met de tweede evaluatie van de wet, het actieplan ter ondersteuning van donorkinderen en de omvorming van de Stichting donorgegevens kunstmatige bevruchting tot publiekrechtelijk zelfstandig bestuursorgaan, met memorie van toelichting.
Jaar: 2021
Advies
Documenten: 1
Bij Kabinetsmissive van 20 juni 2020, no.2020001227, heeft Uwe Majesteit, op voordracht van de Minister van Justitie en Veiligheid, mede namens de Minister voor Rechtsbescherming, bij de Afdeling advisering van de Raad van State ter overweging aanhangig gemaakt het voorstel van wet tot wijziging van het Wetboek van Strafvordering ter bevordering van innovatie van verschillende onderwerpen in het kader van de modernisering van het Wetboek van Strafvordering (Innovatiewet Strafvordering), met memorie van toelichting.
Jaar: 2021
Advies
Documenten: 1
Bij Kabinetsmissive van 9 maart 2021, no.2021000420, heeft Uwe Majesteit, op voordracht van de Minister van Justitie en Veiligheid, mede namens de Minister voor Rechtsbescherming, bij de Afdeling advisering van de Raad van State ter overweging aanhangig gemaakt het voorstel van wet tot wijziging van het Wetboek van Strafrecht in verband met de verhoging van het wettelijk strafmaximum van doodslag (verhoging wettelijk strafmaximum doodslag), met memorie van toelichting.
Jaar: 2021
Advies
Documenten: 1
Bij Kabinetsmissive van 23 februari 2021, no.20210000312, heeft Uwe Majesteit, op voordracht van de Minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport, bij de Afdeling advisering van de Raad van State ter overweging aanhangig gemaakt het ontwerpbesluit houdende wijziging van het Besluit verplichte verzekering bij medisch-wetenschappelijk onderzoek met mensen 2015 in verband met medisch-wetenschappelijk onderzoek gericht op zwangeren en wetenschappelijk onderzoek als bedoeld in de paragrafen 4 en 5 van de Embryowet, met nota van toelichting.
Jaar: 2021
Advies
Documenten: 1
Bij Kabinetsmissive van 17 februari 2021, no.2021000277, heeft Uwe Majesteit, op voordracht van de Staatssecretaris van Infrastructuur en Waterstaat, bij de Afdeling advisering van de Raad van State ter overweging aanhangig gemaakt het ontwerpbesluit houdende regels inzake aangewezen kunststofproducten voor eenmalig gebruik, producten van oxo-degradeerbare kunststoffen en kunststofhoudend vistuig en houdende wijziging van het Besluit beheer verpakkingen 2014 (Besluit kunststofproducten voor eenmalig gebruik), met nota van toelichting.
Jaar: 2021
Advies
Documenten: 1
Bij Kabinetsmissive van 19 maart 2021, no.2021000512, heeft Uwe Majesteit, op voordracht van de Staatssecretaris van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties, bij de Afdeling advisering van de Raad van State ter overweging aanhangig gemaakt het voorstel van wet houdende algemene regels inzake het elektronisch verkeer in het publieke domein en inzake de generieke digitale infrastructuur (Wet digitale overheid), met memorie van toelichting.
Jaar: 2021
Advies
Documenten: 1
Bij Kabinetsmissive van 4 september 2001, no.01.004124, heeft Uwe Majesteit, op voordracht van de Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties, mede namens de Minister-President, Minister van Algemene Zaken en de Minister voor Grote Steden- en Integratiebeleid, bij de Raad van State ter overweging aanhangig gemaakt het voorstel van wet met memorie van toelichting houdende verklaring dat er grond bestaat een voorstel in overweging te nemen tot verandering in de Grondwet, strekkende tot opneming in de Grondwet van een bepaling inzake een recht op toegang tot en een zorgplicht voor de toegankelijkheid van de bij de overheid berustende informatie.
Jaar: 2021
Advies
Documenten: 1
Bij Kabinetsmissive van 16 december 2020, no.2020002605, heeft Uwe Majesteit, op voordracht van de Staatssecretaris van Economische Zaken en Klimaat, bij de Afdeling advisering van de Raad van State ter overweging aanhangig gemaakt het voorstel van wet tot wijziging van de Telecommunicatiewet in verband met de implementatie van Richtlijn (EU) 2018/1972 van het Europees Parlement en de Raad van 11 december 2018 tot vaststelling van het Europees wetboek van elektronische communicatie (Implementatie Telecomcode), met memorie van toelichting.
Jaar: 2021
Advies
Documenten: 1
Bij Kabinetsmissive van 25 januari 2021, no.2021000119, heeft Uwe Majesteit, op voordracht van de Minister van Financiën, mede namens de Minister van Veiligheid en Justitie, bij de Afdeling advisering van de Raad van State ter overweging aanhangig gemaakt het ontwerpbesluit tot wijziging van het Besluit ter voorkoming van witwassen en financieren van terrorisme BES in verband met de nadere uitwerking van het begrip uiteindelijk belanghebbende, het samenvoegen van categorieën voor eenvoudig cliëntenonderzoek en nadere regels met betrekking tot geldtransporten, met nota van toelichting.
Jaar: 2021
Advies
Documenten: 1
Bij Kabinetsmissive van 19 maart 2021, no.2021000510, heeft Uwe Majesteit, op voordracht van de Minister van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit, bij de Afdeling advisering van de Raad van State ter overweging aanhangig gemaakt het ontwerpbesluit tot wijziging van enkele algemene maatregelen van bestuur (stikstofreductie en natuurverbetering), met nota van toelichting.
Jaar: 2021
Advies
Documenten: 1
Bij Kabinetsmissive van 23 maart 2021, no.2021000536, heeft Uwe Majesteit, op voordracht van de Minister voor Rechtsbescherming, bij de Afdeling advisering van de Raad van State ter overweging aanhangig gemaakt het ontwerpbesluit tot wijziging van het Besluit tarieven in strafzaken 2003 in verband met een verhoging van het maximale aantal declarabele uren voor het opstellen van verschillende pro Justitia rapportages, met nota van toelichting.
Jaar: 2021
Advies
Documenten: 1
Bij Kabinetsmissive van 26 mei 2021, no.2021001018, heeft Uwe Majesteit, op voordracht van de Minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid, bij de Afdeling advisering van de Raad van State ter overweging aanhangig gemaakt het ontwerpbesluit tot wijziging van de Tijdelijke overbruggingsregeling zelfstandig ondernemers in verband met verlenging, voorwaarden kapitaalverstrekking en activering doelgroep, met nota van toelichting.
Jaar: 2021
Advies
Documenten: 1
Bij Kabinetsmissive van 29 december 2020, no.2020002661, heeft Uwe Majesteit, op voordracht van de Minister voor Medische Zorg, bij de Afdeling advisering van de Raad van State ter overweging aanhangig gemaakt het ontwerpbesluit tot wijziging van het Uitvoeringsbesluit Wkkgz en het Besluit beschikbaarheidbijdrage WMG in verband met het stellen van eisen omtrent de voorbereiding, beschikbaarheid en bereikbaarheid van acute zorg, met nota van toelichting.
Jaar: 2021
Advies
Documenten: 1
Bij Kabinetsmissive van 14 april 2021, no.2021000753, heeft Uwe Majesteit, op voordracht van de Minister voor Rechtsbescherming, mede namens de Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties, bij de Afdeling advisering van de Raad van State ter overweging aanhangig gemaakt het ontwerpbesluit houdende wijziging van het Besluit orde van dienst gerechten en het Besluit rechtspositie Raad van State, Algemene Rekenkamer en Nationale ombudsman in verband met kruisbenoemingen tussen de hoogste rechtscolleges alsmede vaststelling van het tijdstip van inwerkingtreding van de wet van 14 oktober 2020 tot wijziging van de Algemene wet bestuursrecht, de Algemene wet inzake rijksbelastingen, de Wet op de rechterlijke organisatie en de Wet rechtspositie rechterlijke ambtenaren in verband met enkele wijzigingen in het belang van de rechtseenheid en de rechtsontwikkeling bij de hoogste rechtscolleges (amicus curiae en kruisbenoemingen) (Stb. 2020, 416), met nota van toelichting.
Jaar: 2021
Advies
Documenten: 1
Bij Kabinetsmissive van 1 februari 2021, no.2019000813, heeft Uwe Majesteit, op voordracht van de Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties, mede namens de Minister van Financiën en de Minister van Infrastructuur en Waterstaat, bij de Afdeling advisering van de Raad van State ter overweging aanhangig gemaakt de tweede nota van wijziging bij het voorstel van wet tot wijziging van de Gemeentewet, de Provinciewet en de Comptabiliteitswet 2016 in verband met het afschaffen van de decentrale rekenkamerfunctie en het uitbreiden van de bevoegdheden van de rekenkamers (Wet versterking decentrale rekenkamers), met toelichting.
Jaar: 2021
Advies
Documenten: 1
Bij Kabinetsmissive van 17 maart 2021, no.2021000501, heeft Uwe Majesteit, op voordracht van de Minister van Justitie en Veiligheid, mede namens de Minister voor Rechtsbescherming, bij de Afdeling advisering van de Raad van State ter overweging aanhangig gemaakt het ontwerpbesluit houdende regels met betrekking tot twee voorzieningen op het gebied van rechtshandhaving en justitiële samenwerking in strafzaken met het oog op een goed verloop van de terugtrekking van het Verenigd Koninkrijk van Groot-Brittannië en Noord-Ierland uit de Europese Unie, met nota van toelichting.
Jaar: 2021
Advies
Documenten: 1
Bij Kabinetsmissive van 3 maart 2021, no.2021000356, heeft Uwe Majesteit, op voordracht van de Staatssecretaris van Volksgezondheid, Welzijn en Sport, bij de Afdeling advisering van de Raad van State ter overweging aanhangig gemaakt het ontwerpbesluit houdende regels ter uitvoering van de Alcoholwet (Alcoholbesluit), met nota van toelichting.
Jaar: 2021
Advies
Documenten: 1
Bij Kabinetsmissive van 16 april 2021, no.2021000787, heeft Uwe Majesteit, op voordracht van de Minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap, bij de Afdeling advisering van de Raad van State ter overweging aanhangig gemaakt het ontwerpbesluit tot wijziging van het Uitvoeringsbesluit Les- en cursusgeldwet 2000 vanwege een vermindering van het les- en cursusgeld 2021-2022 in verband met de uitbraak van COVID-19, met nota van toelichting.
Jaar: 2021
Advies
Documenten: 1
Bij Kabinetsmissive van 8 december 2020, no.2020002497, heeft Uwe Majesteit, op voordracht van de Minister voor Rechtsbescherming, bij de Afdeling advisering van de Raad van State ter overweging aanhangig gemaakt het ontwerpbesluit tot wijziging van de Penitentiaire maatregel, het Besluit tenuitvoerlegging strafrechtelijke beslissingen en het Besluit forensische zorg in verband met de wijziging van de regeling inzake detentiefasering en voorwaardelijke invrijheidstelling (Uitvoeringsbesluit Wet straffen en beschermen), met nota van toelichting.
Jaar: 2021
Advies
Documenten: 1
Bij Kabinetsmissive van 4 februari 2021, no.2021000224, heeft Uwe Majesteit, op voordracht van de Staatssecretaris van Justitie en Veiligheid, bij de Afdeling advisering van de Raad van State van het Koninkrijk ter overweging aanhangig gemaakt het voorstel van wet tot wijziging van de Rijkswet op het Nederlanderschap om te voorzien in een grondslag voor toetsing aan het evenredigheidsbeginsel in gevallen waarin het Nederlanderschap van rechtswege verloren is gegaan en in verlenging van de termijn voor van rechtswege verlies, met memorie van toelichting.
Jaar: 2021
Advies
Documenten: 1
Bij Kabinetsmissive van 16 april 2021, no.2021000771, heeft Uwe Majesteit, op voordracht van de Minister van Financiën, bij de Afdeling advisering van de Raad van State ter overweging aanhangig gemaakt het voorstel van wet tot wijziging van de Wet op het financieel toezicht ter implementatie van Richtlijn (EU) 2019/1160 van het Europees Parlement en de Raad van 20 juni 2019 tot wijziging van Richtlijnen 2009/65/EG en 2011/61/EU met betrekking tot de grensoverschrijdende distributie van instellingen voor collectieve belegging (PbEU 2019, L 188) (Wet implementatie richtlijn grensoverschrijdende distributie van beleggingsinstellingen en icbe’s), met memorie van toelichting.
Jaar: 2021
Advies
Documenten: 1
Krachtens Koninklijke machtiging heeft de Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties met een schrijven van 5 februari 2021, no.RWS-2021/2989, bij de Afdeling advisering van de Raad van State ter overweging aanhangig gemaakt een voordracht met ontwerpbesluit tot aanwijzing van een onroerende zaak ter onteigening in de gemeente Koggenland krachtens artikel 78 van de onteigeningswet. Onteigeningsplan Spierdijk – Woningbouwplan Spierland (langzaamverkeersverbinding).
Jaar: 2021
Advies
Documenten: 1
Bij Kabinetsmissive van 10 maart 2021, no.2021000439, heeft Uwe Majesteit, op voordracht van de Minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid, bij de Afdeling advisering van de Raad van State ter overweging aanhangig gemaakt het ontwerpbesluit houdende regels betreffende de benoemingsprocedure voor leden van de Sociaal-Economische Raad en de onverenigbaarheid van functies (Besluit benoemingsprocedure SER), met nota van toelichting.
Jaar: 2021
Advies
Documenten: 1
Krachtens Koninklijke machtiging heeft de Minister van Infrastructuur en Waterstaat met een schrijven van 5 maart 2021, no.RWS-2021/6785, bij de Afdeling advisering van de Raad van State ter overweging aanhangig gemaakt een voordracht met ontwerpbesluit tot aanwijzing van onroerende zaken ter onteigening in de gemeenten Apeldoorn en Voorst krachtens artikel 72a van de onteigeningswet (onteigening voor de reconstructie van de rijksweg A1 Apeldoorn – knooppunt Azelo (fase 2), het gedeelte Apeldoorn-Twello, met bijkomende werken).
Jaar: 2021
Advies
Documenten: 1
Krachtens Koninklijke machtiging heeft de Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties met een schrijven van 25 februari 2021, no.RWS-2021/5775, bij de Afdeling advisering van de Raad van State ter overweging aanhangig gemaakt een voordracht met ontwerpbesluit inzake onteigening voor de uitvoering van het bestemmingsplan 'Omgevingsplan Monnickendam – Galgeriet 2019' in de gemeente Waterland.
Jaar: 2021
Advies
Documenten: 1
Bij Kabinetsmissive van 18 maart 2021, no.2021000503, heeft Uwe Majesteit, op voordracht van de Minister van Buitenlandse Zaken, mede namens de Minister van Infrastructuur en Waterstaat en de Staatssecretaris van Defensie, bij de Afdeling advisering van de Raad van State ter overweging aanhangig gemaakt de overeenkomst tot wijziging van de op 25 november 1986 te Brussel tot stand gekomen Overeenkomst inzake de terbeschikkingstelling en exploitatie van installaties en diensten voor het luchtverkeer door EUROCONTROL in het Luchtverkeersleidingscentrum Maastricht (Overeenkomst van Maastricht); Brussel, 17 december 2020 (Trb. 2021, 1), met toelichtende nota.
Jaar: 2021
Advies
Documenten: 1
Bij Kabinetsmissive van 10 maart 2021, no.2021000440, heeft Uwe Majesteit, op voordracht van de Minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid, bij de Afdeling advisering van de Raad van State ter overweging aanhangig gemaakt het ontwerpbesluit tot wijziging van het Besluit minimumloon en minimumvakantiebijslag in verband met de verstrekking van gegevens aan sociale partners ten behoeve van cao-toezicht en certificering, met nota van toelichting.
Jaar: 2021
Advies
Documenten: 1
Bij Kabinetsmissive van 31 mei 2021, no.2021001058, heeft Uwe Majesteit, op voordracht van de Minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport, bij de Afdeling advisering van de Raad van State ter overweging aanhangig gemaakt het voorstel van wet houdende wijziging van de Wet publieke gezondheid in verband met enkele verbeteringen en preciseringen van de tijdelijke regels over de inzet van coronatoegangsbewijzen bij de bestrijding van het virus SARS-CoV-2, met memorie van toelichting.
Jaar: 2021
Advies
Documenten: 1
Bij Kabinetsmissive van 16 april 2021, no.2021000773, heeft Uwe Majesteit, op voordracht van de Minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid, bij de Afdeling advisering van de Raad van State ter overweging aanhangig gemaakt het ontwerpbesluit houdende wijziging van het bedrag, genoemd in de artikelen 63a, tweede lid, van de Wet werk en inkomen naar arbeidsvermogen, 65l, tweede lid, van de Wet op de arbeidsongeschiktheidsverzekering, 67i, tweede lid, van de Wet arbeidsongeschiktheidsverzekering zelfstandigen en 3:75, tweede lid, van de Wet arbeidsongeschiktheidsvoorziening jonggehandicapten, met nota van toelichting.
Jaar: 2021
Advies
Documenten: 1
Bij brief van de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal van 4 december 2020 heeft de Tweede Kamer, bij de Afdeling advisering van de Raad van State ter overweging aanhangig gemaakt het voorstel van wet van de leden Ellemeet en Veldman houdende wijziging van de Wet kwaliteit, klachten en geschillen zorg in verband met de invloed van zorgverleners, met memorie van toelichting.
Jaar: 2021
Advies
Documenten: 1
Bij Kabinetsmissive van 2 maart 2021, no.2021000347, heeft Uwe Majesteit, op voordracht van de Minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid, bij de Afdeling advisering van de Raad van State ter overweging aanhangig gemaakt het ontwerpbesluit tot wijziging van het Besluit kwaliteit kinderopvang en het Besluit landelijk register kinderopvang, register buitenlandse kinderopvang en personenregister kinderopvang in verband met het stellen van eisen aan de kwaliteit van de ouderparticipatiecrèches en de op te nemen gegevens in het landelijk register kinderopvang, met nota van toelichting.
Jaar: 2021
Advies
Documenten: 1
Bij Kabinetsmissive van 18 december 2020, no.2020002619, heeft Uwe Majesteit, op voordracht van de Minister van Economische Zaken en Klimaat, bij de Afdeling advisering van de Raad van State ter overweging aanhangig gemaakt het ontwerpbesluit houdende regels met betrekking tot de energie-audit (Besluit energie-audit), met nota van toelichting.
Jaar: 2021
Advies
Documenten: 1
Bij Kabinetsmissive van 7 april 2021, no.2021000688, heeft Uwe Majesteit, op voordracht van de Minister van Justitie en Veiligheid, mede namens de Minister voor Rechtsbescherming, bij de Afdeling advisering van de Raad van State ter overweging aanhangig gemaakt het voorstel van wet houdende uitvoering van Deel III van de op 30 december 2020 te Brussel en Londen tot stand gekomen Handels- en Samenwerkingsovereenkomst tussen de Europese Unie en de Europese Gemeenschap voor Atoomenergie enerzijds en het Verenigd Koninkrijk van Groot-Brittannië en Noord-Ierland anderzijds (PbEU 2020, L 444) (Uitvoeringswet Handels- en Samenwerkingsovereenkomst EU – VK Justitie en Veiligheid), met memorie van toelichting.
Jaar: 2021
Advies
Documenten: 1
Bij Kabinetsmissive van 13 januari 2021, no.2021000036, heeft Uwe Majesteit, op voordracht van de Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties, bij de Afdeling advisering van de Raad van State ter overweging aanhangig gemaakt het ontwerpbesluit houdende wijziging van het Besluit toegelaten instellingen volkshuisvesting 2015 in verband met de aanpassing van de wijze waarop overcompensatie voor toegelaten instellingen wordt bepaald, met nota van toelichting.
Jaar: 2021
Advies
Documenten: 1
Bij Kabinetsmissive van 18 december 2020, no.2020002622, heeft Uwe Majesteit, op voordracht van de Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties, bij de Afdeling advisering van de Raad van State ter overweging aanhangig gemaakt het voorstel van wet tot wijziging van de Wet Huis voor klokkenluiders en enige andere wetten ter implementatie van Richtlijn (EU) 2019/1937 van het Europees Parlement en de Raad van 23 oktober 2019 (PbEU 2019, L 305) en enige andere wijzigingen, met memorie van toelichting.
Jaar: 2021
Advies
Documenten: 1
Bij Kabinetsmissive van 22 december 2020, no.2020002653, heeft Uwe Majesteit, op voordracht van de Staatssecretaris van Justitie en Veiligheid, bij de Afdeling advisering van de Raad van State ter overweging aanhangig gemaakt het ontwerpbesluit tot wijziging van het Vreemdelingenbesluit 2000, in verband met het regelen van de aanmeldfase, het vervallen van het eerste gehoor in de algemene asielprocedure en het doorvoeren van enkele technische aanpassingen, met nota van toelichting.
Jaar: 2021
Advies
Documenten: 1
Krachtens Koninklijke machtiging heeft de Minister van Infrastructuur en Waterstaat met een schrijven van 4 februari 2021, no.RWS-2021/2626, bij de Afdeling advisering van de Raad van State ter overweging aanhangig gemaakt een voordracht met ontwerpbesluit tot aanwijzing van onroerende zaken ter onteigening in de gemeente Stein krachtens de artikelen 72a en 72c van de onteigeningswet (onteigening voor de verruiming van de rivier de Maas op de locatie Urmond, ten zuiden van het dorp Urmond, vanaf ongeveer 250 meter ten noorden van de aansluiting van de Leutherhoekweg/Urmonder Weerdweg, tot aan direct ten zuiden van de bebouwing van het dorp Berg aan de Maas en de weg Holsberg, met bijkomende werken).
Jaar: 2021
Advies
Documenten: 1
Bij Kabinetsmissive van 16 november 2020, no.2020002332, heeft Uwe Majesteit, op voordracht van de Minister van Financiën, mede namens de Minister van Justitie en Veiligheid en de Staatssecretaris van Economische Zaken en Klimaat, bij de Afdeling advisering van de Raad van State ter overweging aanhangig gemaakt het voorstel van wet betreffende regels met betrekking tot de registratie van uiteindelijk belanghebbenden van trusts en soortgelijke juridische constructies ter implementatie van artikel 31 van de gewijzigde vierde anti-witwasrichtlijn (Implementatiewet registratie uiteindelijk belanghebbenden van trusts en soortgelijke juridische constructies), met memorie van toelichting.
Jaar: 2021
Advies
Documenten: 1
Bij Kabinetsmissive van 4 februari 2021, no.2021000214, heeft Uwe Majesteit, op voordracht van de Minister van Buitenlandse Zaken, bij de Afdeling advisering van de Raad van State van het Koninkrijk ter overweging aanhangig gemaakt het verdrag van Vriendschap en Samenwerking in Zuidoost-Azië, zoals gewijzigd bij het Protocol van 15 december 1987, het Protocol van 25 juli 1998 en het Protocol van 23 juli 2010; Denpasar, 24 februari 1976 (Trb. 2021, 12), met toelichtende nota.
Jaar: 2021
Advies
Documenten: 1
Bij Kabinetsmissive van 25 februari 2021, no.2021000328, heeft Uwe Majesteit, op voordracht van de Minister van Buitenlandse Zaken, mede namens de Staatssecretaris van Financiën, bij de Afdeling advisering van de Raad van State van het Koninkrijk ter overweging aanhangig gemaakt het verdrag tot goedkeuring van wijzigingen van de Douaneovereenkomst inzake het internationale vervoer van goederen onder dekking van carnets TIR (TIR-Overeenkomst), met toelichtende nota.
Jaar: 2021
Advies
Documenten: 1
Bij Kabinetsmissive van 20 april 2021, no.2021000799, heeft Uwe Majesteit, op voordracht van de Minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid, bij de Afdeling advisering van de Raad van State ter overweging aanhangig gemaakt het voorstel van wet houdende het niet-indexeren van het basiskinderbijslagbedrag en het extra bedrag van de kinderbijslag in de Algemene Kinderbijslagwet over de jaren 2022, 2023 en deels over 2024, met memorie van toelichting.
Jaar: 2021
Advies
Documenten: 1
Bij Kabinetsmissive van 15 oktober 2020, no.2020002109, heeft Uwe Majesteit, op voordracht van de Minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport, mede namens de Staatssecretaris van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties, bij de Afdeling advisering van de Raad van State ter overweging aanhangig gemaakt het voorstel van wet houdende regels voor handelingen met lichaamsmateriaal, welke worden verricht voor andere doeleinden dan geneeskundige behandeling of diagnostiek van de donor (Wet zeggenschap lichaamsmateriaal), met memorie van toelichting.
Jaar: 2021
Advies
Documenten: 1
Bij Kabinetsmissive van 27 november 2020, no.2020002427, heeft Uwe Majesteit, op voordracht van de Staatssecretaris van Infrastructuur en Waterstaat, bij de Afdeling advisering van de Raad van State ter overweging aanhangig gemaakt het ontwerpbesluit tot wijziging van het Besluit vrijstellingen stortverbod buiten inrichtingen, met nota van toelichting.
Jaar: 2021
Advies
Documenten: 1
Bij Kabinetsmissive van 4 mei 2021, no. 2021000874, heeft Uwe Majesteit, op voordracht van de Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties, bij de Afdeling advisering van de Raad van State ter overweging aanhangig gemaakt het voorstel van wet tot wijziging van het voorstel van wet tot samenvoeging van de gemeenten Boxmeer, Cuijk, Mill en Sint Hubert en Sint Anthonis, met memorie van toelichting.
Jaar: 2021
Advies
Documenten: 1
Krachtens Koninklijke machtiging heeft de Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties met een schrijven van 18 februari 2021, no.RWS-2021/3931, bij de Afdeling advisering van de Raad van State ter overweging aanhangig gemaakt een voordracht met ontwerpbesluit tot aanwijzing van onroerende zaken ter onteigening in de gemeente Rotterdam krachtens artikel 78 van de onteigeningswet (onteigeningsplan Dahliastraat 18a t/m 32, Jasmijnstraat 62a t/m 68b, Lange Hilleweg 15a t/m 27c).
Jaar: 2021
Advies
Documenten: 1
Bij brief van de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal van 21 juli 2020 heeft de Tweede kamer, bij de Afdeling advisering van de Raad van State ter overweging aanhangig gemaakt het voorstel van wet van het lid Gijs van Dijk tot wijziging van de Arbeidsomstandighedenwet in verband met het aangaan van een gesprek tussen werkgever en werknemer over bereikbaarheid buiten werktijd (Wet op het recht op onbereikbaarheid), met memorie van toelichting.
Jaar: 2021
Advies
Documenten: 1
Bij Kabinetsmissive van 5 maart 2021, no.2021000390, heeft Uwe Majesteit, op voordracht van de Minister van Infrastructuur en Waterstaat, bij de Afdeling advisering van de Raad van State ter overweging aanhangig gemaakt het ontwerpbesluit tot wijziging van het Kentekenreglement in verband met de Wet van 3 juni 2020 tot wijziging van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering en de Faillissementswet in verband met de herziening van het beslag- en executierecht (Stb. 2020, 177), met nota van toelichting.
Jaar: 2021
Advies
Documenten: 1
Bij Kabinetsmissive van 26 november 2020, no.2020002426, heeft Uwe Majesteit, op voordracht van de Minister van Buitenlandse Zaken, mede namens de Staatssecretaris van Financiën, bij de Afdeling advisering van de Raad van State ter overweging aanhangig gemaakt de goedkeuring van het Protocol tot wijziging van het Verdrag tussen het Koninkrijk der Nederlanden en de Republiek Polen tot het vermijden van dubbele belasting en het voorkomen van het ontgaan van belasting met betrekking tot belastingen naar het inkomen, ondertekend te Warschau op 13 februari 2002 en het Protocol, ondertekend te Warschau op 13 februari 2002; Warschau, 29 oktober 2020 (Trb. 2020 , 119), met toelichtende nota.
Jaar: 2021
Advies
Documenten: 1
Bij Kabinetsmissive van 19 januari 2021, no.2021000063, heeft Uwe Majesteit, op voordracht van de Staatssecretaris van Infrastructuur en Waterstaat, bij de Afdeling advisering van de Raad van State ter overweging aanhangig gemaakt het ontwerpbesluit tot wijziging van het Besluit infrastructuur alternatieve brandstoffen in verband met een aanpassing van de begripsomschrijving van motorvoertuigen en het stellen van nadere regels over het informeren over publiek toegankelijke tank- en oplaadpunten voor alternatieve brandstoffen, met nota van toelichting.
Jaar: 2021
Advies
Documenten: 1
Bij Kabinetsmissive van 10 december 2020, no.2020002535, heeft Uwe Majesteit, op voordracht van de Staatssecretaris van Economische Zaken en Klimaat, bij de Afdeling advisering van de Raad van State ter overweging aanhangig gemaakt het voorstel van wet houdende regels ter uitvoering van Verordening (EU) 2019/881 (Uitvoeringswet cyberbeveiligingsverordening), met memorie van toelichting.
Jaar: 2021
Advies
Documenten: 1
Bij Kabinetsmissive van 29 december 2020, no.2020002664, heeft Uwe Majesteit, op voordracht van de Staatssecretaris van Infrastructuur en Waterstaat, bij de Afdeling advisering van de Raad van State ter overweging aanhangig gemaakt het ontwerpbesluit houdende wijziging van het Besluit beheer verpakkingen 2014 in verband met het opnemen van een doelstelling voor gescheiden inzameling van metalen drankverpakkingen en het invoeren van statiegeld op metalen drankverpakkingen (Besluit maatregelen metalen drankverpakkingen), met nota van toelichting.
Jaar: 2021
Advies
Documenten: 1
Bij Kabinetsmissive van 12 januari 2021, no.2021000020, heeft Uwe Majesteit, op voordracht van de Minister van Buitenlandse Zaken, bij de Afdeling advisering van de Raad van State van het Koninkrijk ter overweging aanhangig gemaakt het verdrag inzake luchtdiensten tussen het Koninkrijk der Nederlanden, ten behoove van Curaçao, en de Republiek Malta; Valletta, 16 november 2020 (Trb. 2020, 136) , met toelichtende nota.
Jaar: 2021
Advies
Documenten: 1
Krachtens Koninklijke machtiging heeft de Minister van Infrastructuur en Waterstaat met een schrijven van 21 december 2020, no.RWS-2020/55133, bij de Afdeling advisering van de Raad van State ter overweging aanhangig gemaakt een voordracht met ontwerpbesluit tot aanwijzing van onroerende zaken ter onteigening in de gemeenten Heerhugowaard, Opmeer en Medemblik krachtens artikel 72a van de onteigeningswet (onteigening voor de herinrichting en gedeeltelijke verlegging van de provinciale weg A.C. de Graafweg (N241), met bijkomende werken).
Jaar: 2021
Advies
Documenten: 1
Bij Kabinetsmissive van 12 januari 2021, no.2021000019, heeft Uwe Majesteit, op voordracht van de Minister van Buitenlandse Zaken, bij de Afdeling advisering van de Raad van State van het Koninkrijk ter overweging aanhangig gemaakt het verdrag tussen de regering van het Koninkrijk der Nederlanden, ten behoeve van Curaçao, en de regering van de Verenigde Arabische Emiraten voor luchtdiensten tussen en via hun onderscheiden grondgebieden; Dubai, 25 november 2020 (Trb. 2020, 135), met toelichtende nota.
Jaar: 2021
Advies
Documenten: 1
Bij Kabinetsmissive van 16 april 2021, no.2021000788, heeft Uwe Majesteit, op voordracht van de Minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap, bij de Afdeling advisering van de Raad van State ter overweging aanhangig gemaakt het voorstel van wet tot wijziging van de Wet op het hoger onderwijs en wetenschappelijk onderzoek en de Wet studiefinanciering 2000 betreffende tijdelijke voorzieningen voor het studiejaar 2021-2022 in verband met COVID-19, met memorie van toelichting.
Jaar: 2021
Advies
Documenten: 1
Bij Kabinetsmissive van 16 maart 2021, no.2021000480, heeft Uwe Majesteit, op voordracht van de Minister voor Rechtsbescherming, bij de Afdeling advisering van de Raad van State ter overweging aanhangig gemaakt het ontwerpbesluit tot wijziging van twee besluiten ter uitvoering van de Wet aansprakelijkheidsverzekering motorrijtuigen in verband met de toetreding van Bosnië en Herzegovina tot het groene kaart systeem, met nota van toelichting.
Jaar: 2021
Advies
Documenten: 1
Bij Kabinetsmissive van 8 februari 2021, no.2021000235, heeft Uwe Majesteit, op voordracht van de Minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap, bij de Afdeling advisering van de Raad van State ter overweging aanhangig gemaakt het ontwerp van een tijdelijk besluit tot wijziging van het Examen- en kwalificatiebesluit beroepsopleidingen WEB vanwege een grondslag voor afwijkende examinering in verband met de uitbraak van covid-19, met nota van toelichting.
Jaar: 2021
Advies
Documenten: 1
Bij Kabinetsmissive van 10 maart 2021, no.2021000441, heeft Uwe Majesteit, op voordracht van de Minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid, bij de Afdeling advisering van de Raad van State ter overweging aanhangig gemaakt het ontwerpbesluit tot wijziging van het Besluit van 18 juni 2020 tot wijziging van het Schattingsbesluit arbeidsongeschiktheidswetten in verband met de bijzondere omstandigheden door COVID-19 om tijdelijk de geldigheidsduur van functies in het CBBS te verlengen (Stb. 2020, 186), met nota van toelichting.
Jaar: 2021
Advies
Documenten: 1
Bij Kabinetsmissive van 11 december 2020, no.2020002539, heeft Uwe Majesteit, op voordracht van de Minister van Buitenlandse Zaken, mede namens de Staatssecretaris van Infrastructuur en Waterstaat, bij de Afdeling advisering van de Raad van State ter overweging aanhangig gemaakt het voorstel van wet houdende goedkeuring van de Bijzondere Overeenkomst tussen de Regering van de Franse Republiek, de Regering van het Koninkrijk België, de Regering van het Koninkrijk der Nederlanden en de Regering van het Verenigd Koninkrijk van Groot-Brittannië en Noord-Ierland inzake veiligheidsvraagstukken met betrekking tot de treinen via de vaste kanaalverbinding, met memorie van toelichting.
Jaar: 2021
Advies
Documenten: 1
Bij Kabinetsmissive van 25 februari 2021, no.2021000326, heeft Uwe Majesteit, op voordracht van de Minister van Buitenlandse Zaken, mede namens de Minister van Financiën, bij de Afdeling advisering van de Raad van State ter overweging aanhangig gemaakt het voorstel van wet tot goedkeuring van de op 27 januari 2021 te Brussel tot stand gekomen Overeenkomst tot wijziging van het Verdrag tot instelling van het Europees Stabiliteitsmechanisme tussen het Koninkrijk België, de Bondsrepubliek Duitsland, de Republiek Estland, Ierland, de Helleense Republiek, het Koninkrijk Spanje, de Franse Republiek, de Italiaanse Republiek, de Republiek Cyprus, de Republiek Letland, de Republiek Litouwen, het Groothertogdom Luxemburg, Malta, het Koninkrijk der Nederlanden, de Republiek Oostenrijk, de Portugese Republiek, de Republiek Slovenië, de Slowaakse Republiek en de Republiek Finland (Trb. 2021, 20), met memorie van toelichting.
Jaar: 2021
Advies
Documenten: 1
Bij Kabinetsmissive van 11 december 2020, no.2020002538, heeft Uwe Majesteit, op voordracht van de Minister van Buitenlandse Zaken, mede namens de Minister van Justitie en Veiligheid en de Staatssecretaris van Justitie en Veiligheid, bij de Afdeling advisering van de Raad van State ter overweging aanhangig gemaakt het voorstel van wet houdende goedkeuring en uitvoering van de op 7 juli 2020 te Brussel tot stand gekomen Overeenkomst tussen de Regering van de Franse Republiek, de Regering van het Koninkrijk België, de Regering van het Koninkrijk der Nederlanden en de Regering van het Verenigd Koninkrijk van Groot-Brittannië en Noord-Ierland tot wijziging en aanvulling van de Overeenkomst tussen de Regering van het Koninkrijk België, de Regering van de Franse Republiek en de Regering van het Verenigd Koninkrijk van Groot-Brittannië en Noord-Ierland met betrekking tot het treinverkeer tussen België en het Verenigd Koninkrijk via de vaste kanaalverbinding met protocol, gedaan te Brussel op 15 december 1993 (Trb. 2020, 67, Trb. 2020, 107 en Trb. 2020, 128); Goedkeuring en uitvoering van de op 10 juli 2020 te 's-Gravenhage tot stand gekomen Overeenkomst tussen de Regering van het Verenigd Koninkrijk van Groot-Brittannië en Noord-Ierland en de Regering van het Koninkrijk der Nederlanden met betrekking tot grenscontroles op het treinverkeer tussen Nederland en het Verenigd Koninkrijk via de vaste kanaalverbinding (Trb. 2020, 69), met memorie van toelichting.
Jaar: 2021
Advies
Documenten: 1
Bij Kabinetsmissive van 15 maart 2021, no.2021000462, heeft Uwe Majesteit, op voordracht van de Staatssecretaris van Volksgezondheid, Welzijn en Sport, mede namens de Minister voor Rechtsbescherming, bij de Afdeling advisering van de Raad van State ter overweging aanhangig gemaakt het voorstel van wet houdende wijziging van de Jeugdwet en enkele andere wetten in verband met de verlenging van de duur van pleegzorg en het vervallen van de verleningsbeschikking bij machtigingen tot uithuisplaatsing en gesloten jeugdhulp, met memorie van toelichting.
Jaar: 2021
Advies
Documenten: 1
Bij Kabinetsmissive van 25 februari 2021, no.2021000327, heeft Uwe Majesteit, op voordracht van de Minister van Buitenlandse Zaken, mede namens de Minister van Financiën, bij de Afdeling advisering van de Raad van State ter overweging aanhangig gemaakt het voorstel van wet tot goedkeuring van de op 27 januari 2021 te Brussel tot stand gekomen Overeenkomst tot wijziging van de Overeenkomst betreffende de overdracht en mutualisatie van de bijdragen aan het gemeenschappelijk afwikkelingsfonds tussen het Koninkrijk België, de Republiek Bulgarije, de Tsjechische Republiek, het Koninkrijk Denemarken, de Bondsrepubliek Duitsland, de Republiek Estland, Ierland, de Helleense Republiek, het Koninkrijk Spanje, de Franse Republiek, de Republiek Kroatië, de Italiaanse Republiek, de Republiek Cyprus, de Republiek Letland, de Republiek Litouwen, het Groothertogdom Luxemburg, Hongarije, de Republiek Malta, het Koninkrijk der Nederlanden, de Republiek Oostenrijk, de Republiek Polen, de Portugese Republiek, Roemenië, de Republiek Slovenië, de Slowaakse Republiek en de Republiek Finland (Trb. 2021, 21), met memorie van toelichting.
Jaar: 2021
Advies
Documenten: 1
Bij Kabinetsmissive van 1 december 2020, no.2020002453, heeft Uwe Majesteit, op voordracht van de Minister voor Rechtsbescherming, bij de Afdeling advisering van de Raad van State ter overweging aanhangig gemaakt het ontwerpbesluit tot wijziging van het Besluit tarieven ambtshandelingen gerechtsdeurwaarders in verband met de herijking van de schuldenaarstarieven, met nota van toelichting.
Jaar: 2021
Advies
Documenten: 1
Bij Kabinetsmissive van 14 september 2020, no.2020001871, heeft Uwe Majesteit, op voordracht van de Staatssecretaris van Sociale Zaken en Werkgelegenheid, bij de Afdeling advisering van de Raad van State ter overweging aanhangig gemaakt het voorstel van wet tot wijziging van de Wet arbeidsongeschiktheidsvoorziening jonggehandicapten in verband met afsluiten van de instroom voor werkende Wajongers in de voortgezette werkregeling, met memorie van toelichting.
Jaar: 2021
Advies
Documenten: 1
Bij Kabinetsmissive van 24 november 2020, no.2020002388, heeft Uwe Majesteit, op voordracht van de Minister voor Rechtsbescherming, mede namens de Minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap, bij de Afdeling advisering van de Raad van State ter overweging aanhangig gemaakt het voorstel tot wijziging van Boek 1 van het Burgerlijk Wetboek in verband met het veranderen van de voorwaarden voor wijziging van de vermelding van het geslacht in de akte van geboorte, met memorie van toelichting.
Jaar: 2021
Advies
Documenten: 1
Bij Kabinetsmissive van 21 oktober 2020, no.2020002169, heeft Uwe Majesteit, op voordracht van de Minister van Economische Zaken en Klimaat, bij de Afdeling advisering van de Raad van State ter overweging aanhangig gemaakt het ontwerpbesluit tot vaststelling van bestuurlijke boeten energiegerelateerde producten alsmede tot wijziging van een aantal besluiten in verband met het wijzigen van de citeertitel van de Wet implementatie EU-richtlijnen energie-efficiëntie (Besluit bestuurlijke boeten energiegerelateerde producten), met nota van toelichting.
Jaar: 2021
Advies
Documenten: 1
Bij Kabinetsmissive van 15 april 2021, no.2021000758, heeft Uwe Majesteit, op voordracht van de Minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport, bij de Afdeling advisering van de Raad van State ter overweging aanhangig gemaakt de adviesaanvraag ingevolge 58t van de Wet publieke gezondheid over de krachtens hoofdstuk Va van de Wet publieke gezondheid geldende maatregelen, met het oog op een voorgenomen besluit tot verlenging per 1 juni 2021, als bedoeld in artikel VIII, derde lid, van de Tijdelijke wet maatregelen covid-19.
Jaar: 2021
Advies
Documenten: 1
Bij Kabinetsmissive van 4 juli 2019, no.2019001323, heeft Uwe Majesteit, op voordracht van de Staatssecretaris van Infrastructuur en Waterstaat, bij de Afdeling advisering van de Raad van State ter overweging aanhangig gemaakt het ontwerpbesluit inzake een tijdelijke regeling voor de vervroegde invoering van Verordening (EU) 2015/1185 van de Commissie van 24 april 2015 tot uitvoering van Richtlijn 2009/125/EG van het Europees Parlement en de Raad wat eisen inzake het ecologisch ontwerp betreft voor toestellen voor lokale ruimteverwarming die vaste brandstoffen gebruiken (PbEU 2015, L 193), met nota van toelichting.
Jaar: 2021
Advies
Documenten: 1
Bij Kabinetsmissive van 5 november 2020, no.2020002254, heeft Uwe Majesteit, op voordracht van de Minister voor Medische Zorg, mede namens de Staatssecretaris van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties, bij de Afdeling advisering van de Raad van State ter overweging aanhangig gemaakt het voorstel van wet houdende regels inzake het elektronisch delen en benaderen van gegevens tussen zorgverleners in aangewezen gegevensuitwisselingen (Wet elektronische gegevensuitwisseling in de zorg), met memorie van toelichting.
Jaar: 2021
Advies
Documenten: 1
Bij Kabinetsmissive van 9 december 2020, no.2020002512, heeft Uwe Majesteit, op voordracht van de Minister van Infrastructuur en Waterstaat, bij de Afdeling advisering van de Raad van State ter overweging aanhangig gemaakt het ontwerpbesluit tot wijziging van het Besluit Voertuigen in verband met het doorvoeren van verbeteringen in de aanpak van tellerfraude, met nota van toelichting.
Jaar: 2021
Advies
Documenten: 1
Bij Kabinetsmissive van 18 december 2020, no.2020002634, heeft Uwe Majesteit, op voordracht van de Staatssecretaris van Economische Zaken en Klimaat, bij de Afdeling advisering van de Raad van State ter overweging aanhangig gemaakt het ontwerpbesluit houdende wijziging van het Financieel besluit handelsregister 2014 in verband met het opnemen van de grondslag voor vergoedingen voor de uitgifte van de LEI, met nota van toelichting.
Jaar: 2021
Advies
Documenten: 1
Bij Kabinetsmissive van 18 december 2020, no.2020002620, heeft Uwe Majesteit, op voordracht van de Staatssecretaris van Economische Zaken en Klimaat, bij de Afdeling advisering van de Raad van State ter overweging aanhangig gemaakt het ontwerpbesluit houdende wijziging van het Handelsregisterbesluit 2008 en het Financieel besluit handelsregister 2014 in verband met de inschrijving in het handelsregister van onderdelen van de Staat der Nederlanden en de codificatie van het stelsel van inputfinanciering voor bestuursorganen, met nota van toelichting.
Jaar: 2021
Advies
Documenten: 1
Bij Kabinetsmissive van 15 maart 2021, no.2021000476, heeft Uwe Majesteit, op voordracht van de Minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap, bij de Afdeling advisering van de Raad van State ter overweging aanhangig gemaakt het ontwerpbesluit houdende wijziging van het Uitvoeringsbesluit WEB vanwege een tijdelijk ruimere reserveringsregeling voor een uitkering volwasseneneducatie, met nota van toelichting.
Jaar: 2021
Advies
Documenten: 1
Krachtens Koninklijke machtiging heeft de Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties met een schrijven van 15 december 2020, no.RWS-2020/55613, bij de Afdeling advisering van de Raad van State ter overweging aanhangig gemaakt een voordracht met ontwerpbesluit tot aanwijzing van onroerende zaken ter onteigening in de gemeente Lochem
Jaar: 2021
Advies
Documenten: 1
Bij Kabinetsmissive van 23 februari 2021, no.2021000062, heeft Uwe Majesteit, op voordracht van de Staatssecretaris van Infrastructuur en Waterstaat, bij de Afdeling advisering van de Raad van State ter overweging aanhangig gemaakt het voorstel van wet houdende wijziging van de Wet milieubeheer in verband met de implementatie van Richtlijn (EU) 2019/1161 van het Europees Parlement en de Raad van 20 juni 2019 tot wijziging van Richtlijn 2009/33/EG inzake de bevordering van schone en energiezuinige wegvoertuigen, met memorie van toelichting.
Jaar: 2021
Advies
Documenten: 1
Bij Kabinetsmissive van 16 november 2020, no.2020002332, heeft Uwe Majesteit, op voordracht van de Minister van Financiën, mede namens de Minister van Justitie en Veiligheid en de Staatssecretaris van Economische Zaken en Klimaat, bij de Afdeling advisering van de Raad van State ter overweging aanhangig gemaakt het voorstel van wet betreffende regels met betrekking tot de registratie van uiteindelijk belanghebbenden van trusts en soortgelijke juridische constructies ter implementatie van artikel 31 van de gewijzigde vierde anti-witwasrichtlijn (Implementatiewet registratie uiteindelijk belanghebbenden van trusts en soortgelijke juridische constructies), met memorie van toelichting.
Jaar: 2021
Advies
Documenten: 1
Bij Kabinetsmissive van 28 januari 2021, no.2021000161, heeft Uwe Majesteit, op voordracht van de Minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport, bij de Afdeling advisering van de Raad van State ter overweging aanhangig gemaakt het ontwerpbesluit houdende tijdelijke bepalingen in verband met de aanwijzing van de verwerkingsverantwoordelijke voor de uitwisseling van gegevens van de in artikel 6d van de Wet publieke gezondheid bedoelde notificatieapplicatie en notificatieapplicaties die worden gebruikt door andere lidstaten van de Europese Unie (Tijdelijk besluit Europese interoperabiliteit notificatieapplicatie covid-19), met nota van toelichting.
Jaar: 2021
Advies
Documenten: 1
Bij Kabinetsmissive van 22 juli 2020, no.202001570, heeft Uwe Majesteit, op voordracht van de Staatssecretaris van Infrastructuur en Waterstaat, bij de Afdeling advisering van de Raad van State ter overweging aanhangig gemaakt het ontwerpbesluit tot wijziging van het Besluit activiteiten leefomgeving, het Besluit kwaliteit leefomgeving en het Omgevingsbesluit in verband met de implementatie van het Uitvoeringsbesluit (EU) 2017/1442 tot vaststelling van BBT-conclusies voor grote stookinstallaties en omzetting van de regels over toiletlozingen van pleziervaartuigen en de monitoring van luchtkwaliteit, met nota van toelichting.
Jaar: 2021
Advies
Documenten: 1
Bij Kabinetsmissive van 29 december 2020, no.2020002659, heeft Uwe Majesteit, op voordracht van de Minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport, mede namens de Minister voor Rechtsbescherming, bij de Afdeling advisering van de Raad van State ter overweging aanhangig gemaakt het voorstel van wet houdende wijziging van de Jeugdwet en de Wet maatschappelijke ondersteuning 2015 teneinde de uitvoeringslasten bij het aanbesteden van diensten als bedoeld in die wetten te verlichten, alsmede grondslagen op te nemen voor het stellen van regels die bij de inkoop of subsidiëring van die diensten in acht worden genomen, met memorie van toelichting.
Jaar: 2021
Advies
Documenten: 1
Bij Kabinetsmissive van 15 maart 2021, no.2021000493, heeft Uwe Majesteit, op voordracht van de Minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport, mede namens de Minister van Justitie en Veiligheid en de Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties, bij de Afdeling advisering van de Raad van State ter overweging aanhangig gemaakt het voorstel van wet tot wijziging van de Wet publieke gezondheid in verband met een sluitingsbevoegdheid ten aanzien van publieke en besloten plaatsen wegens een uitbraak, met memorie van toelichting.
Jaar: 2021
Advies
Documenten: 1
Bij Kabinetsmissive van 23 november 2020, no. 2020002383, heeft Uwe Majesteit, op voordracht van de Minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid, bij de Afdeling advisering van de Raad van State ter overweging aanhangig gemaakt het ontwerpbesluit tot wijziging van het Besluit SUWI en het Dagloonbesluit werknemersverzekeringen in verband met de definiëring van de inkomstenverhouding voor de gegevensset van de polisadministratie, met nota van toelichting.
Jaar: 2021
Advies
Documenten: 1
Bij Kabinetsmissive van 24 november 2020, no.2020002418, heeft Uwe Majesteit, op voordracht van de Minister van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit, bij de Afdeling advisering van de Raad van State ter overweging aanhangig gemaakt het ontwerpbesluit houdende wijziging Uitvoeringsbesluit Meststoffenwet in verband met het stellen van regels over digitale verantwoording van het vervoer van dierlijke meststoffen, met nota van toelichting.
Jaar: 2021
Advies
Documenten: 1
Bij Kabinetsmissive van 28 oktober 2020, no.2020002195, heeft Uwe Majesteit, op voordracht van de Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties, bij de Afdeling advisering van de Raad van State ter overweging aanhangig gemaakt het ontwerpbesluit tot wijziging en aanvulling van het Besluit uitvoering Crisis- en herstelwet (Besluit uitvoering Crisis- en herstelwet (eenentwintigste tranche)), met nota van toelichting.
Jaar: 2021
Advies
Documenten: 1
Bij Kabinetsmissive van 15 december 2020, no.2020002595, heeft Uwe Majesteit, op voordracht van de Minister van Economische Zaken en Klimaat, bij de Afdeling advisering van de Raad van State ter overweging aanhangig gemaakt het voorstel van wet houdende regels omtrent garanties van oorsprong voor energie uit hernieuwbare bronnen (Wet implementatie EU-richtlijn hernieuwbare energie en garanties van oorsprong), met memorie van toelichting.
Jaar: 2021
Advies
Documenten: 1
Bij Kabinetsmissive van 22 juni 2020, no.2020001225, heeft Uwe Majesteit, op voordracht van de Minister van Infrastructuur en Waterstaat, mede namens de Staatssecretaris van Defensie, bij de Afdeling advisering van de Raad van State ter overweging aanhangig gemaakt het ontwerpbesluit tot technische aanpassing van enige algemene maatregelen van bestuur met betrekking tot burgerluchthavens, militaire luchthavens en buitenlandse luchtvaartterreinen in verband met de invoering van de Omgevingswet, met nota van toelichting.
Jaar: 2021
Advies
Documenten: 1
Bij Kabinetsmissive van 27 november 2020, no.2020002429, heeft Uwe Majesteit, op voordracht van de Minister van Justitie en Veiligheid, bij de Afdeling advisering van de Raad van State ter overweging aanhangig gemaakt het voorstel van wet tot wijziging van de Wet ter Bescherming Koopvaardij houdende aanpassingen in verband met het certificerings- en vergunningstelsel, de positie van particuliere maritieme beveiligers, de scheepsbeheerder en de kapitein, de verwerking van bijzondere persoonsgegevens en herstel van enkele onvolkomenheden (Reparatiewet WtBK), met memorie van toelichting.
Jaar: 2021
Advies
Documenten: 1
Bij Kabinetsmissive van 8 februari 2021, no.2021000234, heeft Uwe Majesteit, op voordracht van de Minister voor Basis- en Voortgezet Onderwijs en Media, bij de Afdeling advisering van de Raad van State ter overweging aanhangig gemaakt het ontwerpbesluit tot wijziging van het Eindexamenbesluit VO en het Eindexamenbesluit VO BES in verband met versterking van de kwaliteit van de schoolexaminering in het voortgezet onderwijs en het voortgezet algemeen volwassenen onderwijs, met nota van toelichting.
Jaar: 2021
Advies
Documenten: 1
Bij Kabinetsmissive van 16 februari 2021, no.2021000275, heeft Uwe Majesteit, op voordracht van de Minister voor Basis- en Voortgezet Onderwijs en Media, bij de Afdeling advisering van de Raad van State ter overweging aanhangig gemaakt het ontwerpbesluit houdende voorschriften inzake berekening, toekenning en het beheer van de bekostiging voor scholen voor voortgezet onderwijs (Besluit bekostiging WVO 2021), met nota van toelichting.
Jaar: 2021
Advies
Documenten: 1
Bij brief van de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal van 23 februari 2021 heeft de Tweede Kamer, bij de Afdeling advisering van de Raad van State ter overweging aanhangig gemaakt het voorstel van wet van het lid Pia Dijkstra tot wijziging van Wet afbreking zwangerschap in verband met het afschaffen van de verplichte minimale beraadtermijn voor de afbreking van zwangerschappen, met memorie van toelichting.
Jaar: 2021
Advies
Documenten: 1
Bij Kabinetsmissive van 20 november 2020, no.2020002373, heeft Uwe Majesteit, op voordracht van de Minister van Justitie en Veiligheid, bij de Afdeling advisering van de Raad van State ter overweging aanhangig gemaakt het ontwerpbesluit tot wijziging van het Besluit internationale verplichtingen extraterritoriale rechtsmacht ter uitvoering van het Aanvullend Protocol bij het Verdrag van de Raad van Europa ter voorkoming van terrorisme (Trb. 2016, 180), met nota van toelichting.
Jaar: 2021
Advies
Documenten: 1
Bij Kabinetsmissive van 26 maart 2021, no.2021000626, heeft Uwe Majesteit, op voordracht van de Minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport, mede namens de Minister van Justitie en Veiligheid en de Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties, bij de Afdeling advisering van de Raad van State ter overweging aanhangig gemaakt het voorstel van wet tot wijziging van de Wet publieke gezondheid in verband met het stellen van tijdelijke regels over de inzet van testbewijzen bij de bestrijding van het virus SARS-CoV-2 (Tijdelijke wet testbewijzen covid-19), met memorie van toelichting.
Jaar: 2021
Advies
Documenten: 1
Bij Kabinetsmissive van 26 maart 2021, no.2021000625, heeft Uwe Majesteit, op voordracht van de Minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport, mede namens de Minister van Justitie en Veiligheid en de Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties, bij de Afdeling advisering van de Raad van State ter overweging aanhangig gemaakt het voorstel van wet tot wijziging van de Wet publieke gezondheid vanwege de invoering van aanvullende maatregelen voor het internationaal personenverkeer in verband met de bestrijding van de epidemie van covid-19, met memorie van toelichting.
Jaar: 2021
Advies
Documenten: 1
Krachtens Koninklijke machtiging heeft de Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties met een schrijven van 5 januari 2021, no.RWS-2020/56815, bij de Afdeling advisering van de Raad van State ter overweging aanhangig gemaakt een voordracht met ontwerpbesluit tot aanwijzing van onroerende zaken ter onteigening in de gemeente Katwijk krachtens artikel 78 van de onteigeningswet (onteigeningsplan Klei-Oost Zuid 2005).
Jaar: 2021
Advies
Documenten: 1
Krachtens Koninklijke machtiging heeft de Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties met een schrijven van 15 december 2020, no.RWS-2020/55583, bij de Afdeling advisering van de Raad van State ter overweging aanhangig gemaakt een voordracht met ontwerpbesluit tot aanwijzing van een onroerende zaak ter onteigening in de gemeente Den Haag krachtens artikel 78 van de onteigeningswet (onteigeningsplan Rotonde Scheveningseweg).
Jaar: 2021
Advies
Documenten: 1
Bij Kabinetsmissive van 8 juli 2020, no.2020001380, heeft Uwe Majesteit, op voordracht van de Minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap, bij de Afdeling advisering van de Raad van State ter overweging aanhangig gemaakt het ontwerpbesluit tot wijziging van het Uitvoeringsbesluit WHW 2008, houdende de aanpassing van de kwaliteitsbekostiging over het jaar 2021 in verband met de uitbraak van COVID-19, met nota van toelichting.
Jaar: 2021
Advies
Documenten: 1
Bij Kabinetsmissive van 9 maart 2021, no.2021000438, heeft Uwe Majesteit, op voordracht van de Minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid, bij de Afdeling advisering van de Raad van State ter overweging aanhangig gemaakt het ontwerpbesluit tot wijziging van de Tijdelijke tegemoetkomingsregeling KO in verband met de tweede sluitingsperiode, met nota van toelichting.
Jaar: 2021
Advies
Documenten: 1
Bij Kabinetsmissive van 22 januari 2021, no.2021000101, heeft Uwe Majesteit, op voordracht van de Staatssecretaris van Economische Zaken en Klimaat, bij de Afdeling advisering van de Raad van State ter overweging aanhangig gemaakt het besluit tot wijziging van het Besluit van 31 januari 2017, houdende verlenging van de werkingsduur van de gedragsregels voor de overheid in de Mededingingswet (Stb. 2017, 34), met nota van toelichting.
Jaar: 2021
Advies
Documenten: 1
Bij Kabinetsmissive van 27 mei 2020, no.2020001070, heeft Uwe Majesteit, op voordracht van de Staatssecretaris van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties, bij de Afdeling advisering van de Raad van State ter overweging aanhangig gemaakt het ontwerpbesluit, houdende regels over elektronische publicatie van algemene bekendmakingen, mededelingen en kennisgevingen (Besluit elektronische publicaties), met nota van toelichting.
Jaar: 2021
Advies
Documenten: 1
Bij Kabinetsmissive van 30 november 2020, no.2020002433, heeft Uwe Majesteit, op voordracht van de Minister van Buitenlandse Zaken, mede namens de Minister van Infrastructuur en Waterstaat, bij de Afdeling advisering van de Raad van State ter overweging aanhangig gemaakt het verdrag tot goedkeuring van de wijzigingen van het Verdrag betreffende het internationale spoorwegvervoer (COTIF), de Aanhangsels en een nieuw Aanhangsel daarbij; Bern, 26 september 2018 (Trb.2020, 94), met toelichtende nota.
Jaar: 2021
Advies
Documenten: 1
Bij Kabinetsmissive van 18 november 2020, no.2020002362, heeft Uwe Majesteit, op voordracht van de Minister van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit, bij de Afdeling advisering van de Raad van State ter overweging aanhangig gemaakt het ontwerpbesluit houdende regels met betrekking tot de preventie en bestrijding van dierziekten en tot wijziging van het Besluit dierlijke producten, het Besluit diergeneesmiddelen, het Besluit handhaving en overige zaken Wet dieren en het Besluit houders van dieren (Besluit diergezondheid), met nota van toelichting.
Jaar: 2021
Advies
Documenten: 1
Bij Kabinetsmissive van 11 november 2020, no.2020002311, heeft Uwe Majesteit, op voordracht van de Minister voor Basis- en Voortgezet Onderwijs en Media, bij de Afdeling advisering van de Raad van State ter overweging aanhangig gemaakt het ontwerpbesluit houdende regels voor de toepassing en afwijking van de bij of krachtens de Wet voortgezet onderwijs BES vastgestelde voorschriften over onder meer de inrichting van het onderwijs aan de Saba Comprehensive School op Saba en Gwendoline van Puttenschool op Sint Eustatius (Besluit Saba Comprehensive School en Gwendoline van Puttenschool BES), met nota van toelichting.
Jaar: 2021
Advies
Documenten: 1
Bij Kabinetsmissive van 11 december 2020, no.2020002547, heeft Uwe Majesteit, op voordracht van de Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties, mede namens de Minister-President, de Minister van Algemene Zaken, bij de Afdeling advisering van de Raad van State ter overweging aanhangig gemaakt het voorstel van wet houdende verandering in de Grondwet van de bepaling inzake veranderingen in de Grondwet (herijking Grondwetsherzieningsprocedure), met memorie van toelichting.
Jaar: 2021
Advies
Documenten: 1
Bij Kabinetsmissive van 2 februari 2021, no.2021000199, heeft Uwe Majesteit, op voordracht van de Minister voor Rechtsbescherming, mede namens de Staatssecretaris van Volksgezondheid, Welzijn en Sport, bij de Afdeling advisering van de Raad van State ter overweging aanhangig gemaakt het voorstel van wet tot wijziging van Boek 1 van het Burgerlijk Wetboek BES inhoudende dat er in de verzorging en opvoeding van een kind geen plaats is voor het gebruik van geestelijk of lichamelijk geweld jegens of van enige andere vernederende behandeling van kinderen in de verzorging en opvoeding, met memorie van toelichting.
Jaar: 2021
Advies
Documenten: 1
Bij Kabinetsmissive van 8 oktober 2020, no.2020002057, heeft Uwe Majesteit, op voordracht van de Minister van Justitie en Veiligheid, mede namens de Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties, de Minister van Economische Zaken en Klimaat en de Minister van Infrastructuur en Milieu, bij de Afdeling advisering van de Raad van State ter overweging aanhangig gemaakt het ontwerpbesluit tot wijziging van het Besluit beveiliging netwerk- en informatiesystemen (aanwijzing vitale aanbieders en nadere regels over beveiliging aanbieders van een essentiële dienst), met nota van toelichting.
Jaar: 2021
Advies
Documenten: 1
Bij Kabinetsmissive van 15 december 2020, no.2020002587, heeft Uwe Majesteit, op voordracht van de Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties, mede namens de Minister-President, de Minister van Algemene Zaken, bij de Afdeling advisering van de Raad van State ter overweging aanhangig gemaakt het voorstel van wet tot verandering in de Grondwet van de bepaling inzake de onschendbaarheid van het brief-, telefoon- en telegraafgeheim, met memorie van toelichting.
Jaar: 2021
Advies
Documenten: 1
Bij Kabinetsmissive van 29 januari 2021, no.2020002657, heeft Uwe Majesteit, op voordracht van de Minister voor Medische Zorg, bij de Afdeling advisering van de Raad van State ter overweging aanhangig gemaakt het ontwerpbesluit houdende uitvoering van enige bepalingen van de Wet toetreding zorgaanbieders (Uitvoeringsbesluit Wtza), met nota van toelichting.
Jaar: 2021
Advies
Documenten: 1
Bij Kabinetsmissive van 11 december 2020, no.2020002543, heeft Uwe Majesteit, op voordracht van de Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties, mede namens de Minister-President, de Minister van Algemene Zaken en de Minister voor Rechtsbescherming, bij de Afdeling advisering van de Raad van State ter overweging aanhangig gemaakt het voorstel van wet houdende verandering van de Grondwet, strekkende tot het opnemen van een bepaling over het recht op een eerlijk proces, met memorie van toelichting.
Jaar: 2021
Advies
Documenten: 1
Bij Kabinetsmissive van 11 december 2020, no.2020002546, heeft Uwe Majesteit, op voordracht van de Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties, mede namens de Minister-President, de Minister van Algemene Zaken, bij de Afdeling advisering van de Raad van State ter overweging aanhangig gemaakt het voorstel van wet houdende verandering in de Grondwet, strekkende tot het doen vervallen van additionele artikelen die zijn uitgewerkt, met memorie van toelichting.
Jaar: 2021
Advies
Documenten: 1
Bij Kabinetsmissive van 11 december 2020, no.2020002545, heeft Uwe Majesteit, op voordracht van de Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties, mede namens de Minister-President, de Minister van Algemene Zaken, de Minister van Justitie en Veiligheid en de Minister voor Rechtsbescherming, bij de Afdeling advisering van de Raad van State ter overweging aanhangig gemaakt het voorstel van wet houdende verandering van de Grondwet, strekkende tot het opnemen van een algemene bepaling, met memorie van toelichting.
Jaar: 2021
Advies
Documenten: 1
Bij Kabinetsmissive van 11 december 2020, no.2020002544, heeft Uwe Majesteit, op voordracht van de Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties, mede namens de Minister-President, de Minister van Algemene Zaken, bij de Afdeling advisering van de Raad van State ter overweging aanhangig gemaakt het voorstel van wet houdende verandering in de Grondwet strekkende tot het opnemen van een bepaling over een door niet-ingezetenen gekozen kiescollege voor de verkiezing van de Eerste Kamer der Staten-Generaal, met memorie van toelichting.
Jaar: 2021
Advies
Documenten: 1
Bij Kabinetsmissive van 29 december 2020, no.20202658, heeft Uwe Majesteit, op voordracht van de Minister voor Medische Zorg, bij de Afdeling advisering van de Raad van State ter overweging aanhangig gemaakt het ontwerpbesluit houdende wijziging van algemene maatregelen van bestuur in verband met de invoering van de Aanpassingswet Wet toetreding zorgaanbieders, met nota van toelichting.
Jaar: 2021
Advies
Documenten: 1
Bij Kabinetsmissive van 29 december 2020, no.2020002660, heeft Uwe Majesteit, op voordracht van de Minister voor Medische Zorg, bij de Afdeling advisering van de Raad van State ter overweging aanhangig gemaakt het ontwerpbesluit houdende wijziging van het Uitvoeringsbesluit WTZi in verband met de invoering van de Aanpassingswet Wet toetreding zorgaanbieders, met nota van toelichting.
Jaar: 2021
Advies
Documenten: 1
Bij Kabinetsmissive van 2 februari 2021, no.2021000200, heeft Uwe Majesteit, op voordracht van de Minister voor Rechtsbescherming, bij de Afdeling advisering van de Raad van State ter overweging aanhangig gemaakt het ontwerpbesluit houdende regels met betrekking tot de bepaling van de bijdrage van elk van de collectieve beheersorganisaties en onafhankelijke beheersorganisaties aan de kosten van het College van Toezicht, bedoeld in de Wet toezicht en geschillenbeslechting collectieve beheersorganisaties auteurs- en naburige rechten (Besluit doorberekening kosten College van Toezicht), met nota van toelichting.
Jaar: 2021
Advies
Documenten: 1
Bij Kabinetsmissive van 8 oktober 2019, no.2019002089, heeft Uwe Majesteit, op voordracht van de Minister van Justitie en Veiligheid, bij de Afdeling advisering van de Raad van State ter overweging aanhangig gemaakt het ontwerpbesluit tot wijziging van het Besluit algemene rechtspositie politie in verband met de bijzondere zorgplicht (Besluit bijzondere zorgplicht politie), met nota van toelichting.
Jaar: 2021
Advies
Documenten: 1
Bij Kabinetsmissive van 13 oktober 2020, no.2020002081, heeft Uwe Majesteit, op voordracht van de Minister van Financiën, bij de Afdeling advisering van de Raad van State ter overweging aanhangig gemaakt het voorstel van wet tot wijziging van de Wet op het financieel toezicht en de Faillissementswet in verband met de implementatie van richtlijn (EU) 2019/2034 van het Europees Parlement en de Raad van 27 november 2019 betreffende het prudentiële toezicht op beleggingsondernemingen en tot wijziging van Richtlijnen 2002/87/EG, 2009/65/EG, 2011/61/EU, 2013/36/EU, 2014/59/EU en 2014/65/EU (PbEU 2019, L 314), alsmede in verband met de uitvoering van verordening (EU) 2019/2033 van het Europees Parlement en de Raad van 27 november 2019 betreffende prudentiële vereisten voor beleggingsondernemingen en tot wijziging van Verordeningen (EU) nr. 1093/2010, (EU) nr. 575/2013, (EU) nr. 600/2014 en (EU) nr. 806/2014 (PbEU 2019, L 314) (Implementatiewet richtlijn prudentieel toezicht beleggingsondernemingen), met memorie van toelichting.
Jaar: 2021
Advies
Documenten: 1
Bij brief van de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal van 25 februari 2021 heeft de Tweede Kamer, bij de Afdeling advisering van de Raad van State ter overweging aanhangig gemaakt het voorstel van wet van de leden Bergkamp, Özütok en Van den Hul houdende verandering in de Grondwet, strekkende tot toevoeging van handicap en seksuele gerichtheid als non discriminatiegrond, met memorie van toelichting.
Jaar: 2021
Advies
Documenten: 1
Bij Kabinetsmissive van 1 december 2020, no.2020002452, heeft Uwe Majesteit, op voordracht van de Staatssecretaris van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties, bij de Afdeling advisering van de Raad van State ter overweging aanhangig gemaakt het ontwerpbesluit houdende wijziging van het Rechtspositiebesluit ambtenaren BES, het Besluit overlegstelsel BES, het Bezoldigingsbesluit 1998 BES en het Besluit rechtspositie korps politie BES (formalisering participatieraden en verzamelbesluit), met nota van toelichting.
Jaar: 2021
Advies
Documenten: 1
Bij brief van de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal van 12 februari 2021 heeft de Tweede Kamer, bij de Afdeling advisering van de Raad van State ter overweging aanhangig gemaakt het voorstel van wet van het lid Van Raak houdende verandering in de Grondwet, strekkende tot opneming van bepalingen inzake het correctief referendum, met memorie van toelichting.
Jaar: 2021
Advies
Documenten: 1
Bij Kabinetsmissive van 24 juli 2020, no.2020001573, heeft Uwe Majesteit, op voordracht van de Staatssecretaris van Sociale Zaken en Werkgelegenheid, bij de Afdeling advisering van de Raad van State ter overweging aanhangig gemaakt het ontwerpbesluit tot wijziging van het Besluit SUWI in verband met de taken en verantwoordelijkheden van het Inlichtingenbureau, met nota van toelichting.
Jaar: 2021
Advies
Documenten: 1
Bij Kabinetsmissive van 1 oktober 2020, no.2020002011, heeft Uwe Majesteit, op voordracht van de Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties, bij de Afdeling advisering van de Raad van State ter overweging aanhangig gemaakt het ontwerpbesluit houdende aanpassing van het Bouwbesluit 2012 en het Besluit bouwwerken leefomgeving in verband met het regelen van de veiligheidscoördinator directe omgeving en enkele andere wijzigingen, met nota van toelichting.
Jaar: 2021
Advies
Documenten: 1
Bij Kabinetsmissive van 15 januari 2021, no.2021000048, heeft Uwe Majesteit, op voordracht van de Staatssecretaris van Financiën, bij de Afdeling advisering van de Raad van State ter overweging aanhangig gemaakt het voorstel van wet tot wijziging van de Wet bronbelasting 2021 in verband met de invoering van een aanvullende bronbelasting op dividenden naar laagbelastende jurisdicties en in misbruiksituaties (Wet invoering conditionele bronbelasting op dividenden), met memorie van toelichting.
Jaar: 2021
Advies
Documenten: 1
Bij brief van 23 november 2020 heeft de Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties op de voet van artikel 21a, eerste lid, van de Wet op de Raad van State aan de Afdeling advisering van de Raad van State gevraagd haar van voorlichting te dienen over verzoek om voorlichting over interbestuurlijke verhoudingen.
Jaar: 2021
Advies
Documenten: 1
Bij Kabinetsmissive van 10 november 2020, no.2020002307, heeft Uwe Majesteit, op voordracht van de Staatssecretaris van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties, bij de Afdeling advisering van de Raad van State van het Koninkrijk ter overweging aanhangig gemaakt het voorstel van Rijkswet houdende regels omtrent de instelling van het Caribisch orgaan voor hervorming en ontwikkeling (Rijkswet Caribisch orgaan voor hervorming en ontwikkeling), met memorie van toelichting.
Jaar: 2021
Advies
Documenten: 1
Bij Kabinetsmissive van 17 december 2020, no.2020002614, heeft Uwe Majesteit, op voordracht van de Minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport, in overeenstemming met de Minister voor Rechtsbescherming en de Staatssecretaris van Volksgezondheid, Welzijn en Sport, bij de Afdeling advisering van de Raad van State ter overweging aanhangig gemaakt het ontwerpbesluit houdende wijziging van het besluit openbaarmaking toezicht- en uitvoeringsgegevens Gezondheidswet en Jeugdwet, met nota van toelichting.
Jaar: 2021
Advies
Documenten: 1
Bij Kabinetsmissive van 21 oktober 2020, no.2020002170, heeft Uwe Majesteit, op voordracht van de Minister van Buitenlandse Zaken, mede namens de Staatssecretaris van Financiën, bij de Afdeling advisering van de Raad van State ter overweging aanhangig gemaakt het verdrag tussen het Koninkrijk der Nederlanden en de Republiek Bulgarije tot het vermijden van dubbele belasting met betrekking tot belastingen naar het inkomen en het voorkomen van het ontduiken of het ontwijken van belasting, met Protocol; Sofia, 14 september 2020 ((Trb. 2020, 102), met toelichtende nota.
Jaar: 2021
Advies
Documenten: 1
Bij Kabinetsmissive van 18 december 2020, no.2020002637, heeft Uwe Majesteit, op voordracht van de Minister van Buitenlandse Zaken, mede namens de Minister van Infrastructuur en Waterstaat, bij de Afdeling advisering van de Raad van State ter overweging aanhangig gemaakt het verdrag tot goedkeuring van de wijziging van artikel 14 van de Europese Overeenkomst nopens de arbeidsvoorwaarden voor de bemanningen van motorrijtuigen in het internationale vervoer over de weg (AETR), Genève, 18 oktober 2019 (Trb. 2020, 124), met toelichtende nota.
Jaar: 2021
Advies
Documenten: 1
Bij Kabinetsmissive van 9 oktober 2020, no.2020002061, heeft Uwe Majesteit, op voordracht van de Staatssecretaris van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties, bij de Afdeling advisering van de Raad van State ter overweging aanhangig gemaakt het voorstel van wet tot wijziging van de Wet basisregistratie personen in verband met de invoering van een centrale voorziening ter ondersteuning van de colleges van burgemeester en wethouders bij het onderzoek of een persoon als ingezetene in de basisregistratie personen op een adres in de gemeente dient te worden ingeschreven alsmede naar de juistheid van de gegevens betreffende het adres van een ingezetene in de basisregistratie personen, met memorie van toelichting.
Jaar: 2021
Advies
Documenten: 1
Bij Kabinetsmissive van 20 januari 2021, no.2021000084, heeft Uwe Majesteit, op voordracht van de Minister van Buitenlandse Zaken, bij de Afdeling advisering van de Raad van State ter overweging aanhangig gemaakt het voorstel van wet houdende goedkeuring van de op 17 juli 2018 te Tokio tot stand gekomen Strategische partnerschapsovereenkomst tussen de Europese Unie en haar lidstaten, enerzijds, en Japan, anderzijds (Trb. 2018, 171), met memorie van toelichting.
Jaar: 2021
Advies
Documenten: 1
Bij Kabinetsmissive van 15 februari 2021, no.2021000276, heeft Uwe Majesteit, op voordracht van de Minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid, bij de Afdeling advisering van de Raad van State ter overweging aanhangig gemaakt het ontwerpbesluit tot wijziging van de Tijdelijke overbruggingsregeling zelfstandig ondernemers in verband met het niet invoeren van de beperkte vermogenstoets, de financiële relatie tussen het Rijk en de gemeenten en enkele andere wijzigingen, met nota van toelichting.
Jaar: 2021
Advies
Documenten: 1
Bij Kabinetsmissive van 5 maart 2021, no.2021000400, heeft Uwe Majesteit, op voordracht van de Minister voor Basis- en Voortgezet Onderwijs en Media, bij de Afdeling advisering van de Raad van State ter overweging aanhangig gemaakt het ontwerpbesluit tot wijziging van het Eindexamenbesluit VO, het Eindexamenbesluit VO BES, het Staatsexamenbesluit VO en het Staatsexamenbesluit VO BES, houdende aanvullende en afwijkende bepalingen inzake het eindexamen voortgezet onderwijs in het schooljaar 2020-2021 in verband met de gevolgen die de maatregelen ter bestrijding van de covid-19 epidemie hebben gehad op het onderwijs (Besluit eindexamens 2021), met nota van toelichting.
Jaar: 2021
Advies
Documenten: 1
Bij Kabinetsmissive van 22 september 2020, no.202001924, heeft Uwe Majesteit, op voordracht van de Minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport, mede namens de Minister voor Rechtsbescherming, bij de Afdeling advisering van de Raad van State ter overweging aanhangig gemaakt het voorstel van wet houdende wijziging van diverse wetten in verband met zwijgbedingen in jeugdzorg, zorg en ondersteuning, met memorie van toelichting.
Jaar: 2021
Advies
Documenten: 1
Bij Kabinetsmissive van 27 november 2020, no.2020002430, heeft Uwe Majesteit, op voordracht van de Minister voor Rechtsbescherming, bij de Afdeling advisering van de Raad van State ter overweging aanhangig gemaakt het ontwerpbesluit houdende wijziging van het Besluit justitiële en strafvorderlijke gegevens in verband met de verstrekking van justitiële gegevens aan de Immigratie- en Naturalisatiedienst ten behoeve van het nemen van beslissingen over het intrekken van het Nederlanderschap, met nota van toelichting.
Jaar: 2021
Advies
Documenten: 1
Bij Kabinetsmissive van 8 februari 2021, no.2021000232, heeft Uwe Majesteit, op voordracht van de Staatssecretaris van Volksgezondheid, Welzijn en Sport, bij de Afdeling advisering van de Raad van State ter overweging aanhangig gemaakt het ontwerpbesluit houdende aanpassing van het Besluit publieke gezondheid vanwege uitbreiding van de doelgroep van het rijksvaccinatieprogramma, waaronder het opnemen van een vaccinatie tegen een infectie veroorzaakt door SARS-CoV-2, met nota van toelichting.
Jaar: 2021
Advies
Documenten: 1
Bij Kabinetsmissive van 18 december 2020, no.2020002638, heeft Uwe Majesteit, op voordracht van de Staatssecretaris van Economische Zaken en Klimaat, mede namens de Minister voor Rechtsbescherming, bij de Afdeling advisering van de Raad van State ter overweging aanhangig gemaakt het voorstel van wet tot wijziging van Boek 6 van het Burgerlijk Wetboek in verband met het verkorten van de wettelijke betaaltermijn tot 30 dagen, met memorie van toelichting.
Jaar: 2021
Advies
Documenten: 1
Bij brief van de Voorzitter van de Tweede kamer der Staten-Generaal van 27 januari 2021 heeft de Tweede kamer, bij de Afdeling advisering van de Raad van State ter overweging aanhangig gemaakt het voorstel van wet van de leden Van Weyenberg en Smeulders tot wijziging van de Wet flexibel werken in verband met het bevorderen van flexibel werken naar arbeidsplaats (Wet werken waar je wilt), met memorie van toelichting.
Jaar: 2021
Advies
Documenten: 1
Bij brief van 15 maart 2021 heeft de Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties op de voet van artikel 21a, eerste lid, van de Wet op de Raad van State aan de Afdeling advisering van de Raad van State gevraagd haar van voorlichting te dienen over verzoek om voorlichting over de te volgen procedure bij de vooropening van briefstemmen.
Jaar: 2021
Advies
Documenten: 1
Bij Kabinetsmissive van 30 november 2020, no.2020002447, heeft Uwe Majesteit, op voordracht van de Staatssecretaris van Economische Zaken en Klimaat, mede namens de Minister van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit, bij de Afdeling advisering van de Raad van State ter overweging aanhangig gemaakt het voorstel van wet tot wijziging van de Mededingingswet in verband met het expliciteren van de uitsluiting van het kartelverbod van gedragingen in het kader van het gemeenschappelijke landbouw- en visserijbeleid en technische wijzigingen van het concentratietoezicht, en wijziging van Boek 6 van het Burgerlijk Wetboek en de Overgangswet nieuw Burgerlijk Wetboek in verband met de nationale toepassing van de mogelijkheid tot privaatrechtelijke handhaving van het mededingingsrecht, met memorie van toelichting.
Jaar: 2021
Advies
Documenten: 1
Bij Kabinetsmissive van 17 november 2020, no.2019001348, heeft Uwe Majesteit, op voordracht van de Staatssecretaris van Volksgezondheid, Welzijn en Sport, bij de Afdeling advisering van de Raad van State ter overweging aanhangig gemaakt de nota van wijziging bij het voorstel van het houdende wijziging van de Wet op het bevolkingsonderzoek in verband met actuele ontwikkelingen op het terrein van preventief gezondheidsonderzoek, met toelichting.
Jaar: 2021
Advies
Documenten: 1
Bij Kabinetsmissive van 22 december 2020, no.2020002649, heeft Uwe Majesteit, op voordracht van de Minister van Financiën, bij de Afdeling advisering van de Raad van State ter overweging aanhangig gemaakt het ontwerpbesluit tot wijziging van het Besluit Gedragstoezicht financiële ondernemingen Wft in verband met het schrappen van de kennis- en ervaringstoets bij treffen energiebesparende voorzieningen, met nota van toelichting.
Jaar: 2021
Advies
Documenten: 1
Bij Kabinetsmissive van 17 november 2020, no.2020002348, heeft Uwe Majesteit, op voordracht van de Minister van Justitie en Veiligheid, mede namens de Minister voor Rechtsbescherming, bij de Afdeling advisering van de Raad van State ter overweging aanhangig gemaakt het voorstel van wet tot wijziging van de Wet bevordering integriteitsbeoordelingen door het openbaar bestuur in verband met informatiedeling tussen bestuursorganen en rechtspersonen met een overheidstaak en enige overige wijzigingen, met memorie van toelichting.
Jaar: 2021
Advies
Documenten: 1
Bij Kabinetsmissive van 16 december 2020, no.2020002606, heeft Uwe Majesteit, op voordracht van de Minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap, bij de Afdeling advisering van de Raad van State ter overweging aanhangig gemaakt het voorstel van wet tot wijziging van de Wet op het hoger onderwijs en wetenschappelijk onderzoek in verband met het toevoegen van decentrale loting als selectiemethode voor opleidingen met capaciteitsfixus in het hoger onderwijs, met memorie van toelichting.
Jaar: 2021
Advies
Documenten: 1
Bij Kabinetsmissive van 22 december 2020, no.2020002648, heeft Uwe Majesteit, op voordracht van de Minister van Financiën, bij de Afdeling advisering van de Raad van State ter overweging aanhangig gemaakt het ontwerpbesluit tot wijziging van het Besluit uitvoering EU-verordeningen financiële markten in verband met de uitvoering van de verordening grensoverschrijdende distributie van beleggingsinstellingen en icbe’s en enkele verordeningen met betrekking tot duurzaamheid (Besluit ter uitvoering van diverse EU-verordeningen inzake grensoverschrijdende distributie en duurzaamheid), met nota van toelichting.
Jaar: 2021
Advies
Documenten: 1
Bij Kabinetsmissive van 30 juni 2020, no.2020001301, heeft Uwe Majesteit, op voordracht van de Minister van Infrastructuur en Waterstaat, bij de Afdeling advisering van de Raad van State ter overweging aanhangig gemaakt het voorstel van wet houdende regels voor de implementatie van Richtlijn (EU) 2019/520 van het Europese Parlement en de Raad van 19 maart 2019 betreffende de interoperabiliteit van elektronische tolheffingssystemen voor het wegverkeer en ter facilitering van de grensoverschrijdende uitwisseling van informatie over niet-betaling van wegentol in de Unie (Wet implementatie EETS-richtlijn), met memorie van toelichting.
Jaar: 2021
Advies
Documenten: 1
Bij Kabinetsmissive van 29 december 2020, no.2020002655, heeft Uwe Majesteit, op voordracht van de Minister voor Medische Zorg, bij de Afdeling advisering van de Raad van State ter overweging aanhangig gemaakt het ontwerpbesluit houdende wijziging van het Besluit periodieke registratie Wet BIG in verband met de opschortingen van doorhalingen uit de BIG-registers ten gevolge van COVID-19, met nota van toelichting.
Jaar: 2021
Advies
Documenten: 1
Bij Kabinetsmissive van 16 november 2020, no.2020002331, heeft Uwe Majesteit, op voordracht van de Minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport, bij de Afdeling advisering van de Raad van State ter overweging aanhangig gemaakt het ontwerpbesluit houdende wijziging van het Uitvoeringsbesluit Wkkgz in verband met de uitwerking van de in de Wet kwaliteit, klachten en geschillen zorg opgenomen criteria die bepalen wanneer een professionele standaard of voorgedragen kwaliteitsstandaard mogelijke substantiële financiële gevolgen heeft en aanpassing van de situaties waarin zorgaanbieder in bezit moet zijn van verklaring van goed gedrag, met nota van toelichting.
Jaar: 2021
Advies
Documenten: 1
Bij Kabinetsmissive van 9 juli 2020, no.2020001374, heeft Uwe Majesteit, op voordracht van de Minister van Justitie en Veiligheid, mede namens de Minister van Defensie, bij de Afdeling advisering van de Raad van State ter overweging aanhangig gemaakt het voorstel van wet tot wijziging van de Politiewet 2012 in verband met enkele aanpassingen die volgen uit de evaluatie van deze wet, met memorie van toelichting.
Jaar: 2021
Advies
Documenten: 1
Bij Kabinetsmissive van 14 december 2020, no.2020002582, heeft Uwe Majesteit, op voordracht van de Minister van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit, bij de Afdeling advisering van de Raad van State ter overweging aanhangig gemaakt het ontwerpbesluit tot wijziging van enkele algemene maatregelen van bestuur op het terrein van het Ministerie van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit in verband met het herstel van onjuiste en onvolledige verwijzingen alsmede het aanbrengen van andere wijzigingen van ondergeschikte aard, met nota van toelichting.
Jaar: 2021
Advies
Documenten: 1
Bij Kabinetsmissive van 18 december 2020, no.2020002621, heeft Uwe Majesteit, op voordracht van de Minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid, bij de Afdeling advisering van de Raad van State ter overweging aanhangig gemaakt het ontwerpbesluit tot wijziging van het Algemeen inkomensbesluit socialezekerheidswetten, het Dagloonbesluit werknemersverzekeringen en het Schattingsbesluit arbeidsongeschiktheidswetten in verband met het individueel keuzebudget, met nota van toelichting.
Jaar: 2021
Advies
Documenten: 1
Bij Kabinetsmissive van 24 november 2020, no.2020002398, heeft Uwe Majesteit, op voordracht van de Staatssecretaris van Infrastructuur en Waterstaat, bij de Afdeling advisering van de Raad van State ter overweging aanhangig gemaakt het voorstel van wet tot wijziging van de Wet gewasbeschermingsmiddelen en biociden (grondslag voor maatregelen inzake het (particulier) gebruik van gewasbeschermingsmiddelen, met memorie van toelichting.
Jaar: 2021
Advies
Documenten: 1
Bij Kabinetsmissive van 9 december 2020, no.2020002525, heeft Uwe Majesteit, op voordracht van de Staatssecretaris van Sociale Zaken en Werkgelegenheid, bij de Afdeling advisering van de Raad van State ter overweging aanhangig gemaakt het ontwerpbesluit tot het stellen van regels ten aanzien van de loonkostensubsidie Participatiewet met betrekking tot het bepalen van de doelgroep, de uniforme bepaling van de loonwaarde en het moment van uitbetalen van de loonkostensubsidie (Besluit loonkostensubsidie Participatiewet 2021), met nota van toelichting.
Jaar: 2021
Advies
Documenten: 1
Bij Kabinetsmissive van 9 december 2020, no.2020002531, heeft Uwe Majesteit, op voordracht van de Staatssecretaris van Economische Zaken en Klimaat, mede namens de Minister voor Rechtsbescherming, bij de Afdeling advisering van de Raad van State ter overweging aanhangig gemaakt het voorstel van wet tot wijziging van Boek 6 van het Burgerlijk Wetboek en de Overgangswet nieuw Burgerlijk Wetboek in verband met de verlenging van de minimale geldigheidsduur van cadeaubonnen tot twee jaar, met memorie van toelichting.
Jaar: 2021
Advies
Documenten: 1
Bij Kabinetsmissive van 12 november 2020, no.2020002318, heeft Uwe Majesteit, op voordracht van de Minister van Infrastructuur en Waterstaat, bij de Afdeling advisering van de Raad van State ter overweging aanhangig gemaakt het voorstel van wet tot wijziging van de Drinkwaterwet (verlenging van het tijdvak voor de vermogenskostenvoet en het aandeel eigen vermogen van drinkwaterbedrijven en verduidelijking van de regels voor signaleringsparameters), met memorie van toelichting.
Jaar: 2021
Advies
Documenten: 1
Bij Kabinetsmissive van 19 januari 2021, no.2021000077, heeft Uwe Majesteit, op voordracht van de Minister van Financiën, mede namens de Minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid, bij de Afdeling advisering van de Raad van State ter overweging aanhangig gemaakt het ontwerpbesluit tot wijziging van het Besluit bekostiging financieel toezicht 2019 in verband met herstel van een wijziging van de procentuele verdeling van de kosten van de AFM, met nota van toelichting.
Jaar: 2021
Advies
Documenten: 1
Bij Kabinetsmissive van 2 maart 2021, no.2021000354, heeft Uwe Majesteit, op voordracht van de Staatssecretaris van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties, bij de Afdeling advisering van de Raad van State van het Koninkrijk ter overweging aanhangig gemaakt het ontwerpbesluit houdende de overdracht van de bevoegdheden in het kader van het onderzoek van de geloofsbrieven inzake een opengevallen zetel in de Staten van Curaçao, met nota van toelichting.
Jaar: 2021
Advies
Documenten: 1
Bij Kabinetsmissive van 14 december 2020, no.2020002584, heeft Uwe Majesteit, op voordracht van de Minister van Economische Zaken en Klimaat, bij de Afdeling advisering van de Raad van State ter overweging aanhangig gemaakt het ontwerpbesluit tot wijziging van enkele algemene maatregelen van bestuur op het terrein van het Ministerie van Economische Zaken en Klimaat in verband met het aanbrengen van verduidelijkingen en herstel van technische gebreken van ondergeschikte aard, met nota van toelichting.
Jaar: 2021
Advies
Documenten: 1
Bij Kabinetsmissive van 22 december 2020, no.2020002652, heeft Uwe Majesteit, op voordracht van de Staatssecretaris van Justitie en Veiligheid, bij de Afdeling advisering van de Raad van State ter overweging aanhangig gemaakt het voorstel van wet tot wijziging van de Vreemdelingenwet 2000 teneinde te voorzien in herziening van de regels voor niet tijdig beslissen op aanvragen op grond van de Vreemdelingenwet 2000, met memorie van toelichting.
Jaar: 2021
Advies
Documenten: 1
Bij Kabinetsmissive van 18 november 2020, no.2020002361, heeft Uwe Majesteit, op voordracht van de Minister van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit, bij de Afdeling advisering van de Raad van State ter overweging aanhangig gemaakt het voorstel van wet tot wijziging van de Wet dieren in verband met actualisering van de diergezondheidsregels en enkele technische aanpassingen, met memorie van toelichting.
Jaar: 2021
Advies
Documenten: 1
Bij Kabinetsmissive van 13 oktober 2020, no.2020002096, heeft Uwe Majesteit, op voordracht van de Minister van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit, bij de Afdeling advisering van de Raad van State ter overweging aanhangig gemaakt het ontwerpbesluit houdende wijziging van het Landbouwkwaliteitsbesluit 2007 in verband met het aanwijzen van autoriteiten, met nota van toelichting.
Jaar: 2021
Advies
Documenten: 1
Bij Kabinetsmissive van 29 oktober 2020, no.2020002205, heeft Uwe Majesteit, op voordracht van de Minister van Infrastructuur en Waterstaat, bij de Afdeling advisering van de Raad van State ter overweging aanhangig gemaakt het voorstel van wet houdende de wijziging van de Wet luchtvaart in verband met de uitvoering van uitvoeringsverordening (EU) 2019/317 van de Commissie van 11 februari 2019 tot vaststelling van een prestatie- en heffingsregeling in het gemeenschappelijk Europees luchtruim en tot intrekking van Uitvoeringsverordeningen (EU) nr. 390/2013 en (EU) nr. 391/2013 (PbEU 2019, L 56/1), met memorie van toelichting.
Jaar: 2021
Advies
Documenten: 1
Bij Kabinetsmissive van 9 april 2020, no.2020000731, heeft Uwe Majesteit, op voordracht van de Minister voor Milieu en Wonen, mede namens de Minister van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit, bij de Afdeling advisering van de Raad van State ter overweging aanhangig gemaakt het ontwerpbesluit tot wijziging van het Besluit activiteiten leefomgeving, het Besluit kwaliteit leefomgeving, het Omgevingsbesluit en enkele andere besluiten met het oog op het beschermen van de bodem, met inbegrip van het grondwater, en het duurzaam en doelmatig gebruik van de bodem (Aanvullingsbesluit bodem Omgevingswet), met nota van toelichting.
Jaar: 2021
Advies
Documenten: 1
Bij Kabinetsmissive van 15 juli 2020, no.2020001475, heeft Uwe Majesteit, op voordracht van de Minister voor Rechtsbescherming, bij de Afdeling advisering van de Raad van State ter overweging aanhangig gemaakt het voorstel van wet tot vaststelling van regels met betrekking tot de private buitengerechtelijke incassodienstverlening en wijziging van Boek 6 van het Burgerlijk Wetboek in verband met de aanpassing van de cumulatieregeling voor buitengerechtelijke incassokosten, met memorie van toelichting.
Jaar: 2021
Advies
Documenten: 1
Bij Kabinetsmissive van 13 juli 2020, no.2020001392, heeft Uwe Majesteit, op voordracht van de Minister voor Rechtsbescherming, mede namens de Staatssecretaris van Economische Zaken, bij de Afdeling advisering van de Raad van State ter overweging aanhangig gemaakt het voorstel van wet tot wijziging van Boek 7 van het Burgerlijk Wetboek, de Wet handhaving consumentenbescherming en enige andere wetten in verband met de implementatie van Richtlijn (EU) 2019/771 van het Europees Parlement en de Raad van 20 mei 2019 betreffende bepaalde aspecten van overeenkomsten voor de verkoop van goederen, tot wijziging van Verordening (EU) 2017/2394 en Richtlijn 2009/22/EG, en tot intrekking van Richtlijn 1999/44/EG, en van Richtlijn (EU) 2019/770 van het Europees Parlement en de Raad van 20 mei 2019 betreffende bepaalde aspecten van overeenkomsten voor de levering van digitale inhoud en digitale diensten (PbEU 2019, L 136) (Implementatiewet richtlijnen verkoop goederen en levering digitale inhoud), met memorie van toelichting.
Jaar: 2021
Advies
Documenten: 1
Bij Kabinetsmissive van 4 november 2020, no.2020002253, heeft Uwe Majesteit, op voordracht van de Staatssecretaris van Economische Zaken en Klimaat, bij de Afdeling advisering van de Raad van State ter overweging aanhangig gemaakt het ontwerpbesluit houdende vaststelling van regels met betrekking tot het verlenen van clementie voor geldboetes betreffende kartels (Besluit clementie), met nota van toelichting.
Jaar: 2021
Advies
Documenten: 1
Bij Kabinetsmissive van 16 februari 2021, no.2021000298, heeft Uwe Majesteit, op voordracht van de Minister van Justitie en Veiligheid, bij de Afdeling advisering van de Raad van State ter overweging aanhangig gemaakt het voorstel van wet houdende tijdelijke bevoegdheid om het vertoeven in de openlucht te beperken om de verspreiding van het SARS-CoV-2-virus zoveel mogelijk te belemmeren (Tijdelijke wet beperking vertoeven in de openlucht covid-19), met memorie van toelichting.
Jaar: 2021
Advies
Documenten: 1
Krachtens Koninklijke machtiging heeft de Minister van Infrastructuur en Waterstaat met een schrijven van 27 oktober 2020, no.RWS-2020/48634, bij de Afdeling advisering van de Raad van State ter overweging aanhangig gemaakt een voordracht met ontwerpbesluit tot aanwijzing van onroerende zaken ter onteigening in de gemeente Moerdijk krachtens artikel 72a van de onteigeningswet (onteigening voor de aanleg van de Noordelijke randweg rondom Zevenbergen, met bijkomende werken).
Jaar: 2021
Advies
Documenten: 1
Krachtens Koninklijke machtiging heeft de Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties met een schrijven van 26 oktober 2020, no.RWS-2020/48101, bij de Afdeling advisering van de Raad van State ter overweging aanhangig gemaakt een voordracht met ontwerpbesluit tot aanwijzing van onroerende zaken ter onteigening in de gemeente Maastricht krachtens artikel 78 van de onteigeningswet (onteigeningsplan Retailpark Belvédère).
Jaar: 2021
Advies
Documenten: 1
Bij Kabinetsmissive van 5 november 2020, no.2020002256, heeft Uwe Majesteit, op voordracht van de Staatssecretaris van Economische Zaken en Klimaat, bij de Afdeling advisering van de Raad van State ter overweging aanhangig gemaakt het ontwerpbesluit houdende wijziging van het Handelsregisterbesluit 2009 BES in verband met de wijziging van de Handelsregisterwet 2009 BES, met nota van toelichting.
Jaar: 2021
Advies
Documenten: 1
Bij Kabinetsmissive van 5 november 2020, no.2020002257, heeft Uwe Majesteit, op voordracht van de Staatssecretaris van Economische Zaken en Klimaat, bij de Afdeling advisering van de Raad van State ter overweging aanhangig gemaakt het ontwerpbesluit houdende regels over de verkiezing van de bestuursleden van de Kamers van Koophandel en Nijverheid BES (Kiesbesluit Kamers van Koophandel en Nijverheid BES 2021), met nota van toelichting.
Jaar: 2021
Advies
Documenten: 1
Bij Kabinetsmissive van 18 december 2019, no.2019002696, heeft Uwe Majesteit, op voordracht van de Minister van Infrastructuur en Waterstaat, bij de Afdeling advisering van de Raad van State ter overweging aanhangig gemaakt het ontwerpbesluit tot vaststelling van regels voor de verdeling van luchtverkeer tussen de luchthaven Schiphol en de luchthaven Lelystad (Besluit verkeersverdeling tussen de luchthavens Schiphol en Lelystad), met nota van toelichting.
Jaar: 2021
Advies
Documenten: 1
Bij Kabinetsmissive van 22 september 2020, no.2020001933, heeft Uwe Majesteit, op voordracht van de Staatssecretaris van Defensie, bij de Afdeling advisering van de Raad van State ter overweging aanhangig gemaakt het ontwerpbesluit houdende de vaststelling van een eenmalige uitkering in december 2018 alsmede, in het kader van de arbeidsvoorwaardenovereenkomst voor de sector Defensie over de periode 1 oktober 2018 tot en met 31 december 2020, tot vaststelling van eenmalige uitkeringen in augustus 2019 en augustus 2020 en tot wijziging van enige besluiten, alsmede wijzigingen ten behoeve van personeel dat de loonontwikkeling volgt in de sector Rijk en een aantal andere wijzigingen, met nota van toelichting.
Jaar: 2021
Advies
Documenten: 1
Bij Kabinetsmissive van 6 november 2020, no.2020002271, heeft Uwe Majesteit, op voordracht van de Minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap, mede namens de Minister voor Basis- en Voortgezet Onderwijs en Media, bij de Afdeling advisering van de Raad van State ter overweging aanhangig gemaakt het voorstel van wet tot wijziging van de verschillende wetten op met name het terrein van onderwijs, cultuur en media in verband met voornamelijk wetstechnische en redactionele verbeteringen (Verzamelwet OCW 20##.), met memorie van toelichting.
Jaar: 2021
Advies
Documenten: 1
Bij brief van 25 januari 2021 heeft de Minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport ingevolge artikel 58t van de Wet publieke gezondheid de Afdeling advisering van de Raad van State gehoord over de krachtens hoofdstuk Va van de Wet publieke gezondheid geldende maatregelen, met het oog op een voorgenomen besluit tot verlenging per 1 maart 2021, als bedoeld in artikel VIII, derde lid, van de Tijdelijke wet maatregelen covid-19.
Jaar: 2021
Advies
Documenten: 1
Bij brief van de voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal van 10 maart 2020 heeft de Tweede Kamer, bij de Afdeling advisering van de Raad van State ter overweging aanhangig gemaakt het voorstel van wet van het lid Ploumen houdende wijziging van de Geneesmiddelenwet, de Wet op de medische hulpmiddelen en de Wet op de beroepen in de individuele gezondheidszorg, tot oprichting van een openbaar register over de financiële betrekkingen tussen vergunninghouders en fabrikanten van geneesmiddelen en leveranciers van medische hulpmiddelen enerzijds en beroepsbeoefenaren, maatschappen, zorginstellingen, derden en patiënten-consumentenorganisaties (Wet transparantieregister zorg), met memorie van toelichting
Jaar: 2021
Advies
Documenten: 1
Bij Kabinetsmissive van 8 december 2020, no.2020002504, heeft Uwe Majesteit, op voordracht van de Minister van Financiën, bij de Afdeling advisering van de Raad van State ter overweging aanhangig gemaakt het ontwerpbesluit tot wijziging van het Besluit prudentiële regels Wft, het Besluit prudentieel toezicht financiële groepen Wft en het Besluit bestuurlijke boetes financiële sector in verband met de implementatie van Richtlijn (EU) 2019/878 van het Europees Parlement en de Raad van 20 mei 2019 tot wijziging van Richtlijn 2013/36/EU met betrekking tot vrijgestelde entiteiten, financiële holdings, gemengde financiële holdings, beloning, toezichtsmaatregelen en -bevoegdheden en kapitaalconserveringsmaatregelen (PbEU 2019, L 150) (Implementatiebesluit kapitaalvereisten 2020), met nota van toelichting.
Jaar: 2021
Advies
Documenten: 1
Bij Kabinetsmissive van 15 juli 2020, no.2020001518, heeft Uwe Majesteit, op voordracht van de Minister voor Rechtsbescherming, bij de Afdeling advisering van de Raad van State ter overweging aanhangig gemaakt het ontwerpbesluit houdende regels voor het langs elektronische weg procederen in het civiele recht en in het bestuursrecht (Besluit elektronisch procederen), met nota van toelichting.
Jaar: 2021
Advies
Documenten: 1
Bij Kabinetsmissive van 22 december 2020, no.2020002647, heeft Uwe Majesteit, op voordracht van de Staatssecretaris van Sociale Zaken en Werkgelegenheid, mede namens de Staatssecretaris van Financiën, bij de Afdeling advisering van de Raad van State ter overweging aanhangig gemaakt het ontwerpbesluit tot wijziging van het Besluit kinderopvangtoeslag voor verruiming van de koppeling gewerkte uren in verband met COVID-19, met nota van toelichting.
Jaar: 2021
Advies
Documenten: 1
Bij Kabinetsmissive van 16 maart 2020, no.2020000527, heeft Uwe Majesteit, op voordracht van de Minister van Justitie en Veiligheid, bij de Afdeling advisering van de Raad van State ter overweging aanhangig gemaakt het ontwerpbesluit houdende wijziging van de Ambtsinstructie voor de politie, de Koninklijke marechaussee en andere opsporingsambtenaren, het Besluit bewapening en uitrusting politie en het Besluit reis-, verblijf- en verhuiskosten politie in verband met de wijziging en invoering van voorschriften omtrent het gebruik van geweldmiddelen en vrijheidsbeperkende middelen, met nota van toelichting.
Jaar: 2021
Advies
Documenten: 1
Bij Kabinetsmissive van 14 december 2020, no.2020002585, heeft Uwe Majesteit, op voordracht van de Staatssecretaris van Sociale Zaken en Werkgelegenheid, bij de Afdeling advisering van de Raad van State ter overweging aanhangig gemaakt het ontwerpbesluit tot wijziging van het Besluit onderstand BES en het Besluit uitvoering Wet arbeid vreemdelingen BES in verband met wijziging van bevoegdheden in het kader van verstrekking van bijzondere onderstand en het vrijstellen van de twv-plicht met betrekking tot onderwijzers op Saba, met nota van toelichting.
Jaar: 2021
Advies
Documenten: 1
Voorstel van wet tot invoering van pensioen- en lijfrente-excedentregelingen (Wet pensioenaanvullingsregelingen), met memorie van toelichting.
Jaar: 2021
Advies
Documenten: 1
Bij Kabinetsmissive van 29 januari 2021, no.2021000168, heeft Uwe Majesteit, op voordracht van de Minister van Justitie en Veiligheid, bij de Afdeling advisering van de Raad van State ter overweging aanhangig gemaakt het voorstel van wet inzake het voortduren van de werking van artikel 8, eerste en derde lid, van de Wet buitengewone bevoegdheden burgerlijk gezag (Voortduringswet artikel 8 Wbbbg), met memorie van toelichting.
Jaar: 2021
Advies
Documenten: 1
Bij Kabinetsmissive van 13 juli 2020, no.2020001393, heeft Uwe Majesteit, op voordracht van de Minister van Justitie en Veiligheid, bij de Afdeling advisering van de Raad van State ter overweging aanhangig gemaakt het ontwerpbesluit houdende bepalingen ter uitvoering van de Wet kansspelen op afstand (Besluit kansspelen op afstand), met nota van toelichting.
Jaar: 2021
Advies
Documenten: 1
Voorstel van wet tot wijziging van de Wegenverkeerswet 1994 en de Wet rijonderricht motorrijtuigen 1993 in verband met de invoering van de rijbewijsplicht voor landbouw- en bosbouwtrekkers en motorrijtuigen met beperkte snelheid (T-rijbewijs), met memorie van toelichting.
Jaar: 2021
Advies
Documenten: 1
Bij Kabinetsmissive van 27 november 2020, no.2020002428, heeft Uwe Majesteit, op voordracht van de Minister van Infrastructuur en Waterstaat, bij de Afdeling advisering van de Raad van State ter overweging aanhangig gemaakt het ontwerpbesluit tot wijziging van het Reglement rijbewijzen in verband met de implementatie van Richtlijn (EU) 2020/612 van de Commissie van 4 mei 2020 tot wijziging van Richtlijn 2006/126/EG van het Europees Parlement en de Raad betreffende het rijbewijs (PbEU 2020, L 141), met nota van toelichting.
Jaar: 2021
Advies
Documenten: 1
Bij Kabinetsmissive van 30 oktober 2020, no.2020002206, heeft Uwe Majesteit, op voordracht van de Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties, bij de Afdeling advisering van de Raad van State ter overweging aanhangig gemaakt het ontwerpbesluit houdende wijziging van het Besluit op de huurtoeslag in verband met een verruiming van de termijn om een verzoek in te dienen tot herziening van de hoogte van de huurtoeslag in bijzondere situaties (inkomen en medebewoner), met nota van toelichting.
Jaar: 2021
Advies
Documenten: 1
Bij Kabinetsmissive van 3 januari 2020, no.2019002734, heeft Uwe Majesteit, op voordracht van de Minister van Infrastructuur en Waterstaat, bij de Afdeling advisering van de Raad van State ter overweging aanhangig gemaakt het voorstel van wet tot Wijziging van de Loodsenwet en enige andere wetten in verband met de actualisatie van het markttoezicht op het aanbod van dienstverlening door registerloodsen (Wet actualisatie markttoezicht registerloodsen), met memorie van toelichting.
Jaar: 2021
Advies
Documenten: 1
Bij Kabinetsmissive van 11 november 2020, no.2020002312, heeft Uwe Majesteit, op voordracht van de Staatssecretaris van Volksgezondheid, Welzijn en Sport, bij de Afdeling advisering van de Raad van State ter overweging aanhangig gemaakt het ontwerpbesluit houdende wijziging van het Tabaks- en rookwarenbesluit om de uitzondering op het rookverbod in de vorm van rookruimtes af te schaffen en enkele technische wijzigingen, met nota van toelichting.
Jaar: 2021
Advies
Documenten: 1
Bij Kabinetsmissive van 13 juli 2020, no.2020001433, heeft Uwe Majesteit, op voordracht van de Staatssecretaris van Justitie en Veiligheid, mede namens de Minister van Justitie en Veiligheid, bij de Afdeling advisering van de Raad van State ter overweging aanhangig gemaakt het voorstel van wet betreffende de regulering van sekswerk (Wet regulering sekswerk), met memorie van toelichting.
Jaar: 2021
Advies
Documenten: 1
Bij Kabinetsmissive van 9 december 2020, no.2019000453, heeft Uwe Majesteit, op voordracht van de Minister van Justitie en Veiligheid, mede namens de Minister voor Rechtsbescherming, bij de Afdeling advisering van de Raad van State ter overweging aanhangig gemaakt de nota van wijziging bij het voorstel van wet herimplementatie van het kaderbesluit van de Raad van de Europese Unie betreffende het Europees aanhoudingsbevel en de procedures van overlevering tussen de lidstaten van de Europese Unie (wijziging van de Overleveringswet), met toelichting.
Jaar: 2021
Advies
Documenten: 1
Bij Kabinetsmissive van 8 januari 2021, no.2021000018, heeft Uwe Majesteit, op voordracht van de Minister van Buitenlandse Zaken, mede namens de Minister van Financiën, bij de Afdeling advisering van de Raad van State ter overweging aanhangig gemaakt het voorstel van wet tot goedkeuring van het op 14 december 2020 te Brussel tot stand gekomen Besluit van de Raad van de Europese Unie betreffende het stelsel van eigen middelen van de Europese Unie en tot intrekking van Besluit 2014/335/EU, Euratom (Trb. 2021, [nr]), met memorie van toelichting.
Jaar: 2021
Advies
Documenten: 1
Bij Kabinetsmissive van 22 juli 2020, no.2020001569, heeft Uwe Majesteit, op voordracht van de Minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport, bij de Afdeling advisering van de Raad van State ter overweging aanhangig gemaakt het ontwerpbesluit houdende regels in verband met de onafhankelijke uitoefening van het toezicht door de Centrale Commissie Mensgebonden Onderzoek (Besluit onafhankelijke uitoefening toezicht Centrale Commissie Mensgebonden Onderzoek), met nota van toelichting.
Jaar: 2021
Advies
Documenten: 1
Bij Kabinetsmissive van 5 november 2020, no.2020002255, heeft Uwe Majesteit, op voordracht van de Minister van Infrastructuur en Waterstaat, mede namens de Minister van Buitenlandse Zaken, bij de Afdeling advisering van de Raad van State ter overweging aanhangig gemaakt het besluit van de Overeenkomstsluitende Partijen bij de Overeenkomst inzake samenwerking bij de bestrijding van verontreiniging van de Noordzee door olie en andere schadelijke stoffen inzake de uitbreiding van de toepassingsreikwijdte van de Overeenkomst met het oog op samenwerking bij het toezicht op de vereisten van Bijlage VI bij het MARPOL-verdrag; Bonn, 11 oktober 2019 (Trb. 2020,55), met toelichtende nota.
Jaar: 2021
Advies
Documenten: 1
Krachtens Koninklijke machtiging heeft de Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties met een schrijven van 30 september 2020, no.RWS-2020/44997, bij de Afdeling advisering van de Raad van State ter overweging aanhangig gemaakt een voordracht met ontwerpbesluit tot aanwijzing van een onroerende zaak ter onteigening in de gemeente Meierijstad krachtens artikel 78 van de onteigeningswet (onteigeningsplan Foodpark Veghel 2016).
Jaar: 2021
Advies
Documenten: 1
Bij Kabinetsmissive van 17 juli 2020, no.2020001533, heeft Uwe Majesteit, op voordracht van de Minister van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit, bij de Afdeling advisering van de Raad van State ter overweging aanhangig gemaakt het ontwerpbesluit tot wijziging van het Besluit activiteiten leefomgeving, het Besluit kwaliteit leefomgeving en het Omgevingsbesluit in verband met de overgang van de Wet natuurbescherming naar de Omgevingswet (Aanvullingsbesluit natuur Omgevingswet), met nota van toelichting.
Jaar: 2021
Advies
Documenten: 1
Bij Kabinetsmissive van 13 oktober 2020, no. 2020002095, heeft Uwe Majesteit, op voordracht van de Staatssecretaris van Financiën, bij de Afdeling advisering van de Raad van State ter overweging aanhangig gemaakt het voorstel van wet tot wijziging van enkele belastingwetten (Fiscale verzamelwet 2022), met memorie van toelichting.
Jaar: 2021
Advies
Documenten: 1
Bij Kabinetsmissive van 6 november 2020, no.2020002259, heeft Uwe Majesteit, op voordracht van de Staatssecretaris van Infrastructuur en Waterstaat, bij de Afdeling advisering van de Raad van State ter overweging aanhangig gemaakt het ontwerpbesluit tot wijziging van het Asbestverwijderingsbesluit 2005, het Besluit stortplaatsen en stortverboden afvalstoffen, het Bouwbesluit 2012 en het Besluit bouwwerken leefomgeving, met nota van toelichting.
Jaar: 2021
Advies
Documenten: 1
Bij Kabinetsmissive van 4 november 2020, no.2020002248, heeft Uwe Majesteit, op voordracht van de Staatssecretaris van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties, bij de Afdeling advisering van de Raad van State ter overweging aanhangig gemaakt het ontwerpbesluit houdende wijziging van het Besluit basisregistratie personen in verband met het aanwijzen van de werkzaamheden van een werkgever zijnde een privaatrechtelijke rechtspersoon van buitengewoon opsporingsambtenaren en van de werkzaamheden van de gezaghebber van een openbaar lichaam als door derden verrichte werkzaamheden met een gewichtig maatschappelijk belang, met nota van toelichting.
Jaar: 2021
Advies
Documenten: 1
Bij Kabinetsmissive van 30 juni 2020, no. 2020001285, heeft Uwe Majesteit, op voordracht van de Minister van Buitenlandse Zaken, mede namens de Staatssecretaris van Financiën, bij de Afdeling advisering van de Raad van State ter overweging aanhangig gemaakt de verdrag tussen het Koninkrijk der Nederlanden en het Vorstendom Liechtenstein tot het vermijden van dubbele belasting met betrekking tot belastingen naar het inkomen en het vermogen en het voorkomen van het ontduiken en ontwijken van belasting; Bern, 3 juni 2020 (Trb. 2020, 60), met toelichtende nota.
Jaar: 2021
Advies
Documenten: 1
Bij Kabinetsmissive van 24 november 2020, no.2020002419, heeft Uwe Majesteit, op voordracht van de Minister van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit, mede namens de Staatssecretaris van Infrastructuur en Waterstaat, bij de Afdeling advisering van de Raad van State ter overweging aanhangig gemaakt het ontwerpbesluit tot wijziging van het Besluit gebruik meststoffen ter uitvoering van het zesde actieprogramma Nitraatrichtlijn en tot wijziging van het Uitvoeringsbesluit Meststoffenwet teneinde een grondslag op te nemen voor het uitsluitend verstrekken van gegevens via de elektronische weg, met nota van toelichting.
Jaar: 2021
Advies
Documenten: 1
Bij Kabinetsmissive van 5 januari 2021, no.2021000001, heeft Uwe Majesteit, op voordracht van de Minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport, mede namens de Minister van Justitie en Veiligheid en de Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties, bij de Afdeling advisering van de Raad van State ter overweging aanhangig gemaakt het voorstel van wet houdende wijziging van de Wet publieke gezondheid in verband met een verduidelijking van de tijdelijke grondslag voor het stellen van regels over de toegang tot en het gebruik van voorzieningen voor personenvervoer, met memorie van toelichting.
Jaar: 2021
Advies
Documenten: 1